BOEKBESPREKING
A. Th. van Leeuwen, HET CHRISTENDOM IN DE WERELDGESCHIEDENIS, geb. ƒ 25, —, 392 blz. Uitg. P. Brand, Hilversum, en W. ten Have, Amsterdam, 1966.
In 1964 verscheen dit boek van de hand van de huidige directeur van Kerk en Wereld in het Engels. Het werd meer dan eens herdrukt, in het Duits vertaald en nu verscheen een bewerking in het Nederlands. Reeds deze opsomming spreekt van de internationale belangstelling voor dit boek, waarin een machtige visie op de verhouding van het christendom en de wereld van vandaag uitkomt.
Na een terreinverkenning, waarop de ontmoeting tussen westerse en niet-westerse culturen plaats vindt, volgt een hoofdstuk over Israël temidden van de volken: de mens moet verstaan worden in het licht van de geschiedenis van Israël; hierbij gaat de auteur in op Israël in het raam van het Nabije Oosten en daarbij wordt de relatie van scheppingsverhaal enz. met de Babylonische mythologie onder de loep genomen: Israël is de voorhoede van de volken, zijn geschiedenis is het midden en de samenvatting van de wereldgeschiedenis, openbaring van Gods plan met geheel de mensheid. De gang der historie wordt gevolgd in „Joden, Grieken en barbaren": als het evangelie de Grieks-romeinse wereld binnendringt, doorbreekt het de sacrale bindingen, maar komt steeds weer voor de verzoeking te staan hen niet te niet te doen, maar slechts te „kerstenen”.
Uitvoerig wordt het levenspatroon van de niet-westerse beschavingen getekend; een indrukwekkend voorbeeld van een „ontocratische" staat vindt de schrijver in de ontwikkeling van de Chinese beschaving. Het westen vindt zijn tegenspelers o.a. in de Islam, vanaf zijn allereerste opkomst tot aan de laatste eeuwen der westerse expansie de grote tegenspeler van de christelijke wereld. De emancipatie van modem Europa is in de eerste plaats een emancipatie uit de bedreiging van de Islam. In dit verband gaat de schrijver in op de vraag: Heeft het christelijke zendingswerk gefaald?
Het hoofdstuk over het revolutionaire westen tekent de ontwikkeling van de tijd af van het romeinse rijk tot de communistische revolutie; de schrijver typeert het communisme als de Islam van ons technocratische tijdperk; hij trekt enige belangrijke parallellen tussen Islam en communisme, maar acht het een ernstig misverstand het communisme een nieuwe „religie" te noemen.
Ook voor de niet-westerse kerken moet de confrontatie met de secularisatie (met Gogarten e.a. maakt de schrijver onderscheid tussen secularisatie en secularisme) in het brandpunt van hun theologische bezinning staan. Kerstening kan in onze tijd niet anders betekenen dan dat volken wonden betrokken in de steeds voortgaande christelijke geschiedenis. De gedachte aan een eigen specifiek „oosterse" theologie moeten wij laten varen. — Alleen een nieuwe revolutie kan ons redden, een omwenteling, die thans in onze planetarische en technocratische wereld dergelijke herscheppende krachten losmaakt als die welke in de renaissance, de reformatie en de daarop volgende bewegingen de religieuze wereld van het westen doorbraken. De beweging, die met de westerse zendingsarbeid begon, is nog pas aan het einde van haar eerste fase.
Het boek eindigt met Israël: Israël is natuurlijk niet de Messias en de staat Israël is geenszins de eschatologische vervulling van de oudtestamentische belofte aan Sion. Maar Rome, Mekka, New York en Peking zijn evenmin Sion.
Ziehier enige lijnen, die ik in dit boek vond; engszins volgde ik de gang van gedachten, die een zeer rijke is. Het is geen werk, dat men in enkele uren doorwerkt noch minder verwerkt, maar het geeft wel heel wat stof tot discussie en tot nadenken. In het bijzonder aan onze studenten beveel ik bestudering aan.
Dr. A. F, J. Klijn, APOSTOLISCHE VA DERS, I en II Clemens, Onderwijs van de twaalf apostelen, 136 blz., Bosch en Keuning, Baarn, 1967.
