De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

Reacties op de „Open Brief".

14 minuten leestijd

Reacties op de „Open Brief".

Deze week beginnen we dit persoverzicht met een gedeelte van een reactie op de befaamde „Open Brief" waarin verontrusting uitgesproken wordt over de gang van zaken in onze kerk, de vermagering in de prediking enz. In Hervormd Nederland van 18 nov. richt ds. A. van Es zich tot de 24 predikanten. Zijn grootste grief is dat de verontrusten niet in gesprek zijn met de situatie en de wereld van nu. We citeren uit zijn schrijven het volgende:

De grote boosdoener van dit alles is volgens u de „midden-orthodoxie — een vermenging van confessionalisme, barthianisme en vrijzinnigheid".

Ik moge deze definitie voor uw rekening laten — ik zou wel eens willen weten of de goede Barth zelf het er mee eens is! — maar zou u opnieuw willen vragen of het waar is dat de donkere tonen in de Evangelieverkondiging werkelijk ontbreken.

Ik geloof dat ze er nog altijd zijn, maar dat ze er een dimensie bij hebben gekregen.

Jarenlang preekten wij over „de" zonde, „het" gericht, „de" Wet. Dat betrof (en terecht) de kleine wereld van ons persoonlijk leven. Maar hebben wij nu niet ook te maken met een machtige openbaring "van die donkere zijden in het grote veld van de grote wereld?” Als de westerse wereld nog steeds kortlopende leningen aan de arme landen verstrekt, als wij maar nauwelijks afstand willen doen van onze rijkdom, als wij zelfs nu nog van een „rechtvaardige" oorlog blijven spreken (krachtdadig ontmaskerd door prof. Röling), als wij blijven flirten met de atoombom en als die dingen ook van de kansel worden gezegd — dan nemen wij de zonde en de Wet en het gericht en de hel zeer serieus en raken ze ons diep in het hart.

Maar ik moet daaraan nog wat anders toevoegen. Wat hebben wij nu te prediken? Toch het Evangelie der behoudenis. Daarbij moeten die donkere tonen (doorklinken, maar de donkere tonen staan om zo te zeggen niet in een parallelschakeling in de Schriften.

Wij moeten oppassen voor de goedkope genade. Inderdaad. Maar de genade gaat voorop!

Ik kom tot het derde punt. Er is in uw epistel een verborgen macht tegen wie u zich meent te moeten afzetten. Wie zijn of wat is dat nu precies? De dominees? De ouderlingen? De synode? Het oecumenisme? De Wereldraad van kerken? DE kerk? Het is mij en velen met mij niet helder, veeleer troebel. Vergeef mij dit woord.

Als het tegen DE kerk gaat dan zijn u en wij en ik dat tezamen. Dan moeten we ons samen opnieuw gaan afvragen wat die kerk dan in de wereld te doen en te maken heeft. Dan wordt het mij helder uit de Schriften dat het de Here God nog altijd om de wereld blijft gaan en dat Hij de kerk wil gebruiken als Zijn instrument midden in en ten dienste van die wereld. Dat diepe besef mag niet ontbreken, opdat de gemeente niet worde een club van godsdienstig geïnteresseerde mensen.

Ik moet langzamerhand eindigen. Eigenlijk heb ik tussen de regels door al het diepste motief van tegenzin onder woorden proberen te brengen, n.l. dat ik het gevoel heb dat u niet in gesprek bent met de situatie en met de wereld waarin wij nu geroepen zijn het Evangelie te verkondigen. Terwijl het uit de verkondiging van een man als Paulus, uit de wijze waarop de reformatie begon duidelijk is dat toen en daar bepaald gepredikt en beleden werd vanuit die situatie.

Hoezeer de volheid van genade niet mag ontbreken in de prediking en hoezeer de situatie meespreekt in het geheel van prediking en zielszorg, we menen dat ds. Van Es de eigenlijke bezwaren van de ondertekenaars — en van velen met hen — niet honoreert. Dat bezwaar is immers naïef optimisme ten aanzien van de secularisatie, de mens en de wereld. Niet het al of niet in gesprek zijn met de wereld is in het geding, — ook de ondertekenaars willen deze confrontatie niet ontwijken — maar de wijze waarop deze confrontatie plaats vindt. En op dat laatste gaat ds. v. Es niet in.

