De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De getrouwe Getuige

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De getrouwe Getuige

7 minuten leestijd

Tekst: Openb. 1 : 5a: en van Jezus Christus, die de getrouwe Getuige is...”

Tot de meest gelezen lectuur onzer dagen behoort zeker niet 't martelaarsboek, dat men nog wel eens hier en daar bij oude gemeenteleden aantreft. ’t Is ook allesbehalve aantrekkelijk wat men daarin leest, en, op de oude prentjes, te aanschouwen krijgt. Wat een leed, bloed en tranen! En toch hoort ook dat tot de geschiedenis der kerk, die zo vaak een „gemeente onder het kruis" was; en dat waren nog niet eens haar slechtste tijden.

Reeds het Nieuwe Testament is hier vol van. Al op haar eerste bladzijden lezen we dat te Bethlehem kleine, onschuldige kinderen sneuvelden onder het zwaard van de beulen die Herodes voor dit doel gezonden had. En zo blijft het dan tot in de laatste hoofdstukken van Johannes' Openbaring, een openbaring die zich uitstrekt tot de einden der eeuwen.

Volgens de Heiland zelf (Matth. 23 : 35) is het eigenlijk al begonnen toen er nauwelijks meer dan twee mensen op aarde waren, want toen al sloeg de onrechtvaardige Kaïn de rechtvaardige Abel dood.

We zouden ze eens vóór ons moeten zien: al die getuigen, bloedgetuigen, martelaren van de kerk der eeuwen. Misschien zouden we weer eens beter gaan beseffen de zin van het bestaan van de kerk in deze wereld. We denken tegenwoordig dat zij aan de kop moet lopen in het behartigen van de zaken die deze wereld aangaan; maar dat is overdreven, zij heeft allereerst een pilaar van vastheid en waarheid, een getrouwe getuige te zijn.

Of zou de kerk haar gelijkenis met Jezus Christus ooit mogen verloochenen? Van Hem staat het vast, dat Hij Getuige was en trouw! Ook daar is het Nieuwe Testament vol van, en het staat trouwens met zoveel letters in onze tekst.

We willen het naar twee kanten gaan bekijken; eerst welke vertroosting ons hier geboden wordt, en dan welke vermaning eruit volgt.

Stel nog eens dat we alle martelaren van de kerk der eeuwen vóór ons zagen, dan toch zou Jezus Christus torenhoog boven allen uitsteken. Als Hij Getuige heet in onze tekst is dat hetzelfde als dat Hij Martelaar zou genoemd worden, maar Hij was ook in dit opzicht enig in Zijn soort. Terecht zijn we in de lijdensweken wat huiverig er voor om over Hem als Martelaar te preken; zo diep zit bij ons het besef dat Zijn lijden onvergelijkelijk veel verschilt van al het lijden dat ooit over Zijn volgelingen kwam. Want immers de toorn Gods „over het ganse menselijke geslacht" zat erin, de schuld van al de Zijnen, met een gewicht waar elk sterveling onder bezwijken zou. Zijn lijden was dus anders, anders dan het lijden van wie ook maar, anders ook dan ons lijden.

Dat geeft troost in al ons leed en in al onze strijd, en ook als we - wat kan - smaad en vervolging lijden om Zijn naam.

Het lijden van deze ene Martelaar heeft het venijn en de pijn weggehaald uit al het lijden van de vele andere martelaren, die zijn volgelingen waren. Niet voor niets hebben ze soms wel gezongen, terwijl de vlammen aan hun voeten lekten. Wij die een veel kleiner „kruis" dragen, mogen toch diezelfde vreugde kennen. Ziende op de getrouwe Getuige ofwel Martelaar, kunnen we ons portie aan, en varen we er zelfs wèl bij.

Maar er is ook vermaning! Hij heet dan toch maar Martelaar, een naam die gelijkluidend is aan die van zo velen die om Zijns naams wil leden. Er is dus, hoe dan ook, gelijkheid. Wie één wil zijn met Hem in Zijn vreugde mag niet versmaden één met Hem te zijn onder het kruis. De kerk mag het kruis niet schuwen, het is één van haar „kenmerken". Zij hoeft het lijden niet te zoeken, maar als het komt mag ze niet al te verbaasd opkijken. En is er niet een uiterlijk lijden dóór de wereld, dan is er nog in elk geval een innerlijk lijden aan de wereld! Laten we ons dat voor gezegd houden.

We kijken opnieuw naar de tekst. Het woord „Getuige" moet iets te maken hebben met een mond en met spreken. Getuigen doet men in de allereerste plaats met woorden. Alleen maar met daden getuigen lijkt ons niet goed mogelijk. Bij Jezus Christus zien we beide, zowel de woorden als de daden.

