De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

12 minuten leestijd

Hoekstenen van Luthers theologie.

We hebben er al meer op gewezen hoe in dit jaar veel aandacht gevraagd wordt en zal worden voor de theologie van Luther. Het Evangelisch-Luthers weekblad begint in het nummer van 6 mei met de publicatie van de Nederlandse bewerking van het boek „Sieg des Glaubens", van de hand van de Finse hoogleraar, dr. Lennart Pinooma. De bewerker van de Nederlandse uitgave onder de titel „Overwinnend geloof" is dr. J. P. Boendermaker.

Al dadelijk legt Pinooma er de nadruk op dat Luther niet maar een aantal nieuwe leerstellingen heeft uitgevonden, maar in het Schriftonderzoek steeds dieper zocht en tenslotte vond de kostbare schat, het zuivere evangelie, Gods onuitsprekelijke gave in Christus. Luther zelf heeft geen afgerond systeem van zijn theologie gegeven. Zijn theologie aldus Pinooma is eigenlijk schriftuitleg. Daarbij verbeterde hij de toenmaals heersende uitlegkundige methoden.

Op deze wijze — door voortdurende confrontatie met de Schrift — zocht hij de kerk van de apostelen te herstellen, door onbijbelse en onevangelische insluipsels te verwijderen.

We hopen dat de Nederlandse bewerking van Pinooma's boek niet slechts in de vorm van artikelen gepubliceerd wordt, maar ook in boekvorm zal verschijnen. De zaak is het waard. Volgens dr. Boendermaker wil de studie van deze Scandinavische geleerde in bevattelijke vorm Luther's gedachtenwereld en gedachtenrijkdom weergeven. Dat is een goede zaak. Tenvolle kunnen we instemmen met de opmerking waarmee de eerste aflevering begint: „De reformatie is als een wolkenkrabber die als iemand er vlak bij staat, wel ontzag inboezemt, maar zich pas in zijn volle glorie vertoont, wanneer men op een afstand staat”.

De „900 jaar Wartburgfeesten” in Eisenach.

In de reformatietijd heeft de Wartburg, Duitslands oudste burcht een rol gespeeld. Vandaar dat rondom de Paasdagen in Eisenach een herdenking plaats vond waarbij naast de herdenking van de stichting van de burcht in 1067, dus 900 jaar geleden, ook aandacht geschonken is aan het werk van Luther. Nu ligt Eisenach in Oost-Duitsland, de communistische DDR. De vraag is dan direct: Hoe is in deze omgeving Luther's werk herdacht? Prof. dr. A. J. Rasker vertelt ervan in „Hervormd Nederland" van 22 april.

Verrassend was de nogal positieve waardering die de marxist prof. Correns opbracht voor Luther. Van de bitterheid waarmee de marxisten doorgaans spreken over Luther, met name zijn houding tegenover de boerenopstand, viel niets te bespeuren. Volgens prof. Correns leerde het volk, doordat Luther het weer de bijbel in handen gaf, nadenken over de grondslagen van de democratische verlangens. We zouden hierbij wel willen opmerken dat deze positieve waardering voor Luther toch ook inhoudt een vertekening van de bedoelingen van Luther's werk. Het is toch zeer typisch marxistisch geredeneerd om de hervorming in zijn beginperiode vooral te zien als een revolutionaire beweging tegen de macht van de hiërarchie en van de feodale heren.

Merkwaardig is ook wat Rasker vertelt over een uitvoering van Handels oratorium „Der Messias”.

