De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

10 minuten leestijd

Het onderscheid uitgewist?

Elke kerk en kerkgroepering kent wel de vragen en klachten met betrekking tot de prediking. Het „hoe" en „wat" ten aanzien van de verkondiging van het Evangelie is menigmaal onderwerp van gesprek. Valt in allerlei beschouwingen de nadruk op het formele aspect, het „hoe" van de preek, in het blad „De Wekker" van 15 september gaat ds. J. H. Velema in op enkele inhoudelijke kanten van de prediking. Binnen de Chr. Geref. Kerken wordt nog wel eens de klacht gehoord, zo schrijft hij, dat er in de prediking te weinig ernst gemaakt wordt met het feit dat niet alle kerkgangers ware gelovigen zijn. Er zijn „tijdgelovigen", gewoontekerkgangers, huichelaars, ongelovigen ... En het is onjuist wanneer in de prediking gesuggereerd wordt dat het met alle kerkgangers wel in orde is. De klacht heeft dus betrekking op het te weinig „onderscheidenlijk" preken. Velema verstaat daar niet onder dat in elke preek al de genoemde categorieën aan bod moesten komen, maar wel dat duidelijk gemaakt moet worden dat persoonlijk geloof onmisbaar is tot zaligheid. En de klacht is dan dat daar te weinig over gesproken wordt.

Wij kunnen uiteraard niet beoordelen of deze klacht gerechtvaardigd is. Ten eerste betreft het hier een ander kerkgenootschap, met wie we overigens in menig opzicht verbonden zijn en ons een weten. Ten tweede is het in het algemeen moeilijk om zo'n klacht op haar juistheid te toetsen. Vergeten de klagers soms andere aspecten? Komt deze klacht incidenteel voor? Wordt het begrip „onderscheidenlijk preken" op dezelfde wijze opgevat? En zo zouden we door kunnen gaan.

Maar in elk geval spreekt zich in zulke klachten een zeker onbehagen uit, waaraan niemand mag voorbij gaan. De zaak waarom het gaat is immers belangrijk genoeg. Ze hangt samen met vele andere vragen. Hoe zien we de gemeente? Wat is de verhouding tussen verbond en verkiezing? Bezien we het in het licht van de geschiedenis, dan blijken allerlei factoren in het geding te zijn. Velema noemt in zijn artikel drie motieven die de veralgemening in de hand werken.

Veralgemening in de prediking.

We citeren een gedeelte uit zijn artikel, waarin Velema nader ingaat op het bezwaar als zou er te weinig ernst gemaakt worden met de onderscheiden.

Van drieërlei kant wordt de veralgemening bevorderd.

Allereerst is er 't oude motief van de algemene verzoening. De zaak hiermee aangeduid is: Christus heeft voor alle mensen voldaan en voor ieder Zijn bloed gestort. Wie hiervan uitgaat onderschrijft niet dat de genade particulier is en dat zalig worden een persoonlijke zaak is, die niet met ons kerklidmaatschap of geboorte is gegeven. Het is bekend dat in brede kringen van het Nederlands kerkelijke leven deze algemene verzoening is doorgedrongen. In de praktijk komen we de opvatting veel tegen: Christus heeft voor ieder mens geleden. En dus: Hij gaf Zijn bloed voor u: Hij heeft u lief.

We menen dat dit in strijd is met het bijbels getuigenis dat niet spreekt over het rantsoen dat gebracht werd voor allen, maar voor velen. Overigens betekent afwijzing van de algemene verzoening niet hel vallen in een sombere verkiezingsleer. Wie de algemene verzoening afwijst kan met grote klem nadruk leggen op het rijke aanbod van Gods genade, dat komt tot allen, die onder het Evangelie leven.

Een tweede motief, dat de veralgemening in de hand kon werken was een eenzijdige verbonds- en gemeentebeschouwing. Het is niet waar dat de Schriftuurlijke verbonds-en gemeentebeschouwing insluit de prediking dat het met alle gemeenteleden zonder meer in orde is en dat zij allen werkelijk gelovigen zijn. Feit is wel dat de verbondsbeschouwing zoals die in Nederland in deze eeuw naar voren kwam de veralgemening in de hand kan werken. Het beschouwen en behandelen van alle gedoopte kinderen als delende in de wederbarende genade van de Geest, zoals het in de Vervangingsformule nog stond, heeft een bepaald geestelijk klimaat geschapen. De veronderstelde wedergeboorte, zoals Kuyper die geponeerd heeft, moge nooit de officiële leer van de Geref. Kerken zijn geweest, in de praktijk heeft deze opvatting allerlei gevolgen gehad, die nog altijd te merken zijn in het kerkelijke leven.

