De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ROND HET PREDIKAMBT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ROND HET PREDIKAMBT

II Een nieuwe aanpak

8 minuten leestijd

II.

Een nieuwe aanpak.

Voor een verbetering van de zorgwekkende ontwikkeling, die wij een vorige keer schetsten, is de kerk uiteraard op de jongeren aangewezen. Uit hun rijen moeten de predikanten van nu en van straks gerecruteerd worden. Nu valt er bij de jongeren een verminderde belangstelling voor het kerkelijk leven te constateren, en zeker een verminderde waardering voor kerk en ambt. Daaraan heeft de kerk en het ambt stellig schuld; zij functioneren niet zo getuigend en overtuigend, dat de jeugd er veel in ziet. Maar ook het levensgevoel van deze tijd speelt hierin een grote rol. Het leven is bewegelijk, de jeugd voelt voor beweging. Is de kerk niet verstard? Het leven strekt zich uit naar de toekomst. Is de kerk niet verouderd? Het leven is uitdaging en aanpassing. Wat blijkt daarvan in de kerk. En, laten we het maar eerlijk zeggen: het is vluchtiger dan ooit. Iedereen wil er daarom wel eens uitvliegen; vluchtig zijn de verhoudingen, de opvattingen, de verantwoordelijkheden. Vluchtig, in de zin van voortvluchtig en in de zin van oppervlakkig. Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij. Dit levensgevoel, dat veel verder om zich heen grijpt en veel dieper ingrijpt, dan wij vaak denken, is niet gunstig voor een staan naar het predikambt in de kerkedienst.

Of moet men op dit levensgevoel een beroep dóen? Komt men niet meer uit, met de oude voorstellingen en aanbevelingen? Vraagt deze tijd een andere roeping, waarbij de inhoud van predikambt en kerkedienst duidelijk in het geding is. Ik ben geneigd dat te veronderstellen, nu daar een folder op tafel ligt, in opdracht van de Commissie voor het Theologisch Hoger Onderwijs, uitgegeven door het Persbureau van de Ned. Hervormde Kerk, en o.a. aan de kerkeraden toegezonden. Deze folder heeft de bedoeling jonge mensen te stimuleren tot de theologische studie, en zodoende te winnen voor het kerkewerk. Gesteld natuurlijk, dat de theologische studie en het kerkewerk onlosmakelijk samenhangen. Met andere woorden, dat men in het algemeen theologie studeert om dominee te worden. Het is verleidelijk om hier de vraag naar deze samenhang aan de orde te stellen. Mij is het niet duidelijk dat er een theologische studie zou zijn, afgezien van de kerk. De studie is allereerst toerusting tot het ambt, wil je niet verlopen in vrijblijvende kennisname van godsdienstwetenschappelijke problemen en theorieën. Maar het zou ons te ver voeren, hierop in te gaan.

Wie de folder leest, vraagt zich echter af, of dit verband wel voldoende gehonoreerd wordt. Theologie studeren wordt te zeer als een zaak op zichzelf gezien, men kan er alle kanten mee uit, al zullen de meesten er de kant van de kerk mee uitgaan. Wat dit betekent, wordt ons echter onvoldoende en aanvechtbaar uit de doeken gedaan. Ik kan mij nauwelijks voorstellen, dat deze folder door de betrokken commissie zorgvuldig is opgesteld, of dat de kerkelijke hoogleraren zijn geraadpleegd. Het zijn wat verhalen geworden, waarbij men uitroeptekens en vraagtekens kan plaatsen, maar of de kerk er mee gediend is, betwijfel ik.

De opzet is bij de tijd. De tekst wordt verlucht met foto's; ik zou bijna zeggen: om in deze folder aan het woord te komen, is een eerste vereiste, dat hij of zij fotogeniek is! Maar dat zal wel een bijkomstigheid zijn. De bezwaren, die hier en daar reeds geopperd werden, zijn van andere aard. Allereerst: onder hen, die ons inlichten over de theologische studie en wat men daarmee kan worden en doen, zoekt men tevergeefs een „gewoon" predikant. De een is secretaris van een raad, de ander studentenpredikant, de derde heeft eigenlijk een paraparochiale gemeente, de vierde is hoogleraar, de vijfde leraar, de zesde jeugdpredikant, de zevende industriepredikant, de achtste legerpredikant, de overigen studeren nog. Wij krijgen zodoende een vertekend beeld. Want het overgrote deel van hen die theologie studeren, vond en vindt zijn plaats in de gemeente. De dorpsgemeente, waar men tot het predikambt en de kerkedienst geroepen wordt. Zij, die hier voor het voetlicht treden, mogen stuk voor stuk voortref­felijk werk doen, ze zijn zeker niet representatief. Daardoor is deze folder wat onwerkelijk en onzakelijk geworden.

