De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE BETEKENIS VAN HET HEILIG AVONDMAAL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE BETEKENIS VAN HET HEILIG AVONDMAAL

6 minuten leestijd

VI.

Wij hebben de vorige maal sterk de nadruk gelegd op het belofte-karakter van het Avondmaal. Dit is nodig, opdat de nauwe samenhang tussen Woord en Sacrament gehandhaafd worde en deze twee niet ver uit elkander komen te liggen, zoals zo menigmaal het geval is.

Ik kom nog even terug op het eerder reeds genoemde tweede hoofdstuk van boek drie van de Institutie. Calvijn zegt daarin, dat het karakter der beloften er niet door verandert, dat de goddelozen, door gemeenlijk de voor hen bestemde beloften te versmaden, zich een grotere wraak op de hals halen. Want, zo zegt hij, ofschoon de weldadigheid der beloften zich eerst openbaart, wanneer ze geloof bij ons gevonden hebben, wordt toch hun kracht, en eigenaardigheid door ons ongeloof of onze ondankbaarheid nooit uitgeblust.

We hebben ook onderstreept, dat God de Here het Zelf is. Die als de handelende Persoon vooropgaat.

Hij leert ons opdat wij onderwezen worden.

Zijn onderwijs is daarbij van uitermate praktische betekenis. Want als Hij ons leert, dat onze volkomen zaligheid in de enige offerande van Christus staat, die voor ons aan het kruis geschied is (Heid. Cat., vr. 67), dan bedoelt Hij daarmede niet een koud theoretisch onderwijs, maar is dit gericht op de eigen praktijk van het geloofsleven, dat hoe langer hoe meer ertoe geleid moet worden z'n vastheid niet in zichzelf te zoeken, maar in het volbrachte werk van Christus.

God de Here is het ook. Die de zekerheid Zijns heils schenkt en Zich daartoe bedient van deze zichtbare tekenen, om ons tegemoet te komen. Hij is het ook. Die niet alleen óns roept om te gedenken. Maar Hij is het. Die door deze Tafel aan te richten, ons verzekert, dat Hij gedenkt.

In 1961 heeft ds. L. Blok in het Herv. Evangelisatieblad een reeks artikelen geplaatst over de deelname aan het H. Avondmaal. Hij zegt in het nr. van mei 1961, dat men in de loop van de tijd, „de sacramenten heeft overbelast naar de menselijke kant, naar wat de mens doet". In de sacramenten, zo zegt hij, verzegelt God Zijn genade-beloften en niet onze genade-staat, niet ons gelovig zijn of bekeerd zijn. Hij verwijst dan naar Genesis 9, waar God de Here zegt (vs. 16): „als deze boog in de wolken zal zijn, zo zal Ik hem aanzien, om te gedenken aan het eeuwig verbond tussen God en tussen alle levende ziel, van alle vlees, dat op de aarde is". Hij vestigt er de aandacht op, dat God niet zegt: als de boog in de wolken staat, gedenk dan aan uw plicht om aan Mijn verbond te gedenken (wat natuurlijk onze roeping is), maar dat het staan in de wolken van de boog in de eerste plaats een bewijs is, dat God aan Zijn verbond blijft gedenken.

Zo is het ook bij de H. Doop en bij het H. Avondmaal. Wanneer deze sacra­menten worden bediend verzekert de Here: „Ik gedenk nog steeds aan Mijn beloften. In het bloed van Christus wordt nog vergeving aangeboden en geschonken. Kom dus met uw hart tot Mij; kom ook met uw hart tot Mijn Dis."

Ik meen, dat ds. Blok ons hier op één van de troostrijke zijden van het Avondmaal wijst. Het is een gedachtenismaal. Maar ons gedenken heeft tot achtergrond: Hij gedenkt in eeuwigheid aan Zijn verbond" (Ps. 105 : 8).

De inhoud der belofte is in de eerste plaats die van de vergeving. Het Evangelie, ook in zijn zichtbare vorm, is bestemd voor zondaren, die het door Gods genade met een meer dan theoretische kennis weten, dat zij zondaren zijn, schuldig staan, scheiding hebben teweeggebracht tussen de Here en zichzelf. Het Avondmaal zoekt de gelovige in zijn schuld en zonde. Niet in zijn vroomheid en godsvrucht, maar in zijn overtuiging van onwaardigheid.

