Boekbespreking
G. Spilt, BEWAAR HET PAND, overwegingen bij het gereedkomen van de Nieuwe Psalmberijming, 17 blz., ƒ 1,50, Boekencentrum N.V., Den Haag 1967.
Destijds is door de commissie voor de psalmberijming gevraagd om kritiek op „het groene boekje", op de Proeve van een nieuwe berijming van de 150 psalmen. Deze kritiek is gekomen, en door de commissie, voor zover ze die terecht achtte, verwerkt in een definitieve Nieuwe Berijming. Deze Nieuwe Berijming is door de Synode aanvaard.
Iets nieuws roept altijd weerstand op. Vandaar dat aan ds. Spilt werd gevraagd dit boekje te schrijven om die weerstand te verminderen, zo mogelijk op te heffen. De keus zal wel op hem zijn gevallen omdat hij uit die hoek van de kerk stamt waar de psalmen het meest in trek zijn en die mede daarom tegenover deze vernieuwing het meest gereserveerd staat.
Zal dit boekje de weerstand werkelijk doen afnemen? Het is te betwijfelen. Het is ook niet gemakkelijk. Misschien bracht dat schrijver ertoe, de zaken wat eenzijdig, één richting uit pratend, naar voren te brengen. Dat lijkt wel tactisch, maar is het niet. Zulk een min of meer eenzijdig betogen overtuigt slechts wéinig-kritisch ingestelden. Maar de mensen om wie het In hoofdzaak gaat zijn juist wèl kritisch en worden door doorzichtige eenzijdigheid extra kopschuw.
Waar de eenzijdigheid uit blijkt? Details moeten in dit korte bestek achterwege blijven. Volstaan moet worden met vast te stellen, dat schrijver van „1773" slechts bezwaren constateert (die er wel zijn, maar er is óók goeds van te zeggen) en van de Nieuwe Berijming slechts goede dingen (die er eveneens wel zijn, maar er is — afgaande op de Proeve — óók op af te dingen).
Stellig zijn er aanleidingen tot een nieuwe berijming. Het kardinale punt daarbij is: getrouwer te zijn aan de grondtekst dan „1773" was. Schrijver acht dit gegarandeerd doordat (blz. 25) „de dichters letterlijk op de vingers (werden) gekeken door oud-testamentici". Maar dat werden ze óók al bij de vervaardiging van de Proefbundel. Desondanks is men daar bij vele psalmen in een klimaat waarbij niet alle bijbelse noties voluit meespreken. Het is natuurlijk mogelijk, dat dit bij deze definitieve bundel — nu nog niet verschenen — allemaal verholpen is. Maar waarschijnlijk lijkt ons dat allerminst. Wij vrezen dan ook, dat het boekje te optimistisch van toon zal blijken te zijn, al erkennen we gaarne dat verstandige opmerkingen zijn gemaakt over de zingbaarheid-ook-in-de-toekomst, over kwalijke trekken in bekende en geliefde verzen van „1773", over de noodzaak van het vermijden van een emotionele beoordeling, enz. Maar die accentueren slechts de wenselijkheid van een nieuwe berijming, niet van juist deze.
Wij zullen vroeg of laat aan deze Nieuwe Berijming moeten geloven. Con amore zal dat wel niet zijn. Met hoe weinig „amöre" kan pas bij verschijning van de berijming worden beoordeeld.
Arnhem G. Smit
Dr. L. D. Terlaak Poot, SPIEGEL VAN DE EINDTIJD, De Openbaring van Johannes, 256 blz., geb. ƒ 15,50, H. Veenman en Zonen, Wageningen, 1967.