Het punt in het geding is door ds. W. A. Hoek in het „Kerkblaadje" (Uitgave van de kring van Kohlbrugge, 17 nov.) scherp onder woorden gebracht, als hij schrijft: „Er is een apostolaat ontstaan, dat inderdaad zich over de wereld heen wil buigen, maar dat niet de wil en de kracht bezit, zich weer uit haar op te richten."

Men kan dit niet afdoen met de opmerking: Niet in gesprek met de situatie en de wereld van nu... In Herv. Nederland wordt geen enkele poging gedaan recht te doen aan wat de verontrusten beweegt en evenmin wordt ingegaan op de vraag die de schrijvers in de „Open Brief" stellen: „Zou het kunnen zijn dat wij ons geloof overschat en de wereld onderschat hebben? "

Islamietische reactie tegen de christelijke kerk.

Zoals u weet hebben groepen Islamieten in Makassar aanvallen gedaan op de kerken. Ook het huis van ds. Schipper moest het ontgelden. Naar aanleiding van dit alles schrijft dr. J. v. d. Linden in een artikel over deze Islamietische reactie, dat overgenomen werd in het Geref. Weekblad van 10 nov. o.m.:

Op weg naar de herovering van de oude bolwerken ontmoet de islam het christendom. Het evangelie heeft na de coup in brede kring gehoor gevonden en de islam heeft met ontzetting ontdekt, dat vele duizenden het evangelie stelden beven de koran. Dat heeft in de islam een sterke reactie wakker geroepen, die zich nu keert tegen het christendom.

Fel is de toon in de pers. De islam verdraagt het eenvoudig niet langer dat andere machten zich tegen hem keren. Overgevoelig geworden na alle frustraties in de tijd voor de mislukte coup, weigert de islam pertinent om zich grenzen gesteld te zien. Tot in de verste dessa's ging hij al over tot de aanval. Niet-gelovigen worden onder pressie gebracht. Men wil de mensen onder dwang naar de moskee brengen. Op Zuid-Sulawesi trekken groepen islamietische jongeren het binnenland in om de bevolking weer tot de islam te bekeren. Ook op Java spelen deze zelfde dingen.

Alleen, men laat zich niet meer zo gemakkelijk dwingen. In het zelfstandige Indonesia was vrijheid van godsdienst een groot goed. Bij het zien van dit optreden van de islam vragen velen zich af, of godsdienst en dwang zich met elkaar verdragen, 'n Nieuwe vloedgolf komt op van degenen, die onder die druk vandaan de vrijheid zoeken en daarom aan het evangelie de voorkeur geven boven de leringen van de islam.

Ook hierop moest wel reactie komen. De islam kan dit niet over zijn kant laten gaan. De rode vloedgolf is op het laatste moment gestuit. Nu een andere opkomt, weet de islam maar één antwoord. Opnieuw worden de massa's gemobiliseerd. Het artikel in het zendingsblad was niet eens het felste. Nog onlangs werden in een islamietische courant in de stad Djocjakarta — echt niet de meest fel-islamietische stad — de christenen gewaarschuwd niet verder op te rukken, want dat de islam de eerste vloedgolf, de rode, in bloed had gesmoord en ook andere machten wel aandurfde.

Dat alles maakt de toekomst donker. Zal de christelijke kerk haar plaats en recht in Indonesië kunnen behouden? Het antwoord op de vraag hangt mede af van de ontwikkeling van de Indonesische staat.

Het is nog niet bekend of dit alles tot Makassar beperkt is gebleven. Het is een bijzondere adat in Indonesia, dat deze dingen van de ene stad naar de andere overslaan.

Verwacht moet worden, dat kerken en zending een zware tijd tegemoet gaan in Indonesia. De dreiging is dichterbij gekomen en de tegenstander zal niet aflaten. Veel zal afhangen van de maatregelen, die de regering durft nemen.

In het zelfstandige Indonesia werd de godsdienstvrijheid in de grondwet gewaarborgd en gehandhaafd. De vraag is of de islam het zover zal kunnen brengen, dat hij de regering in handen krijgt. Dan bestaat bet grote gevaar, dat Indonesia echt een islamietisch land zal worden, waarbinnen de godsdienstvrijheid een schone droom blijft.

Intussen gaan onze gedachten uit naar onze broeders en zusters daarginds, die midden in de spanningen moeten leven en werken. De jonge christenen daar worden direct wel op de proef gesteld. Wie nu voor Jezus kiest, weet wie hij tegenover zich zal vinden.

