BOEKBESPREKING
John Bunyan, De Christen- en de Christinnereis, vertaald en ingeleid door ds. A. G. Barkey Wolf, illustraties van J. H. Isings, 11de druk, geb., 310 blz. Uitgave Meinema te Delft.
Niet veel boeken beleven een elfde druk. En dit geldt nog maar één bepaalde uitgave in het Nederlands. Hoezeer is de Christenreis wereldberoemd geworden. Ook de Christinnereis is bekend, hoewel minder dan de Christenreis.
Van deze uitgave is bijzonder veel goeds te zeggen. In de eerste plaats is het een prachtig boek om te zien. De flap toont ons het centrum van de Christenreis: het kruis met de Gekruisigde, waarvoor Christen staat met het boek in zijn hand, terwijl zijn pak van de schouders glijdt, waaronder hij zo lang is gebukt gegaan.
In de tweede plaats vinden wij hier èn de Christenreis èn de Christinnereis in een boek bijeen.
In de derde plaats zijn er tal van mooie illustraties in geplaatst, die aan het uitbeeldend vermogen van de schrijver nog meer reliëf en gestalte geven.
Het gaat natuurlijk om het geschrevene. Goede wijn behoeft geen krans. Wanneer het waar is, dat dit boek, na de bijbel het meest gelezen boek is, spreekt dit meer aan dan alle armzalige recensies en aankondigingen.
Ds. Barkey Wolf schrijft een Woord vooraf. Daarin somt hij de redenen op, waarom dit boek zo'n grote plaats inneemt in de kerk.
Laat dit boek gekocht en gelezen worden. Het is een uitnemend geschenk bij verjaardagen, belijdenis doen, enz.
Dr. C. A. Tukker. De Classis Dordrecht van 1573 tot 1609. Geb., 199 blz., Universitaire Pers, Leiden. Prijs ƒ 14, —.
Hoewel ds. L. Kievit aan het proefschrift en de promotie van dr. Tukker indertijd in een artikel in de Waarheidsvriend aandacht schonk, is er aanleiding op dit proefschrift terug te komen nu het afzonderlijk is uitgegeven bij de Universitaire Pers te Leiden. Het is dus nu al geruime tijd afzonderlijk in de boekhandel te verkrijgen.
Dit boek wil een bijdrage geven tot de kennis van in-en extern leven van de Gereformeerde kerk in de periode van haar organisering.
In het eerste hoofdstuk komt de classis Dordrecht in haar oorspronkelijke omtrek aan de orde. En die was in de eerste jaren uitgestrekt: van Woerden tot Bergen-op-Zoom en van Botterdam tot Zaltbommel. Daarna ontstaan de classes Brielle, Gouda, Gorinchem en Breda.
Hoofdstuk II geeft ons een boeiend overzicht over kerkorde en kerkrecht. De schrijver meent, dat de Wezelse artikelen niet als kerkorde in Noord-Nederland gefunctioneerd hebben. Daarom zet hij in met de kerkorde van Emden. Deze kerkorde is door de provinciale synode van Dordrecht (1574) aangevuld en geldt voor geheel Noord-Nederland. In 1581 ontstaat een classicale ordening.
Daarna volgt een boeiend stuk over de verhouding van classis en gemeente. In verband daarmee gaat de auteur in op de felle pennestrijd tussen de Savornin Lohman en Rutgers enerzijds en Kleyn en van Veen anderzijds over de vraag in hoeverre de gemeenten of plaatselijke kerken in die tijd zelfstandig of autonoom waren. Hij kiest voor Kleyn, die de classicale vergadering als tussenvergadering waardeert. Deze tussenvergadering waakt over de vrijheid van de afzonderlijke gemeenten en beeldt de eenheid van de kerk af. De hogere vergaderingen dienden om de classes tot overeenstemming te brengen. Het standpunt van Rutgers en de Savornin Lohman wordt als onhistorisch gekwalificeerd. Van Veen laat zien, dat de overheid een zuivere kerkregering onmogelijk maakt.
