CHRISTELIJKE SCHOOLORGANISATIES
I.
Ieder, die meeleeft met het christelijk onderwijs, zal zeker in dagbladen en periodieken gelezen hebben over de plannen tot fusie van de organisaties op onderwijsgebied. Het belangrijkste is wel geweest het verslag van de grote toogdag op 14 september '66 te Utrecht, waar de drie bekende organisaties een gezamenlijke vergadering hielden met het doel na een jarenlange interne voorbereiding in principe een besluit te nemen tot fusie. Dit is echter mislukt. We komen er nog op terug. Nadien is er niet zo heel veel meer gepubliceerd. Men zit echter niet stil. Commissies uit de HB's zijn nog steeds aan het voelen en tasten. Trouwens dat is wel nodig. Het is geen geringe zaak. Organisaties van 107, 77 en 61 jaar laten zich niet zomaar opheffen, zelfs niet in een tijd, waarin alles roept om eenheid. Hier staat trouwens meer op het spel. Maar laten we eerst de geschiedenis kort nagaan.
De eerste organisatie: C.N.S.
We willen beginnen bij 1860, het geboortejaar van C.N.S., al ligt daar het eigenlijke begin niet. We nemen dit als uitgangspunt om niet al te breedvoerig te worden. De schoolstrijd (van pl.m. 1840—1920) werd reeds 20 jaar gestreden. „Nederland verspilde zijn krachten in een strijd, die zijn weerga in de geschiedenis niet kent." Verspillen — niet omdat er geen noodzaak was, maar omdat het helaas nodig bleek te zijn, dat in een land, dat zijn zelfstandig bestaan te danken had aan een 80-jarige worsteling voor godsdienst en vrijheid, nu opnieuw in beginsel dezelfde strijd moest gevoerd worden om aan de kinderen onderwijs te mogen geven uit en naar de Bijbel. De scholen der Hervorming waren christelijke scholen, maar het hoog geprezen liberalisme (van een woord, dat vrijheid betekent!) duldde de vrijheid niet voor het gebruik van de Bijbel op de scholen. De onderwijswetten beknotten dit steeds meer, tot ze geschrapt werd als boek op de boekenlijst z.g. wegens de achting en eerbied aan dezelve verschuldigd!
De natie sliep, maar mannen uit de Reveil-kring riepen weer terug tot Gods Woord en ijverden ook voor Chr. scholen. Toen werd duidelijk, dat het eenvoudige volk anders dacht dan de toonaangevende voormannen in kerk en staat.
In de loop der jaren werden veel scholen gesticht. De uitbreiding van het aantal noodzaakte tot samenbundeling van scholen en personelen. Vele moeilijkheden wisten de besturen niet op te lossen, gelden waren nodig om scholen te stichten, te exploiteren en steun te geven bij betaling van een behoorlijk salaris.
De onderwijzers verenigden zich het eerst in de Ver. van Chr. Onderwijzers (1854). Daarna en gedeeltelijk daaruit volgde na vele moeizame pogingen de oprichting van Christelijk Nationaal Schoolonderwijs (C.N.S.): de oudste organisatie van scholen, waarvan Groen van Prinsterer ere-voorzitter werd en de ziel was. Hij steunde haar met aanzienlijke bedragen en streed tegen misvatting en wantrouwen.
Van meet af aan was het de opzet alle voorstanders van het chr. onderwijs in dit ene verband te verenigen. De grondslag van de ver. was echter de een te begrensd, de ander te ruim, zodat er binnen de vereniging altijd veel strijd was, die tenslotte uitliep op scheuring.
Als grondslag werd aanvaard:
„De vereniging, gegrond op de onveranderlijke waarheden, wier levenskracht zich in het tijdperk der Reformatie ook hier te lande, voor kerk en school, met zegenrijke luister geopenbaard heeft, is gewijd aan de bevordering van het Christelijk Nationaal Schoolonderwijs, " enz. Hieraan werd in 1865 een nadere verklaring toegevoegd, zodat ieder overduidelijk kon weten, wat met de „onveranderlijke waarheden" wordt bedoeld. Toch is het juist deze verklaring (misschien moet ik zeggen: daarom) steeds aangevochten door uiterst „rechts", die een meer positieve binding aan de belijdenisgeschriften wilden, en door „links", die deze verklaring te dogmatisch en te orthodox vonden.
Doel van de ver. was: oprichting van scholen, verlenen van geldelijke tegemoetkoming, opleiding van onderwijzers, opwekking van gemeen overleg en samenwerking omtrent al wat verder tot de belangen van de chr. school behoort. De financiële taak is later overgenomen door de Unie „Een school met de Bijbel", in het leven geroepen door het Volkspetitionnement van 1878. Na de financiële gelijkstelling in 1920 is deze taak meer en meer op de achtergrond geraakt.
