Het geluid van de wind
En er geschiedde haastiglijk uit de hemel een geluid, als van een geweldige, gedreven wind en vervulde het gehele huis waar zij zaten. Handelingen 2 vs 2.
Daar valt de nadruk op: Het geluid van de wind. De adem draagt de stem; waar de wind waait, merkt men dat aan zijn geluid. Met Pinksteren is er niet zoveel te zien, en wat er te zien is, is van voorbijgaande aard; maar er is zoveel te meer te horen. De Heilige Geest komt aan het woord. Zijn tegenwoordigheid is geen geheim. Zinnig zwijgen, maar een duidelijk spreken. Hij gaat ook sprekenderwijze te werk. Het is kenmerkend voor de Pinksterdag, dat er gesproken wordt. Dat moeten we wel even onderstrepen, omdat wij de Heilige Geest eerder voor een kracht houden, die op een verborgen wijze van allerlei te weeg brengt. Zelfs de wedergeboorte geschiedt door het Woord! Wij zijn geen geestdrijvers, het gaat ons om het geluid.
Dat geluid doet het hem. En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart. Wat een helder geluid; hoe hartvernederend en hartverbrekend sprak Petrus over Jezus, Dien zij gekruisigd hadden. De Heilige Geest windt er geen doekjes om, Hij spreekt de waarheid, klaar als kristal, sterk als een moker. Wat geen woordenvloed bewerken kan, bewerkt het geluid van deze windvlaag! Zegt het u niets? Doet het u niets? Hoort gij doven, hoort gij doden. Dit geluid is geen mensenwoord, het is Gods woord; het eigen geluid van de Heilige Geest.
Het geluid verovert en vervult de harten. De klok van het evangelie strooit zijn klanken over de verontruste gewetens. Ik herken het geluid aan zijn inhoud: Die zal het uit het Mijne nemen en het ulieden verkondigen. Die zal Mij verheerlijken. De enige naam onder de hemel tot zaligheid gegeven, klinkt door in dit geluid. Er zijn veel geleerden in de wereld van vandaag, er wordt ontstellend veel lawaai gemaakt, een mens zou er luistermoe van worden. Vrije geluiden, vooral vrije geluiden: ieder mag er het zijne van zeggen. Ook in de kerk weet ieder zijn weetje en zegt zijn zegje. Maar hoor ik de Naam? Wordt Christus verheerlijkt? Spreek mij van Zijn bloed, van Zijn genade. Dat is het Pinkstergeluid.
En er geschiedde een geluid. Hoor en uw ziel zal leven. Waar Christus wordt verkondigd en groot gemaakt, daar is de Heilige Geest aan het werk. Wie met de Geest geboren is, hoort Zijn geluid. Daar druppelt de milde troost van het evangelie in de opengeploegde voren van een verslagen hart. Hoort gij de Naam? Er is verzoening voor de meest ontzettende zonde in Zijn bloed. Er is vergeving voor de voornaamste van de zondaren, door zijn genade. Jezus, Jezus. Hij is de Christus, de Heere. Gelooft in de Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden. Dat doet de deur der hoop open, in het slop van onze ellende: Gij hebt mij het pad des levens bekend gemaakt.
De Heilige Geest neemt het woord. Hij voert het woord, dwars tegen alles in, hoog boven alles uit. Dit geluid is het geheim van de prediking; het geschiedt nog. En het is een gebeurtenis. Wij zitten er vaak wat verveeld onder, als wisten wij er alles reeds van. En hoe dikwijls wordt dit geluid gesmoord in de woordenstroom van de dienaar des Woords, die toch voor alle dingen een dienaar van de Heilige Geest moest zijn. Beiden, gemeente en dienaar, mogen het met Pinksteren opnieuw ontdekken: dit geluid is een teken van de tegenwoordigheid en de werkzaamheid Gods in de Heilige Geest. Daar worden we stil van. Geen macht ter wereld kan dit geluid tot zwijgen brengen, integendeel, dit geluid brengt alle andere geluiden tot zwijgen.
Want dit geluid vervulde het gehele huis waar zij zaten. Wij weten niet eens met zekerheid waar ze zaten. Het zal wel in een der gebouwen bij de tempel geweest zijn. In ieder geval, zij zaten er. Ze maakten geen drukte, ze stonden niet te praten, ze liepen niet heen en weer: ze waren gezeten. Toen kwam het geluid en het overstemde meteen alle andere geluiden. Het vervulde het gehele huis. Ieder hoorde alleen maar dit geluid. Daarin was iets van de Geest. De Geest vervult. De dag was vervuld, het huis werd vervuld en zij allen worden vervuld. De Heilige Geest neemt tijd en ruimte in beslag; waar Hij is, is Hij alleen.
Hij wil het huis niet met andere bewoners delen. Hij wil zijn geluid niet als een der vele geluiden laten horen. Waar het er luidruchtig naar toe gaat, daar is de Heilige Geest niet. Waar een rumoer van stemmen heerst, wordt dit geluid niet vernomen. Het is een geluid, dat huis en hart vervult. De Geest ruimt geen plaats in aan onze vrome praat, houdt geen plaats open voor onze eigen opmerkingen. Hij spreekt tot alles wat niet des Heeren is. Zijn onverbiddelijk: Henen uit. Dat is de worsteling van de Heilige Geest met alle vlees: Hij wil het gehele huis vervullen. Wat daalt er een weldadige vrede, waar wij deze heilstem horen. Hoe zitten we dan te luisteren naar dat ene hartinnemende geluid. Met Pinksteren, in de kerk, onder de preek. De kerk kan soms zo angstig leeg zijn, al zijn er veel mensen. De woorden spoken dan wat rond in die akelige leegte, ze klinken hol en ver. U kunt er zo leeg onder zitten; wel vervuld, maar niet van dit geluid. Waar de Heilige Geest komt, bant Hij alles uit om vrij baan te hebben voor Zijn woord. Gezegend Pinksteren, verzadigd met de heerlijkheid van uw huis, de heerlijkheid van dit spreken.