Het boek van de openbaring van Johannes stelt de uitlegger voor zeer bijzondere moeilijkheden. Wat zijn soms vele verschillende verklaringen over één tekst gegeven! Maar dat ontslaat de Kerk niet van haar plicht om ook dit boek, dat deel uitmaakt van de Heilige Schrift, te lezen en te leren. Wij mogen het boek van de Openbaring met al haar mysteriën niet overlaten aan de sekten, waarbij men de indruk krijgt, dat voor hen de openbaring een rekenboek is waarop het menselijk brein zich oefenen moet om de oplossingen te vinden. Ook het boek der Openbaring is profetie, dat is niet hetzelfde als voorspelling. En evenmin, als wij altijd kunnen verstaan, hoe de vervulling van de oudtestamentische profetie zich heeft voltrokken of ook alsnog geschieden zal, evenmin zal dit met de openbaring van Johannes en de daarin vervatte profetieën het geval zijn. In dit boek is Christus niet achtergrond, maar centrum van de openbaring! Terecht mag hier naar de oudtestamentische profetie worden verwezen, die zovele malen in de Openbaring van Johannes wordt aangehaald, ik denk aan Ezechiël, Daniël en Zacharia.
Gaarne vestig ik de aandacht van onze lezers op het boek van dr. Terlaak Poot; het is voor de gemeente bestemd, zoals het ook uit het werk in en met de gemeente ontstaan is. Meer dan één stuk las ik in het weekblad “De Hervormde Kerk" met de gedachte: dat moest men uitgeven!
In een vrij brede inleiding gaat de schrijver in op de historische situatie, die het boek veronderstelt, op het karakter en de compositie van het boek, op de verschillende methoden van verklaring. Hij spreekt over profeet en profetie. In zijn verklaring van het boek gaat hij de moeilijkheden niet uit de weg; uitvoerig gaat hij in op de vragen rondom het duizendjarig rijk. Hij laat het licht van het Woord Gods schijnen over de kerkelijke situatie van vandaag, over moderne theologieën. Hij waarschuwt voor verwereldlijking van het Bijbelse christendom, voor een aanpassingsdrift van christenen aan de wereld. De kerk, zegt de schrijver, kan alleen leven uit de waarheid van het Evangelie. Zij mag niet verdragen, dat de „indiscutabele dingen" van de geloofswaarheid discutabel gesteld worden. — Als de God der openbaring verwisseld wordt met onze theorieën over Hem —, als men het evangelie niet meer ziet en ervaart als de boodschap van wat God bereid heeft, maar als een tijdgebonden vorm van vroomheid, uit religieuze harten opgekomen, dan vallen ook de door de Openbaring gestelde normen weg.
De grote belezenheid van de schrijver blijkt vele malen. Ik haal één citaat aan, van Matthias Claudias: Wie de religie door het verstand tracht te verbeteren, probeert de zon met zijn horloge gelijk te zetten.
Een enkele keer vindt de lezer een vergissing of een verschrijving of een verklaring, waarmee men niet eens is, maar daartegenover staat zoveel goeds, dat ik het boek in veler banden wens.
Thomas Watson, A BODY OF DIVINITY, 316 p., 15 s., The Banner of truth trust, London.
Thomas Watson was een bekend Engels prediker, wiens werken vol zijn van praktische levenswijsheid en diepe vroomheid. In 1662 werd hij als non-conformist afgezet; hij bleef preken eerst in het geheim, in particuliere huizen, schuren en dergelijke, later, na de zgn. inschikkelijkheidsverklaring (Indulpence, 1672), in het openbaar. Vele jaren preekte hij in het hart van Londen. Hij stierf in 1689 of '90. Zijn stichtelijke werken zijn ook in ons land door velen gelezen. The Banner of Truth Trust, die menig werk van „oude schrijvers" uitgeeft heeft een herdruk uit 1890 van A body of divinity, waarin een kort levensbericht van Watson is opgenomen, opnieuw gepubliceerd. Het boek bevat preken over de Westminster Catechismus (1648). De stijl is enigszins aangepast, verouderde woorden zijn door moderne vervangen en zo is het geheel zeer leesbaar.
De stof is in zes hoofdstukken verdeeld: Inleiding, (God en Zijn schepping; de val; het verbond der genade en zijn middelaar; de toepassing van de verlossing; dood en de laatste dag.
Gaarne vestig ik de aandacht op deze uitgave en op andere publicaties van deze uitgever (adres:78b Cultem street, London W 1).
Het boek is uitstekend uitgevoerd, goed gebonden, op mooi papier gedrukt en de prijs is niet hoog.
Voor wie Engels leest goede, oude, stichtelijke lectuur.
Utrecht H. Bout
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's