De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE AANKLACHT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE AANKLACHT

6 minuten leestijd

„want er is geen onderscheid; want zij hebben allen gezondigd en derven de heerlijkheid Gods" Romeinen 3 : 23.

Dat was de kern van het evangelie: De rechtvaardigheid Gods, door het geloof in Jezus Christus. De apostel spreekt graag over het hart van de zaak. Hebt u even tijd voor hem? O zeker, als het niet te lang duurt en als hij er mij maar buiten laat. Ik vrees, dat Paulus op die voorwaarde niet kan ingaan. Want als hij er over doorspreekt, over die rechtvaardigheid Gods, dan wordt er een aanklacht tegen ons ingediend, tegen mij en tegen u.

Want er is geen onderscheid. Is dat zo? Er is toch verschil tussen kleurlingen en blanken, om maar iets te noemen. Tussen Joden en heidenen. Er is onderscheid in aard en stand en geld, en vult u verder maar in. Wat een verschillen, waarvan sommigen met ons gegeven zijn en anderen door ons gemaakt worden. Natuurlijk is er onderscheid.

En zedelijk is er onderscheid. Het maakt een groot verschil of iemand er maar op los leeft, dan wel zijn verantwoordelijkheid tegenover God en de mensen beseft. Dat verschil wordt echt niet uitgevlakt in het Woord des Heeren. Het is allemaal waar, wat wij aan verschillen aanvoeren, het is halverwege waar. Gaan wij de weg tot het einde toe, dan is het niet waar; dan luidt de aanklacht: Er is geen onderscheid.

De weg ten einde toe, is de weg tot voor Gods aangezicht. Daar worden wij allen over één kam geschoren. Dat zint ons niet, omdat het ons redelijk verstand en ons zedelijk gevoel krenkt, omdat het iedere vorm van menselijke hoogmoed breekt. In het blinkende licht van Gods heerlijkheid, verbleken alle verschillen: geen onderscheid. U houdt zich ver van de ander; u stelt zich hoog boven de ander? De Heere plaatst u vlak naast hem, Hij ziet alle mensen in één oogopslag: Geen onderscheid.

Want zij hebben allen gezondigd. Daarom is er geen onderscheid. Wij zijn allen voorstanders van gelijkheid: Ieder gelijke rechten; niemand mag bevoorrecht worden. Daar werkten we voor. Paulus verklaart: zij staan allen even schuldig: allen gezondigd. Iedereen weet wel wat dat betekent. Of niet? Het wordt door en onder ons vaak gebruikt, het dreigt door veelvuldig gebruik versleten te raken: gezondigd. Daarom moeten wij het elkaar wat zorgvuldig en geduldig uitleggen; dat vreem­de woord: zonde. Het klinkt ons niet alleen vreemd in de oren, wij zijn er wars van in ons hart. Gezondigd. In dit woord rommelt het van menselijke boosheid. Het is een vuurspuwend woord, de vijandschap tegen God komt erin openbaar. Een woord, om bang voor te worden: gezondigd. Én dan: zij allen. Ik ook.

Het is een werkwoord. Zondigen in denken en spreken, handel en wandel. Het wordt vervoegd in heel ons leven. Het begon met Adam en in Adam: zij allen. Het algemene maakt vaak een vage indruk; die indruk is hier misleidend. Zij allen, daar wordt het niet minder om, daardoor wordt het vermenigvuldigd tot in het oneindige. Wij verschuilen ons graag achter dat: allen. God haalt ons naar voren, als waren wij het alléén. Want er is geen onderscheid; want zij hebben allen. Want... want...; woorden als windstoten zo kort en zo hevig. U kunt u toch ook niet langer op de been houden?

Wie was er wel eens onderste boven: allen gezondigd, daar ben ik bij. Wie kan zeggen: ik heb mijn hart gezuiverd, ik ben rein van mijn zonde. Een ontdekkende waarheid. Misschien denkt u, wat korzelig: Dat weet ik onder de hand wel, dat is mij tot in den treure verteld. Mag ik u vragen: waaraan is het te merken, dat u dit weet? Velen lopen om dit woord heen, of springen er overheen. Daarbij kan ik u niet behulpzaam zijn. Luther, om hem weer eens te noemen, kroop er doorheen. Hij vermaant ons, om toch vooral de wet te preken. Soms gaat hij zo ver, dat hij zegt: Het is nodiger de wet te prediken dan 't evangelie. U moet hem hierin niet misverstaan, hij keert zich tegen hen, die het evangelie misbruiken, om hun eigen leven te blijven leven, en die waren er maar al té veel. Ook vandaag is het een veeg teken, wanneer iemand de wet niet wil horen. Hij weet niet, wat hier staat: zij hebben allen gezondigd. Hoe zou hij het kunnen weten: Door de Wet is de kennis der zonde.

Gezondigd, betekent er naast zijn. Zo, als iemand, door de duisternis misleid, te water raakt. Hij was er naast. Gezondigd betekent: et doel missen. Waar loopt het met mijn leven op uit? Het loopt onherroepelijk mis. Inderdaad: n derven de heerlijkheid Gods. Die heerlijkheid is niet alleen de heerlijk­ heid die van God uitstraalt, maar ook de heerlijkheid die haar glans over mensen legt. De heerlijkheid hem en de gemeenschap met God geschonken, het eeuwige leven. Die heerlijkheid was voor ons mensen weggelegd, wanneer wij het goede zouden doen. In de staat der rechtheid was deze heerlijkheid het schoon vooruitzicht, dat Adam streelde; waarnaar hij mocht streven, waarin hij mocht leven. Dat geldt nog: eerlijkheid en eer en vrede, een iegelijk die het goede werkt (Ef. 2 : 10)

Die oorspronkelijke heerlijkheid zijn wij kwijt, en die uiteindelijke heerlijkheid is onbereikbaar geworden. Want zij hebben allen gezondigd. Wat verschrikkelijk. Onze kans is verkeken! De kans der heerlijkheid Gods. Wij gooiden onze eigen glazen in en zitten nu in de barre kou van het oordeel Gods. Om te bevriezen, zo koud.

Het vonnis is in de aanklacht vervat: en derven de heerlijkheid Gods. Dat is een doodvonnis. Eeuwig te schande worden, naar lichaam en ziel; het tegendeel van die heerlijkheid. Wie zou hier hoog en hard over spreken? Wat vreselijke dingen worden met deze enkele woorden aangeduid. Moet dat nu zo. Zouden we dat niet liever verzwijgen. Maar u kunt toch niet over de aanklacht heenlezen, ze staat zwart op wit in Gods boeken! En de zaak komt voor, de zaak van onze zonde. U kreeg de dagvaarding reeds eerder toegestuurd, nu verneemt u de aanklacht. Geen lange reeks van woorden, maar kort en zakelijk: overtreden dus derven. Dat maakt het leven tot een mislukking en mij tot een mislukkeling. Is het wonder dat wij aan de klem van deze aanklacht zoeken te ontkomen? Dat wij ons in brave en vrome bochten wringen om vrij man te blijven?

Vergeefse moeite. Overtreden en derven. Ik kan er geen speld tussen krijgen, daarom kan ik de knoop van deze aanklacht niet ontwarren. Daarom trok ik hem ditmaal zo strak aan; u moet er niet met uw vingers aan peuteren ...

Een ander maakte hem los. Hem alleen is het toevertrouwd. Want de rechtvaardigheid Gods is geopenbaard - herinnert u het zich- namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus. Onze ziel is ontkomen, als een vogel aan de strik van de vogelvanger. De strik is gebroken en ik ben ontkomen.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE AANKLACHT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's