De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE VERZOENING IN HET NIEUWE TESTAMENT (5)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE VERZOENING IN HET NIEUWE TESTAMENT (5)

De beleving van de verzoening.

6 minuten leestijd

De beleving van de verzoening.

In het vorige artikel hebben we gezien, dat we alleen door het geloof werkelijk deel krijgen aan de door Christus gebrachte verzoening. Dit geloof stempelt het leven. Door dit geloof krijgen we deel aan Christus. Deze gemeenschap met Christus krijgt in het Nieuwe Testament grote nadruk. Het is de gemeenschap met het bloed van Christus. In verband met deze gemeenschap met Christus worden uitdrukkingen gebruikt als lijden, sterven, begraven worden met Christus. Deze gemeenschap leidt weer tot het deel hebben aan de opstanding van Christus in het nieuwe leven.

Vooral in Romeinen 6 : 1-11 wordt dit met Christus sterven en begraven worden praktisch uitgewerkt met het oog op het leven uit het geloof. Wie waarlijk gelooft in de verzoening door het bloed van Christus weet zichzelf „gestorven" en tot nieuw leven geroepen (vers 4). Daar wordt de dodelijke ernst van de wet erkend en de genade Gods ervaren als een geroepen worden uit de dood tot het leven (verg. Galaten 2 : 20). Dit geloven — deze gemeenschap met Christus — is het afleggen van de oude mens en het aandoen van de nieuwe mens (Colossenzen 3:9). Aan het vroegere leven komt een einde. Het is als een sterven, een scheiding van het zondig verleden. Daarom is na ontvangen genade een voortleven in dit oude leven — een bij de zonde blijven — onbegrijpelijk en verwekt tot toom. Zo sterk is de band der gemeenschap met Christus, dat wat Hem wedervoer allen wedervoer. Eén voor allen is gestorven, zo zijn zij allen gestorven (2 Corinthiërs 5 : 15).

Dit alles zegt Romeinen 6 in verband met de Doop: in de Doop wordt dit sterven met Christus en het opstaan met Christus beleefd als een werkelijkheid. Hieruit wordt duidelijk wat een belangrijke plaats dit sacrament in het Nieuwe Testament inneemt voor het verstaan en beleven van de werkelijkheid van de verzoening. Dit geldt niet minder van het andere sacrament het Avondmaal. We hebben reeds laten zien, dat Christus bij de instelling van het Avondmaal met enkele zeer duidelijke en diepgaande uitspraken over de betekenis van zijn sterven dit sacrament heeft gezet in het kader van de verzoening. Bij het Avondmaal wordt de gemeenschap van het bloed van Christus geoefend. De door Christus ingestelde sacramenten zijn onmisbaar bij de beleving van de verzoening.

Als volgende belangrijke punt mogen we er dan op wijzen, dat de door Christus gebrachte verzoening niet alleen betekenis heeft voor de verhouding tussen God en de mensen, maar ook in de verhouding van de mensen onderling. Het geloof in de verzoening door Christus van onze eigen zonden heeft zijn consequenties voor onze omgang met onze naaste.

We hebben er reeds op gewezen, dat door de verzoening het onderscheid tussen Israël en de volkeren is opgeheven in die zin, dat nu tot alle volkeren het evangelie der verzoening komt. (Efeziërs 2 : 11-22): Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus. Ten aanzien van de verzoening is er geen onderscheid tussen welk ras of volk ook. Het Nieuwe Testament predikt de principiële gelijkheid van alle mensen voor Gods aangezicht: oden en Grieken zijn allen onder de zonde (Romeinen 3 : 9), in Christus is noch Jood noch Griek (Galaten 3 : 28).

Het offer.

Bij de uiteenzettingen, die we in het Nieuwe Testament vinden over de christelijke levenswandel, wordt vaak gesproken over het offer, waartoe we geroepen worden, waarbij dan het offer van Christus als „voorbeeld" geldt.