Op de avond van de eerste Paasdag vond een uitvoering plaats van Handels Messias, door het Berlijnse radio symfonieorkest met de solistenvereniging en het grote koor van de Berlijnse radio, onder leiding van prof. Helmut Koch. Merkwaardig was de inleiding in het programma geschreven: „de boodschap van Handels Messias is democratisch en revolutionair, de geest van Thomas Müntzer drukt er zich in uit".... Maar de uitvoering zelf doorbrak al deze schema's. Het is een wonderlijke ervaring, aan het begin van grote nationale feestelijkheden in een communistisch land een sopraan te horen zingen: „Ich weiss dass mein Erlöser lebet". Het geheel werd, waarschijnlijk wel ondanks de bedoeling van de dirigent, een indrukwekkende paasprediking. Ook velen van de zangers voelen het zo, en — zo vertelde mij een vrouw van een van hen — zij dwingen als het ware de dirigent ertoe, ruimte te geven aan heel andere dimensies van getuigen dan hij met zijn marxistische interpretatie eigenlijk bedoelt.

Het is niet eenvoudig voor de kerk in de DDR, waar de politieke tegenstelling tot West-Duitsland weer verscherpt is, toch weer via deze Lutherherdenking nadruk te leggen op de eenheid van de Duitse kerk. Allerlei vragen spelen hierin mee. Moge de herdenking van de Reformatie meer zijn dan een cultiveren van een brok verleden. Dat is immers altijd weer het gevaar van kerkhistorische herdenkingen. Wij zullen de erfenis moeten doorgeven. God geve dat juist de bezinning op wat daar en hier ons geschonken is in de Reformatie een impuls moge zijn tot reformatie. Want de kerk der Reformatie wordt telkens weer geroepen tot hervorming. Terugkeer tot het Woord. Er mag geen stilstand zijn.

Naar aanleiding van de Paasadvertentie.

Er is nogal wat deining ontstaan rondom de advertentie van de Hervormde Kerk die met Pasen in allerlei dagbladen verschenen is, waarin aandacht gevraagd wordt voor de actualiteit van het Paasevangelie. De gewraakte zinsnede uit de advertentie luidt: „Jezus van Nazareth is gedood door de bezetters op aanstichting van de intellectuelen van Zijn volk.”

Van Joodse zijde is men er erg over gevallen. Er was teleurstelling over deze woorden, waarin men propaganda zag van de kerk ten koste van Israël. Door een dergelijke advertentie, zo zeggen de Rabbijnen, wordt het antisemitisme, de Jodenhaat gevoed. De bekende rabbijn dr. Soetendorp schreef aan de kerkeraad van Amsterdam onder meer:

Afgezien van het feit, dat de speciaal gekozen vertaling van het Griekse „archontes" met „intellectuelen" op zijn minst genomen misleidend en op zijn slechtst gezien opportunistisch is, is het verschijnen van deze tekst op die dag in onze tijd een te ernstige zaak om eraan voorbij te gaan.

Het kan u niet onbekend zijn, dat Goede Vrijdag eeuwenlang een dag is geweest, waarop de joodse bevolking sidderde voor wat het hoogtepunt der passiepreken weer aan vervolging zou opleveren. Het is nog niet zo lang geleden, dat men het noodzakelijk achtte de gevolgen van deze jarenlange indoctrinatie te bestrijden. Het joodse volk heeft eeuwenlang bloedige offers gebracht, door een theologische opvatting, die onverdedigbaar is.

In mijn predicatie In mijn synagoge op de vrijdagavond nadat deze advertentie verschenen was, zei ik o.m.: „Het is niet alleen erg en ergerlijk, dat — juist nu men streeft naar een beter begrip van en een dieper respect voor elkaars overtuiging — een dergelijke wijze van aankondiging van elkaars paasfeest alleen maar oude vooroordelen kan versterken, maar het is nog erger, dat daarmede de gehele bezinning, waarmee de christelijke kerken bezig zijn, ernstig wordt benadeeld. Immers juist in ons leed, in dat wat ons werd aangedaan op grond van een bepaalde interpretatie van de christelijke leer, vinden de christenen van vandaag de diepe grond van hun schuld, waarmee zij geen raad weten. Alleen het naast ons staan en het mee doorleven van het lijden, dat het joodse volk werd aangedaan, kan voor hen de passie werkelijkheid maken.”

Inmiddels heeft het moderamen van de synode zijn spijt uitgedrukt over het feit dat door de gebruikte woorden misverstanden gerezen zijn en de Joodse medeburgers zich gekwetst gevoeld hebben.