Samen naar het misoffer en de eucharistie.

Een predikant en een pastoor hebben samen de mis opgedragen en de consecratie verricht. Dat gebeurde in de Vredesweek en moest dienen als een demonstratie van eenheid. In oecumenicis is alles mogelijk, dat blijkt telkens weer. Natuurlijk theologisch rammelt het wel — dat geeft men grif toe — maar daar moet men maar over heen stappen. Je vraagt je bij zo'n zinsnede af, waarom de kerk nog een theologische opleiding vraagt voor haar dienaren, als men in de praktijk van kerkelijk handelen, daar niet meer mee rekent. We menen hier eerder van een wanordelijke praktijk te kunnen spreken dan van een betuiging van eenheid. Wanorde op de Vredeszondag... Prof. v. Itterzon is in het Herv. Weekblad De Geref. Kerk van 16 nov. over dit alles ook zeer slecht te spreken. Hij schrijft:

Met pastoor N.N. en ds. X ben ik het eens, dat het theologisch wel hier en daar rammelt. Dat doet het inderdaad. Want het opdragen van het misoffer, de consecratie van de elementen en de viering van de eucharistie zijn voluit rooms-katholiek geladen zaken. Welke predikant kan er zich voor laten vinden om, gedachtig aan het kruis van Golgotha en aan het kruiswoord „het is volbracht", nog een misoffer te helpen opdragen? Consecratie van de elementen betekent volgens het katholiek deel van de Encyclopedie van het Christendom: „het uitspreken van de sacramentele woorden door de priester over het brood en de wijn bij de H. Eucharistie. Hierdoor worden naar katholieke leer het brood en de wijn veranderd in het lichaam en bloed van Christus-(transsubstantiatie)" Trouwens, als men de encycliek Mysterium fidei van paus Paulus VI, van 3 september 1965, over de leer en de verering van de Heilige Eucharistie leest, handelt de paus glashard over het misoffer en niets anders. Het is bekend, ook aan de paus, dat nieuwere r.k. theologen het woord „transsubstantiatie" (wezensverandering) het liefst willen schrappen en dat zij, nu dit niet goed mogelijk is, er een betekenis aan willen hechten, die bij hun nieuw theologisch denken beter past. Maar het is ook bekend, dat de paus in de zo juist genoemde encycliek met nadruk heeft verklaard: „Evenmin mag men over het Geheim van de transsubstantiatie spreken zonder melding te maken van üe wonderbare verandering van heel de substantie van het brood in het Lichaam en van heel de substantie van de wijn in het Bloed van Christus, volgens de leer van het concilie van Trente, cm enkel maar te spreken van wat men noemt de „transsignificatie" en „transfinalisatie". Men mag tenslotte niet de mening verkondigen en in praktijk brengen, volgens welke in de geconsacreerde hosties, die na de viering van het Misoffer overblijven, Christus de Heer niet meer tegenwoordig zou zijn. Dit moet voor iedereen duidelijk zijn, dat door het verbreiden van deze en dergelijke meningen aanzienlijk afbreuk wordt gedaan aan het geloof in de Eucharistie en aan de verering ervan."

De pastoor en de predikant hebben gelijk, als ze zeggen, dat het theologisch wel hier en daar rammelt. Men kan dat op een afstand duidelijk horen. Want bij de consecratie van de elementen vraagt men: Heeft pastoor N.N. een opvatting van de „eucharistie", die men progressief zou kunnen noemen en die van de pauselijke encycliek mijlen ver afwijkt? Is het dan niet theologisch slordig om nog van consecratie van de elementen te spreken? Of: als pastoor N.N. de consecratie nog opvat in de zin van de officiële kerkleer, kan dan ds. X, zonder priesterwijding, hieraan meedoen? Ook zonder enig gewetensbezwaar als protestant?

Met de conclusie van de Utrechtse hoogleraar stemmen we van harte in: Met deze experimenten, waarin het theologisch rammelt aan alle kanten, geraakt het oecumenisch streven in het slop. Men bederft op die manier meer dan men meent op te bouwen. De oecumenische beweging brengt er zichzelf alleen maar door in discrediet.

Huidige R.K. gedachten over de missie.

