De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

7 minuten leestijd

„en hij opspringende stond en wandelde en ging met hen in de tempel, wandelende en springende .en lovende God. En al het volk zag hem wandelen en God loven."

Een waar wonder vindt daar plaats bij de Schone Poort, een van de doorgangen van het tempelcomplex. Een man, kreupel van zijn geboorte af, ontvangt genezing aan zijn gebrekkige ledematen. En wel op zulk een wijze, dat hij kan lopen en springen naar hartelust. Het kost hem, de invalide van. daarnet, heel geen moeite om de discipelen te volgen — de trap op — naar het hoger gelegen gedeelte van de tempel. Een en ander demonstreert op een overtuigende wijze, dat aan deze man een groot wonder geschied is.

Een wonder bij een wonder is wel dit, dat hij daar zelf ook van overtuigd is. Hij begeeft zich in het huis Gods. Hij prijst de naam van God in het openbaar.

Hartverwarmend doet dit alles aan. Een man, die zijn God niet vergeet. Die de Gever van alle goede gaven niet verloochent! Hij zij ons tot een lichtend voorbeeld. Immers, daar zijn in het leven van een ieder van ons wel kleine of grote zegeningen Gods aanwijsbaar. Daar is geen mens, die leeft onder de hemel, aan wie de Here geen weldaden bewijst. Weldaden van bewaring of herstel of zegening. Het moge voor een ieder van ons ook zijn weldaden van bekering en geloof en liefde. Want die laatsten zijn in de meest eigenlijke zin de gaven Gods in Christus, Wij mogen er ons — gescherpt door de Heilige Geest — wel op toeleggen, dat wij die weldaden ook onderscheiden en de Here daarvoor danken. Van nature toch zijn wij blind en ongevoelig voor de grootste zegeningen. Het zegt ons niet veel, dat wij van een vakantiereis weer veilig thuis komen. Noch dat daar de bediening van het Evangelie is. We achten die — en vele anderen — de gewoonste zaken van de wereld. En daarom mogen we behalve naar de vele zaken die wij behoeven, ook wel dingen naar een gelovig en ootmoedig verstaan van de gaven Gods. Hij alleen is immers God. De Gever en Bewerker van alle dingen. Daar is niets te noemen in het in dit opzicht volle leven, dat niet door Hem is. Zo wil Hij daarvan de eer ontvangen.

„En lovende God". Hier hebben we een man, van Christuswege hersteld. Als het ware herschapen. En het is zeker waar, dat de Here, als Hij ons herschept, naar het lichaam en veel meer naar de ziel — zonder die beiden geheel te willen scheiden — Hij dat doet om zijn grote Naam. Zo is daar 'n onmiskenbare verbondenheid tussen de schepping en de herschepping: God de Here (her) schept mensen, opdat zij Hem de Schepper zouden loven. Hebben we hier niet de zin en het doel van ons Ieven? Zo wordt ons leven léven, als de Here aan zijn eer komt

Deze van geboorte af invalide zoekt de Here op in zijn huis en prijst Hem publiek. Daar heeft hij goed aan gedaan. En ieder van ons doet er goed aan hem daarin na te volgen. Daar zijn er wat, die wel naar huis terugkeren — door Gods gunst — maar nimmer of sporadisch zijn Huis aandoen. De kerken zouden te klein zijn, als een ieder zich hield aan deze goede en gepaste wijze van doen in het Koninkrijk Gods. Wij mensen hebben soms nog minder fatsoen dan de beesten. Mogelijk echter, behoren wij wel tot diegenen, die het heiligdom Gods niet in al zijn heerlijkheid daar laten staan. Maar danken en loven we de Here ook om zijn gaven? De man uit ons Schriftgedeelte wel en dat voor al het volk. Misschien doet zijn handelwijze ons wat overdreven aan. Laten we echter niet voorbij zien, dat elke gave Gods 'n publieke zaak is. Wanneer iemand van ons gezond en wel naar huis terugkeert, is dat nooit een aangelegenheid van die alleen. Maar daar zijn vele anderen in betrokken. Het gezin voorop. Vervolgens de kring waarin wij werken, de buren, de gemeenteleden enzovoort. Wat God werkt — hetzij in het natuurlijke, hetzij in het geestelijke, dat doet Hij op een duidelijke wijze en voor het volk. Dus wil Hij er ook „voor het aangezicht van de mensen" om gedankt en geprezen zijn. En dat niet op zulk een wijze, dat de mensen op ons zouden zien. Maar veeleer zo, dat zij op Hem zullen zien. Wij doen er goed aan om op deze dingen acht te geven. De Here beleeft in het algemeen weinig aardigheid van zijn goede gaven. Dat zal wel tot oorzaak hebben, dat er voor ons en de andere mensen vaak evenmin weinig aardigheid aan zit. En toch wat vermag er meer kleur en geur aan ons leven — dat de Vader, de Zoon en de Heilige Geest gedankt wordt om zijn onuitsprekelijke gaven. We zullen er dan niet licht klaar mee zijn en er bovendien nog lang de zegen ervan ervaren.