Maar ook van andere zijde is men over deze advertentie nogal gebelgd. Vooral het gebruik van het woord „intellectuelen". In de N.R.C, van begin april stond het volgende te lezen:

De hervormde samenstellers van de advertentie hebben het volgende gedaan: ze hebben een toepasselijk stuk (Lucas 24 : 18-24) uit de Bijbel gelicht en zij hebben dat uit de wat zware Bijbeltaal in voor meer mensen begrijpelijk Nederlands omgezet. Zij hebben de Bijbeltekst gepopulariseerd.

Het populariseren van een tekst, van welke dan ook, brengt evenwel allerlei risico's met zich mee en is daarom een hachelijke zaak. Het is niet altijd mogelijk de bedoelingen en nuances van de oorspronkelijke versie helemaal over te laten komen en daarmee is een kans op misverstanden geschapen.

Ook de Nederlandse hervormde kerk is niet ontkomen aan dat scheppen van misverstanden. Met name in de zinsnede van de advertentie dat „Jezus van Nazareth is gedood door de bezetters, op aanstichten van de intellectuelen van zijn volk" is de vrije „vertaling" minder exact, althans minder passend voor deze tijd. Het is niet juist de Bijbelse termen van „over-priesters" en „oversten" samen te vatten in het in 1967 zo zwaar geladen begrip van „intellectuelen" als men opperpriesters en wereldlijke leidslieden bedoelt. Het zijn namelijk in deze tijd niet de groepen waar men het eerst aan denkt als men van intellectuelen spreekt — wat natuurlijk niet wegneemt dat het best mogelijk is dat zij in hun tijd wel de enige intellectuelen waren, maar dat onttrekt zich aan ons waarnemingsvermogen.

Ten slotte, en dat is, alle goede bedoelingen ten spijt, het vervelendste, kan het begrip intellectuelen in dit verband aanleiding geven tot misverstand voor kwaadwillenden en/of fanatici. Het is nog niet zo erg lang geleden dat Joden en intellectuelen — laat staan Joodse intellectuelen — overal de schuld van kregen en voor kwaadwillenden aanleiding waren tot handelingen waarvan ieder zinnig mens hoopt dat zij zich nooit zullen herhalen. In dit opzicht is de „vertaling" voor dit ogenblik niet alleen niet juist, maar bovendien erg ongelukkig zeker als men weet dat fanatici altijd naar een schuldige zullen blijven zoeken.

Het is niet onze bedoeling het schrijven van de NRC op zijn zakelijke inhoud te beoordelen. Dat is gebeurd in het blad „In de Waagschaal" van 29 april door de heer J. v. Malde, die de NRC een aantal concrete en scherpe vragen stelt.

We zouden hier op iets anders willen wijzen. Laat deze hele kwestie niet duidelijk zien hoe gevaarlijk het is, als de kerk op deze wijze het evangelie aan de man wil brengen. Men kan natuurlijk zeggen: De kerk moet gebruik maken van de moderne communicatiemiddelen. Maar betekent dit dat ze gebruik moet maken van de dubieuze reclame advertenties. Is dit niet ergens het evangelie onwaardig? En wordt de verkondiging zo niet in een sfeer getrokken waar misverstanden voor de hand liggen. Tenslotte wie adverteert, wordt ook als zodanig beoordeeld. En de kritiek die uitgebracht is, laat zien, dat een dergelijke advertentie beslist niet geschikt is als eigentijdse vorm van prediking. Laat de kerk ook hierin een eigen stijl bewaren. We zijn het dan ook ten volle eens met wat ds. Spijkerboer schrijft in hetzelfde nummer van „In de Waagschaal”.