Er is in Oegstgeest een beraad geweest tussen missie en zending. In het sept.-okt.-nummer van „De Heerbaan" zijn de referaten die tijdens deze conferentie van r.k. en protestantse missiologen gehouden zijn afgedrukt. Prof. dr. J. M. V. d. Linde spreekt van een historische dag, nu de afstand tussen werkers in zending en missie op deze wijze verkort wordt. Verwacht mag worden z.i. dat dit beraad tot iets leiden zal. Of deze verwachting legitiem is? Men wil de vragen en controversen niet uit de weg gaan en toch hoopt men te komen tot een gezamenlijk zich buigen voor de Godsontmoeting in Israël en in volheid in Jezus Christus.

Vooralsnog zijn de controversen groter dan de overeenstemmingen. We wijzen in dit verband op een gedeelte uit het artikel van de r.k. geleerde R. G. v. Rossum. Het gaat over de waardering van de niet-christelijke godsdiensten. Wij lezen dan onder meer:

Jezus Christus is voor alle mensen gestorven en de heilskracht van zijn verrijzenis strekt zich uit tot alle mensen. Deze gedachte wordt momenteel zeer sterk uitgewerkt in de Katholieke theologie van de missie, de gedachte dus, dat Christus gestorven is voor alle mensen, dat Christus het heil wil voor alle mensen. Als Hij dat wil, dan wil Hij het ook effectief; dan zal Hij alle mogelijke mensen de kans geven om het heil inderdaad te bereiken. Degene m.a.w. die niets van Christus afweet, wordt niet op de een of andere vreemde manier in Christus' mysterie betrokken dank zij het feit, dat hij toch wel een goede instelling heeft, maar dank zij het feit, dat Christus het heil wil van alle mensen en dientengevolge ook voor alle mensen de mogelijkheden schept om tot het heil te komen. Het feit dat Zijn lichaam de kerk het gewone werktuig is van Zijn heilswerking, beperkt Zijn universele heilsmacht niet. De genade van de in kracht verheven Zoon van God moet actief zijn in het gehele mensdom. Het is onmogelijk, dat Zijn macht zou worden ingedijkt door historische wisselvalligheden als het toevallige aanwezig-zijn of niet-aanwezig-zijn van de kerk. Zo kwam men tot de conclusie dat de genade van de Verrezene op geheime en anonieme wijze werkt in dat gedeelte van het mensdom, dat de kerk niet openlijk door prediking en sacrament kan bereiken.

De tendens is duidelijk. Vanuit de algemeenheid van Christus werk worden de niet-christelijke godsdiensten positief gewaardeerd in allerlei huidige r.k. theologiën. Men kan de verhouding tussen christendom-niet-christelijke godsdiensten niet meer vatten onder de termen: waarheid-dwaling. Men moet eerder spreken van deelwaarheid en volle waarheid. Door de universele invloed van Christus heilsliefde worden de niet-christelijke godsdiensten aangetrokken tot de volheid van de religieuze openbaring in Christus. Uiteraard zijn er in 't r.k. kamp ook andere stemmen maar de gedachte van het anonieme christendom, zoals die met name door Kart Rahner ontwikkeld is, vindt bij velen ingang.

U hoort trouwens verwante geluiden ook bij iemand als Dorothea Sölle. Vanuit de gedachte van een algemene verzoening komt men er toe positieve waarde toe te kennen aan de niet-christelijke godsdiensten (deelwaarheden t.o.v. de volle waarheid). Het is zonder meer duidelijk dat een dergelijke opvatting ingrijpt in de zendingspraktijk.

Ook is duidelijk dat een protestantisme dat eveneens uitgaat van een dergelijke algemene verzoeningsleer op de duur weinig verweer kan hebben tegen de r.k. gedachtengang. Van uit de belijdenis der Reformatie gezien kan men niet anders dan verzet aan tekenen tegen de gedachte van de heilsbetekenis der niet-christelijke religies. Op de achtergrond van de r.k. opvatting heerst toch een optimistische mensbeschouwing en tevens een opvatting van het heil, die aan de ernst van de geloofsbeslissing en de oproep tot bekering uit de duisternis tot het licht te kort doet.

Daarom zijn onze verwachtingen ten aanzien van het beraad tussen missie en zending minder hoog gespannen dan van de scribenten in „De Heerbaan". Zou het toch tot vergaande samenwerking komen dan zal het toch niet kunnen in het spoor van de hierboven weergegeven r.k. gedachtengang. Want bij alle samenwerking heeft men dan de Schrift tegen.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1967

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1967

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's