De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

9 minuten leestijd

31 oktober.

Het zou wel interessant zijn, al moet men wel wat in-en aanvullen, om eens een overzicht te geven van de wijze waarop men het vijftigste, het honderdste jaar en zo voort tot het vierhonderdvijftigste na de reformatie dit keerpunt herdacht. Men gaat zodoende met grote passen door de kerkgeschiedenis. Menig keer zullen de herdenkingen ons meer zeggen omtrent de herdenkers dan over het herdachte.

Thans maken we ons op om het vierhonderdvijftigste jaarfeest van de Reformatie te vieren. Wellicht zullen er op en rondom 31 oktober meer samenkomsten belegd worden dan de laatste jaren wel gebeurde. Men wilde uit oecumenische voorkomendheid de rooms-katholieken niet derangeren door kerkhervormingsdiensten. Maar nu men uitvond om pastoor en dominee samen de herdenking te laten houden mocht en kon het weer. Wanneer men de acht voorafgaande met het negende jubeljaar vergelijkt, zal men de laatste jaren de situatie mogelijk grondiger en totaler veranderd vinden dan de vier eeuwen voordien.

Rooms-katholieken.

Wie had mogelijk geacht, nog niet eens zo lang geleden, dat Rome zo een heel ander portret zou schilderen van Maarten Luther dan tot dusver, want het waren penselen met scherpe haartjes en depreciërende kleuren, die steevast gebruikt werden tot nu toe.

Wel moeten we op de koop nemen dat dr. Fiolet Luther tekent als zulk een onstuimig reformerende figuur, dat feitelijk de protestanten hem ook helemaal niet hebben kunnen bijbenen en trouw blijven en dat het heden er geheel op lijkt, dat de rooms-katholieken vooraan en de reformatorisch gezinden beschaamd op de achterste banken hebben plaats genomen bij de herdenking. Soms zou je menen, dat slechts de heiligverklaring van Luther nog op zich laat wachten.

Over de veranderingen in de Roomse kerk is uitvoerig van gedachten gewisseld op de conferentie van de World Presbyterian Alliance. Vertegenwoordigers uit verschillende landen bespraken de situatie van de R.K. Kerk in hun land. Daarbij bleek, dat Holland wat de veranderde mentaliteit betreft wel bovenaan stond. Maar ondanks de helemaal niet zo gunstig ontvangen wet voor de Protestantse kerken in Spanje, was men ook daar niet helemaal pessimistisch. Italianen waren verdeeld. Sommigen konden niet bespeuren dat er na het Vaticaans concilie iets ten goede gekeerd was. Op deze conferentie in het Italiaanse Torre Pellice is ook over andere dingen van gedachten gewisseld. Over de nieuwe theologie van de dood van God bijvoorbeeld, waarvan prof. Berkhof zei, dat reeds Nietsche over die dood gesproken had alleen met de nadere aanhalingen: „Wij hebben Hem gedood"; een omstandigheid die de moderne theologen helaas verzwijgen.

Om toenadering te bevorderen tus­ sen presbyterianen en episcopaals-gezinden is uitvoerig gedelibereerd over de positie van de bisschop in het geheel van de ideeën over het ambt. De bisschop zou aanvaardbaar zijn, indien hij optrad als zielzorger voor zielzorgers, als hij fungeert als kerkelijk moderator en dus niet als hiërarch. Liefst zou men het belaste en besmette woord bisschop zien vervangen door een ander, maar dat zou wel geen haalbare kaart zijn.

Wat de rooms-katholieken betreft nog één opmerking, die gemaakt werd op deze conferentie. Een Franse theoloog meende, dat de protestanten ten aanzien van deze kerk veel leken op Jona, die niet kon verwerken dat Ninevé zich bekeerde. Zo zouden de protestanten dus moeilijk kunnen plaatsen, dat Rome zich herziet. Overigens zijn er nog niet veel leerstellingen veranderd, niet veel vervloekingen ingetrokken.

