De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

6 minuten leestijd

Drs. F. R. M. Elders en S. Tigchelaar, WEDERZIJDS, lezen uit het begin van het Nieuwe Testament, 132 pag., 1967. uitg. P. Noordhoff N.V.-Groningen. Prijs: ƒ6,50/ ƒ 7,25.

Een boekje, ten gebruike voor het godsdienstonderwijs in de hogere klassen van het V.H.M.O. Handleiding bij het cursorisch lezen van het Nieuwe Testament. In dit boekje, dat voor een deel bestaat uit informatief materiaal en voor een ander deel uit enkele inleidende opmerkingen bij bepaalde stokken uit de te lezen Schriftgedeelten met een aantal vragen, behandelt de boeken Mattheus tot en met Handelingen. De brieven en het boek Openbaring zullen, volgens plan van de schrijvers in een volgend gedeelte aan de orde komen. Mij dunkt, een goede handleiding voor allen, die met het godsdienstonderwijs op middelbare scholen te maken hebben. In kort bestek worden enkele fundamentele dingen gezegd, die voor een goed verstaan van het Nieuwe Testament onmisbaar zijn. De vragen zetten aan het denken en zijn vaak goede injecties voor een gesprek. Hier en daar vraagt men zich wel eens af, of de dingen zo gezegd kunnen worden, b.v. als we lezen, dat „Paulus zijn gehoor (op de Areopagus) tracht duidelijk te maken, hoe ook de godsdienstige gedachten van de Griekse wereld naar Jezus leiden". Overigens kunnen we lof hebben voor het nauwkeurige werk van de schrijvers. Het geheel is verlucht met een aantal foto's.

Stichting Spaanse Evangelische Zending, comité Dordrecht, OP DEZE PETRA, 19 pag. Uitg. Pieters Oostburg 1967.

Een brochure, die een drietal hervormingstoespraken bevat, gehouden op de 31ste oktober 1966 te Dordrecht. Ds. J. Hovius (Herv.) over: Het fundament der Reformatie; ds. D. Slagboom (Chr. Geref.) over: Het geschenk der Reformatie; Ds. Hakkenberg (Ger. Gem.) over: De bewaring der Reformatie. Het geheel is voorzien van een voorwoord, geschreven door de landelijke secretaris van bovengenoemde stichting, de heer J. R. van Oordt. Er gaat veel in de zeef, ook bij de Rooms-katholieke kerk van onze dagen. Dat mogen we niet vergeten. Het gist in deze tijd, overal. Tegelijk geldt: het mist. En het is gevaarlijk om Ibij mist hard te rijden. Daar zal de oecumenische beweging danig rekening mee moeten houden. Daarom is het goed zich met deze brochure in de hand nog eens te bezinnen op het erfgoed der Reformatie. De prijs van dit werkje is ƒ 1,50 franco.

Zeist C. den Boer

R. J. Minney, GEEN ANGST VOOR EL­ LENDE, 224 blz., geb. ƒ 9,50. Uitgeversmij. Hollandia, Baarn, 1967.

Weer een boek, dat van angst en ellende van de oorlogsjaren vertelt; het is „een uitzonderlijk en boeiend menselijk document over de belevenissen van de pools-joodse vrouwelijke arts Alina Brewda in het getto van Warschau en in de Duitse concentratiekampen”.

Binnen drie weken na de inval van de Duitsers in Polen werd dr. Brewda in het getto van Warschau verbannen, waar een zeshonderd duizend Joden werden samengedreven. In juli '42 begonnen de deportaties. Een en andermaal ontkwam zij aan een transport naar Treblinka, waar duizenden in de gaskamers de dood vonden. In Maidenek, ook een vernietigingskamp deed zij dienst als arts. Toen de Russische opmars vorderde moest dit kamp worden ontruimd; zo kwam zij in Auschwitz, waar zij in het beruchte blok 10 te werk werd gesteld; daar werden sterilisatie proeven genomen, een wereld van ellende en beestachtigheid. Een vervolg had deze geschiedenis in het proces tegen dr. Dering, die van deze proeven de leiding had. Hoezeer ook zoveel mogelijk het bewijsmateriaal vernietigd was, er bleven nog getuigen genoeg. — Dr. Brewda heeft vlakbij de dood geleefd, altijd weer was er de dreiging met de dood, door galg of gaskamer of door de kogel. — Totdat in mei '45 de bevrijding kwam.

De schrijver heeft dr. Brewda moeten overtuigen, dat het nodig was dat zulk een geschiedenis beschreven werd, hoe verbijsterend het soms ook is. Welk een afgrijselijke vernedering weet de ene mens de ander aan te doen! Toch niet ongestraft! Ik moest met het oog op de zeer weinige overlevenden denken aan het woord uit Job: Ik ben alleen overgebleven om het u aan te zeggen.

Het boek, dat oorspronkelijk in het Engels is verschenen, is een deel van de serie Hollandia-boeken rond de eerste en tweede wereldoorlog.

Utrecht H. Bout

Prof. dr. C. A. van Peursen: HIJ IS HET WEER! Beschouwingen over de betekenis van het woordje „God". Verschenen in de serie „Gemeentetoerusting", ing., 65 blz. Kok, Kampen, prijs ƒ 3,95.

Prof. van Peursen gaat over het woordje „God" nadenken. Hij laat zien, dat alle woorden voor God, die in de loop van de tijden gegeven zijn, leeglopen, wanneer zij niet gezet zijn in de levende context van de omgang met God en de verrassingen, die tn deze omgang worden opgedaan. Vandaar de titel: Hij is het weer.

De schrijver pleit dus voor een functioneel „godsbegrip" en verzet zich tegen abstracties, waaruit God Zelf geweken is.

Hij tracht dit met Bijbelse voorbeelden duidelijk te maken. Abraham moet de inhoud van het woordje God opnieuw leren, toen hij weggeroepen werd uit Ur der Chaldeeën. Al gaande leert hij God beter kennen in Zijn Naam.

Deze godsnaam komt in de loop der gebeurtenissen openbaar. Sommigen onderkennen die Naam, anderen niet (Israël door de Rode Zee). Het gaat niet om de feiten, maar om de duiding van de feiten. In de vertellingen gaat het om een proefondervindelijk op het spoor komen van Gods reddende daden.

Treffend zijn de opmerkingen over de natuurwetenschap. Deze geeft een ingeperkte interpretatie van de feiten. Het „zien", de „waarneming" van de feiten ia de bijbel gaat dieper, omdat deze de feiten in verband brengt met God.

Is het echter juist de duiding van Jahwe bij Mozes op rekening van Mozes te zetten? Is dit niet openbaring van God Zelf? Is de Naam Gods niet te zeer aan de historisering onderworpen, wanneer de duiding van deze Naam als Vader aan Jezus wordt toegeschreven? Ook in het O.T. was deze Vadernaam toch bekend, al wordt de diepte daarvan pas door Jezus verklaard?

Prof. van Peursen wil de dogmata niet zonder meer overboord werpen, maar laat zien, dat zij gekortwiekte liturgie zijn. Elke theologische uitspraak zegt te weinig, omdat hij de volheid der proclamatie inperkt.

Hier speelt de oude tegenstelling van het „zijn" en het „worden". Zonder in filosofische vaarwateren terecht te komen, mag toch herinnerd worden aan het woord van de Schrift: Die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is van hen, die Hem zoeken.

Gaarne bevelen wij dit boekje in uw belangstelling aan. Bij de vraagtekens, die ge zet, is er veel, dat verder helpt.

Katwijk aan Zee  G. Boer

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's