Toen de vrijmaking in 1944 kwam bleek dat een deel van de vrijgemaakten nog een stap verder gingen dan de Geref. Kerken en praktisch terecht kwamen bij de stelling: wie lid is van de gemeente is kind van God zonder reserve. Deputaten van deze kerken hebben zich indertijd van deze stelling gedistantieerd. Maar alweer: deze opvatting bleef niet zonder gevolgen in de kerkelijke praktijk.

Een derde factor is de Barthiaanse verkiezingsleer. Alle mensen zijn uitverkoren, maar alle mensen weten het nog niet. De prediking mag de boodschap brengen aan ieder zonder onderscheid: U bent een kind van God. Vandaag nog ongelovig? God ziet uw ongeloof met een glimlach aan. Hij is overwinnaar. U bent overwonnen. Het gaat er alleen maar om dat u dat ook weet. Maar of u het weet of niet: u bent gered.

Deze drie motieven, die de praktijk van het Nederlandse kerkelijke leven beïnvloeden, komen los van elkaar, maar ook wel in verbinding met elkaar voor. Wij leven in het klimaat waarin in boek en blad, via radio en toespraak, deze geestelijke benadering van de mens schering en inslag is. Het (behoeft niet te verwonderen dat dit invloed heeft op ieder, soms ongemerkt en dat het daarom moeilijk is om vandaag de rechte koers te houden, nu de geestelijke wind tegen is.

Terecht schrijft de auteur dat de gevolgen van deze veralgemening niet uitblijven in de prediking. Trouwens niet alleen in de prediking. Het onderscheid tussen kerk en wereld wordt op deze wijze eveneens uitgewist. Alles wordt gezet op de ene noemer van de solidariteit met de wereld. En zeer wezenlijke aspecten van de Schrift blijven dan in de mist, of worden vergeten. Het gevaar van de „goedkope genade" is dan levensgroot. En de prediking gaat het appellerende missen, wat ze naar de eis van het Evangelie moet hebben. Ze wordt verlaagd tot een mededeling van een bepaalde stand van zaken.

Wij zullen uit reactie tegen deze veralgemeningstendens niet mogen vluchten in een andere eenzijdigheid waardoor aan de rijkdom der genade tekort gedaan wordt. Het is goed om ook hierin te letten op de lijnen van onze belijdenis. We denken onder meer aan de Dordtse Leerregels. Enerzijds wordt daar elk universalisme scherp afgewezen en de Bijbelse lijnen van verkiezing en verwerping gehandhaafd. Maar juist de leerregels die zo goed weten van het onderscheid onder hen die door de prediking geroepen worden (zie b.v. Hoofdstuk 3/4, art. IX, met beroep op Mattheus 13), spreken op een andere plaats van een „allen ... zonder onderscheid". Wij denken aan Hoofdstuk 2, art. V.: „Voorts is de belofte van het Evangelie dat een ieder die in de gekruisigde Christus gelooft, niet verderve, maar het eeuwig leven hebbe. Welke belofte alle volkeren en mensen tot welke God naar Zijn welbehagen Zijn Evangelie zendt, zonder onderscheid moet verkondigd en voorgesteld worden, met bevel van bekering en geloof.”

Wanneer wij in onze tijd terecht protest aantekenen tegen de gedachte van een algemene verzoening, in welke gedaante ook, omdat hier het specifieke van de Schriftuurlijke boodschap verdwijnt, zal dit protest alleen dan legitiem zijn, als dit gebeurt vanuit deze door de Dordtse Leerregels gestelde achtergrond. De prediking van Israëls profeten kan ons hier de juiste weg wijzen. Waar het volk Israël aangesproken wordt vanuit het Verbond, dat God met Abraham en diens zaad gesloten heeft, daar klinken juist de ernstigste waarschuwingen, daar is de oproep het klemmendst en daar wordt elk vals beroep op de genade ontmaskerd.

Gevaarlijke voorlichting.

