KLARE WIJN?
III. Waarschuwing tegen individualisme.
Naar aanleiding van KLARE WIJN, Rekenschap over geschiedenis, geheim en gezag van de Bijbel. Aangeboden door de Generale Synode der Ned.'Herv. Kerk, 268 blz., f 5,90, Boekencentrum, 's-Gravenhage, 1967.
III.
Waarschuwing tegen individualisme.
Bij de Joden vindt de schrijver het gemeenschapsdenken, dat hij in sterke tegenstelling noemt met het westerse individualisme. In dit collectieve vindt de schrijver een verklaring van de „merkwaardige strenge bestraffing van Ananias en Saffira, omdat een totaliteit is geschonden". Ik vraag me af of dit laatste de zin is van wat de Schrift zegt: Gij hebt de Heilige Geest bedrogen.
Het is niet te bestrijden, dat De Here een volk heeft uitverkoren en dat Hij een volk zalig maakt, dat de Kerk het Onze Vader bidt, maar daarnaast vinden wij bij de profeten en heus niet alleen bij Jeremia de nadruk op persoonlijke bekering en in het N.T. op persoonlijk geloof. In de Bijbel is dus plaats voor het individuele en voor de individualiteit en wij moeten op onze hoede zijn dat dit individuele moment niet op de achtergrond geschoven wordt uit vrees voor individualisme. De zonde betekent een breuk met God en als die band stuk gaat breekt er meer, de band met de naaste; dan groeit een individualistische levenshouding, waar de menselijke individu het middelpunt is, de ene mens met zijn interessen, met zijn eigen rechten en begeerten. Eichrodt maakt onderscheid (in zijn Theologie des Alten Testaments) tussen de individualiteit van de persoonlijke Godsverhouding binnen het kader van de collectiviteit en het individualisme, dat van iedere collectieve binding afziet. De individualiteit van de Godsverhouding heeft zich van den beginne aan allerstelligst laten gelden. In de prediking tot het volk wordt de enkeling persoonlijk tot bekering geroepen. — Als de schrijver zegt, dat tegenover een bepaald soort collectivisme men het individualisme positief moet waarderen, dan is dit bepaald onjuist. Trouwens ik vind menige individualistische trek in dit boek. B.v. als het gaat over het gezag van de Schrift en de houding van de enkeling: Hoe weinig wordt in dit boek de mens met zijn bezwaren en twijfel aangesproken met het oog op de gemeenschap van Gods Kerk!
Bang voor de ratio?
M.i. wordt eenzelfde verkeerde klemtoon gelegd als de schrijver voortdurend hamert op het feit, dat wij het Woord niet rationalistisch mogen misverstaan. Het rationalisme betekent overwaardering en overaccentuering van de menselijke ratio, de rede. Maar ik heb mijn ratio wel gekregen om die te gebruiken, ook in het denken over de dingen van Gods Koninkrijk. De schrijver citeert ergens het woord van Paulus: k spreek als tot verstandige lieden (1 Cor. 10 : 14). Terecht zegt de schrijver, dat men de prachtige inzet van de Hebreënbrief verschraalt, als men klakkeloos het geloof opvat als een blindelings aannemen. Ik zou in dat verband haast Schortinghuis gaan citeren. Wij weten, dat in de oud-christelijke kerk deze volle rijkdom niet (meer) verstaan werd. Het christendom werd opgevat als een nieuwe wet. Voor de apologeten was het geloof weinig meer dan de erkenning van de waarheid van het christendom. En in latere tijd werd het geloof steeds meer een verstandelijke toestemming van de geopenbaarde waarheid. En toch zal ik daarbij aan twee ~ dingen niet voorbijgaan. In de Oude Kerk is de volle rijkdom van de waarheid en van het geloof niet altijd verstaan, maar in die tijd, toen verscheidene stukken van de leer nauwelijks bij de gemeente leefden, gaven velen hun leven voor Gods zaak en beleden als martelaren hun geloof! En daarnaast: oor ónze tijd zullen wij ook op een ander front moeten strijden. Niet alleen maar zeggen: ie theoretische kennis is niets. Ik geloof, dat hier voor vandaag ernstige gevaren dreigen. Israël zegt de schrijver interesseert zich niet voor theorie. Maar theorie heeft zijn grond in de praktijk en zijn betekenis om de praktijk, het is bezinning op de werkelijkheid en beschouwing over de werkelijkheid. Als een chirurg college geeft over een bepaalde chirurgische ingreep, dan is dat zuiver theorie; het is eveneens theorie, als hij aan een patiënt — gesteld al, dat hij zulks doet — precies gaat vertellen, hoe hij hem opereren zal; dat is ook theorie, maar een theorie, waarbij de betrokkene wel heel sterk is geïnteresseerd: et gaat om zijn leven en zijn gezondheid. Het is werkelijk al te naïef, zegt de schrijver om het scheppingsverhaal alleen te lezen onder het motto: aar alles van daan komt. Voor deze theoretische vraag interesseert Israël zich niet! Het wordt alles anders, als ik er persoonlijk bij betrokken word. De schrijver moge dan wel zeggen, dat daarvoor niet nodig is een miraculeus gebeuren, een illuminatie, die aan de Bijbel moet worden toegevoegd. Ik geloof, dat de Bijbel ons vertelt, dat die verlichting wel nodig is. Het is de Heilige Geest, die het verstand verlicht (Ef. 1 : 18) „De Geest leidt naar het Woord heen en wordt omgekeerd uit het Woord herkend”.
Afwijzen van het Griekse denken.
Daarmede hangt samen of misschien moet ik schrijven, dit is een gevolg van een ander punt, de kwestie van het Hebreeuwse en Griekse denken. Het Griekse denken is intellectualistisch, statisch. Hierover is in deze tijd heel wat geschreven, ik noem hier het boek van Boman, maar daarnaast onmiddellijk de werken van Barr, die in zijn kritiek op Boman lang niet mals is en die ook het grote woordenboek van Kittel niet spaart. Ik kan daar niet op ingaan, maar ik noem dit, opdat men niet zal menen, dat door het modedenken, het Hebreeuwse denken, de zaak van de methode van verklaring van de Schrift volkomen opgeklaard is.
In overeenstemming met dit bijzondere van Israël, het Hebreeuwse denken lezen wij telkens, dat de Bijbel een gebeuren is, dat de waarheid een concreet geschieden is. Voor niets is de schrijver zo bang als voor algemene waarheden, hoewel hij de volle consequentie uit de eigen stelling (of is hiervoor de theorie van bronnenscheiding nodig) niet wil trekken. „Geen leer nemen wij aan, hoewel wij dat ook zeker doen, maar een gebeuren bereikt ons." Toch zijn religieuze waarheden, goddelijke normen en bijbelse beginselen bruikbare woorden, meent de schrijver.
Welk een ander geluid zou gehoord worden als de schrijver zich minder krampachtig vastbijtende op Hebreeuws denken in tegenstelling met het Griekse intellectualisme inging op en uitging van Bijbelse woorden b.v.: het Woord is levend en krachtig en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend scherp zwaard (Hebr. 4 : 12). Ik heb nu voortdurend het gevoel: veel over de Bijbel, weinig uit de Bijbel.
(wordt vervolgd)
Utrecht H. Bout.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's