Rome’s reformatie is nog één van een pas voorwaarts en van een pas achterwaarts. Men juichte over de encycliek „Progressio", die echt progressief geluid gaf, maar die over het celibaat was bedroevend conservatief.

Met name in Nederland is men heftig over het celibaat. Kardinaal Alfrink is naar de bisschoppen-conferentie in Rome vertrokken met een brief bij zich ondertekend door vele vooraanstaande rooms-katholieken o.a. minister Klompé, om de zaak van het celibaat onderwerp te maken van zeer ernstig beraad. Paus Paulus opende deze conferentie met een waarschuwing tegen de moderne theologie, die alles op losse schroeven zet. Sommigen waren over deze toespraak ook al weer zeer terneergeslagen, anderen, meer optimistisch, meenden dat de oer-conservatieve curie, die van deze conferentie niet veel goeds ducht, werd bezworen om mee te gaan. Paus Johannes heeft heel wat losgewoeld, maar voor de opvolger is het een ondankbare taak om al wat op drift is geraakt bijeen te houden. Paus Johannes joeg de schaapjes op hun poten, maar de huidige pastor pastorum moet ze leiden.

Kerkelijk gereformeerden.

Zonen van de Reformatie, die willen vasthouden aan de beginselen van de kerkhervorming, waren de Gereformeerde kerken in Nederland. Honderd jaar geleden, toen we herdachten dat de hervorming 350 jaar geleden plaats vond, was de oudste zuster, de afscheiding, geboren, doch de jongere, de doleantie, moest het levenslicht nog aanschouwen.

In 1892 verenigden beide zusterkerken zich, doch niet dan nadat een deel als de Christelijk Gereformeerden een eigen huis had gesticht.

Wat de Christelijk Gereformeerden betreft, met dezen hadden de Gereformeerden samensprekingen, doch de jongste synode besloot niet langer het contact voort te zetten, omdat men bij alle toelichting over en weer wezenlijk niet vorderde. Ook de vrijgemaakten zagen niet veel heil meer in voortzetting van het gesprek met de christelijk gereformeerden, die te onbeslist zijn, volgens hen.

In 1926 vond een van de meest beruchte synodevergaderingen plaats van de Gereformeerde kerken in Assen. Wanneer over Elspeet of zo de Gereformeerden wel eens mee in opspraak komen, beklagen ze zich erbarmelijk, maar ze moeten niet vergeten dat Assen zeer velen nog heel scherp in het geheugen is geprent. De verlichte kerkelijke mens en de moderne geëmancipeerde mens vond het onzin en dreef de spot met het feit, dat dr. Geelkerken werd afgezet, omdat hij van oordeel was, dat het paradijsverhaal niet letterlijk waar was gebeurd. Het station Assen is lang en lang gepasseerd, maar men kon er niet gemakkelijk toe komen om op de beslissing terug te komen, alhoewel er jaren op werd aangedrongen. Thans is het op de Lunterse synode geschied, al was er één van de commissie, die zich fel verzette en al zijn er nog mannen van toen, die hebben meegewerkt, zoals prof. K. Dijk, die zich er niet mee kunnen verenigen, dat het besluit van Assen is teruggenomen. Wel zijn er vele synodeleden geweest, die hun vrees hebben uitgesproken, dat het hek van de dam verdwijnt en dat de vrijzinnigheid in deze kerk zich evengoed breed kan maken als in de Herv. Kerk, die tot voor kort hevig werd verfoeid.

Zo zien we, dat het wel mogelijk is om naast de aloude kerk, die veel onkruid welig heeft laten opschieten, een schoon gewied akkertje aan te leggen, maar dat het niet mee valt om dat akkertje gewied te laten. Na verloop van tijd komt hetzelfde onkruid van het erf dat men verliet weer boven. Kortgeleden hield het Gereformeerd Sociologisch instituut, voordat het opgeheven werd, een enquête. Een van de vragen luidde of men nog achter Assen stond. Meer dan de helft 57% had geen standpunt, 24% meende dat Assen moest worden opgeheven en 20% dat de bepaling moest blijven gelden. Een kwart dus ongeveer vóór en een kwart tegen wat nu besloten is.