In de rubriek „Kerkelijk leven" in het blad „Waarheid en eenheid" van 8 september, signaleert ds. J. B. v. Mechelen een eenheidsstreven waarin de heilswaarheid relatief gesteld wordt en men niet meer de vraag durft stellen naar de besliste levenskeus voor Christus. In dit verband klaagt hij tevens zijn nood over de voorlichting van het dagblad „Trouw". Het is nogal een persoonlijke en bewogen noodkreet die toch — dacht ik — de spijker op de kop slaat. Het is een trieste zaak dat een dagblad wat met name toch ook voortgekomen is uit de reformatorische kringen, hoe langer hoe meer een koers gaat varen die dan wel aangeduid wordt als progressief-christelijk, maar eerder humanistisch genoemd mag worden.

We citeren dan ook met instemming een gedeelte uit dit artikel.

Wat de verkondiging van het evangelie betreft, aanvaardt men rustig de anti-kerkelijke propaganda van „TROUW". Ik neem maar voor mij het „TROUW" van maandag 28 aug. j.l. Onder het frontpaginanieuws vind ik het overlijden van Epstein, de ontdekker van de Beatles, die de dood van hun manager vernamen toen zij in Wales in meditatie waren met de Indische mysticus Maharsji Maliesj Jogi. Mogelijk wil iemand dit met enige schijn van recht nog verdedigen als „nieuws", maar dan liegt het onderschrift onder 2 foto's op dezelfde pagina er toch niet om.

Onder beide foto's van gekuste kampioenen kan men lezen:

„Het was gisteren (dus zondag, M.) een glorieuze dag voor de Nederlandse wielerploeg, die in het Olympisch Stadion te Amsterdam deelneemt aan de wereldkampioenschappen”.

Voorts worden minstens twee volle pagina's met 6 foto's besteed aan de zondagssport, terwijl de voetballers warm worden gemaakt voor de ontmoeting van de volgende zondag in de Feyenoordkuip, waar het gaan zal om DE wedstrijd, n.l. om de beslissing over het primaat van Ajax of Feyenoord.

Vergelijkt men nu in dit blad een miniatuurstukje over de kerkdienst, dan leze men: Terzake. Dit meldt in tegenstelling tot het uitverkochte stadion van volgende week een verlaten kerk, waar een kleine knul een wandeling moet maken om het collectezakje door te kunnen geven aan een „oude .steunpilaar' op zijn vaste plekje helemaal aan de andere kant van de lange bank." Ik lees dan verder:

„Maar hebben de mensen, die zeggen, dat de kerk een zinkend schip is, vandaag gelijk? Dan zijn zij die nog in hun banken blijven zitten in elk geval te vergelijken met de verantwoordelijkheden, die zolang mogelijk erop blijven. Of ben ik bezig te overdrijven, als ik me zo druk maak over de uit de tijd rakende avonddienst? ”

Wat een vraag in een krant, die één stuk propaganda vormt voor het leeg laten van z'n plaats!

De zwijmeldrank van sportverdwazing en misbruik van de dag des Heren wordt eerst in fonkelende bekers opgediend en dan komt er nog een stukje over de kerk als zinkend schip, over lege plaatsen en wat er wel in het bolletje van zo'n knulletje moet omgaan.

Ziedaar de voorlichting door een blad met in de historie roemrijk verleden, dat op heden, naar ik meen, toch nog graag voor Christelijk wil doorgaan, maar eigenlijk niet meer in Geref. gezinnen zou moeten komen.

Zou het niet het best passen in de Prot. Chr. werkgemeenschap van de P.v.d.A.?

Krachtens zijn verleden heb ik altijd een zwak voor dit blad gehad en ik kon er niet toe besluiten er afscheid van te nemen. Ook na de averechtse voorlichting over onze jaarvergadering, waarin de geest van het blad weer duidelijk bleek, kon ik er niet toe besluiten en ik heb zelfs weerstand geboden tegen hen, die op actie tegen dit blad aandrongen. Hoewel ik het met groot leedwezen doe, ben ik voor mij tot de conclusie gekomen, dat ik om het eerbiedwaardige verleden de band met zo'n blad niet langer mag aanhouden. In steeds toenemende mate is het geworden de spreekbuis van de deformatie, die in en rond onze kerken om zich heen grijpt.

Wat ik hierboven noemde is uiteraard maar één facet van de verwording, die gepropageerd wordt, maar reeds dit ene is een dodelijk gevaar.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's