Daarom zegt de Here Jezus Zelf bij de inzetting van het H. Avondmaal: „Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed, dat voor u en voor velen vergoten wordt tot vergeving der zonden."

Zoals de Doop ons de onreinheid onzer zielen aanwijst, opdat wij vermaand worden een mishagen aan onszelf te hebben, ons voor God te verootmoedigen en onze reinigmaking en zaligheid buiten onszelf te zoeken, zo is het ook bij het H. Avondmaal. Het Avondmaalsformulier vermaant ons dan ook onze zonden en onze vervloeking bij onszelf te bedenken, opdat wij onszelf mishagen en ons voor God verootmoedigen. Bij de motivering wijst het formulier op de bittere en smadelijke dood des kruises, die God Zijn lieve Zoon Jezus Christus deed ondergaan.

Ook hier blijkt hoe beide sacramenten eenzelfde inhoud hebben omdat zij samenvattingen zijn van dezelfde boodschap van zonde en genade.

De verzekering van de vergeving der zonden blijft nodig ook na „ontvangen genade", omdat de zonde maar al te zeer blijft doorgaan, zij het ook in gebroken kracht. De plant van het geloofsleven wordt gehinderd door al het onkruid, waartussen het is opgegroeid. Het geloofsleven heeft alles tegen: het koude klimaat van deze wereld, de nederlagen in de strijd tegen de duivel, de wereld en ons eigen vlees. Pas wanneer de tropische plant in het eigen klimaat wordt overgezet, kan zij tot onbelemmerde bloei komen.

Zo lang blijft de strijd van Rom. 7. Blijft het „groter zondaar worden, ook bij minder zonde doen". En daarbij zijn ernstige afdwalingen en misdragingen, al of niet zichtbaar, geenszins uitgesloten.

Daarom blijft de bekering nodig met „inkeer, afkeer en wederkeer". Maar blijft ook de noodzakelijkheid van de herhaalde bezegeling van de vergeving.

Die vergeving is een wonderlijke zaak. Wij kunnen er daarom grote moeite mee hebben. Het betekent, dat hetgeen door ons nooit ongedaan gemaakt kan worden, toch ongedaan gemaakt wordt. Het onherstelbare wordt hersteld, doordat bij God mogelijk is, wat bij ons onmogelijk is.

En als dan de vraag rijst, of de overtreding dan niet gestraft moet worden, wijst de Here door de tekenen van het gebroken brood en de vergoten wijn tot onze beschaming en tot onze vertroosting naar de verzoening, die op Golgotha is aangebracht.

En Hij stelt op d' eigen stonde al de gruwel van de zonde, al Zijn zondaarsmin ten toon. (Da Costa).

Het gebroken brood en de vergoten wijn roepen de verslagen zondaar toe: „Zie het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt." Het brood, dat onze zielen te eten krijgen, is „genade-brood". Dat is verootmoedigend. Maar het is voor de hongerige een zaak van verwondering en verzadiging.

Die genade krijgt zelfs de vaste vorm van het verbond der genade. En de gemeente wordt geroepen om dat verbond te vernieuwen. Maar alleen, omdat de Here Zelf telkens opnieuw komt met de tekenen en zegelen van Zijn genade-verbond.

De Here roept Zijn kinderen, de groten èn de kleinen, samen aan Zijn tafel. Hij gaat voorop. Want Hij richt de tafel toe. Daarom mogen „verloren zonen" komen, hoewel zij „onwaardig" zijn en dit gevoelen en belijden, om de bezegeling van hun kindschap door het zitten aan Zijn tafel te ontvangen.

De spijze en drank, waaraan de Gastheer aan Zijn tafel deel geeft, zijn niet minder dan het verbroken lichaam en vergoten bloed van de Here Jezus Christus. Het verootmoedigde hart zal menigmaal aarzelen daar de hand op te leggen. Maar de Here Zelf zegt: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u verbroken wordt.

(Wordt vervolgd).

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE BETEKENIS VAN HET HEILIG AVONDMAAL

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's