Hervormden.

We hebben al eens even over Klare Wijn gesproken. Uitvoeriger kwam het inmiddels reeds aan de orde in de Waarheidsvriend. We krijgen de indruk na Lunteren over Assen dat men ook in de Geref. Kerken deze wijn niet troebel vindt.

Bakens worden verzet. Maar het is toch wel zo, dat thans niet de Waarheid ons vrij maakt, maar dat wij de Waarheid vrij moeten maken van allerlei kortzichtigheden en verouderde opvattingen en denkwijzen. Jammer is alleen, dat bij elke vordering van de wetenschap en bij elke ontdekking, de Bijbel opnieuw wordt aangepast bij de nieuwe stand van zaken.

Men kan wel zeggen, dat de eerste hoofdstukken van Genesis een speciale geschiedschrijving bevatten, dat in een verhaal ons zeer gewichtige waarheden van blijvend en beslissend karakter zijn overgeleverd, maar als sprake is van welke geschiedschrijving dan ook de vraag blijft of er tenslotte iets gebeurd is of niet en wat er in feite plaats vond. Is de mens gevallen of is hij niet gevallen? Met een mooie term van speciale geschiedschrijving tracht men te bereiken, dat de wetenschap ons voor vol blijft aanzien.

Lucas zegt, dat Christus de „zoon was van Adam, den zoon van God". Was Christus de zoon van een naam van een gefingeerde, of was hij de zoon van ons aller vader? De vraag: „Christus, wiens zoon was Hij?", heeft een dubbel aspect.

Ontheemden en vervreemden.

Aan zovelen moeten we denken bij de herdenking van de reformatie. Aan degenen van wie we uitgingen. Aan degenen die uiteengingen. Aan degenen, die van ons gingen. Het getal onkerkelijken stijgt angstwekkend. Geen wonder, dat vele jonge mensen terugdeinzen voor de pastorie, voor het ambt. Over dit verschijnsel wordt nog al eens geschreven de laatste tijd. Ook in dit opzicht krijgen de Gereformeerde Kerken het aanzien van de Hervormde. Zo zag ik dat in steden het kerkbezoek ook daar, waar voor kort een dubbele kerkgang op de zondag kenmerkend was, snel afneemt. Men verloor in de steden een kwart van de leden en in Delfshaven bijvoorbeeld bezoekt nog 38% de kerk.

In Amerika, waar de kerk eveneens sterk aan invloed inboet, vraagt men zich af of de wereld te ingewikkeld is geworden, of de kerk zich te zeer met de wereld heeft geëngageerd of dat de kerk te veel het spiegelbeeld is geworden van de wereld. Ja, waarom zal men zich bij de kerk melden als de kerk zich inspant om duidelijk te maken hoezeer men in alles met de wereld één en het eens is? Vooral bij de jeugd is de teruggang groot.

Ten onzent is dit allemaal niet veel anders. Men acht het toppunt van geloof en godsdienstigheid rebellie tegen de status quo, tegen de heersende toestand. Maar soms voelt men neiging om rebellie te plegen tegen al die modieuze en verplichte rebellie. Rebellie tegen de rebellie. Men ijvert en roept om vrede, vrede. Zou het kunnen zijn dat die vrede, die men vandaag als het allerhoogste en aller begeerlijkste najaagt, toch geen ware vrede is? Vrede, vrede en geen gevaar, sloeg Luther aan. Wat Luther het grootste gevaar achtte: een onverzoende ziel voor God, een ongerechtvaardigd bestaan, beangstigt nauwelijks iemand. Het gaat nog altijd, vierhonderdvijftig jaar nadien, om de ware schat der kerk.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's