De wedergeboorte 2
Nu de middelen, waardoor Hij dat doet. Hij doet dat door het Woord. De wedergeboorte staat in nauwe betrekking tot de roeping, waarover wij de vorige keer hebben gehandeld. De Heilige Geest paart Zich aan het Woord, dat Woord dat Hem lief is, wat Hijzelf heeft ingegeven aan de heilige mannen Gods, wat Hem dus van A tot Z vertrouwd is. Dat Woord gaat Hij begeleiden, dat Woord gaat Hij hanteren. En nu kan dat op tweeërlei wijze, het kan zijn door het spreken Gods, incidenteel. Het kan ook zijn door de bediening van het Woord, zoals de Kerk die ontvangen heeft van den Geest, van Christus, om namelijk het Woord te prediken.
De belijdenis legt er de nadruk op, dat er bijzonder verwacht moet worden, dat het door de prediking geschiedt. Er zijn twee belangrijke Bijbelse getuigen, door een persoonlijk spreken Gods, door een persoonlijk spreken van den Vader, en van Christus tot het nieuwe leven gekomen. De mannen die ik bedoel zijn Abram uit het Oude Testament, en Paulus uit het Nieuwe Testament.
En dan denken wij aan de genade die God geeft, soms aan jong geboren kinderen, zelfs nog aan mensen vóór hun geboorte. Wij denken aan Johannes de Doper, die opsprong in de schoot van zijn moeder, als de groetenis van de moeder des Heeren tot zijn moeder kwam; die daarin duidelijk bewees de genade van God te bezitten van de moederschoot af aan. Wij denken aan Jeremia, die zijn roeping van de moederschoot af aan gehad heeft, dat is dus ook de genade van de moederschoot af aan gehad heeft. Daar is de Geest Gods dus vrij om bij de geboorte, zelfs vóór de geboorte genade mede te delen. Hier is niet de prediking, maar het rechtstreekse handelen Gods het middel tot wedergeboorte. De Heilige Geest is vrij in de manier waarin Hij het Woord Gods indraagt in het hart.
Onderschat ook niet de gebeden van vrome ouders, het Woord Gods waarbij zij leven, de dienst Gods waarbij zij leven. Gods Geest kan van een moeder, die in verwachting is, een bijzondere zegen doen uitgaan op het zaad dat zij draagt. 212 Wij moeten met de nodige discretie deze dingen behandelen. Wij staan hier voor de teerste dingen, en voor de diepste geheimen van het leven, die wij tenslotte niet in onze handen hebben; waar wij eenvoudig en eerbiedig naar kunnen tasten in wat de Bijbel ons daarvan leert.
Intussen, de gewone orde Gods is dat het geloof gewekt wordt door de prediking. Ik wijs u op het hoofdstuk van de wedergeboorte, Johannes 3, waar een leraar in Israël aangesproken wordt over dit onderwerp, onderwezen wordt in dit onderwerp. Daar ziet u dat de wedergeboorte in verband met het geloof gebracht wordt, in verband met Christus gebracht wordt, in verband met de prediking gebracht wordt. Mozes wordt voorgesteld, die de slang verhoogd heeft in de woestijn, opdat een ieder, die geloven zou, niet verderven zou, maar het leven zou hebben. Daar wordt eveneens als het ware in de prediking omhoog geheven de Heere Jezus Christus aan het kruis, als de slang verhoogd. En alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn Eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft niet verderve, niet verloren ga, maar het eeuwige leven hebbe. Daar wordt dan de wedergeboorte in verband gebracht met het geloof, het geloof in Christus, en dus met de voorstelling van Christus, de verhoging van Christus aan het kruis, in de prediking. Als de Kerk het Evangelie verkondigt, houdt ze als het ware het kruis omhoog, opdat de gewonden, de ten dode gewonden, de van de slang gebetenen, op zouden zien en het leven beërven te midden van hun dood.
Het behaagt de Heilige Geest zalig te maken, tot het leven te wekken door de prediking van het Woord, door de prediking van het Evangelie, door de prediking van Christus. Een eenvoudige zaak.
Als iemand op de kansel staat, dan heeft hij niet het leven in zijn hand, om dat aan de gemeente te geven; maar wel mag hij hanteren het middel, wat de Heilige Geest behaagt te gebruiken, om het leven te schenken. Zo wordt de Kerk, zo wordt de prediking van het Evangelie het middel tot zaligheid, waardoor men tot leven komt. En zo wordt de Kerk als een moeder die baart.
Zo zegt Paulus tot één van zijn gemeenten, dat hij z; e arbeidt te baren, zoals een vrouw in arbeid is, en in moeite is, om een kind ter wereld te brengen. Zoveel zorg brengt het mee voor de Kerk, als een rechte moeder, om haar kinderen te baren. Dit is een nevengedachte, die ik haastig weer loslaat, want het gaat mij hoofdzakelijk om de Heilige Geest, die het doet, maar dan toch door de prediking.
