De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

12 minuten leestijd

Vragen rondom Jeruzalem.

De annexatie van de oude stad Jeruzalem door de Israëli’s geeft nog altijd stof tot allerlei overwegingen. Niet alleen de politici, maar ook de theologen mengen zich in dit gesprek. Zo zijn er door ds. F. Kuiper een aantal stellige beweringen gelanceerd over deze annexatie, beweringen waarin met name de politiek van de Verenigde Naties veroordeeld wordt. We citeren uit „Hervormd Nederland" van 23 september het volgende:

„Wanneer Jeruzalem nu in joodse handen is gevallen, kan en mag geen enkele joodse staatsman ook maar overwegen, het weer vrijwillig prijs te geven. Ieder, die de bijbel kent of op de geschiedenis let, moet dat begrijpen". De uitspraak van de Verenigde Naties, dat Israël het oude Jeruzalem niet mag annexeren, noemt hij een godslasterlijke en fatale vergissing. „Juist als joodse stad behoort Jeruzalem ook voor alle niet-joodse volkeren heilig te zijn”. „Zonder erkenning van Israëls recht op Jeruzalem is er in deze wereld geen uitzicht op geestelijke vernieuwing, noch op sociale gerechtigheid en allerminst volkerenvrede. Jeruzalem is de toetssteen." „Laat de mensheid in al haar geledingen Israël sterkte toewensen nu het erfdeel van zijn vaderen in volle omvang wil gaan aanvaarden?" „De christenen noemen zich naar Israëls Messias, om de volken deelgenoot te doen worden in Israëls verbond met God.”

Het is dr. Buskes die bij deze uitlatingen een aantal kritische vragen stelt. Onder meer vraagt hij: Mogen we zeggen: De volkeren moeten delen in Israëls verbond met God, of moeten het niet veeleer omdraaien: De volken moeten deelgenoot worden in Gods Verbond met Israël? Lopen we bovendien niet het gevaar het geloof in de Messias te verhumaniseren tot een Joods messianisme? We menen dat dit zeer legitieme vragen zijn. Hoe zeer de bijzondere plaats van Israël in Gods heilsplan ons ter harte moet gaan, wij mogen niet vervallen in een nieuw Judaïsme. Buskes licht zijn vragen ook toe. Ten aanzien van Jeruzalem wijst hij er op dat Jeruzalem in het O.T. de stad van God is, altijd in verbinding met Sion en de tempel. Het gaat nooit om Jeruzalem als joodse stad alleen, het gaat om het heil van Sion. En de verkoren stad mag niet de verkiezende God gaan vervangen. En de bijbelse toekomstverwachting dan ten aanzien van Jeruzalem? Zeker die is er. Men leze Jes. 2 en Mich. 4. Maar waar gaat het dan om?

Maar in deze visioenen van Jesaja en Micha gaat het om de berg van het Huis des Heren. De volken zeggen niet: komt, komt, laten we opgaan naar de berg des Heren, naar het huis van de God Jacobs. Het gaat om de wet die uitgaat van Zion, om het Woord des Heren, dat uitgaat van Jeruzalem.

De komst van Jezus Christus, voor de christelijke kerk niet een messiaanse gestalte maar de Messias betekent een radicalisering van de verhoudingen. Bij zijn dood aan het kruis scheurt het voorhangsel van de tempel. Is de rol van Israël uitgespeeld?

Dat zij verre. Romeinen 9-11. Maar Jeruzalem is in de verwachting niet meer de joodse stad, maar een nieuw Jeruzalem, nederdalend uit de hemel van God (Openbaring 21:2). De tempel is weg. De Here God is haar tempel (Openbaring 21:22). Men leze wat in de twee laatste hoofdstukken van het laatste Bijbelboek over Jeruzalem gezegd wordt.

De Messias van Israël mag niet van Israël losgemaakt worden. Maar het komt op de rangorde aan. De Messias van Israël is niet zonder meer Israëls Messias. Wie dat vergeet, verwaarloost de Bijbelse volgorde.

In dit alles is het mij te doen om Israël, om de gemeente van Jezus Christus uit Israël en de volken (de heidenen), om de Messias van Israël en in Israël de Messias der volken (de heidenen), om Hem, die we de Here noemen.

We mogen 't christelijk geloof niet verspiritualiseren, maar we mogen het evenmin verjudaïseren. En tot het Oude Testament hebben wij geen toegang dan via het kruis van de Messias van Israël. Wie het Oude Testament leest en verstaat buiten het Nieuwe Testament om, stelt zich buiten de gemeente van Jezus Christus en vergeet, dat er na de geschiedenis, die in het Oude Testament beschreven staat, één en ander gebeurd is: het beslissende!

We menen dat het goed is om deze nuchtere woorden in de bezinning op Jeruzalem en Israël te verdisconteren. Opdat wij waarlijk een bijbels getuigenis mogen laten horen.

D.E.O. en de N.C.R.V.