Een van de meest duidelijke teksten in dit verband is Romeinen 12 : 1: Ik vermaan u dan broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig, Gode welbehaaglijk offer: it is uw redelijke godsdienst. In het vervolg van dit hoofdstuk maakt Paulus duidelijk, waarin dit offer dan bestaat: e moeten ons hart openstellen voor de louterende werking van Gods Geest; dit leidt tot een ootmoedige levenshouding en betoning van de onderlinge liefde en de liefde tot de vijanden. Dit is de „redelijke eredienst". De tempel is weggevallen nu heel het leven van de christenen tot een tempel wordt. In dit leven brandt het gedurig offer — niet dat der verzoening, want dat is eens en voor altijd gebracht — maar dat der dankbaarheid. Het leven als een offer zien betekent zelfverloochening. In Filippenzen 2 roept Paulus de levensgang van Christus in herinnering, die zichzelf ontledigde en de gestalte van een dienstknecht aannam en zich vernederd heeft tot de dood van het kruis. Dit moet de gemeente ertoe brengen ontfermend en barmhartig te zijn, één in liefdebetoon, één van ziel, één in streven zonder zelfzucht of ijdel eerbejag, maar in ootmoedigheid achte de een de ander uitnemender dan zichzelf (vers 2). De verzoening wordt beleefd in het offer van zichzelf.

De gedachte van het offer wordt in velerlei zin uitgewerkt. Het kan in een bepaald verband een geldelijk offer zijn: e liefdegaven van de Filippenzen noemt Paulus een welriekend, een aangenaam. God welgevallig offer (Filippenzen 4 : 18). Maar het kan ook zijn het geven van zijn leven in de dienst van Christus (1 Thessalonicenzen 2 : 8, 2 Corinthiërs 12 : 15, Romeinen 9 : 3). Tussen deze beide: et offer van ons geld en van ons leven, ligt de gehele scala van mogelijkheden voor de christen, die geleerd heeft te leven van de verzoening van Christus, deze verzoening te beleven in het offer, waartoe hij bereid is. Deze bereidvaardigheid tot het offer wordt niet gezien als een nieuwe wet, maar als een genadegave van de Heilige Geest. Wij mogen offeren: et is een genade als men leert zichzelf te verloochenen. Zo staande in de wereld zal de gemeente tot een grote zegen zijn.

Samenvatting.

Wie het Nieuwe Testament vraagt naar de betekenis van de verzoening merkt weldra, dat hij bezig is met het hart van het evangelie. Het Nieuwe Testament predikt niet anders dan dat in Christus de Schriften vervuld zijn. De betekenis van de dood van Christus wordt dan ook duidelijk gemaakt met het Oude Testament, vooral met het hoogtepunt van het spreken van het Oude Testament over de verzoening: de liederen van de Knecht des Heren, in het bijzonder Jesaja 53. De dood van Christus die gezien wordt als een offer en losprijs verzoende God met de mensen en de wereld. Het is Gods ondoorgrondelijke genade, dat Hij Zijn Zoon heeft gegeven. De dood van Christus was de vervulling van de gerechtigheid Gods.

Deze door Christus volbrachte verzoening wordt door de Geest in de wereld bediend. De Geest maakt hierbij gebruik van mensen, die het evangelie der verzoening prediken aan alle volken zonder onderscheid.

De prediking van het evangelie vraagt geloof. Zonder geloof is er geen gemeenschap met Christus en geen deelhebben aan de verzoening.

Het geloof in Christus is sterven en opstaan met Christus. Dit wordt verzegeld in het sacrament van de Doop en het Avondmaal.

Het geloof in Christus betekent gemeenschap met Christus, gemeenschap aan Zijn lijden, vernedering, liefde. Het deelhebben aan de verzoening betekent dat dit het stempel van het offer legt op het ganse leven van de gemeente en het persoonlijk leven. Dit offer kan betekenen het geven van het leven in de dienst van Christus. Maar in dit alles weten we ons gedragen door de genade en de liefde van Hem, die ons tevoren heeft liefgehad.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE VERZOENING IN HET NIEUWE TESTAMENT (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's