En nu werkt de Heilige Geest, onwederstandelijk. Is dat zo dat de Heilige Geest niet wederstaan kan worden in dit werk? Bij de prediking wordt gezegd in de gelijkenis van het Zaad in de akker dat er drie mogelijkheden zijn om tot onvruchtbaarheid te geraken. Men kan op drieërlei manier het Woord Gods als het ware verijdelen voor zijn hart en voor zijn leven. Men moet niet zeggen, dat het afhangt van de Godsvrucht van de prediker, want de Heere Jezus Zelf in Nazareth heeft geen wonderen kunnen doen vanwege het ongeloof van de mensen. En wat dunkt u van de prediker Mozes, die 40 jaar lang het Woord Gods verkondigd heeft. En dan staat er van zijn volk, waar hij voor in de bres getreden is, waar hij beloften voor gekregen heeft, dat dit volk het land zoude beërven: „En in het merendeel van hen heeft God geen welgevallen gehad, en ze hebben niet kunnen ingaan vanwege hun ongeloof." Is de Geest Gods onwederstandelijk, of is Hij wederstandelijk; is de genade Gods te weerstaan, of is ze het niet? De prediking wel, maar de Geest Gods niet. Zodra de Geest Gods Zich paart aan het Woord, zodra de Geest Gods dat Woord door wat de oude theologen noemden de inwendige roeping, (ik las dat prof. dr. A. G. Honig deze zelfde wijze van redeneren volgt) indraagt in de harten, is dat onwederstandelijk. Al zou iemand zijn nog zo verhard, nog zo wederspannig, nog zo boos van aard, dat hij zelfs het Evangelie weerstaat, als de Geest Gods komt, en dat Woord in zijn hart legt, dan is daar geen verweer tegen. De Geest Gods werkt inderdaad onwederstandelijk, en Hij doet wat Hem behaagt, en Hij doet naar het welbehagen van den Vader; en Hij doet naar de koopprijs van de Heere Jezus Christus voor zondaren. Hij doet een werk dat insluit in het geheel van het heilswerken Gods, van de Vader, van de Zoon, daarin voegt de Heilige Geest Zijn onwederstandelijke werk. Zodat we zeggen kunnen dat, als de Geest Gods het Woord indraagt, iemand wedergeboren wordt.
Waarin bestaat wedergeboorte? Het bestaat in de eerste plaats in de verlichting van het verstand. Ons verstand is verduisterd door de zonde, wij verstaan veel dingen, maar wij verstaan „de dingen" niet meer. De Geest Gods begint daar waar het beeld Gods bij begon, want Hij gaat herscheppen zoals we zostraks hoorden.
Men gaat verstaan de dingen die des Geestes Gods zijn, en men gaat verstaan de dingen die van boven zijn, men gaan verstaan dat God is, dat God bestaat. Een geweldig ding als men komt te staan voor deze onomstotelijke werkelijkheid van het geloof: God is. God bestaat. Dat is de ontdekking van uw leven. Daar begint het geloof. Als u dat gaat verstaan: „Er is een God tegen wie ik gezondigd heb". Voor het eerst gaat de Bijbel voor u open, en ge gaat de Bijbel zien als een boek van God geschreven door de Heilige Geest. Dan valt toch zo al uw kritiek u uit de handen, en dan krijgt ge zo'n eerbied voor de heilsopenbaring Gods, voor dit gewrocht door de Heilige Geest. Ge gaat uw Bijbel lezen. Als ge naar de kerk gaat, dan gaat ge anders naar de kerk, om Gods Stem te horen. God te kennen. Zijn Woord te kennen. Als de Geest Gods ons vérstand verlicht, dan gaan wij de dingen zien waar het om gaat; ons oog gaat open voor de brede weg, voor de smalle weg, onze ogen gaan open voor die enge poort, die we door moeten om zalig te worden. Dan komt het aarzelend, net als bij Nicodemus: „Hoe kunnen deze dingen geschieden? " De eerste stralen van het licht gaan op in dat duistere verstand, en u zult merken, dat u uw leven nodig hebt om er meer van te leren zien, om er meer van te Ieren vatten. Het is die trouwe Geest, Die niet bij de aard des geloofs blijft staan, maar Die verder gaat om u de Schriften te onderwijzen, om u in al de Waarheid te leiden, om u in Christus te leiden, tot het geloof te leiden en straks aan Christus over te geven. Die u aan den Vader zal overgeven. Het verstand wordt verlicht tot al déze dingen, maar u hebt ze niet tegelijk in uw hand, dat is een licht, wat gestadig doorbreekt. Denkt aan de blindgeborene, wiens ogen open gingen, en dan leest ge van die man, dat hij de mensen als bomen zag wandelen. Dan weet iemand niet wat hij ziet.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's