De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De boodschap der verzoening in de geschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De boodschap der verzoening in de geschiedenis

Genoegdoening nodig

9 minuten leestijd

II.

Genoegdoening nodig.

Waarom moest God mens worden? Dat is de vraag die aan Anselmus gesteld wordt met een groot aantal argumenten, die moesten duidelijk maken dat de komst van Gods Zoon in het vlees een gebeuren was, dat in strijd was met wat wij mensen verstaan onder goddelijke almacht en wijsheid.

In zijn antwoord wijst Anselmus op een andere vraag: wat is de grootste nood van de mens? Dat is niet het overgeleverd zijn aan dood en verderf, maar veelmeer het onderworpen zijn aan schuld tegenover God. Het is niet hoog genoeg te waarderen, dat deze kerkleraar hierop de nadruk heeft gelegd, waardoor het werk van Christus in zijn opvattingen meer in bijbels licht is gekomen dan het tevoren was.

Genoegdoening nodig.

We zagen de vorige keer, dat de zonde van de mens is, dat hij Gods eer tekort heeft gedaan d.w.z. hij heeft Gods plan vernietigd. Met gehoorzaamheid alleen kan de mens dat niet in orde maken. Daarmee is het gedane niet weggenomen. God moet de zonde straffen of Hij moet genoegdoening ontvangen. Het eerste is niet goed mogelijk, want daarmee zou het verwerkelijken van de hemelstad, de vervulling van zijn scheppingsplan voor goed onmogelijk zijn. Daarom moet er genoegdoening gegeven worden. Dat is niet zomaar iets extra's geven zonder verband met gedane onrecht. Neen, herstel van het stuk gemaakte, dat is nodig.

Kan God het nu niet in orde maken door uit barmhartigheid alles te vergeven? Weer doet de leerling een beroep op Gods goedheid.

Moet er nu echt genoeg-gedaan worden, moet er echt betaald worden? Anselmus geeft een prachtig antwoord: „Zolang hij niet betaalt, blijft de vraag of hij betalen wil of niet. Indien hij zal willen doen wat hij niet kan, blijft hij onbevredigd; wil hij echter niet, dan blijft hij onrechtvaardig."

Het is opmerkelijk, dat veel mensen de gedachte alleen al van betalen, van goed-maken, van genoegdoening-geven met afschuw afwijzen als in strijd met Gods grootheid en liefde, terwijl de bijbel zo duidelijk spreekt over het ontvangen van de gunst des Heren door berouw, offer en gehoorzaamheid. Terwijl ook na de laatste oorlog de rechtsgeleerden b.v. gezien hebben, dat de schuld voor een overtreding alleen wordt opgeheven door schulderkenning, daarenboven een handeling van weer goed maken en een bijzondere daad tot herstel van de gebroken relatie. Dat gaat niet zomaar. En de opmerking van Anselmus heeft nog altijd waarde voor schuldige mensen: als er geen goedmaken bij is, blijf je onbevredigd en als je dat niet eens wil, blijf je onrechtvaardig!

Meer hierover kunt u lezen in het boekje van prof. dr. A. F. N. Lekkerkerker: „Het evangelie van de verzoening."

Christus doet het nodige.

„Hoe wordt de mens dan zalig, indien hij zijn schuld niet kan betalen en zonder betaling niet behouden kan worden? "

Anselmus antwoordt: „Dit moet gij van hen vragen, die geloven dat Christus niet noodzakelijk is om dat heil de mens deelachtig te maken." Wat een raak gezegde! Maar hij laat zijn leerling niet in de steek en in het vervolg van zijn boekje gaat hij uitleggen, waarom het werk van de Here Jezus het antwoord is op de grootste nood van de mens n.l. op zijn schuld.

Gód alleen kan zijn plan voleindigen, de mens echter zal het moeten doen. Daarom werd God mens. Vrijwillig, uit onveranderlijke goedheid kwam Gods zoon op onze aarde om dat te doen wat nodig was om het huis van God vol te laten worden.

En wat kwam Hij doen? In de grootste pijn en onmacht tot de dood toe strijden met Gods vijand en zo aan God de eer geven. Door deze vrijwillige gehoorzaamheid zou de weg vrij worden voor de zijnen om de open plaatsen in de hemelstad in te nemen.

Geen bezwaren?

Tot zover de weergaven van de gedachten van deze kerkleraar. Is er niets op aan te merken? Mogen we dat van een theoloog verwachten? Er zijn tekortkomingen. Om er enkele te noemen: het werk van Christus wordt beperkt tot zijn sterven; zijn mens-worden is niet ernstig genoeg genomen, zoals b.v. blijkt uit het feit, dat Anselmus meende, dat Jezus net deed alsof Hij niet alles wist: de redeneringen zijn weleens te schools. Jammer is dat hij Gods liefde en 's mensen zonde niet heeft gepeild in het leven en sterven van de Heiland. Hij spreekt dikwijls over deze werkelijkheden buiten Christus om, terwijl toch de bijbel vanuit Hem hierover spreekt.

Maar dit alles neemt niet weg, dat hij de kern van de bijbelse boodschap naar voren heeft gebracht: de grootste nood van de mens is zijn schuld; genoegdoening is nodig, want anders is er geen bevrijding en geen herstel van de gemeenschap; dit is slechts in orde te krijgen door plaatsvervanging. Daarom werd God mens!

