Een Prins geboren!
Een golf van ontroering en diepe vreugde ging door ons volk toen donderdagavond 27 april 1967 ons werd meegedeeld, dat H.K.H. Prinses Beatrix het leven geschonken had aan een zoon.
God heeft veler gebeden willen verhoren. Daarom zal in menig kerkgebouw gezongen zijn: De lofzang klimt uit Sions zalen Tot U met stil ontzag; Daar zal men U, o God, betalen Geloften, dag bij dag. Gij hoort hen, die Uw heil verwachten, o Hoorder der geheên; Dies zullen allerlei geslachten Ootmoedig tot U treên.
Wij willen ons meer dan ooit scharen rondom ons Vorstenhuis en namens de gehele lezerskring de ouders, de grootouders onze allerhartelijkste geluk- en zegenwensen aanbieden. Daarbij gedenken wij in het bijzonder aan onze kroonprinses, die een moeilijke weg moest doormaken. In deze gelukwens betrekken wij onze geëerbiedigde - koningin, die zondag 1.1. haar verjaardag vierde.
Onze Synode deed er goed aan de kerkeraden op te wekken de gemeente samen te roepen in de dienst des Woords.
Dr. Noordmans heeft indertijd geschreven dat het noodzakelijk is, dat wij bij bijzondere gelegenheden de ver-houding tussen de kerk en het Huis van Oranje scherp in het oog krijgen. Bij dankdiensten met betrekking op het Huis van Oranje dreigt het gevaar, dat de Bijbelse geschiedenis door de vaderlandse geschiedenis verdrongen wordt, dat het bloed van Christus vervangen wordt door het bloed, dat door de aderen van het Huis van Oranje en het Nederlandse volk stroomt en dat de gemeente van de Heere Jezus Christus wordt ingewisseld voor het volk van Nederland en de Koning der koningen in de schaduw wordt gesteld door de koning of de koningin van Nederland.
Wanneer dit gebeurt, wordt er geen onderscheid gemaakt tussen de vaderlandse geschiedenis en de kerkgeschiedenis. Wij dienen de vaderlandse geschiedenis te lezen door de bril van de kerkgeschiedenis; de kerkgeschiedenis door de bril van de Bijbelse geschiedenis. In de Bijbelse geschiedenis komen wij tot de raad en het welbehagen Gods. Dan hebben wij de goede volgorde te pakken en komt alles in het rechte licht te staan.
Welke betekenis heeft het Huis van Oranje voor het Koninkrijk Gods? Voor de Kerk en voor onze Hervormde Kerk? In ieder geval is de regerende Vorst uit het Huis van Oranje nooit het hoofd van de kerk geweest, zoals eertijds de tsaar in Rusland en nu nog de koning of koningin van Engeland. De Oranje’s zijn nooit officiële ambtsdragers geweest in onze kerk, maar gewoon lid van de gemeente. Met de gemeente hebben zij zich — meer of minder trouw — onder de bediening van het Woord van de Koning der koningen gezet. De betekenis van dit Huis was, dat de leden onder het Woord kwamen. Dat is al heel wat.
Maar daarmee is de betekenis niet uitgeput. Soms stapten zij uit de kerkbank, wanneer de nood aan de man kwam. Dan hadden zij de roepstem van God gehoord om niet alleen te wachten, te bidden, te lijden, maar ook te strijden voor de verdrukten en de ellendigen. Wanneer ge dit een ambt wilt noemen, dan is het te vergelijken met het ambt van de richters in het Oude Testament. Wanneer de nood voorbij was, schoven zij weer de kerkbank in, omdat de voortgang van de prediking en de vrijheid om God te dienen naar Zijn Woord weer gegarandeerd was en keerden tot hun regeertaak terug.
In alle tijden zijn er ook in Nederland voorstanders van de republiek geweest. De P.S.P. is wat dat betreft een zeer ouderwets geval. Ongetwijfeld is de republiek een staatsvorm waarin een christen leven kan. Maar Nederland heeft de republiek telkens aan de kant gezet, wanneer iedere republikein met de handen in het haar zat en niet meer wist hoe het verder moest. Het is merk waardig dat zij nooit staatkundige zoden aan de dijk hebben gezet, als de stormen losbarstten.
Waarom trad dan telkens een Oranje op? Omdat God hen predestineerde, verkoos en riep tot taken, die niemand aan kon. En dat is niet van vandaag of gisteren geweest, maar van meet af aan. Het Oranjehuis is alleen vanuit de verkiezing Gods te verklaren. Nederland en Oranje zijn alleen uit de Worsteling met Gods Waarheid te verstaan.
Daarom is het Wilhelmus bijna een psalm. Het van duitsen bloed moge ons in dit verband vreemd aankijken, het geheel van het Wilhelmus is één geloofsworsteling met God voor de arme schapen. De geschiedenis van het Huis van Oranje is vanuit de vrome Juliana van Stolberg in één zin samen te vatten: O God, ontferm U over mij en dit arme volk. Deze verkiezing Gods licht op in het leven van Maurits, toen hij stond voor de gereformeerde religie en op beslissende punten koos voor het gezag van het Woord Gods. Evenzo in het leven van Stadhouder Willem III, toen hij naar Engeland overstak en niet alleen daar de vrijheid van religie bracht, maar ook het evenwicht in Europa herstelde. Evenzo, wat roepingsbesef betreft, in het leven van Koning Willem I, toen hij zich het lot aantrok van onze kerk na de Napoleontische tijd, al was zijn bemoeiing verkeerd gericht en hebben wij vele jaren gezucht onder de reglementen van 1816. Evenzo in het leven van koningin Wilhelmina, toen zij in de laatste oorlog stond als een rots in de branding.