We letten weer op de kreupelgeborene. Het is goed om hem zo te blijven noemen. Het is immers bij deze aanduiding dat het volk hem kent. En daarom ziet men het met verbaasde ogen aan, dat deze man achter de beide discipelen aangaat. Hij wandelt gelijk elke andere van hen, die gezond van lijf en leden is En om er uitdrukking aan te geven dat dit toch een wonderlijke zaak is, looft hij de naam van God. En dat laatste is het, waarom nog meer de aandacht van het volk geboeid wordt,

Eet is ook een heel schouwspel: een mens, die zich met lust en liefde stelt in de dienst van de Here en zijn Naam prijzend noemt Dat is om de ogen op uit te kijken. Het mooiste, wat er op aarde te zien valt. Immers in de lofprijzing Gods komen wij tot onze eigenlijke bestemming.

Daarin wordt het goede leven bezeten en genoten. Alles wat ons verder op deze aarde vermag te boeien verzinkt hierbij m het niet Zelfs de rijkste dingen, als het hef beleven van een moeder met haar kind, bezit bij lange na deze heerlijkheid niet. Daarom zijn wij gelukkig te prijzen als het evenzeer van ons geldt: „En al het volk zag hem wandelen en God loven. Zulks wordt gezien En gelukkig, waar het gezien wordt. Wij beseffen veelszins nog te weinig, van welk belang dit alles is. Niet in het minst m de maatschappij, waarin wij leven. Daar is zo veel, dat de aandacht van jongeren en ouderen tracht te boeien. De triomfen van de techniek, de vele goederen, die de welvaart op de markt brengt en de vele wereldse genoegens laten evenzovele invloeden op ons gelden, daarbij vlijtig geholpen door de vele publiciteits-en reclame-media. Door dit werelds geraas dreigen allen andere stemmen overschreeuwd te worden. Te meer, daar in het grote geheel, het slechts enkele stemmen zijn. Roependen in de woestijn. Geen wonder, dat daar een geslacht opgroeit, dat weinig weet meer heeft van de heerlijkheid van de dienst van God. Dat evenmin weg weet met de eigenlijke zin van het leven, gelijk die in de lofzang Gods gevonden wordt. Men hoort er zo weinig van, wordt er zo weinig, hetzij thuis, hetzij op school of in de werkkring mee geconfronteerd. Men wordt zo weinig werkelijk geboeid door de Kerk en tot jaloersheid verwekt. Daarom is het zeker nodig, dat wij in deze zaak de Here toegewijd zijn. Hierbij staat veel op het spel. Ons eigen geluk, maar ook dat van de onzen. Niet minder dat van onze kerk en maatschappij. De Kerk heeft een woord voor de wereld. Dit woord, dat Hij het waard is om gediend en geprezen te worden. Staan wij er dan naar, getuigen van dit woord te zijn. Opdat ook anderen onder beslag ervan komen. Het Evangelie vat op hen krijgt. En men zich laat gezeggen. Door Wet en Evangelie zich laat bearbeiden tot zaligheid. Wij hebben als christenen in deze een hoge roeping.

Barneveld. P.M. Breugem

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's