U merkt wel uit welke hoek de wind waait. Ten overvloede wordt het ons Vermeld: En er geschiedde haastiglijk uit de hemel een geluid, gelijk als van een geweldige gedreven wind. Wij ontketenen die windvlaag niet en wij wakkeren haar niet aan. Er is veel Pinksterbeweging in onze dagen, die mij soms doet denken aan mensen, die heel hard blazen, eri dan zeggen: het waait. Er is evenzeer veel verstarring, waar de wind is gaan liggen en men heeft er geen erg in en geen last van. Hier is het anders. De jongeren doen eigenlijk niets, behalve verwachten, God voor een waarmaker van Zijn Woord houden, Christus aan Zijn belofte manen. En dan komt het. Niet uit het oosten, niet uit het westen. Het komt uit de hemel. Daar woont God, daar hoort de Heilige Geest thuis. Daar komt Hij vandaan, van God de Vader en God de Zoon. Dat is het verrassende van deze dag. Wij kijken alle kanten uit en er woeden veel stormen. Maar deze windvlaag komt van zeer ver en zeer hoog. Dit geluid is zonder meer een hemels geluid.
Uit de hemel, dat is van God. Waar moest dit geheel enige geluid anders vandaan komen? God zendt Zijn Geest uit. De sluizen van Gods hemel, de sluizen van Gods hart worden opengedaan en van de troon der genade daalt de Geest der genade neer. Met wat van de aarde is, komen wij niet verder, niet ver genoeg tenminste. Wij blijven in de vergankelijke dingen steken, wij stikken er in. Kijkt u al naar boven? Wat kan daar anders vandaan komen, dan vloek en oordeel! Vergeet toch niet dat Christus ten hemel gevaren is, dat Hij zijn eigen offerande het hoogste heiligdom heeft binnengedragen, en dat Hij de belofte van de Heilige Geest ontvangen heeft van de Vader.
Uit de hemel. Dat is uit de hand van de verhoogde Zaligmaker. Daarom brengt de Heilige Geest alles wat Christus verworven heeft mee. Hij verloochent Zijn afkomst nooit. Hij trekt het hart naar de dingen die boven zijn, waar Christus is. Hij schept een betrekking op Christus en die betrekking is de drijvende kracht in het leven der gelovigen, de opwaartse druk bij alles wat hen bezwaart en benauwt. De vrucht van Pinksteren is een wandel in de hemelen. Dat houdt in, dat wij onze leden die op de aarde zijn zullen doden. Uit de hemel, daar gaan we steeds meer in zien, daar gaan we in lezen, naar de hemel. Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. De Heilige Geest leert ons, dat Christus onze grootste schat is. Wij heffen de harten immers opwaarts, bij brood en beker. En wij heffen 't hoofd omhoog, in de verwachting van Zijn toekomst. Zonder de Heilige Geest zou van dit alles geen sprake zijn.
En er geschiedde haastiglijk. We slaan deze keer geen enkel woord over. Eensklaps kwam er uit de hemel een geluid, zeker, de discipelen verkeerden in een gespannen verwachting, ze riepen tot de Heere, ze pleitten op Zijn woord. Plotseling kwam de verhoring en de vervulling. Dat is Gods manier van doen. Hij komt op Zijn tijd; wanneer Hij komt, komt Hij haastiglijk. U herinnert u die weduwe, die de rechter, dag in, dag uit lastig viel. Ineens deed hij haar recht. God zal zo, dat is haastiglijk, recht doen aan Zijn uitverkorenen. Hoe vaak mogen wij zeggen: Toch nog onverwachts, in ieder geval verrassend. De Pinksterverrassing, voor de weeskinderen.
Zo gaat de Heilige Geest nu te werk. Hij wekt grote verwachtingen, maar niemand kan Hem dwingen, niemand kan Hem zijn tijd en wijze voorschrijven. Haastiglijk. Een windvlaag uit den hoge. Ineens wordt uw hart geraakt, uw ziel verbrijzeld. Wat nu? Och, dat Gij de hemelen scheurdet! Wat duurt dat lang. Lang? De Heere zal het te zijner tijd snellijk doen komen. De schaduwen wijken, het licht schijnt in de duisternis. Onverhoeds is er een innig verblijden na angstig vragen en zorgen. God de Heilige Geest is een verrassend God. Dat was Hij bij Zijn komst, dat is Hij in Zijn werk. Die Hem kennen leven van Zijn verrassingen, dat maakt het leven zo rijk. Verrassend is het geluid; het dringt door alle weerstanden en verhinderingen heen. Zeg tot mijn ziel: Ik ben Uw heil. Daarom zal Mijn volk, daarom zal het Mijn Naam in die dag kennen, dat Ik het zelf ben Die spreekt: Zie, hier ben Ik. Geloofd zij de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's