Aannemelijke vragen!
Over de dam.
De bedoeling van de rubriek is, als eerder uiteengezet, een gesprek met de lezers. Niet alleen maar de mogelijkheid om een vraag beantwoord te krijgen maar ook de gelegenheid om op een gegeven bescheid in te haken en van gedachten te wisselen.
Alle begin is moeilijk. Gelukkig heeft de redactie een serie vragen toegeschoven, waarmee we wel anderhalf jaar vooruit kunnen, als we eens in de vier weken met deze rubriek voor de dag komen. Maar daarom is het toch welkom als er een vraag uit de lezerskring wordt ingestuurd. Je had immers het gevoel van een jonge dokter, die zich ergens gevestigd heeft om een nieuwe praktijk te beginnen. Zouden er cliënten komen?
Ik wil voor de duidelijkheid van de correspondenten hen aanduiden met twee letters. De volgorde van beide letters is echter willekeurig. Nu eens gaat de woonplaats voor de achternaam en dan weer andersom. Als ik mijn vrager van thans B. V. noem kan dit dus betekenen van Vlaardingen uit Bennekom of van Bennekom uit Vlaardingen. De persoon in kwestie weet dat ik hem bedoel, terwijl de andere lezers mogen blijven raden.
Heroriëntatie van de bevinding.
De vrager wil iets weten over de groei in het geloofs-of genadeleven, wanneer ik zijn uitdrukking „heroriëntatie van de bevinding" op mijn manier mag vertalen. Wat over dit onderwerp door voorafgaande geslachten is gezegd komt de vrager wat chaotisch voor. Daarom wil hij er graag wat over horen. Hij gaat uit van twee teksten. Luc. 2 : 52: n Christus nam toe ... en van 2 Cor. 4 : 16b: de vernieuwing van de inwendige mens van dag tot dag. Graag had ik er nog enkele teksten bij gezien, bijvoorbeeld waar sprake is van opwassen als Ef. 4 : 15 en 2 Petrus 3 : 18 e.a. Immers het feit, dat Christus toenam, hoeft niet noodzakelijk nog te betekenen, dat dit ook vereist is voor de gelovigen, die Hem zijn ingelijfd al ligt het wel voor de hand dit te veronderstellen. De vernieuwing van dag tot dag dwingt zonder meer niet tot de gedachte, dat dit gepaard gaat met groei. Men kan iets dagelijks vernieuwen zonder dat van toename sprake is. Maar het bedoelde staat in andere teksten duidelijk genoeg. Kan men die groei constateren, is de vraag.
Vijf mogelijkheden.
De briefschrijver ziet verschillende mogelijkheden.
a. Het vorm krijgen van de vruchten des Geestes genoemd in Galaten 5. B. V. noemt dit het deugdleven.
b. Uitbreiding van kennis en inzicht inzake de samenhang van de Heilige Schrift.
c. Loutere vaststelling van de zekerheid van het geloof.
d. De gestalte van de dankbaarheid en de gehoorzaamheid in liefde aan Gods geboden.
e. Mystieke eenheid tussen Christus en de gelovigen, waarbij twee variaties namelijk zonder apostolaat zoals bij Brakel of met apostolaat zoals bij Reveil.
Kortom, zegt de correspondent, wat is nu genade die groeit? Als genade groeit moet het wel meer zijn dan vrijspraak en verzoening. Moeten we meer de groei zoeken in objectieve vruchten of in subjectieve ervaringen? Vrager geeft aan de objectiviteit de voorkeur. De gehoorzaamheid, die we waarnemen bij bijvoorbeeld de martelaren. Op heiligheid leggen we te weinig nadruk, althans minder dan de Roomse kerk en daarom zou hij graag de drie sola's met een vierde zien uitgebreid namelijk naast sola gratia, fide, scriptura: sola sanctitate, zonder welke niemand de Heere zien zal.
Dit zijn in het kort de overwegingen, die mij onder ogen kwamen.
Wat zullen we tot al deze dingen zeggen?
Terecht merkt B. V. op dat vraagstellen gemakkelijker is dan beantwoorden. Ik wil proberen er iets over te zeggen. Uiteraard zijn reacties uit de lezerskring tot verdergaande gedachtebepaling welkom en gewenst. We moeten met dit soort vragen veel meer in gemeenschap bezig zijn om elkander te bouwen.
Mijn eerste opmerking is dat we niet behoeven te kiezen uit de diverse mogelijkheden. De groei in de genade is pluriform en expansief, als ik ook even deftig mag doen.
Ik merkte wat bevreemding bij het constateren van genade die groeit. Vrager kwam ertoe, al doordenkende en redenerende, maar hij vindt het toch wat kritisch. Genade is gunst en nu is het zeer wel denkbaar, dat we hoe langer hoe meer in de gunst komen te staan. Voorts heet ook genade, al wat uit genade wordt gewerkt en bewerkt. Bekering, wedergeboorte enzovoort nemen toe, ontplooien zich. In allerlei beelden spreekt de Schrift daarover. Het kind wordt man, vloeibare spijzen maken plaats voor vaste, de wortel wordt steviger. Zo zouden we nog wel even kunnen doorgaan.
We moeten bij de groei in geloof, kennis en genade niet al te zeer aan allerlei spectaculairs denken. De natuurlijke mens zal er wel iets maar niet het fijne en rechte van merken. Ze horen wel de stem, maar zien niemand, ze zien wel het licht maar horen niemand, kortom ze worden niet gewaar waar de klepel hangt. Het is niet de wasdom van de wonderboom, maar het is een gestage groei. Gemeten aan het einddoel zijn de onderlinge verschillen zeer gering, met elkaar vergeleken is het onderscheid toch wel beduidend soms.