Reacties.

Er zitten dus zwakke punten in het betoog van Anselmus en er zijn uitspraken die gemakkelijk misverstand kunnen wekken. Het is daarom geen wonder, dat er al spoedig een weerwoord kwam. Vooral echter — laten we dat goed zien — werden deze reacties geïnspireerd door de kern van het betoog, door de gedachte van plaatsvervanging, door het stellen van de noodzaak van genoegdoening. Dat is immers de ergernis van het evangelie.

Een jongere tijdgenoot van voornoemd kerkleraar was de eerste die reageerde. Zijn naam was Abaelardus. Hij was het met Anselmus eens, dat de komst van Christus veroorzaakt was door de zonde van de mens. Alleen dacht hij anders over het karakter van de zonde. Een daad kan pas zondig genoemd worden als het met vrije toestemming gebeurd is. Hiermee vervalt in feite de erfzonde. Nu blijkt echter uit Gods Woord, dat de mensen allen onder het oordeel van God leven. Hoe is dat mogelijk, want God is toch niet wreed? Dat moet betekenen dat er reeds vóór het bewuste verzet tegen de wil van God al iets aan de hand is. Dat geeft Abaelardus toe, waarmee hij toch eigenlijk plaats maakt voor de werkelijkheid van de erfzonde.

Deze tegenstrijdigheid komen we uiteraard ook tegen in zijn visie op het werk van Christus. Het optreden van de Heiland ziet hij vooral als het betonen van liefde, waardoor bij de mens wederliefde gewekt wordt. Wij komen toch nog tekort vanwege datgene wat we erfzonde zouden kunnen noemen — de zondige begeerte, die we meekrijgen. Deze kan vergeven worden door de verdienste van Jezus, die Hij verkregen heeft door zijn overgrote naastenliefde.

Waar gaat het om?

Voordat we nog enkele vertegenwoordigers willen noemen van deze zienswijze, willen we eerst zien waar het in deze strijd om gaat. Het punt blijkt telkens weer te zijn: welke betekenis heeft de Here God in het verzoeningswerk? Is God het subject, het onderwerp van de verzoening, van wie alles uitgaat, terwijl dit werk zich alleen richt op de zonde van de mens? Of is de spits van de verzoening gericht op God?

Abaelardus en de zijnen kijken ons met afschuw aan: hoe kun je nog de laatste vraag stellen? Dat is een heidense gedachte. Alsof Gods gedachten veranderd moeten worden door b.v. offers van de mens. Alsof de gunst van God verkregen kan worden door goede werken. De bijbel wil daarvan toch ook niets weten!

Helemaal akkoord. Maar is de Bijbelse boodschap te vatten in de uitspraak: God die enkel liefde is, strekt in Christus zijn handen naar ons uit en zegt dat alles in orde is, waardoor Hij bij ons wederliefde opwekt? Maar de schuld dan? En Gods toorn over de zondaar? En kan de zonde met een enkel besluit uit een mensenleven gebannen worden? Nog een vraag: waarom moest Jezus op zo'n verschrikkelijke manier lijden en sterven?

Deze vragen maken het toch wel moeilijk om alleen maar te spreken over Gods grote liefde, die de mens uit een groot misverstand verlost en zo tot dankbare wederliefde brengt. Zo dacht een theoloog uit de vorige eeuw erover n.l. A. Ritschl.

Overigens blijkt telkens weer, dat deze theologen toch niet afkomen van belangrijke Bijbelse noties als erfzonde, schuld, goddelijke toom e.a., waardoor hun opvattingen toch weer iets tegenstrijdigs hebben. Dat zagen we straks bij de weergave van de mening van Abaelardus.

Een ander voorbeeld.

Op een indrukwekkende manier komen deze gedachten aan de orde bij een Duitse geleerde uit de vorige eeuw genaamd E. Kühl (Die Heilsbedeutung des Todes Christi 1890). Hij acht de dood van Christus noodzakelijk, omdat de prediking van Johannes de Doper, van Jezus en van de discipelen geen bekering bracht. Wij zijn zo onboetvaardig, dat we pas reageren op deze hoogste openbaring van Gods liefde. Dus niet om God maar om onzentwil moest Christus zo ver gaan!

Als nu echter de mens zich bekeert onder de indruk gekomen van het sterven van Christus aan het kruis, zit hij nog met de schuld uit het verleden. Die kan hij zomaar niet van zich afschudden. Hij kan die echter wel kwijtraken om willen van de dood van Christus. Die dood heeft namelijk heilswaarde, omdat zij als enig middel in staat bleek zoveel invloed op de zondaar uit te oefenen, dat hij zich bekeert. Dit had God tevoren gezien en daarom had de Here er heilswaarde aan verbonden, waardoor een gelovige ook van zijn verleden bevrijd kan worden.

Kühl wil blijkbaar niets weten van de mening van voornoemde Ritschl, die slechts spreekt van een misverstand aan de kant van de mens. Nadat dit opgelost is, gaat de mens anders leven en daarmee is alles in orde. Neen, zegt Kühl, God kan niet zomaar over de zonde heenzien. Er moet iets mee gebeuren. En dat kan om het sterven van Christus. Kunnen we het daarom met hem eens zijn? We zullen zien.

Genderen. G. Bos

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 augustus 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De boodschap der verzoening in de geschiedenis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 augustus 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's