De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

AANNEMELIJKE VRAGEN!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

AANNEMELIJKE VRAGEN!

6 minuten leestijd

De redactie en naar de redactiecommissie hoopt of ervoer ook de lezers, stellen prijs op een nieuwe rubriek. Een rubriek, waarin getracht wordt - in te gaan op vragen die inzonderheid betrekking hebben op het geestelijke leven.

Reeds zijn een aantal vragen ter schrijftafel. Het is echter de bedoeling dat de lezers onmiddellijk kunnen deelnemen, wanneer de beantwoording daartoe noopt, zodat er een gesprek kan ontstaan. Men stuurt een eventuele bijdrage in bij de redactie. Het verdient aanbeveling om op de enveloppe het woord „Vragenrubriek" aan te brengen ter vergemakkelijking van de behandeling. De mogelijkheid tot deelname aan de discussie wil demonstreren, dat de respondent er helemaal niet op uit is de idee te vestigen, dat hij het einde van alle wijsheid en bescheid is. Met enige opzet geeft hij zijn adres niet voor de correspondentie, omdat voor een rubriek als de onderhavige de anonimiteit aanbeveling verdient. De naam van de beantwoorder geeft allicht een meer-of minderwaarde aan wat in reactie op de vraag naar voren komt.

De spraak — in dit geval de stijl — kan openbaar maken, althans vermoedens oproepen, doch de sterkste aanwijzingen laten toch nog een kleine marge onzekerheid en dat is belangrijk genoeg om met dicht vizier door te gaan. Immers de onbekendheid van de schrijver noopt de lezer om het geschrevene goed te overwegen en zuiver op gezag ervan te waarderen.

Dit ter introductie.

Vervolgens een toelichting op de naam van de nieuweling. Het is niet de bedoeling een politiek te volgen van: vraag en ik antwoord. Met de Bijbel in de hand is dat niet toegestaan. Ik moet selectief te werk gaan. Niet elke vraag verdient een bescheid. De apostel bindt zijn medewerker op het hart, dat hij verwerpen zal de vragen, die dwaas en zonder lering zijn, wetende dat zij twistingen voortbrengen (2 Tim. 2 : 23). Er zijn dwaze vragen veelal ook afkomstig van de dwaas en die dienovereenkomstig al en niet (Spr. 26 : 4 en 5) moeten beantwoord worden, dat is in elk geval niet in het kader van een dergelijke rubriek.

Er zit in de vraag en per consequentie in de beantwoording geen lering, geen stimulans om geheiligde kennis uit te breiden. Bovendien resulteren zulke kwesties in onstichtelijke, vaak verwoestende twisten. Dergelijke vragen dienen verworpen te worden.

Na deze korte uiteenzetting zal u wel duidelijk zijn waarom ik gekozen heb voor de benaming: Aannemelijke vragen, vragen die men juist niet verwerpen mag. Verder mogen we concluderen, dat de bedoeling is van de activiteit om in de rechte leer vordering te maken en om bij te dragen tot vrede en eendracht.

Volgens het woordenboek heeft aannemelijk de betekenissen van:1 niet te verwerpen; 2 geloofwaardig; 3 bevattelijk. Wat de twee laatste betekenissen betreft geldt in ieder geval, dat getracht wordt naar beantwoording, die wil voortkomen uit het getuigenis van de Heilige Schrift, terwijl de gemakkelijke begrijpelijkheid 'n mikpunt blijft.

De eerste vraag betreft heilshistorie en heilsorde.

„Heeft de heilsgeschiedenis ook een plaats in het geestelijk leven, d.w.z. krijgen Kerst, Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren ook achtereenvolgens hun betekenis in het geloofsleven? "

Ik zit een beetje aan te kijken tegen het woordje: achtereenvolgens. Het wekt de gedachte aan een schema, een weg die stap tot stap moet worden afgelegd. Alsof het mogelijk zou zijn, dat we, al wassend en toenemend in het geloof, ergens zouden verkeren tussen Pasen en Hemelvaart. Alsof we zouden mogen stellen, dat we reeds Christus' geboorte mochten vieren, maar dat Pinksteren nog een incognitum is.

Er zou dus een orde van het heil zijn, die een vergelijking toestaat met de roomse staties, de bedegangen, die tot stilstand nopen tot gebed en meditatie telkens bij opeenvolgende voorstellingen uit de lijdensgeschiedenis.

Primair is de eis tot bekering en geloof. Het geloof omhelst Christus! Christus globaal, in zijn volheid, zoals men wel uitdrukt, van namen, naturen, trappen van verhoging en vernedering, ambten en weldaden. We staan niet eerst als Simeon met het Kindeke in de arm in afwachting of we te zijner tijd ook aan de voet van het kruis zullen plaats nemen.

We leven als gemeente en gelovige na Pinksteren. Dat beduidt, dat er een bevel is uitgegaan: Predikt het evangelie; dat een opdracht klonk: Gij zult Mijne getuigen zijn; dat kracht op zwakken neerdaalde uit de hoogte; dat de predikstoel werd opgericht: Maar Petrus staande met de elve, verhief zijn stem en sprak tot hen. Petrus en de elve staan nog en spreken nog. Ze staan als een rots in de branding van elke eeuw.

Wat heeft Petrus gepredikt? Jezus de Nazarener, een man van God onder u-lieden betoond (Kerst). Dezen hebt gij genomen en door de handen van de onrechtvaardigen aan het kruis gehecht en gedood (Goede Vrijdag). Welken God opgewekt heeft (Pasen). Hij door de rechterhand Gods verhoogd zijnde (Hemelvaart). Dit heeft Hij uitgestort (Pinksteren). Petrus' Pinksterpreek was volle Christusprediking.

Iets anders is, dat — doch een vaste orde is daarvan niet te noemen — de gelovige al naar gelang uit elk der momenten van de loopbaan en levensloop van de Heere de specifieke zegeningen mag overdenken en toeëigenen. Wat dat aangaat kunnen we goed in de Catechismus terecht, die telkens weer de vraag stelt wat het nut is van geboorte, lijden, sterven enzovoort.

Uit pedagogische overwegingen is het van belang, dat we een aantal maanden in de stof der prediking ons laten leiden door het kerkelijk jaar, opdat geboorte, lijden, sterven, opstanding en hemelvaart ter onderwijzing en vertroosting steeds weer alle aandacht en elk op de beurt speciale belangstelling verkrijgen.

Het „komen tot de eenheid van de kennis van de Zoon Gods, tot een volkomen man" (Ef. 4) houdt niet in, dat we van Christus' geboorte of dan liever van Zijn ontvangenis af aan al verder wassen en toenemen, totdat we Hem zien met eer en heerlijkheid gekroond.

Uitgesloten is echter niet, dat we bij een aanvankelijke omhelzing Hem vooral met het geloofsoog zien als de geborene of de gekruisigde of de opgestane. In deze dingen heeft de Heere zich een grote vrijheid voorbehouden, zodat we van onze weg niet een wet voor een ander mogen maken.

Iets anders dan de heilshistorie is de heilsorde. Over die orde willen we nu verder niet spreken. Bij een andere vraag krijgt dat de volle aandacht.

Om kort te gaan, wanneer we bovenstaande vraag lezen, ben ik geneigd volmondig ja te zeggen, mits het woordje „achtereenvolgens" wordt geschrapt; handhaven we het, dan zeg ik: neen. In dat geval is het te methodistisch.

Ik hoop dat de vrager zich hierin vinden kan. Het is de bedoeling over vier weken voort te gaan. Of men zou op dit onderwerp nog terug willen komen.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

AANNEMELIJKE VRAGEN!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's