De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE WETGEVER

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE WETGEVER

DE WET

8 minuten leestijd

De betekenis van het opschrift.

Als we een brief ontvangen, beginnen we niet direct die te lezen. Alvorens van de inhoud kennis te nemen, werpen we een blik op de ondertekening. Wie is de afzender? vragen we. Een schrijven van een regeringsinstantie wekt een andere gewaarwording dan de brief van een kennis. De waarde die een brief voor ons heeft, hangt af van de ondertekening. Het epistel van een geliefde lezen we gretiger dan dat van een wildvreemde.

Toen God de wet der Tien Geboden voor Israël afkondigde, begon Hij met te zeggen wie Hij was. Het opschrift boven de Wet waarschuwt: Dit is maar niet een regel die Aaron heeft opgesteld of een verordening van Mozes, maar dit is de Wet van de HERE, de God van Israël zelf. „God zegt eerst wie Hij is, voordat Hij zegt wat Hij wil". ')

Dit opschrift is van groot gewicht. Het valt daarom op dat de Heidelbergse Catechismus er wel melding van maakt bij het opsommen van de Tien Geboden, maar het verder niet verklaart in een vraag en antwoord.

Het opschrift en het eerste gebod.

Zoals reeds eerder werd vermeld, trokken de Joden het opschrift van de Wet bij het eerste gebod. Zo vinden we het ook in sommige catechismi uit de hervormingstijd, b.v. in Calvijn's Catechismus van Geneve. ^) Hoewel deze samenvoeging minder juist is, sluit het opschrift wel zeer nauw bij het eerste gebod aan. Men legge eens de klem­toon op de gecursiveerde woorden: „Ik ben de HERE, uw God ... Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben". Voor andere goden dan de HERE is er in Israël geen plaats.

De naam JHWH.

Ja, u leest het goed. In het Hebreeuws schreef men de woorden zonder klinkers. Daardoor weten we niet zeker hoe de naam van de God van Israël werd uitgesproken. Vroeger las men ten onrechte Jehova, tegenwoordig houdt men het gewoonlijk op de uitspraak Jahwe.

Het Oude Testament bevat nóg een naam voor God. Deze luidt in het Hebreeuws Adonaj. Dat betekent: heer, eigenaar, gebieder. Toen het Jodendom het derde gebod over het misbruiken van de naam van Jahwe wettisch opvatte, werd deze naam in het geheel niet meer uitgesproken. In plaats daarvan las men de andere naam van God, Adonaj. Later, toen er bij de woorden klinkers werden geplaatst, zette men bij de naam JHWH de klinkers van de naam Adonaj. Doordat de westerse theologen hiervan onkundig waren, ontstond de foutieve uitspraak Jehova.

De naam HERE.

In de voorchristelijke tijd groeide er behoefte aan een vertaling van het Oude Testament uit het Hebreeuws in het Grieks, voornamelijk ten dienste van de vele Joden, die buiten Palestina woonden en het Hebreeuws verleerd waren. In deze vertaling, de z.g. Septuagint(a), werd zowel de naam Adonaj als de naam Jahwe weergegeven door het Griekse woord voor „heer", n.l. kyrios (de lezers bekend uit de uitdrukking kyrie eleys. Heer erbarm u). In navolging van deze vertaling, de Septuaginta, is het (ook onder ons) gewoonte geworden om de naam Jahwe (Jehova) te „vertalen" met Heer of Here, zoals ook de schrijvers van het Nieuwe Testament deden.

Nu is de naam Jahwe (Jehova) een eigennaam, die men niet kan vertalen. Als een Engelsman Carpenter heet, noemen we hem ook niet Timmerman, maar laten de naam van deze heer staan zoals die in zijn moedertaal luidt. De eigennaam Jahwe (Jehova) is echter wèl weergegeven door een ander woord en nog wel door een woord, dat niets met de betekenis van de naam te maken heeft. Jahwe (Jehova) wil immers zeggen: Ik ben die Ik ben (of: Ik zal zijn, die Ik zijn zal) ^). Dat is heel wat anders dan ons woord „Heer". Wij moeten dit altijd voor ogen houden, als we de naam HERE gebruiken. Daarentegen is Adonaj géén eigennaam, maar een titel, te vergelijken met ons woord „mijnheer".

Here of HERE.

Wanneer wij in onze bijbel „Here" lezen, kan er in het oorspronkelijk zowel de onvertaalbare eigennaam. Jahwe als het woord Adonaj (heer) hebben gestaan. Om de bijbellezer te laten weten welk woord er in het Hebreeuws is gebruikt, spelt zowel de Statenvertaling als de Nieuwe Vertaling de weergave van de naam Jahwe (Jehova) met allemaal hoofdletters: HERE, die van het woord Adonaj als: Here.

Het woord Here waaraan wij de voorkeur geven boven het woord Heer, stamt uit het vroegere Nederlands. Daarin duidde het woord Heere een adellijke persoon aan. Here klonk in de tijd dat de Statenvertaling ontstond, eerbiediger dan Heer en daarom gebruikte men voor de naam van God het eerstgenoemde woord.

Voor ons strijdlustige Nederlandse volk is de naam van God het voorwerp geworden van heel wat getwist. Men moet hierbij bedenken, dat het verschil tussen Heer en Here alleen in onze Nederlandse taal voorkomt. Andere talen bezitten geen twee woorden naast elkaar om een heer aan te duiden, evenmin als het Nederlands van nu. Een boekwinkel adresseerde nog een jaar of tien geleden „den heere zo en zo". Tenslotte is men daarvan toch maar afgestapt.