Ook de wijze van beroeping iii deze begintijd van predikanten wordt bezien. Interessant! Daarna komt de positie van de ouderling ter sprake. De illustraties daarbij zijn verduidelijkend. Uit de censura morum over lidmaten, ouderlingen en predikanten-blijkt, dat de kerkeraad tucht oefent over de lidmaten, de classes over de ambtsdragers en dat dit met grote voorzichtigheid gebeurde. Deze censuur was zowel over het leven als over de leer.
De paragraaf over de classis en de meerdere vergaderingen leert, dat er twee gedragsregels waren: Geen Kerk zal over een andere kerk, geen dienaar des Woords, geen ouderling of diaken zal over een ander heerschappij voeren, maar een ieder zal zich voor alle verdenkingen en verlokkingen om te heersen, wachten. En: Dezelfde zeggenschap heeft de classis over de kerkeraad, welke de particuliere synode heeft over de classis en de generale synode over de particuliere. Tenslotte wordt de bijzondere positie van de gemeente van Dordrecht geschetst.
In hoofdstuk III gaat het over de verhouding van Kerk en Overheid. In dit verband voert de schrijver een interessante discussie met prof. Rogier over de vraag of in classis Dordt en met name in Dordrecht de protestantisering door de overheid is opgelegd of niet. Dr. Tukker geeft kritiek op de visie van Rogier!
De raakvlakken van Kerk en Overheid zijn vele, b.v. de armenzorg. De verkiezing van de diakenen en de eigen diaconie was het recht van de Kerk, maar de verdeling van de erfenissen, enz. kwam tot stand in samenwerking met de overheid.
Daarbij waren de nodige jeugdziekten. De principiële helderheid was vaak groter dan de mogelijkheden deze principia in de praktijk uit te voeren. Verder is er het onderwijs. De wrijfpunten waren: de benoeming van de schoolmeesters, de leerstof (Heid. Catechismus) en de ondertekening van de belijdenis. Aangezien de overheid betaalde en vaak matig of niet geïnformeerd was, laat de conflictstof zich wel raden. Allerlei combinaties zijn ibeproefd: predikant-schoolmeester; gemeentesecretaris-schoolmeester en kosterschoolmeester.
Ook de bezoldiging van de predikanten plus de zorg voor de weduwen en wezen was een raakvlak.
Boeiend is ook de inmenging van de overheid in verkiezingen en beroepen. Wezel dacht aan een beslissende stem van de overheid, die de gereformeerde religie was toegedaan.
Maar Emden en Dordt willen deze invloed van de overheid beslist niet. In de praktijk speel, de het kollatierecht een grote rol. De overheid heeft het recht van approbatie. Bij conflicten stond de classis aan de zijde van de gemeenten.
Hoofdstuk IV handelt over de opleiding van de dienaren des Woords, de examens, de proponenten en de preposities en de liturgie. De kerk van die dagen heeft slechts interesse gehad in de liturgie voor zover het ging om haar directe betrekking tot de leer.
Verder is er een bespreking van de bepalingen rondom doop, avondmaal, vasten-en bededagen, lijkpredikaties, orden van dienst, enz.
Dit boek is een speciale studie van een classicaal archief. Het is een beschrijving van de toestand der Kerk van die tijd. Andere classicale archieven wachten op een dergelijke studie. Dan pas kunnen conclusies getrokken worden over de positie en het gezag van de classes. Vandaar dat de auteur spreekt van een bijdrage tot de kennis van in-en extern leven van de Gereformeerde Kerk in de periode van haar organisering.
Het is een belangrijke bijdrage, omdat de classis Dordrecht een zeer vooraanstaande plaats heeft ingenomen en in veel opzichten bepalend is geweest voor onze Kerk.
De auteur onthoudt zich van beoordelingen en geeft geen oplossingen voor allerlei vraagstukken die ook nu aan de orde zijn. Dat was ook de taak niet van de schrijver. Zijn taak was een wetenschappelijk verantwoord werk over die periode te geven.
Soms hunkert ge ernaar, dat allerlei vragen die in het verleden gespeeld hebben, ook voor nu worden behandeld. Misschien kan de schrijver de kerk dienen door de vragen over plaatselijke gemeente — het geheel van de kerk'; beroepingswerk; plaats en gezag van de classes; binding aan de belijdenis enz. enz., te actualiseren. Gaarne willen wij dit werk onder uw aandacht brengen. Het heeft van de auteur bijzonder veel werk gevraagd dit boek te schrijven, het vraagt van ons belangstelling en studie het te verwerken.