Het is bepaald misleidend, wanneer de gemeente als een springplank dienst doet naar andere posten. Er staat letterlijk te lezen: Voor de meesten zal de weg door de universiteit en via de dorpsgemeente - nog altijd de beste praktische scholing-voeren naar 'n uiteindelijke veelal gespecialiseerde functie in of om de kerk. Dat is niet waar! Zelfs als de mens hier de moeder van de gedachte is — men speelt tegenwoordig met allerlei mogelijkheden, omdat men in de gegeven mogelijkheid zo schromelijk te kort schiet — mag men de wens gerust naar dromenland doorsturen. Wie theologie studeert, zal in de meeste gevallen een gemeente dienen. Een eerlijke voorlichting gebiedt dat duidelijk te stellen. Daarna gaan we spreken over dat dienen. Vinden de jongeren dat niet aantrekkelijk, waarom niet? Hebben ze het gevoel vast te zitten aan iets waarmee ze niet verbonden zijn? Hier wordt pastorale arbeid gevraagd onder theologische studenten.

Duidelijk is het enthousiasme om de boodschap van het Evangelie door te geven en gestalte te doen krijgen in onze huidige maatschappij. Bij dit alles gaat het om de kerk van morgen. Deze vernieuwde kerk, zo breed en zo oecumenisch als maar enigszins mogelijk is kan slechts gestalte krijgen, wanneer een nieuwe generatie in staat en bereid is om zich er voor in te zetten en te geven schrijft drs. O. V. Henkel, die de folder heeft samengesteld. Zo veel beweringen, zoveel bezwaren. De boodschap van het Evangelie blijft doorlopend in het vage; de moderne mens in de moderne maatschappij, vormen de uitdaging, die de theologie heeft te aanvaarden. Als het eens omgekeerd was: de theologie, als openbare wetenschap daagt de mens in die maatschappij uit. Wie vandaag theologie studeert zal niet zo gemakkelijk met zijn vragen klaar komen, als hij maar niet vergeet, dat het antwoord gegeven is. Van dat antwoord had ik zo graag wat gelezen. Want ik geloof niet in die knappe koppen en die sterke karakters, aan de geestdrift om informatie en instructie te geven aan de mens van vandaag. Ik geloof wel in de Heilige Geest die door het Woord werk! Wie daardoor wordt aangestoken, is welkom in de kerk.

Het predikambt wordt geen vermelding waardig gekeurd. Dat is het hoofdbezwaar tegen deze folder. Of het moest zijn dat de naam van de Heere Jezus Christus niet wordt genoemd. Jezus Christus en Dien gekruisigd! Het is wat verdrietig dit te moeten vaststellen. Er spreekt zo'n ontstellende verlegenheid uit, met wat de eerste en eigenlijke taak van de kerk is. Waartoe wij geroepen worden in alle tijden en ten overstaan van ieder mens. Wij moeten geen bruggen slaan, wij mogen het kruis verkondigen. Dat is die wonderlijke brug van verzoening en vergeving, die Christus geslagen heeft. Daarbij komt de mens, als zondaar, binnen onze gezichtskring. Binnen Gods gezichtskring! Hier vindt de bediening van Woord en Sacrament haar plaats: aan de voet van het kruis. En wat tegenwoordig nog al smalend „zieltjeswinnerij" genoemd wordt, mag onze sterke begeerte zijn: Veel zielen in te winnen voor het rijk van Christus.

Wanneer we dat niet meer willen, of durven te onderstrepen, kan men gevoegelijk een streep halen door de kerk. Het predikantentekort, is een tekort aan „roepingen". Roepen, dat doet de Heere. Hij doet het door velerlei middelen en langs allerlei wegen. Die roeping, ook aan onze jongeren, door te geven, uit te leggen, aan te dringen, dat is een opdracht die te zeer verzuimd wordt. Wij dienen deze opdracht echter eerlijk en zakelijk te vervullen. Hier blijft deze folder in gebreke. Veel studenten weten blijkbaar niet goed raad met de roeping in de gemeente. Zo nu en dan bereiken ons berichten, dat ze er voor bedanken, de gemeente zoals ze reilt en zeilt te dienen. En zeker, die gemeente vertoont geen opwekkend beeld. Maar als gemeente des Heeren, mag zij in de naam des Heeren, beroepen!

Wat moet de gemeente met dienaren, die voor alles warm lopen, behalve voor het predikambt en de kerkedienst? Het verval van de kerk wordt erdoor verhaast. En als het waar is, wat zo tot in den treure wordt herhaald, dat de kerk er voor de wereld is; dat dienst, dienstbetoon aan de naaste is, waarom zou men dam predikant worden. Er zijn meer en ruimere mogelijkheden om zich aan wereld en naaste te wijden. De nieuwe aanpak, die de folder bepleit en waarvan zij zelf een voorbeeld is, zal de kerk niet helpen. Zal ook de studenten niet helpen, hun roeping vast te maken. En dat is in deze tijd vooral nodig: Wee mij, indien ik het Evangelie niet verkondig.

Onze kerk zal, mede daarom, toch wat orde moeten scheppen in de chaos van leringen en meningen. Zij zal dan wellicht terecht komen bij de catechismus: God wil dat de kerkedienst of het predikambt onderhouden wor­den.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

ROND HET PREDIKAMBT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's