Ook deze zaak krijgt uiteraard in de kerkelijke pers nogal wat aandacht. „Hervormd Nederland" van 16 september heeft geen goed woord over voor D.E.O. De organisatoren ervan zouden niet weten wat radio en televisie zijn, zouden het gesprekselement verwaarlozen enz. enz. Het moet ons van het hart, dat deze scribent ook geen poging doet om de beweegredenen van D.E.O. ook maar enigszins te peilen en er begrip voor op te brengen. En dat waar nog wel gehamerd wordt op het aambeeld van de communicatie. Op deze manier werkt men de vervreemding in de hand. Het is het hopen dat de leiding van de N.C.R.V. bij al hun kritiek op het streven van D.E.O. toch wel dit begrip kunnen opbrengen.

Meer sympathie en begrip voor JD.E.O. vinden we in „Waarheid en Eenheid" (22 Sept.). D.E.O. is een van de opkomende verschijnselen aldus ds. J. B. v. Mechelen, die als reactie ontstaan op een allesoverspoelend en alles relativerend oecumenisme. Of hier alles mee gezegd is, wagen we te betwijfelen. We menen dat in de protesten van D.E.O. tegen het programmabeleid van de N.C.R.V. ook een bepaalde visie meeklinkt op de verhouding van christelijk geloof en cultuur. Het onbehagen jegens allerlei uitzendingen van de N.C.R.V. heeft hier alles mee te maken. En we menen dat in het overleg dit eerlijk en broederlijk vanuit de Schrift doorgesproken moet worden. Is er bij de leidende figuren die verantwoordelijkheid dragen voor de programma's van de N.C.R.V. nog plaats voor een zekere Bijbelse reserve tegen allerlei cultuuruitingen. Juist op dit punt gaan wij als christenen van de verschillende kerken, ook binnen de Geref. gezindte volkomen verschillende wegen. Enerzijds treft men aan een open, optimistische, aanvaardende houding tegenover allerlei cultuuruitingen, anderzijds een zeer terughoudende, bijna doperse mijding. En tussen deze beide uitersten bevindt zich een gehele scala van houdingen. De vraag komt boven: Wat betekent in de wereld van vandaag en in de cultuur van vandaag de ascese. Hebben de Puriteinen die tegenover veel uit het cultuurleven zeer gereserveerd stonden, helemaal ongelijk gehad? Raakt de Bijbelse notie van het vasten, die wij als protestanten met het badwater van de , r.k. vastenpraktijken over boord gegooid hebben, ook niet aan deze vragen?

Het zou te betreuren zijn, als het overleg tussen D.E.O. en de N.C.R.V. alleen maar een touwtrekken zou zijn om een paar uur zendtijd. Dan worden de wezenlijke vragen nog miskend. De eerlijkheid gebiedt om te zeggen dat de N.C.R.V. van haar kant wel degelijk met deze vragen bezig is en regelmatig met allerlei groepen uit het kerkelijk leven juist over deze vragen gesprekken voert. We schrijven dit daarom omdat in het - door de N.C.R.V. verstrekte communiqué gezegd werd dat in de contacten met D.E.O. geen aanknopingspunten aanwezig waren voor een onderlinge bezinning.

De vraag komt boven: Aan wie heeft dit gelegen? Heeft D.E.O. dit gesprek niet gewild? Of stond men al direct te ver van elkaar af? Dan ziet het er niet best uit voor de toekomst. Want het feit ligt er: Bij grote groepen leeft bezwaar tegen de gang van zaken. En er zullen ongetwijfeld vele adhesiebetuigingen komen.

Is, ook wanneer men t.a.v. bepaalde programmaonderdelen van de N.C.R.V. aarzelingen en kritiek heeft, adhesie met het streven van D.E.O. op zijn plaats? Dat is nog de vraag. Men kan sympathie koesteren voor vele bezwaren van D.E.O. en toch deze weg afwijzen. Dat is ongeveer ook de teneur van een artikel van ds. J. H. Velema in „De Wekker" van 29 sept., waaruit we een gedeelte citeren:

Het is tegen deze achtergrond te begrijpen dat er aktie wordt gevoerd. Dat moet voor de N.C.R.V. een reden zijn tot bezinning. Het zou bijzonder jammer zijn wanneer de verontrusting zonder meer hooghartig werd afgewezen en men de bezwaren, ook al mochten ze minder juist zijn geformuleerd, ter zijde legt. Het zou ook te betreuren zijn wanneer er een tweede christelijke omroep kwam. Laat er a.u.b. niet nog meer verscheidenheid en verscheurdheid komen.

Maar of D.E.O. weergeeft en vertolkt wat diverse verontrusten willen?

Ten eerste betreur ik het dat het comité eenzijdig is samengesteld. Meer dan de helft van de in de advertentie genoemde namen zijn min of meer betrokken in de Pinksterbeweging of staan bekend als mensen, die meer de groep dan de kerk willen. Dit comité is geen weerspiegeling van de Geref. Gezindte.