Landschap. Dr. G. Th. Rothuizen. Een bundel gedachten over de Psalmen, tweede vijftigtal, geb. 290 blz., prijs ƒ 15,75. Uitg. Kok-Kampen.
Na de eerste bundel over psalm 1-50, is er nu de tweede over psalm 50-100. Er volgt dus D.V. nog een bundel.
De ondertitel is typerend: een bundel gedachten over de psalmen. Dat is het ook. Het is geen kleinere of grotere commentaar, die u vers voor vers meeneemt, het is ook geen homilie, waarin alle stukken van de psalm even sterk meespreken, maar het zijn flitsen en fragmenten. Daarmee is allerminst gezegd, dat de eigen gedachte van de psalm niet aan het woord komt.
Het is misschien het best te illustreren aan psalm 51 waarboven staat: Erfzonde. Eerst krijgen wij dan de mening van Ed. Böhl in wie de gedachten van de eeuwen geïncorporeerd zijn. Daar tegenover staat een gedicht van Marsman, die deze opvatting haat. Daarna een stukje over: zonde is mijn zonde, dus over het persoonlijk verantwoordelijk zijn voor de zonde. Dan komt de vraag op: Dus geen erfzonde? Die blijkt er in een bepaalde zin toch te zijn, zoals het herstel uit Davids val geheel Jeruzalem blijkt aan te gaan.
Het is ook te demonstreren aan psalm 90 uit welke psalm vooral vers 17 verklaard wordt. De liefelijkheid des Heeren is aards, want het is een aardse psalm. Maar het is ook een hemelse psalm. Wie om de liefelijkheid des Heeren de schatten van Egypte (Mozes) prijs geeft, zal deze schatten , opgericht" en wel terugvinden in de toekomende eeuw. „Opgericht" is dan een ander woord voor „bevestigd" (Buber) uit: het werk onzer handen bevestig dat.
Soms denkt ge: Kan dit? Mag dit? Is het waar, dat de kerk in het koninkrijk Gods zich volstrekt zal overgeven aan de liefelijkheid der aarde en dan voorgoed haar schade zal inhalen?
Intussen brengt de schrijver u tot nadenken, zelfs en juist als hij vragen oproept. Hij loopt heen en weer van de psalmen naar deze tijd en omgekeerd en weet rake dingen te zeggen.
Wie het eerste deel bezit, zal ook graag dit tweede deel willen hebben. Wie ook het eerste deel niet bezit, zal zeker door de uitgever geholpen worden.
Geschiedenis van de Kerk, deel 9. Redactie: Prof. dr. G. P. van Itterzon en prof. dr. D. Nauta, prijs ƒ 1,75 ing. 197 blz.
In het laatste deel van deze reeks van de geschiedenis van de Kerk vinden we twee hoofddelen. In de eerste plaats komen de jonge kerken op het zendingsveld aan de orde. De schrijvers zijn de professoren J. H. Bavinck en J. v. d. Berg.
Er staat een zeer lezenswaardig algemeen overzicht voorin, waarin de gang van het Evangelie door de eeuwen wordt geschetst. Van eeuw tot eeuw wordt de situatie gepeild. De krachten waarmee de zending van nu geconfronteerd wordt: nationalisme, anti-feodalisme, communisme en secularisme worden kort besproken. Vooral de methoden van en motieven voor het zendingswerk worden nagegaan. Dan komen de landen afzonderlijk in bespreking.
Het tweede hoofddeel is verzorgd door ds. F. G. M. Broeyer en handelt over de jongste tijd.
Na een inleiding over de oecumenische beweging komen de landen in Europa in bespreking, hoewel ook Canada, Australië enz. behandeld worden. Ook onze vaderlandse kerkgeschiedenis ontbreekt niet. Wij mogen èn de redactie èn de uitgever dankzeggen voor dit werk en onze lezers er op attenderen, dat zij voor nog geen ƒ 16, — een complete kerkgeschiedenis in negen delen ontvangen. Hartelijk aanbevolen.
Dr. E. van der Schoot. Man en Vrouw in het licht van Geloof en Psychologie, ing., 174 blz. Prijs ƒ 5, 90. Uitg. Callenbach-Nijkerk.