De geschriften van de apostolische Vaders dateren uit het eind van de eerste en het begin van de tweede eeuw van onze jaartelling. Voor de niet-theoloog zijn deze geschriften niet gemakkelijk bereikbaar en daardoor wel erg onbekend; het was daarom een goed initiatief van de redactie van de serie Boeken bij de Bijbel om deze, voorzien van inleidingen en aantekeningen, opnieuw te gaan uitgeven.
De eerste brief van Clemens dateert ongeveer uit dezelfde tijd als het boek van de Openbaring van Johannes. Dat deze brief jaren lang is gelezen blijkt wel uit het feit, dat hij in een handschrift van de Bijbel uit de vijfde eeuw (de codex Alexandrinus) is opgenomen en Eusebius verklaart er nog van: Zoals wij weten wordt hij in de meeste kerken van oudsher tot op deze tijd openlijk voorgelezen. — De brief is gericht aan de Korinthiërs waar een kerkelijk gevaarlijke situatie is ontstaan: enkele jongeren hadden ambtsdragers afgezet. Dr. Klijn geeft een vertaling van het geschrift als ook enige beschouwingen over de theologische opvattingen, die wij in I Clemens vinden, waarbij hij o.a. wijst op de betekenis van het Oude Testament volgens Clemens.
II Clemens is geen brief, maar een preek met een sterke nadruk op de praktijk van het christelijke leven.
Het derde gedeelte is „Het onderwijs der twaalf apostelen" (meestal Didache genoemd), een soort kerkorde, die zeer populair schijnt geweest te zijn. Het geeft een beeld van het kerkelijke leven ongeveer 125 van onze jaartelling.
Enige bladzijden zijn gewijd aan Justinus de martelaar en aan de Pastor van Hermas.
Het is een mooie uitgave die de lezer enig inzicht geeft in de worsteling van de kerk met de heidense cultuur.
Utrecht H. Bout
Gerhard Glich: GEBROCHENES WELT-BILD; Uitgave Kreuz-Verlag, Stuttgart; 77 pagina's; D.M. 3,50.
De schrijver van dit boekje, die zowel in de theologische als In de natuurwetenschappelijke faculteit promoveerde, verstaat de kunst om in kort bestek bijzonder veel te zeggen. Dat kan alleen als iemand zo boven de stof staat waarover hij schrijft dat hij in staat is lijnen te trekken en verbanden aan te wijzen die anderen pas na veel uitvoeriger betoog onder woorden zouden kunnen brengen. Uit dit boekje blijkt in dit opzicht verder ook hoe vruchtbaar het is als iemand zowel op het terrein van de theologie als op natuurwetenschappelijk terrein thuis is, zodat het gevaar van benadering van de problemen van geloof en wetenschap of alleen vanuit theologische hoek, of alleen vanuit natuurwetenschappelijke hoek vermeden wordt.
Uitvoerig wordt geschetst de conflictstof die door de eeuwen heen tussen theologie en natuurwetenschap lag en ligt opgestapeld, met name omdat het natuurwetenschappelijk wereldbeeld na de ontdekkingen van Copernicus en vooral ook na de theorieën van Darwin diametraal stonden tegenover het bijbels-theologische wereldbeeld. De schrijver zoekt echter naar een synthese en hij ziet daartoe de mogelijkheid omdat enerzijds het biologisch-evolutionistisch wereldbeeld opener en gevarieerder en het natuurwetenschappelijk denken bescheidener is geworden, terwijl anderzijds door de moderne theologie een andere schriftbenadering is opgekomen. Vooral Bultmanns theologie komt daarbij aan de orde en al geeft de schrijver vooral een objectieve benadering van de historische ontwikkeling en de huidige stand van zaken in theologisch en natuurwetenschappelijk opzicht, in ieder geval; wordt wel duidelijk dat hij zich aan het moderne theologische denken verwant weet. Het modern-kritisch bijbelonderzoek wordt positief gewaardeerd en telkens wordt de nadruk gelegd op het kerugmatische karakter van de Schrift in tegenstelling tot het historische karakter ervan, met alle kwalijke gevolgen van dien, b.v. als gezegd wordt dat het bijbels gezien veel meer gaat om de gepredikte Christus dan om de historische Jezus.