Deze bezwaren worden vermeerderd wanneer in een na de advertentie verzonden bericht ter opname in de kerkbladen staat: „Zij wil de communicatie-middelen ingeschakeld zien om mensen voor Jezus Christus te winnen door hen op te roepen tot een persoonlijke beslissing ten aanzien van de levende Heer". Dit zinnetje roept vragen en verzet op. Is het de taak van een omroepvereniging om mensen voor Jezus Christus te winnen? Op welke basis? En op welke wijze? Riekt de uitdrukking „oproepen tot een persoonlijke beslissing" niet naar een bepaald soort evangelisatie-methode, verwant aan Youth, for Christ, Pinksterbeweging etc. En wat betekent de kerk voor deze Stichting?

Vragen te over. En reden genoeg om hier niet voetstoots met mee te gaan.

Het is goed dat bij de N.C.R.V. aan de bel getrokken wordt en dat de N.C.R.V. de bel hoort. Maar ik ben bang dat de uitzendingen van D.E.O. ook protesten zullen oproepen. Daarom betreuren wij dat deze nieuwe Stichting zich zo presenteert. Men zal antwoorden: door deze kritiek en onderlinge verdeeldheid staat de N.C.R.V. sterk. Nogmaals: laat de N.C.R.V. luisteren naar de kritiek die er overal is.

Maar het is nog erger, wanneer men zich achter deze evangelische omroep zou plaatsen om spoedig te ontdekken, mochten de plannen verwezenlijkt worden: nu zijn we in een heel ander klimaat terecht gekomen, waarin Bijbel en belijdenis met elkaar op gespannen voet komen te staan.

Drastisch bezuinigen.

Tot slot geven we u 'n bericht door uit het „Geref. Weekblad" van 29 september. Het raakt de interne verhoudingen binnen de Geref. kerken. Maar het is ook voor de Herv. Kerk goed er kennis van te nemen. Er wordt immers ook binnen deze kerk veel geklaagd — en vaak terecht — over over-organisatie, het aangroeiend leger vrijgestelde functionarissen voor allerlei werk, het netwerk van raden en commissies. Al deze arbeid moet betaald worden. Collecte plan, Generale kas en de verplichte bijdrage van het Quotum moeten al deze arbeid dragen. En vele kerkvoogdijen zuchten onder de lasten. Nog onlangs zei iemand tegen me: Wij betalen per jaar duizenden guldens, en wat zie je er van terug? Ik geef dit alleen maar door, omdat ik vrees dat deze reactie symptomatisch is. Er is allerwege onbehagen over de gang van zaken. Op een classicale vergadering zei onlangs een predikant: „Het kerkelijk leven dreigt een „business" te worden". Vraag: Zou het niet tijd zijn om drastisch te gaan bezuinigen en de dienovereenkomstige maatregelen te nemen? Dit naar aanleiding van het besluit in de Geref. Kerken.

De gereformeerde kerken gaan drastisch bezuinigen op hun landelijke kerkelijke arbeid. Er is een personeelsstop afgekondigd tot 1970 en zelfs vervanging van personeel is slechts in zeer bijzondere gevallen toegestaan. De begrotingen moeten voor volgend jaar met gemiddeld tien procent worden verlaagd.

Tot deze besluiten kwam de generale synode naar aanleiding van een uitvoerige financiële nota van het fonds voor algemeen kerkelijke arbeid (P.A.K.A.). Alleen al voor de financiering van het thans bestaande werk zou volgend jaar vier mil­joen gulden nodig zijn. De synode besloot dit terug te brengen tot 3.6 miljoen gulden. Dit betekent dan nog een stijging van bijna een half miljoen, of 14 procent ten opzichte van het jaar 1966.

Er konen nog concrete bezuinigingsvoorstellen. Men denkt aan inkrimping of afstoting van kader, aan vermindering van personeel en samenvoeging van diensten van verschillende deputaatschappen. Het gehele landelijke werk zal kritisch bekeken worden. Nagegaan wordt of sommige taken niet verouderd zijn en of er verhoudingsgewijs niet meer geld besteed moet worden aan meer urgente, eigentijdse taken.

De synodale maatregelen hebben o.a. betrekking op de evangelisatie, op de diaconale arbeid, op de theologische hogeschool in Kampen, het bureau „Kerkopbouw" en op allerlei centraal gefinancierde vormen van pastorale zorg, zoals voor de studenten, het bedrijfsleven, de zieken, de zeevarenden en Nederlanders in het buitenland. Al dit werk is de laatste jaren sneller gegroeid dan het kerkelijk vermogen.

Gemiddeld betaalt men op het ogenblik in de gereformeerde kerken jaarlijks ƒ4, — per ziel voor al deze arbeid. Dit geld ontvangt men uit collecten en vaste aanslagen van de plaatselijke kerken. Tegen de stijging van de kosten maakten deze ernstige bezwaren. Sommigen klaagden, dat zij de lasten niet meer konden opbrengen. Doel van het financiële beleid van de synode is de kostenstijging voorlopig lager te houden dan de stijging van het inkomen.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's