Dit werk verscheen in de Rotonde-Reeks. In het eerste gedeelte gaat de schrijver de factoren na, waardoor mensen niet trouwen. Vervolgens hoe mensen tot een huwelijk komen en bespreekt daarna Gods leiding.
In het, tweede gedeelte gaat hij op vragen in van ongehuwden en gehuwden.
Er staat veel in, dat van harte beaamd kan worden, maar ook veel waarbij vraagtekens gezet moeten worden. Wie de gave van de onderscheiding heeft, zal stellig met dit boek raad weten. Er is veel van deze tijd in, er is veel psychologie in, maar er is m.i. te weinig van de Schrift in. Daarmee zijn de vragen niet onderschat, maar een diepere Bijbelse fundering gegund.
Werner Harenberg: Jesus und die Kirchen, Bibelkritik und Bekenntnis, ing., 224 blz., DM 10, 80. Kreuz-Verlag Stuttgart-Berlin.
In dit boek geeft de schrijver een uitwerking van de door hem in Der Spiegel gepubliceerde artikelen over de maagdelijke geboorte, wonderen, lijden en opstanding. Hij behandelt de grote controverse tussen de moderne en rechtzinnige theologen. Zelfs over de grondbegrippen is men het niet eens.
Het doel van dit boek is een bredere informatie te geven over de zaken, die in geding zijn.
In het eerste hoofdstuk laat Harenberg zien hoe de strijd, die aanvankelijk tussen professoren in de vakbladen gestreden werd, nu openbaar in de kerk van Duitsland is geworden. Het is een zaak van het kerkvolk geworden onder leiding van de beweging: Geen ander Evangelie! De strijd gaat voornamelijk over de opgestane Christus en zet zich voort over de praeexistentie, dfi godheid van Christus, zijn ontvangenis uit de Heilige Geest en zijn hemelvaart.
Barth is bereid met deze beweging mee te gaan, indien zij een gelijke actie ontketent tegen de atoombewapening van de Bondsrepubliek, tegen het antisemitisme en vóór de aanvaarding van de grenzen van 1945.
Is die bereidheid er niet, dan is het een dode en farizese belijdenis. Aldus Barth. In de praktijk betekent dit — dacht ik — dat Barth tegen is.
Verder vindt ge een rij citaten van voor- en tegenstanders, die aan duidelijkheid niets te wensen overlaten. Het gaat niet meer over de een of de andere visie, maar om de rechte leer of de dwaalleer. Een „gesprek" is nauwelijks mogelijk of de kerk moet tot een gehoorzaal verlaagd worden.
De moderne theologen waarderen het door de belijdenis-beweging geciteerde woord van Luther: „God is in al Zijn woorden, ja letters, waarachtig, wie er één niet gelooft, gelooft er géén", als bijgeloof. Zij hebben een ander woord van Luthèr bij de hand: „Alleen dat is Gods Woord wat naar Christus heendrijft".
Zo staat dus de zaak erbij: dwaalleer of bijgeloof!
De punten: geboorte, wonderen, geleden, gekruisigd, gestorven en opgestaan, worden breedvoerig besproken.
Zeer interessant zijn de interviews met Bergmann, Conzehnann, Künneth en Bultmann.
Algemene indruk? Een smartelijk boek! De grote vraag: Wat dunkt u van de Christus, wordt ook nu óf omzeild óf op allerlei wijze zo beantwoord, dat wij dit niet terug vinden in de Schrift. Smartelijk, omdat Christus blijkbaar de grote Onbekende is in Zijn eigen huis. Smartelijk omdat — naar het woord van Prof. Maarten van Rhijn — het Nieuwe Testament nog altijd de grootste martelaar is, waarop de theologen hun vivisectie toepassen.
Tegelijk is het een verblijdend boek. Niet alleen omdat de belijdenisbeweging: Geen ander Evangelie, voor de inhoud van dit Evangelie opkomt, maar vooral omdat de gemeenten in beweging komen en niet langer bedild willen worden door de elkaar tegensprekende inzichten van de theologen, maar willen staan voor en leven uit het geloof in de Christus der Schriften.
Als informatiebron is u dit boek zéér aanbevolen!
Katwijk aan Zee G. Boer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's