In zoverre geeft de auteur met dit boekje niet iets wat anderen ook al niet geschreven hebben. Het is alleen zijn verdienste dat hij kans heeft gezien om in kort bestek een helder overzicht te geven van wat in veel andere literatuur ligt verspreid. De 83 literatuurverwijzingen achterin het boekje zijn daar een bewijs van. Daarom wie op heldere en beknopte wijze geïnformeerd wil worden kan hier terecht. Maar wie een echt bijbels gefundeerde visie verwacht wordt teleurgesteld.
Huizen J. v. d. Graaf
Martin Buber, CHASSIDISCHE VERTEX/- LINGEN, 576 blz., Servire, Den Haag, 1967.
Het Chassidisme is een joodse beweging ontstaan in de 18de eeuw in Oost-Europa. Het gaat terug op Israël Ben Elieser, de Baal-sjemtow genoemd (1700-1760). Een van zijn leerlingen was Baer van Meritsch, de grote maggid (prediker), die volgens chassidische traditie driehonderd leerlingen had. Reeds bij hun leven waren deze joodse mystieke denkers legendarische figuren. Zij legden sterke nadruk op gebed en meditatie.
De chassidim (vromen; in de Bijbel vinden wij het woord o.a. 1 Sam. 2 : 9, Ps. 30 : 5) vertelden van hun leiders (tsaddikim, d.i. rechtvaardigen; Buber vertaalt: de rechtvaardig-geblekenen, de goed-bevondenen) voorvallen, spreuken, legenden, anekdoten, die eerst mondeling zijn doorgegeven en later te boek: gesteld. Met deze legenden en spreuken heeft Buber zich vele jaren beziggehouden. Zo is dit boek ontstaan dat nu in Nederlandse vertaling verscheen. Hij wil het leven en de persoon van de leiders zoeken uit te beelden. Zo wil het werk verstaan worden als uitdrukking en documentatie van de omgang tussen tsaddikim en chassidim en als uitdrukking en documentatie van het leven der tsaddikim met hun chassidim.
In een uitvoerige inleiding (65 blz.) tekent Buber de betekenis van het chassidisme, dat hij als één van de grootste verschijningsvormen ziet van levend geloof. In dit gedeelte typeert hij ook verscheidene leiders wier gezegden en verhalen in het werk zijn opgenomen.
Vluchtig doorlezen kan men dit boek niet; Buber zegt zelf: dan kan men het beter niet lezen.
Tot slot geef ik enige citaten ter tekening van het geheel: Godsvrucht zonder liefde is onvolmaaktheid, liefde zonder Godsvrucht is helemaal niets (Ahron van Karlin).
Bij rebbe Baruch kon een wijze de vreze des Heren met de lepel opscheppen, maar een dwaas is dikwijls nog een nog grotere dwaas geworden (Israel van Rizin).
Wie iets van het chassidisme wil leren neme dit werk en bestudere vooral de inleiding.
Utrecht H. Bout.
Siegfried Keil, Sexualitat Erkentnisse und Maszstabe), 224 Seiten, Leinen DM 14, 80, Kreuz-Verlag, Stuttgart-Berlin.
Al te lang wachten dit en de volgende uitgaven van de Kreuz-Verlag op bespreking. Door een nieuwe regeling van recensenten hopen wij andere uitgaven tijdiger en soms uitvoeriger dan hier gebeurt te recenseren. Met excuus aan de uitgever en de lezers dus een korte opmerking.
Over de normen van de ethiek in het algemeen en die van de seksualiteit in het bijzonder is veel te doen. Over dit laatste schrijft Keil.
Het eerste deel handelt over de geldingskracht en de betrekkelijkheid van de normen. In het tweede deel komt de verhouding tussen de maatschappijvormen en het geslachtsleven in bespreking, historisch gezien.
In het derde deel gaat het over hetzelfde onderwerp, maar toegepast op onze tijd.
In het vierde deel gaat de schrijver over tot een taxering van de situatie en een poging de weg te wijzen.
In het slot worden de mogelijkheden van een nieuwe moraal bezien.
Indruk? Veel materiaal, maar geen binding aan de Wet Gods. Hier dreigt een liefde los van het gebod t.a.v. vóórechtelijk geslachtsverkeer, verhoudingen tussen gehuwden en ongehuwden, homofilie, enz.
