ROND HET PREDIKAMBT
III. Vacaturenood.
III.
Vacaturenood.
Predikantentekort betekent vacaturenood. Vaak merkt de gemeente, de kerkeraad vooral, pas iets van het predikantentekort, als er een vacature ontstaat. Vol goede moed en soms zeer voortvarend treft men voorbereidingen om het beroepingswerk ter hand te nemen, zoals dat heet. Alle stukken zijn in orde, de predikantsplaats roept om vervulling; wie komen ervoor in aanmerking? Er worden namen gevraagd en genoemd: de kerkeraad kan aan de slag. Is de eerste slag al raak, dan mag men de gemeente wel van harte gelukwensen, gesteld dat ze een goede slag sloegen. Als dat niet het geval is, en de beroepene bedankt, een en andermaal, ontstaat er wat onrust onder de broeders. Waaraan zou het liggen? Heeft de gemeente geen goede naam onder de dominees? Dat kan namelijk ook, net als het omgekeerde, dat de dominee geen goede naam heeft in de gemeente. En een goede naam is beter dan goede olie zei Salomo reeds. Het beroepingswerk loopt er gesmeerder door. Worden er slechte inlichtingen verstrekt? Of willen de predikanten niet omdat Nu, zeg het maar, het wordt vaak genoeg gefluisterd: omdat ze er niet beter van worden. Wie zal beweren, dat er nooit aanleiding gegeven wordt tot deze verdenking. Tractement en pastorie weert ieder om strijd, dat zij de doorslag niet zullen geven. Ik kan echter niet van meer naar minder, van groter naar kleiner, ieder moet dat begrijpen. Eerlijk gezegd begrijp ik dat niet en vele ambtsdragers en gemeenteleden evenmin. Voorop gesteld dat een gemeente, de kerkvoogdij in dit geval, haar verantwoordelijkheid verstaat, en het dienstwerk door redelijke voorzieningen mogelijk maakt. Wie beroept, moet daarin zijn plicht verstaan en ook aan billijke wensen tegemoet komen, naar de draagkracht van de gemeente dat toelaat. Daarover zijn we het, hoop ik, allen eens, al wordt er tegen deze regel nog wel eens gezondigd. Maar dan mag ook gezegd worden: Wij behoeven echt niet zo in de watten gelegd te worden, en wij mogen geen voorwaarden stellen, waar menigeen in een ander beroep eenvoudig niet aan zou denken. Bovendien worden soms dergelijke wensen ingewilligd op een wijze, die in de gemeente vragen oproept. Ziet dan toe hoe gij voorzichtig wandelt. De apostel Paulus deed alles, opdat de bediening niet gelasterd werd. Weest zijn navolgers, gelijk hij een navolger van Christus was. Die navolging snijdt diep in het vlees; wie heeft de pijn daarvan ooit in zijn portemonnee gevoeld? Paulus wel!
Zoeken, zeggen anderen, de dominees hun gemak en blijven ze daarom liever in „goede" gemeenten? Is er daarom een trek van het westen naar, het oosten, terwijl het westen des lands om predikanten schreeuwt. Allicht, denkt een dominee wel eens: Waarom zou ik mijn vettigheid verlaten, om te gaan zweven onder de bomen. Toch kan men van zo'n trek niet spreken, de gegevens wijzen die niet aan. Ik zou nog wel even door kunnen gaan en misschien vind ik later nog gelegenheid om met u over roeping en beslissing te spreken.
Nu begin ik aan het andere eind: Predikantentekort is de oorzaak van de vacaturenood. Daarover mogen we ons verblijden. Gedurende de laatste eeuw is telkens voorspeld — en het doet nog opgeld — dat de gereformeerde prediking in de hervormde kerk een kwestie van tijd was. Eigenlijk had die haar tijd gehad, maar het zou nog even duren, voor dat tot iedereen was doorgedrongen. Met dankbare verbazing mogen wij zeggen: deze berekening was een misrekening. En hoe bedreigd ook — niet het minst door eigen tekortkoming en onderlinge verdeeldheid — er was en is een beschermende hand over uitgestrekt. Dat is, bij alle klein menselijk gedoe, de hoge hand des Heeren. Hadden wij er meer erg in, wij zouden ons ootmoediger en blijmoediger gedragen.