Al deze mannen en vrouwen — de een meer, de ander minder — zijn beschermheren en - vrouwen geweest van de kerk. Oranje was er, als niemand er meer was. Hoe konden zij dit? Hoe begonnen zij en hoe hielden zij dit vol? Waren en zijn het übermenschen? Welke voortreffelijke eigenschappen dit geslacht ook sieren, dit is niet uit de mens-te verklaren, maar uit God, uit de predestinerende en roepende God. De mannen van de predestinatie zijn altijd geweest de mannen van de daad. In deze predestinatie en roeping ligt het geheim van de betekenis van het Huis van Oranje voor de kerk en Voor het volk. Daarin is ook de trouw Gods gegeven. En die is groot geweest over Oranje en Nederland. Wat in mensen aan goed te vinden is, is van God, wat in mensen aan kwaad te vinden is, is van henzelf! Dit geldt van ons volk en van het Oranjehuis. Maar daarboven en daarin licht de trouw van God. Meermalen zonk dit Huis weg. De bange vraag rees dan: Zou God het verwerpen? Zou Hij nog een lamp overlaten voor ons volk?
Telkens wanneer de voortgang in de geslachten bijna afbrak, greep God in. De kinderen in het Huis van Oranje kunnen blijkbaar alleen na lang wachten en na veel smart ter wereld komen. De operatie, die onze kroonprinses daarvoor moest ondergaan is kenmerkend. Zij komen soms ter wereld via de keizersnede, maar gaan in hun leven bijna allen over de scherpe kant van een scheermes. Dat zit blijkbaar onlosmakelijk aan de predestinatie vast.
Van hieruit valt ook licht over het gezegde: God, Nederland en Oranje. Daarin ligt — mits goed verstaan — meer waarheid dan de critici ons willen doen geloven. Mits goed verstaan! Want de volgorde is: God, Zijn raad. Zijn Woord, Zijn Kerk, Oranje en dan pas Nederland. Zo — in deze volgorde — is het Huis van Oranje ontstaan en bestaat het tot op deze dag.
Wanneer deze volgorde niet bedacht en beleefd wordt verongelukt èn Oranje èn Nederland. Wij leven in een tijd van ontmythologisering. De bijbel moet van allerlei mythen ontdaan worden. Het is „wonderbaarlijk" te zien, wat men overhoudt: een god, naar het beeld en de gelijkenis van de mens van nu. Om van te schrikken en om over te huilen.
Evenzo wordt de kerkgeschiedenis ontgoddelijkt en daarmee — hoe kan het anders — de vaderlandse geschiedenis en de geschiedenis van het Huis van Oranje. Wie het geloof niet kent als gave Gods, mist het orgaan om de geschiedenis van de Heilige Schrift te verstaan, en ook om de geschiedenis van de kerk, van het Huis van Oranje en ons volk te vatten.
Daarom zijn de huidige theorieën over het gezag, monarchie, het koningshuis en een meer moderne vormgeving daarvan levensgevaarlijk, wanneer zij geen oog hebben voor de verkiezende en roepende God.
Hier ligt ook het geheim van de diepe verbondenheid, liefde en aanhankelijkheid van het volk, dat uit dit geloof leeft, met het Huis van Oranje, hoe deze liefde ook beproefd wordt.
Een volk en een koningshuis, dat zijn God vergeet, vergeet achtereenvolgens de Bijbelse geschiedenis, de kerkgeschiedenis en de vaderlandse geschiedenis en leeft van menselijke theorieën! Maar wat zullen wij ermee, wanneer God opnieuw gaat tot aan de randen van ons bestaan en de diepten van Zijn oordeel?
Wil dit zeggen, dat God altijd doorgaat met dit Huis van Oranje? Er is een verkiezing tot zaligheid en tot dienst. De verkiezing tot de zaligheid kan nooit ongedaan gemaakt worden, de verkiezing tot dienst is voor een bepaalde tijd. Gelukkig wanneer ze samenvallen en wij — na de raad Gods gediend en uitgediend te hebben — tot de vaderen verzameld worden.
Wanneer weten wij, dat God voortgaat ook met het Huis van Oranje? Zijn er niet veel wolken aan de hemel? Hoe staat het met de gereformeerde religie in Nederland? Hoe is de band tussen de kerk en het Oranjehuis? Is er nog plaats voor het Huis van Oranje, wanneer Europa één wordt? Deze vragen zijn indringend genoeg om ons diep voor God te buigen en op Zijn Woord te pleiten, dat het Hem behage ons Oranjehuis aan Zich en Zijn Woord te binden en Zijn verkiezende daden nog voort te zetten. Dat Hij èn het Oranjehuis èn de Kerk gebruike als een goed instrument voor de komst van Zijn Koninkrijk.
Moge de Potentaat der potentaten ook met dit kind zijn en met hem een vast verbond maken, en deze Prins doen staan voor de zaak van Zijn Koninkrijk.
Men zal gedurig voor hem bidden.
Katwijk aan Zee G.Boer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's