Wie geïnformeerd wil zijn over het radicale standpunt van deze Duitse ethicus, kan hier terecht. Wie de Bijbelse verbanden tussen Wet en Evangelie; gebod en liefde wil handhaven, zal hierin veel vinden wat hem verwerpelijk voorkomt. En dat is helaas ook zo.
Protestantische Texte aus dem Jahre 1966. Dokumente — Berichte — Kommentare. Redaktion G. Heidtmann, W. D. Marsch, G. Rein, E. Sianunler, 239 Seiten, Namenregister, Leiuen DJVI. 9,80.
In dit verzamelwerk zijn allerhande berichten, documenten en commentaren uit het jaar 1966 samengebracht.
In het eerste hoofdstuk vindt u veel over de oecumene. O.a. een dagboek uit Geneve waarin indrukken staan over de wereldconferentie voor Kerk en samenwerking, een rede van Visser 't Hooft en van Blake, de nieuwe secretaris van de Wereldraad.
In het tweede hoofdstuk gaat het over de kerk in Duitsland, o.a. een discussie over „Kein anderes Evangelium — Moderne Theologie, interviews met Fuchs enz.
In het derde hoofdstuk gaat het over politiek en maatschappij.
Wie belangstelling heeft, vindt hier een uitnemende documentatie over het jaar 1966.
Hartelijk aanbevolen.
Das Gespaltene Gottesvolk, H. Gollwitzer, E. Sterling. Im Auftrag der Arbeitsgemeinschaft Juden und Christen beim Ev. Kirchentag berausgegeben, 352 Seiten, brosch DM 7,80. Kreuz-Verlag, Stuttgart-Berlin.
Zoals de titel aangeeft houdt dit boek zich bezig met de vraag naar de verhouding van Joden en christenen. Samen worden zij het gebroken, het uiteen gegane volk van God genoemd. Dit is een belangrijk werk, omdat juist in Duitsland zo zwaar getild wordt aan de schuld tegenover de Joden. Al wat daarover gezegd en geschreven is op de kerkedagen in '63 en '65 Is hierin samengebracht. Zo mogelijk hopen wij op dit werk terug te komen.
Jens Marten Lohse, Kirche ohne Kontakte, Beziehungsformen in einem Industrieraum, 211 Seiten m. 8 graf. Darstellungen und zahlreichen Tabellen, kart. DM 12, 80. Kreuz-Verlag, Stuttgart-Berlin.
Dit boek wil inzicht, schenken in de sociologische structuren van de gemeenten in Duitsland. De sociologie is nog niet „in" bij de leiders der kerken en bij de evangelische theologie. Zij slaan elkaar met argwanende ogen gade!
Maar er komt verandering, getuige dit boek, dat in opdracht van de Oberkirchenrat van Stuttgart, is ontstaan.
Ook deze studie is een brede bespreking waard. De ruimte in ons blad verhindert dit. Vandaar deze aankondiging.
Hans Jurgen Schultz/Hrsg. Kontexte, Band III. Die Zeit Jesu, 136 Seiten, kart. DM 8, 50. Auch: Band IV, 132 Seiten, DM 8, 50. Kreuz-Verlag, Stuttgart-Berlin.
Tweemaal per jaar verschijnt een aflevering van Kontexte, die een neerslag zijn van voordrachten voor de Zuid-Duitse radio. Zoals de titel zegt wil men de omgeving van het N.T. belichten.
De bijdragen willen het midden houden tussen oncritisch verslaan van de eeuwen, die ons scheiden van het ontstaan van het N.T. èn de nieuwe Aufklarung, die twee eeuwen te laat komt!
Deze artikelen hebben een informatief karakter. Uit de onderwerpen noem ik: Augustus en Tiberius, Herodes en zijn opvolger, Sadduceën en Farizeërs, de Qumran gemeente, tempel en synagoge, Jezus wonderen tegen de achtergrond van Zijn tijd enz. enz.
In het vierde deel gaat het over geloof, weten, wetenschap, waarbij een wederzijds positief kritische instelling uitgangspunt is.
De scribenten komen uit de evangelische en katholieke kerk.
Wij kunnen u deze afleveringen als informatie van harte aanbevelen.
Katwijk aan Zee G. Boer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's