Overigens houde men in het oog, dat de uitspraak Here een kwestie van eerbied is. In de taal die wij naar het bestel van Gods voorzienigheid spreken, bestond vanouds een eerbiedige vorm van het woord heer, zoals die van sommige woorden nog bestaat (huis, huize, vrouw, vrouwe, enz.). Tegen de voorkeur voor het woord Here kan daarom geen steekhoudend argument worden ingebracht. 

Maar hoe men Gods naam ook uitspreekt, men geve er zich rekenschap van dat HERE een eigennaam. Here een hoogheidstitel is. Boven de Wet uit staat de naam Jahwe (Jehova), HERE.

De ontmoeting.

„Ontmoeting" is een woord dat tegenwoordig te pas en te onpas wordt gebruikt. Sprekend over de wetgeving kunnen wij dit woord echter wel gebruiken. Mozes kende God al lang. Hij had al eerder opdrachten van God ontvangen en uitgevoerd. Maar thans verscheen Jahwe (Jehova) aan het gehele volk.

We zeggen altijd, dat Jahwe (Jehova) de verbondsnaam van God is. Dat is ook zo. Met deze naam verbond God zich aan het volk, dat uit de aartsvaders was gesproten. ^) De naam HERE moeten we altijd zien tegen de achtergrond van het verbond. We mogen deze naam niet laten opgaan in algemeenheden, alsof die hetzelfde aanduidt als het woord God. God heeft zichzelf een naam gegeven, waarbij Hij genoemd wil worden. In de psalmen vinden we er vele voorbeelden van, dat de gelovigen Hem bij zijn naam noemen als ze om hulp smeken: Jahwe, hoor naar mijn gebed, of: Jahwe, wees mij genadig. Soms treffen we in het gereformeerd protestantisme omschrijvingen van de naam Jahwe aan, die scholastisch — schools — aandoen.

Zo betoogt de Westminster Catechismus met betrekking tot het opschrift van de Wet in vraag 101: „God openbaart zich als JEHOVA, een eeuwige, onveranderlijke en almachtige God, zijn Wezen hebbende in en van Zichzelven en het wezen gevende aan al zijn woorden en werken". Gelukkig volgt er op deze wijsgerig klinkende uiteenzetting: „en dat Hij een God is in het verbond". Om dit laatste gaat het.

Samenvatting.

1) Het opschrift boven de wet is belangrijk, omdat de majesteit van de Wetgever aan de geboden een goddelijk gezag verleent.

2) De naam HERE is de weergave van de Hebreeuwse eigennaam van God, Jahwe (Jehova), die ongeveer betekent: Ik ben die Ik ben (of: Ik zal zijn die Ik zijn zal).

3) De naam Here (met slechts één hoofdletter geschreven) is in de bijbel de vertaling van een Hebreeuwse titel voor God nl. Adonaj, dat betekent: heer, eigenaar, gebieder.

4) De naam HERE (geheel met hoofdletters geschreven) is in de bijbel de weergave van de naam die God draagt binnen het verbond dat Hij met Israël sloot. In boeken en artikelen houdt men zich niet aan dit verschil in schrijfwijze.

5) De wetgever is de God, die Israël heeft aangenomen volgens de belofte die Hij aan de aartsvaders heeft gegeven.

Opmerkingen van jong en oud zijn weer gaarne welkom: Mathenesserlaan 244c, Rotterdam.

  ') J. Koopmans, De Tien Geboden, Nijkerk, 1946, blz. 16.

2) Verder o.a. Leo Judae, Mikron en Ursinus in zijn grote en kleine catechismus.

3) De Nieuwe Vertaling geeft: Ik ben die Ik ben, in Ex. 3 : 14. We komen op deze betekenis in het volgende artikel terug.

4) Veel minder doet de spelling van het woord ter zake. Sommigen hechten aan de dubbele e in het woord Heere. Het is een verouderde wijze van spellen. Een bepaalde schrijfwijze kan echter geen uitdrukking zijn van onze eerbied. Wel zijn in de godsdienst oude vormen steeds erg in trek. Lange tijd gaven sommigen de voorkeur aan de gothische (oude) druk voor de werken van de „oude schrijvers". De Qumransekte aan de Dode Zee gebruikte vóór onze jaartelling in haar bijbelhandschriften en godsdienstige boeken het in zwang zijnde Hebreeuwse schrift, maar schreef de naam Jahwe met een verouderde lettervorm! Er is niets nieuws onder de zon, zou de Prediker zeggen. Met klem zij er tegen gewaarschuwd het gebruik van dergelijke oude vormen als kenmerk van „rechtzinnigheid" of „goed gereformeerd-zijn" te beschouwen. De eerbied voor God zetelt niet in onze pen, maar in ons hart; ze moet niet blijken uit het vasthouden aan een verouderde spelling, maar uit het betrachten van Gods wil.

5) Het is merkwaardig dat Ursinus, de theoloog van het verbond, in zijn Grote Catechismus, vraag 159, bij de verklaring van de naam HERE over het verbond zwijgt. De naam leert, volgens hem, dat God de hoogste bevoegdheid heeft om te gebieden „daar Hij de Schepper en Onderhouder van alle dingen is". Hij baseert Gods wetgevende macht op de schepping en niet op de verlossing uit Egypte.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE WETGEVER

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's