De toename is pluriform. Gezonde groei is een harmonische. Als alleen het hoofd in omvang uitdijt en de overige delen van het lichaam houden niet gelijke tred, ontstaat een gedrocht. De vruchten worden méér in soort en aantal, de inleiding in de Waarheid reikt dieper, de liefde wordt sterker en de gehoorzaamheid krachtiger. Door de gewenning aan de Heere leert men Hem hoe langer hoe meer kennen en vertrouwen. De verborgen omgang krijgt steeds rijker inhoud en opent meer en meer vergezichten. Vanzelfsprekend worden zodoende roeping en verkiezing vaster gemaakt en de zekerheid van het geloof wint aan intensiteit. Wordt volwassen in het verstand, zegt Paulus. Wat van het verstand geldt kan ook van de liefde enzovoort gezegd worden. Zo goed als elke huisvader zijn kinderen bezit als olijfplanten rondom de huiskamertafel, heeft dé Heere zijn gezin, waarvan de leden als ranken uitgroeien en vrucht dragen in toenemende mate. Het sola sanctitate, hoort erbij, komt er ook bij waar het sola fide waarheid is.
Wederom van node.
Jammer genoeg zijn er voorzover we kunnen waarnemen niet veel geoefende en, zoals men vroeger wel zei, doorgeleide christenen. Velen die leraars moesten zijn, moeten het abc van de woorden Gods weer leren.
Gezien de eindvolkomenheid blijven Gods kinderen hier zolang ze op aarde zijn ver onder de maat. Naarmate ze groeien worden ze zich de onvolkomenheid ook des te dieper en te inniger bewust, zodat het veelal schijnt of het opwassen averechts is.
Maar afgezien van deze ervaring, waarop men zich overigens in vele gevallen ten onrechte beroept, blijven er tallozen in de eerste beginselen steken, hetgeen schadelijk is voor henzelf en voor de gehele broederschap, omdat er geen aansporing uitgaat van de een tot de ander.
Aanvullende vraag.
Op dit moment mag ik tegelijk aan de orde stellen een andere vraag uit dezelfde brief. Calvijn, zo schrijft B. V., spoort in zijn verklaring op 1 Thess. 3 : 10 de predikanten aan, dat ze niet slechts mensen tot het geloof in Christus brengen, maar ook daartoe, dat ze „het begonnen werk tot volmaking voeren". Wat is dat klinkt de vraag. Abstracte bespiegelingen houden, beter bidden, mediteren enzovoort? Ook dat, zou ik willen antwoorden. Niet alleen de vestiging, maar ook de groei van het geloof moet door prediking en sacrament gediend worden. Overdenking van de verborgenheden van het geloof bij de voortduur is de predikers geboden. Het klinkt wat overdreven: ot de volmaking voeren, omdat de indruk vaak overheerst dat die volmaking een vrome wens is en in de verste verte buiten bereik blijft. Maar het ware geloof heeft toch de onwankelbare belofte van de volmaking in zich en daarom moet de ambtsdrager toch alles in het werk stellen om de mogelijkheden in die richting tot ontwikkeling te brengen. Ze zijn gegrepen tot de volmaaktheid, waartoe ze na dit leven zeker zullen geraken en daarom betaamt het Gods kinderen dag en nacht te grijpen naar deze voorgestelde volkomenheid.
Niet traag in het benaarstigen.
De oprechte christen zal het ene doen en het ander niet nalaten. Hij zal graag vorderingen maken. Hij zal niet veel bereiken, wanneer hij in zijn toenemen zichzelf zoekt en bedoelt, wanneer hij erop uit is zich een naam te verwerven boven velen. De ander met geestelijk waarnemingsvermogen zal de groei beter constateren dan betrokkene, die te kampen heeft met gebrek aan ijver, geloof en liefde. De beek, die van de hoogte naar beneden stort, krijgt de diepgang en de kracht van een rivier. Ogenschijnlijk bedaarder heeft hij dieper grond, meer uithoudingsvermogen en gerijpter inzicht. Hij is voor een ander een boom des levens, zijn gezelschap wordt op hoge prijs gesteld. Die in schijn is opgeschoten behaagt het mijlenver uit te steken boven de zuigelingen in de genade, doch die waarlijk opwies buigt zich vol begrip en liefde tot hen over.
De ware groei manifesteert zich niet in allerlei overdrevenheden, apocrieve buitenissigheden en singuliere belevenissen. Bezonnenheid en bezonkenheid zijn veeleer kenmerkend. Eenvoud typeert het echte. Menigeen bewaart de zegen van herinnering aan zulken, want het lijkt wel of de meesten van dezen niet meer in ons midden zijn.' Genade is een zeldzame vogel, zegt de hervormer en de volwassene in de genade lijkt weggeraapt. Ook zulken mag de Heere uitstoten, want het zijn immer trouwe arbeiders in de wijngaard. Die in het huis des Heeren geplant zijn, dien zal het gegeven worden te groeien in de voorhoven onzes Gods. Dat kan niet uitblijven. In de grijze ouderdom zullen zij nog vruchten dragen; zij zullen vet en groen zijn. De voortgezette bearbeiding des Geestes adelt. Het staat vaak zelfs op hun gezicht te lezen. Er zijn stillen in het land, die toch ware moeders in Israël zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's