Getallen geven hier de doorslag niet. Het gehalte is van meer gewicht dan het getal. Toch willen getallen ons iets leren. Het aantal predikantsplaatsen van gereformeerde „modaliteit" is sterk gestegen. Gelukkig is gereformeerde prediking een ruimer begrip dan „gereformeerde-bonds"-prediking. Er is trouwens ook „gereformeerde bonds"prediking, die buiten de grenzen van de gereformeerde prediking valt, naar twee zijden zelfs. Bovendien is de verschuiving van wat vroeger confessioneel en Kohlbruggiaans genoemd werd, naar „gereformeerde bonds" niet zonder meer als een winstpunt te noteren van de gereformeerde prediking in de hervormde kerk. Het is ook een teken van vervlakking en vervaging over heel de linie van de prediking. Het belijdend karakter van de kerk in haar geheel is er niet duidelijker door geworden. Maar dit alles daar gelaten — mits overwogen — is de vermeerdering van het aantal predikantsplaatsen verwonderlijk te noemen. Binnen een halve eeuw is het verviervoudigd; over de laatste vijf jaar bedraagt het ongeveer veertig meer. Dat is voornamelijk het inhalen van een achterstand en het bijhouden van de bevolkingsaanwas. Waarmee niet gezegd wil zijn, dat de achterstand ingehaald is — wat zijn er nog een grote eenmans-gemeenten! — of de bevolkingsaanwas bijgehouden. Er is stellig plaats voor de verwachting, dat bij meerdere gemeenten, nieuwe predikantsplaatsen gesticht zullen worden, al wordt dat door het predikantentekort uiteraard geremd.
Ongeveer 350 predikantsplaatsen, waarvan er meer dan 50 vacant zijn. U merkt, de verhoudingen liggen in die sector niet gunstiger dan in het geheel van onze kerk. Er was sprake van een toenemend aantal predikanten, welke toename tot voor kort gelijke tred hield met die der predikantsplaatsen. De laatste tijd hapert er wat; de gemeenten die beroepen merken dat. Ook onder ons is een toenemend aantal emeriti te verwachten, terwijl er minder kandidaten hun intrede doen dan nodig zou zijn. Even rekenen. Er zijn er minstens 10 per jaar nodig; halen wij dit aantal niet, dan neemt het aantal vacatures toe. En wij halen het de laatste jaren niet.
Wilt u enkele gegevens? Van de 55 vacatures komen er, gezien de grootte, 19 in aanmerking voor vervulling door een kandidaat. De mogelijkheid is niet uitgesloten, dat een gevestigd predikant een beroep naar deze gemeenten ontvangt en aanvaardt, maar aan de leniging van de vacaturenood draagt zo’n beslissing niet bij. Van de overige vacante gemeenten zijn er sommigen reeds langdurig vacant — 2 a 3 jaar — Dat betekent een grote zorg voor de kerkeraden, die de moed zouden laten zakken. Mag dit bij een beslissing ook niet eens meespreken? 12 gemeenten liggen in een gebied waar grote veranderingen plaats grijpen en een predikant daarom op korte termijn gewenst is. Alweer, mag men daarmee rekenen, als er een beroep op ons gedaan wordt? Ik dacht van wel. Al wil rekenen met niet zeggen besluiten tot. Dat moet de betrokken kerkeraad bedenken.
Voorlopig zal de vacaturenood blijven. Al zouden er de eerstkomende jaren een verantwoord aantal kandidaten — 10 a 12 per jaar — hun intrede doen, dan zal het tekort pas langzamerhand verdwijnen en veel verder dan de naaste toekomst kunnen wij niet kijken. Nu merkt iemand op: Goed, op de 350 plaatsen zijn er 50 vacant; er blijven dus 300 predikanten beroepbaar. Dat denkt u maar: een predikant is tegenwoordig 4 jaar niet beroepbaar. Bij opvolging van een beroep verbindt hij zich weer voor tenminste 4 jaar. Zodoende zijn er slechts 85 beroepbaar, bij 55 vacatures. U begrijpt hoe weinig speling hier ligt. De beroepingsruimte wordt uitermate krap. Niet iedere predikant is voor iedere gemeente geschikt of in iedere gemeente gewenst. In zo'n situatie is vacant blijven, niet zo vreemd en beroepen niet zo soepel.
Is het waar, dat er slechts in heel kleine kring beroepen wordt. Voorzover mijn gegevens reiken, niet. Van deze 85 predikanten waren er 55 die één of meerdere beroepen ontvingen; voor de overigen zijn er soms verklarende omstandigheden, soms ook niet. Het is zaak, om zich bij het beroepingswerk niet te beperken tot de namen, die telkens in het kerknieuws te lezen zijn, maar ook dan moet men de mogelijkheden niet onderschatten. Wat ik u schetste toont duidelijk dat we nog lang niet uit de nood zijn. En dat een versnelde vervanging van ouderen door jongeren niet alleen plaats zal hebben, maar plaats moet hebben, om in deze nood te voorzien.
Met de neus op de feiten! En nu de vraag: is de vacaturenood echt nood? Niet alleen waar men met de handen in het haar zit, omdat de vacature voortduurt, maar ook elders. Deelt elkanders zorgen, de zaak van het predikambt is onze gemeenschappelijke zaak. Zij dient een vaste plaats te hebben in de voorbede, zowel van de gemeente, als van ieder persoonlijk. Die zich voorbereiden voor het predikambt mogen gerust wat aan deze nood tillen. Weten we nog waar we aan toe zijn met het vierde gebod: Dat de kerkdienst of het predikambt onderhouden worden?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's