Wat is er van dit alles te zeggen? De kardinale fout is, dat de kerk zich door middel van advertenties tot de mensen richt. Advertenties zijn immers principieel anoniem: je ziet niet wat voor mensen erachter staan, terwijl er voor de kerk immers alles aan gelegen is om de anonimiteit te vermijden. Zij heeft wat te zeggen, maar degene die spreekt moet een naam hebben: hij moet aanspreekbaar zijn. De ontmoeting, waaruit een echt gesprek geboren wordt is de eigenlijke vorm, waarin de kerk zich tot de mensen richt. Dat kan een kerkdienst zijn, een studiekring of de gewone praat van man tot man, al deze vormen hebben hun eigen plaats. In radio-en televisie-uitzendingen wint de anonimiteit veld: de man op de beeldbuis verdwijnt in het niets als hij klaar is en de ongeziene man in de radio blijft nergens na zijn toespraak. Wij kunnen hen, terwijl ze nog bezig zijn afzetten, zonder dat ze een kik geven. Daarom moet de kerk de waarde van haar radio-en televisieuitzendingen niet overschatten. Tractaten, borden langs de autoweg en advertenties zijn principieel anoniem en de kerk moet ze daarom niet gebruiken.

Kerk en Israël.

Spijkerboer gaat ook in op het schrijven in het Nieuw-Israëlitische Weekblad waarin een scribent zich beklaagd had, dat er t.a.v. Israël toch maar weinig veranderd is in de Kerk. De Amsterdamse predikant neemt dit laatste over: Er is inderdaad in de houding van de Hervormde kerk niet zoveel veranderd. Want de' kerk is in de oorlog voortgegaan op een weg die reeds in de zestiende eeuw is ingeslagen.

Is er van de kansels van de Hervormde Kerk ooit zo gepreekt, dat de kerkgangers de ghetto's instroomden om daar pogroms te houden? Er waren in de Hollandse steden geen ghetto's! Wel hebben de Hervormde predikanten in de zeventiende en achttiende eeuw naar hartelust met de Joden gedebatteerd, om duidelijk te maken dat Jezus de Messias is. Een in 1676 te Delft gehouden synode stelde voor wat wij nu „het gesprek met Israël" noemen de volgende richtlijnen op:

„A. De openbare en persoonlijke gebeden, waartoe de gemeenten moeten worden opgewekt worden, opdat God naar zijn belofte ons verhore, en ook de Joden van onze begeerte naar hun zaligheid overtuigd worden.

B. Dat men wegneme alle aanstoot en alle verhinderingen, waardoor de beloofde bekering der Joden verachteren of belet zou worden als daar zijn:

1. De verregaande afgoderij der roomsen, hun beeldendienst en mis.

2. De verschrikkelijke ontheiliging van Gods heilige naam.

3. Verzuim en oneerbiedigheid tegenover de openbare godsdienst te allen tijde, maar bijzonder op de dag des Heren.

4. Scheuring, twisten, onenigheden over zaken van godsdienst.

5. Geringachten en verachten van het profetische woord en de goddelijke Schriften.

6. De algemene afkeer en verachting van de Joden, die zich uit in scheldnamen.

7. Tuchteloosheid onder de christenen en en vooral onder kerkse mensen.”

Hoe kwam de vader van Kohlbrugge ertoe om zijn zoon met grote nadruk te wijzen op de vijf boeken van Mozes? Hoeveel andere kinderen in Nederland zijn er niet door hun hervormde of gereformeerde ouders met een diep respect voor het „oude testament" grootgebracht? Wat de Nederlandse Hervormde Kerk in de oorlog gezegd heeft was geen nieuwe wending maar voortgaan op de weg, die zij In de zestiende eeuw onmiddellijk is ingeslagen. Als ik poog de huidige situatie te overzien, toen ik het wel met het Nieuw Israëlitisch Weekblad eens, dat er „weinig veranderd” is.

En overigens, wat de schuldvraag betreft: Wie zich bezint op het lijdensevangelie, op wat Jood en heiden hebben gedaan, kan dat alleen maar doen in de geest van het bekende gedicht van Revius: 't En zijn de Joden niet, Heer Jesu die U kruisten. Juist de gemeente die Christus belijdt, weet van schuld en vergeving!

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's