Maar andere zaken bleven over, vooral wat betreft het onderwijs op de scholen, de didaktiek. Daartoe werd geijverd voor aanstelling van inspecteurs. Na overwinning van veel tegenstand werden ze aangesteld. Nu zijn er 24, wier taak het is door persoonlijk contact en voorlichting, scholen, besturen en personelen van dienst te zijn.
Het Gereformeerd Schoolverband:
Deze ver. is voortgekomen uit de in 1868 opgerichte Ver. voor Ger. Schoolond. De aanleiding tot oprichting van deze ver. was, dat volgens de oprichters C.N.S. een eenzijdig kerkelijke (d.i. Herv.) ver. dreigde te worden. De oorzaak zat echter dieper: het niet eens zijn met de grondslag, die volgens hen te ruim was, niet gebaseerd op de formulieren van enigheid. Als grondslag aanvaardde deze ver. eveneens „de onveranderlijke waarheden door Gods Woord geopenbaard" maar met de toevoeging „en in de formulieren van enigheid der Ger. Kerk uitgedrukt". Alleen schoolver., die met deze grondslag instemden, konden lid worden. Volgens de statuten was de ver. voor alle scholen van de Geref. Gezindte, in de praktijk betekende dit, dat alleen de aparte scholen van de „gescheiden kerken" zich aansloten. Groen van Prinsterer, de voorvechter voor de Geref. Gezindte, kon wel iets van de drijfveer begrijpen, maar keurde deze oprichting af. „Een droevige verwarring, waardoor we gevaar lopen het misschien meest energieke element te verliezen."
Ook in deze ver. was eerst het hoofddoel het subsidiëren van hulp-behoevende scholen. Later kwamen andere vragen naar voren. Teruggang in het ledental en de behoefte aan reorganisatie leidde tot ontbinding van deze ver. en oprichting van G.S.V. in 1906.
De ver. heeft zich toegelegd op het houden van algemene vergaderingen, waar belangrijke onderwerpen werden behandeld, het deelnemen aan het instellen van een examen voor het z.g. diploma schoolraad, het benoemen van vertrouwensmannen, die rayonsgewijze (nu 46) de scholen bezoeken, enz. Van zeer groot belang is geweest de aan de V.U. gestichte leerstoel voor pedagogiek onder leiding van de vorig jaar overleden prof. J. Waterink. Onder zijn energieke leiding is dit werk uitgegroeid tot een instelling van nationale betekenis.
Christelijk Volksonderwijs: C.V.O.
De oorzaak van de oprichting van deze vereniging hebben we te zoeken in de heftige meningsverschillen onder de vrienden van het Prot. Chr. Ond. na de Doleantie van 1886. Op de verg. van C.N.S. in 1887 was geen eenstemmigheid (op zijn zachtst gezegd). Velen bedankten, maar deden verder niets. Maar toen in 1890 de Schoolraad werd opgericht, werd uit reactie daartegen ook C.V.O. opgericht. Deze ver. stelde met nadruk een bepaald verband te leggen met de Ned. Herv. Kerk. Ze noemden dit geen kerkisme, maar ze voelden zich als de mensen met ruime blik en ruim hart.
Als grondslag werd aanvaard Gods Woord als richtsnoer voor geloof en wandel. Ze sprak dus niet over „onveranderlijke waarheden", nog minder over de formulieren van enigheid. In de loop der jaren is men het chr. ond. gaan zien als ruimte maken voor „de persoonlijke ontmoeting met de Heer van ons leven". Prof. Lekkerkerker omschrijft dit als volgt: „een organisatie voor protestants-christelijk onderwijs, waarin het kerkelijk denken van hervormd confessionelen en de personalistische geloofsbeleving van ethischen elkaar gevonden hebben in één gemeenschappelijke stroom".
In 1965 heeft C.V.O. op krachtige wijze afscheid genomen van het verleden. Een nieuw artikel 1 zegt: „De Ver. voor C.V.O. stelt zich ten doel de oprichting te bevorderen van scholen, waar de jeugd onderwezen en opgevoed wordt tot waarachtig menszijn in vrijheid en verantwoordelijkheid door de kennis van Jezus Christus als Heer en Heiland". En art. 2: „De ver. heeft als uitgangspunt van samenwerking het geloof, uitgedrukt in de Apostolische Geloofsbelijdenis, verstaan in verbondenheid met het belijden van het reformatorisch Protestantisme." De strakke binding aan de Herv. Kerk is losgelaten.
Gaarne worden reacties op dit artikel bij de redactie verwacht. De auteur zal daar zeker op in gaan.
Redactie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's