Een vreemde folder
„Theologie studeren: een uitdaging in deze tijd", zo luidt het opschrift van een folder, in drie kleuren gedrukt, die dezer dagen door de Commissie voor het Theologisch Hoger Onderwijs van de Nederlandse Hervormde Kerk werd toegezonden aan de kerkeraden. Bij deze uitgebreide folder was ingesloten een aanplakbiljet met het verzoek dit „op de deur in het portaal van uw kerk of uw wijkgebouw te willen bevestigen en de folder op uw boekentafel te willen leggen". Dit alles „ter werving van studenten in de godgeleerdheid".
In de eerste plaats lijkt het mij een wonderlijke zaak, dat de Kerk een oproep doet tot „theologie studeren" en niet, wat toch haar enige doel kan zijn: predikant te worden. In de folder zelf staat te lezen, dat vrijwel de enige mogelijkheid, die de theologische studie voor later biedt, het ambt van predikant is. Wat nu op de voorgrond is gebracht is het middel, maar niet het doel, en dat lijkt mij een riskante zaak. Waarom zal men jongelui warm maken om theologie te studeren, als er geen roeping is tot het ambt? Waarom zal men ze een weg wijzen, die aan het einde dood loopt? Ik meen, dat men, bij de nood aan predikanten van heden, beter had gedaan met een oproep tot voorbede opdat jongeren geroepen zouden worden tot het ambt van Dienaar des Woords. Of dat men uiteengezet had wat het predikantsschap behelst. Ik dacht, dat in het Formulier voor de bevestiging van de Dienaars des Woords dat in vier stukken duidelijk werd omgeschreven, en dat het Formulier niet voor niets daaraan toevoegt: „uit deze dingen kan men zien, welk een heerlijk werk het Herdersambt is". En dan kan men overgaan tot uiteenzettingen aangaande de theologische studie. De reis van de studie is ondergeschikt en afhankelijk van de begeerte het doel van die reis te bereiken. De theologische studie is een latere zaak dan de roeping. Maar over die primaire zaak van de roeping wordt in deze folder gezwegen.
In de tweede plaats is het een vreemde zaak te lezen waaróm men zich tot de studie in de theologie zou zetten. Het antwoord wordt in grote (rode) letters op de folder gegeven: „een uitdaging in deze tijd". Een raadselachtig antwoord. Een uitdaging, dat is dus het doel van deze studie. Maar: uitdaging van wie, uitdaging waartoe? Aan de binnenkant van de folder vindt men het antwoord: „in het overbruggen van de kloof tussen wereld en kerk". Want: „één van de eisen is dat de studenten in beide werelden geworteld zijn". Als ik het dus goed begrijp is het doel van theologie studeren (en van het ambt waar die studie immers op voorbereidt): het overbruggen van de kloof tussen wereld en kerk. Ik vind dit een vreemd geluid. Ik meende, dat het enige doel moest zijn door Gods kracht als instrument gebruikt te worden tot bekering van de wereld. Ik meende ook, dat de eis niet was „in beide werelden geworteld te zijn", maar „geworteld en opgebouwd in Hem", in Jezus Christus alleen, zoals de apostel Paulus ons voorhoudt in Col. 2 : 7. Dat is wel totaal iets anders.
In de derde plaats verwonder ik mij er over te lezen welke mensen voor de theologische studie (en dus het ambt) geschikt worden geacht. Met grote zwarte letters zegt de folder over een breedte van twee kolom: Theologie vraagt de beste koppen en de sterkste karakters". Ik wrijf mij de ogen uit als ik dat lees. Ik vraag mij af wat de apostel (en theoloog!) Paulus van zo'n opmerking zou vinden, de man die zichzelf beschreef als een „ellendig mens" (Rom. 7 : 24). En Petrus. En David. En al die dienaren in Gods Koninkrijk. Al die theologen en ambtsdragers. En ik, plattelandslandsdominee, die helemaal geen „beste kop" heb maar een kop vol zonde, en die helemaal geen sterk karakter heb, maar dagelijks en soms nog vaker moet bidden: verlos mij van de boze". Moet ik die folder ophangen? Ik dacht, dat theologische studenten en alle dominees hun werk deden niet op grond van enig goed in zichzelf, maar uitsluitend op grond van het goed buiten zichzelf. Ik dacht, dat de dienstknechten in de gelijkenis van de talenten werkten niet met hun beste kop en hun sterke karakter, om daarmee winst voor de Heere te maken, maar met het van buiten, van Boven aangereikte talent, met Gods gave. En in de gelovige omhelzing van die gave. Ik dacht, dat theologie en ambt mogelijk waren, nooit of te nimmer, op grond van iets in ons, maar op grond van de genade buiten ons. Niet voor niets sprak Jozef: het is buiten mij" (Gen. 41 : 16).
Tenslotte zou ik willen vragen waarom in deze folder van de elf scribenten die er een bijdrage aan leverden, niet één uit de „gereformeerde gezindte" is. Ik mag toch veronderstellen, dat deze folder zowel namens als tot de gehele Nederlandse Hervormde Kerk is gericht? Waarom dan dit eenzijdige geluid door mensen die zo oecumenisch willen zijn? En, last but not least, zou ik de enige zijn die het vreemd vindt dat in de ongeveer 7000 woorden die in deze folder aan de theologie worden gewijd, de naam van Jezus Christus niet één keer voorkomt? Is deze folder, en de geest die eruit spreekt, niet ver verwijderd van de apostel Paulus, die de Corinthiërs schrijft: Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd"? (1 Cor. 2:2). Gaarne hoop ik, dat vele jongeren tot het ambt van Dienaar des Woords getrokken zullen worden, maar niet, zoals de Romeinen zeiden „tali auxilio", niet langs de weg van deze folder.
Kamerik J.J. Poort
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's