ZONDER DE WET
„Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden, zonder de wet, hebbende getuigenis van de wet en de profeten." Rom. 3 : 21.
De blijde boodschap, is voor de apostel die haar brengt een openbaring. Hij is er verwonderd over, het wordt voor hem nooit oud nieuws. Het evangelie is een kracht Gods tot zaligheid. Hij kent de kracht van het evangelie, hij werkt en spreekt uit kracht van het evangelie. En weet u, wat nu de grond en de voorwaarde der zaligheid is; met andere woorden: wat de inhoud van het Evangelie is? De rechtvaardigheid Gods. Dat valt u misschien tegen. Gods handelen wordt gekenmerkt door zijn rechtvaardigheid, en Hij eist die ook voor ons handelen. Daartoe werd de wet gegeven. God neemt als het ware, ons leven de maat. Komt het met de wet overeen? Zijn wij rechtvaardig voor God? Dat is een brandende vraag.
Bij het heidendom was de ongerechtigheid aan de orde van de dag en er is geen verontschuldiging voor te vinden. Volgt dus een veroordeling. En bij de Joden? Och, daar is immers niemand rechtvaardig. Zij verbeelden het zich wel, maar dat houdt geen stand in het gericht Gods. De gehele wereld is voor God verdoemelijk. Zo dreigen wij met de rechtvaardigheid Gods in het oordeel te blijven steken. Hoe kan er dan sprake zijn van een kracht Gods tot zaligheid?
Maar! De apostel komt bij een kruispunt. Hij is de kruispaal genaderd en daarom is dit kruispunt een keerpunt. Maar nu. God slaat een andere weg in, dat is opzienbarend nieuws: nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden. Tevoren was zij nog enigszins verborgen en voor misverstand vatbaar. Nu is zij duidelijk geworden in het evangelie. Hoe dan? Als rechtvaardigheid voor en ten overstaan van God. Als rechtvaardigheid, die voor God geldt, omdat Hij haar niet alleen eist, maar ook schenkt. Dat dit de rechtvaardigheid Gods was, daar hadden de heidenen geen vermoeden van en daar stonden de Joden vreemd tegenover.
Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden. De Joden kenden een rechtvaardigheid Gods, o zeker. Israel bracht eigen gerechtigheid mee voor de rechterstoel Gods, die door Hem óf aanvaard, óf afgewezen werd. Hét middel om rechtvaardigheid voor God te verwerven, was het betrachten van de wet. De verhouding, die er naar aantal en naar waarde bestond tussen de wetsvervullingen en de wetsovertredingen was beslissend voor de rechtvaardigheid. Niemand kon die verhouding vaststellen; God deed dat in het uur van de dood. Wegen de wetsvervullingen dan zwaarder dan de wetsovertredingen, dan verklaart God de mens rechtvaardig. De weegschaal voor Gods aangezicht slaat door, dankzij het gewicht van onze goede werken. Welnu, dan is de zaak in orde. De rechtvaardigheid Gods, is zodoende een rechtvaardigheid, die God vaststelt, niet een rechtvaardigheid, die Hij verleent.
Paulus werpt déze rechtvaardigheid Gods verontwaardigd van zich. Er is niemand rechtvaardig, ook niet één. Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden. Wie deze rechtvaardigheid zoekt te verkrijgen, komt verkeerd uit. Moeten wij dan helemaal in het duister tasten? Welnee. De rechtvaardigheid Gods is in het heldere daglicht gesteld. In de volheid des tijds, in de dood en de opstanding van Christus werd ze eens en voor goed geopenbaard. In het evangelie wordt deze rechtvaardigheid gepredikt, niet los van Christus, maar vast in Hem verankerd. Hij is ons van God geworden tot rechtvaardigheid. Zijn naam luidt: de Heere, onze gerechtigheid. Er is onder de hemel geen andere naam gegeven, door welke wij moeten zalig worden. De rechtvaardigheid van de zondaar voor God, strookt volkomen met de rechtvaardigheid die al Gods daden kenmerkt. Deugden en daden strijden niet met elkaar, de deugden Gods worden niet gekrenkt! Zijn rechtvaardigheid is in werking getreden tegen Christus. Aan Hem werden de zonden bezocht, aan Hem werd het vonnis der wet voltrokken. Maar nu wendt zich de rechtvaardigheid Gods ten goede voor een schuldig mensenkind. In Hem wordt zij geopenbaard als een verworven en verleende rechtvaardigheid. Het is niet langer: Hebt ge haar? Het wordt: Hier hebt ge haar! Openbaren is niet alleen bekend maken, maar ook ter beschikking stellen.
Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden, zonder de wet. Dat betekent niet, dat God de wet opzij zet, dat deze rechtvaardigheid de wet verzet. Nee, wij bevestigen de wet, zegt Paulus met nadruk. Het betekent: buiten alle werken der wet om. Gelukkig maar, want die werken der wet waren nooit toereikend; wij kwamen er nooit mee klaar, en kwamen daarom nooit aan de rechtvaardigheid voor God toe. Die weg was een doodlopende weg. Deze gerechtigheid is zonder de wet. Menselijke werken worden niet in rekening gebracht, komen niet in aanmerking om het stempel der rechtvaardigheid te ontvangen. Al het voorwaardelijke, al het verdienstelijke doet er niet in mee. Wat een openbaring! Hoe verhelderend, hoe bevrijdend, hoe verblijdend. Zonder de wet.
Al lezende, merkt u, dat uw zaak in het geding is. Dat hoop ik tenminste. Want al is de vraag van de rechtvaardigheid Gods door velen van de theologische agenda afgevoerd. God stelt haar aan de orde. Hij stelt haar in uw en mijn leven aan de orde. Krijgen we met God te maken, dan kunt u deze vraag niet terzijde stellen! Wat kan ze het ons moeilijk maken. Hoe zit het nu met de rechtvaardigheid, die voor God geldt? Moet ik daar het mijne aan bijdragen. Het uwe zou haar bederven. Zonder de wet! Elders heet dat: zonder enige verdienste mijnerzijds, uit louter genade.
Met de wet, met de wet, verklaarden de Joden om strijd. Zij wedijverden met elkaar in het volbrengen der wet. Hoe ver ben ik? Ik ben verder dan hij! Met de wet, o wee, dan kom ik er nooit, want door de wet is de kennis der zonde. De zonde wordt door de wet aan het licht gebracht, maar de rechtvaardigheid voor God komt niet binnen de gezichtskring. God neemt echter in het evangelie de waan der werken weg, tekent Calvijn aan. Inderdaad de waan, de ijdele waan der werken. Hoe vermoeiend, hoe verlammend is die waan. Luther zei eens, dat deze waan, waanzin is. Door het evangelie worden wij van die waanzin genezen: Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden, zonder de wet.
Overigens staat het Oude Testament aan de kant van deze rechtvaardigheid. Wat in het oude verborgen was, wordt duidelijk in het Nieuwe. Hebbende getuigenis van de wet en de profeten. Wet en profeten is een omschrijving van het Oude Testament. Er wordt niet iets volstrekt nieuws ter onzer kennis gebracht. Wat hier wordt beweerd, dat wordt gewaarborgd en bevestigd door de wet en de profeten. Paulus denkt vooral aan de geschiedenis van Abraham, die hij in het vervolg gaat uitleggen. Abraham wist van deze rechtvaardigheid. En Israël kon er van weten, want de hele schaduwendienst prentte het hen in: rechtvaardigheid voor God is er alleen door de verzoening der zonden. Dat werd trouwens door de psalmen en de profeten onderstreept. Let er maar eens op.
Wij mogen daarom geen scheiding maken tussen het Oude en het Nieuwe Testament. Ook wanneer de apostel zo nadrukkelijk stelt: „maar nu" haast hij zich het Oude Testament aan te halen als getuige van deze rechtvaardigheid Gods.
Dat God de ongerechtigheid niet toerekent, dat de rechtvaardigheid uit genade geschonken wordt dat is niets nieuws. Daarvoor beroept hij zich op de Schriften. Het is nu geopenbaard! Omdat Christus geopenbaard is. Omdat de rechtvaardigheid Gods, in haar stralende luister, aan Hem duidelijk en heerlijk werd. Maar de gouden draad loopt door heel het Oude Testament heen, de gouden draad van de rechtvaardigheid Gods uit genade. Zonder de wet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1967
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1967
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's