En heel ons christelijk geloof rust op die twee, Christus' woorden en daden. Dat Hij een Getuige heet, dat ziet allereerst op Zijn Woord; en dat Hij bovendien „getrouw" heet dat ziet allereerst op Zijn daden. Zulk een Heere en Heiland hebben we! Zijn Woord kwam tot ons, een Woord dat Hij door Zijn daden, door Zijn leven en sterven, en opstaan, bekrachtigd heeft. Bergen mogen wijken en heuvelen wankelen, maar dit Woord .... neen!

De genade en vrede, die Johannes in opdracht van zijn Heere zijn lezers en ook ons hier (zie vs. 4) toewenst, komen tot ons in dit Woord van Christus.

Ik zou niet weten wie God is, als Hij het me niet geleerd had. Luther zei op zijn sterfbed: Ik dank U, Heere God, dat Gij mij uw Zoon geopenbaard hebt! Hij dacht daarbij aan het Woord, want gebogen over dat Woord was hem het licht opgegaan. Er is geen kennis noch van God, noch van Zijn Zoon, dan door het Woord, dat uit Zijn mond uitgegaan is. We kunnen deze Getuige niet missen, nu niet en nooit; we blijven discipelen, leerlingen.

Peilen we wat dieper de inhoud van dit Woord, dus het getuigenis van deze getrouwe Getuige. Hijzelf heeft gezegd, dat Hij van boven kwam, en met zich mee had gebracht de kennis van die God die Hij door eigen aanschouwing kende. Wat er leeft in 's Vaders hart, dat wist Hij, Hij alleen; maar wij weten het nu ook. Gods verzoeningsgedachten, vredesplannen en al wat ons vertroosten kan, ons zondaren hier op deze vervloekte aarde.

Laten we ons daaraan vastklemmen, bij het zien van zonden, schuld, dood en hel. Het is waarachtig geen strohalm. Wel is alle vlees als gras, maar dit Woord blijft tot in eeuwigheid, dit onder u verkondigde Woord.

De getrouwe Getuige heeft midden onder ons geleefd. Zijn voeten gingen over dezelfde aarde waar de onze over gaan. Werden we in de beide vorige meditaties naar boven verwezen, nu naar beneden. Het heil kwam onder ons. De genade en de vrede. Ze namen in Hem gestalte aan. Wie Hem en Zijn Woord aangrijpt, die heeft ze, allebei: de genade en de vrede!

Maar nog even iets over de waarachtigheid en betrouwbaarheid van dit alles. Het woord „getrouw" betekent: betrouwbaar, of eigenlijk: geloofwaardig. Jezus Christus is een geloofwaardig Getuige! Hij zette zelf het stempel der echtheid op Zijn Woord en getuigenis, door er voor te sterven. Van de zestiende-eeuwse natuurkundige Galilei is bekend, dat hij, na gevangenneming door de Inquisitie, zijn moeizaam verworven wetenschappelijk inzicht in het wereldstelsel terstond verloochende, onder het geheime voorwendsel: de waarheid zal toch zegevieren. Wat hij dus naliet was dit: het stempel der echtheid drukken op zijn overtuiging; hij had voor zijn leer zijn leven niet over.

Onze Heere Christus en vele christelijke martelaren hebben anders gedaan; maar die streden dan ook niet voor een louter menselijk inzicht, maar voor de waarheid Gods. Dat maakt verschil uit, ook nog voor ons. Laten we daar oog voor hebben, en ons niet laten verschalken door de methoden die de wereld er tegenwoordig op na houdt om alles, Gods waarheid incluis, te brengen op de ene noemer van menselijk, louter persoonlijk inzicht. Er is een waarheid die van boven komt, en waar we - door daden - het stempel der echtheid op zetten moeten, zo vaak dit van ons geëist wordt.

Maar bovenal hebben we zelf uit deze Waarheid te leven, anders gezegd, uit het Woord van Christus, dat betrouwbaarder is dan het bestaan van hemel en aarde en al wat er op en er in is.

Hoe afschuwelijk en zondig is ons ongeloof! Er is geen schuld die ons dieper voor God moet doen buigen. Welk een zekerheid wordt ons aangeboden, buiten ons! Waarom nog geweifeld, waarom niet het Woord Gods aangegrepen? Wie hongert naar genade, hier is zij! Wie smacht naar de vrede, hier moet ge zijn!

In het Woord is Christus, is God, en is alles; Hij is de getrouwe Getuige.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De getrouwe Getuige

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's