De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE SYNODE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE SYNODE

7 minuten leestijd

Velen onzer zullen ongetwijfeld met belangstelling en misschien niet zonder zorg de synodevergadering tegemoet hebben gezien. Er waren immers belangrijke zaken aan de orde en er hangt zo veel van af voor ons kerkelijk leven van nu en in de toekomst. Moge er veel gebed geweest zijn in onze gemeenten, maar ook door de dominees op de kansels, wat, naar ik verneem, wel eens nagelaten wordt. Meer dan ooit is het nodig, dat er op het grondvlak van de gemeenten een krachtige herleving plaatsvindt van geestelijk bewustzijn en van een waarachtig geloofsleven, gewerkt door de Heilige Geest. Als onze gemeenten en classicale vergaderingen zich eens meer bewust werden van hun grote verantwoordelijkheid, dan zou ook in de Generale Synode een ander geluid gehoord worden. Bij alle zorg over wat tot ons doordringt vanuit de synode moeten wij tot ons zelf inkeren en beseffen, dat wij allen mede schuldig staan aan de geesteloosheid van deze tijd. Wat schieten wij immers in ontzaglijk veel dingen tekort. Och, dat al het volk profeten ware!!!

Een jaar geleden had de synode in eerste lezing het besluit genomen tot toelating van de vrouw ook tot het predikambt. Daarna hebben de classicale vergaderingen hierover geconsidereerd met als resultaat, dat er slechts 12 classicale vergaderingen zich tegen hebben verklaard en 39 voor. Drie classes hadden te laat bericht ingezonden. De bezwaren waren deze, dat deze voorstellen principieel onaanvaardbaar werden geacht en ingaan tegen de Schrift. Nergens in de Bijbel wordt aan de vrouw het regeerambt toegekend. En ook al heeft Christus hersteld wat door de zonde gebroken is, zodat volgens Galaten 3 : 28 in Christus noch man noch vrouw is, dit impliceert geen toelating van de vrouw tot de ambtelijke dienst, omdat Christus nooit de door God bij de schepping gestelde ordeningen doorbroken heeft. De ambtelijke vertegenwoordiging van Christus is opgedragen aan de man, niet aan de vrouw en hoezeer wij oog moeten houden voor het aan de vrouwen verleende charisma, toch menen wij dat onderscheid gemaakt moet worden tussen ambt en charisma.

Met grote nadruk is er in de synode op gewezen, dat het betreurd werd dat het rapport over het ambt nog niet is verschenen en dat het daarom onjuist geacht wordt, nu reeds een dergelijke ingrijpende beslissing te nemen, die alles met het ambt te maken heeft. Men is er echter nu reeds zo zeker van dat de ambtsopvatting zozeer zal worden omgebogen, dat alle bezwaren tegen de vrouw in het ambt straks ontzenuwd zullen zijn. Maar dit zal dan nog bewezen moeten worden aan de hand van de Schrift, die niet om te buigen is naar de geest van de tijd en wat de principia betreft niet te binden is aan de tijd.

Ondanks de waarschuwende stemmen ter synode bleek bij de stemming slechts 'n negental leden tegen de vrouw in het predikambt te zijn, zodat ook deze belemmering is weggenomen voor de vrouw op haar weg naar de kansel.

Dit besluit bracht nog allerlei andere zorgen met zich mee. Hoe moet het als zo'n vrouwelijke predikante in het huwelijk treedt? Besluit: Dan moet zij haar ambt neerleggen, maar is wel in een andere gemeente beroepbaar, als is zij gehuwd. Ook is de bepaling opgenomen in de kerkorde, dat in geval van vacature een kerkeraad niet verplicht is een vrouwelijke predikant uit de ring tot de kansel toe te laten.

Wij vragen ons wel af, hoe lang deze bepaling het zal uithouden in de kerkorde want stellig zal in de toekomst dit als een nieuwe discriminatie van de vrouw worden uitgelegd. Zij heeft immers ook nu nog niet alle rechten als een man en dat zal men evenmin in de toekomst dulden. Er waren dan ook nu reeds enkele stemmen die dit opmerkten. Ook werd gesteld dat niemand verplicht wordt zijn kind door een vrouwlijke predikant te laten dopen, doch steeds de gelegenheid heeft dit elders te laten doen. Dat de kerk de nog bestaande beperkingen niet in de overgangsbepalingen heeft ondergebracht, maar in de ordinanties van de kerkorde, is geschied omdat de kerk hiermee eerbied wil betonen voor niet algemeen aanvaarde opvattingen van bepaalde groepen in de kerk. Wij hopen, dat deze eerbied het lang zal uithouden!

De synode behandelde vervolgens in tweede lezing allerlei wijzigingen in de ordinanties van de kerkorde, waarover de classicale vergaderingen waren geconsidereerd. Het is niet doenlijk in dit korte bestek hier alles te noemen. Verworpen werd het voorstel, dat een praeses van de P.K.V. of van de Generale Synode ook uit de leden der kerk buiten bedoelde vergadering gekozen kan worden. Tot de taak van een centrale kerkeraad is nu ook gaan behoren, dat deze contact moet houden met de wijkkerkeraden over de taak en de samenwerking van de delen in het geheel der gemeente. Een kerkeraadslid, dat bij aftreden niet meer herkiesbaar is, mag opnieuw gekozen worden, nadat hij een jaar lang het ambt heeft neergelegd.

Tot directeur van de raad voor de predikantspensioenen is benoemd de heer mr J. de Valk te 's-Gravenhage.

In het generaal college van toezicht is benoemd mr M. Ch. de Jong, vicepresident van het gerechtshof te Den Haag.

Tot lid van de Hervormde Jeugdraad burgemeester Joh. van Es te Oud Alblas. Tot lid van de raad voor de eredienst drs M. J. G. v. d. Velden te Renkum.

Tot lid van de Raad voor de zaken van Kerk en Theologie prof. dr A. F. N. Lekkerkerker te Groningen, in de vacature van dr H. Schroten.

Tot directeur van de raad voor de bezoldiging van kerkelijke medewerkers mr J. Woutersen.

Tot voorzitter van de raad voor de zaken van overheid en samenleving in de vacature van mr G. van Walsum: R. Wijkstra te Den Haag, thans directeur van de centrale levensverzekeringsbank te Den Haag.

In verband met de ziekte van prof. dr A. A. van Ruler is aan prof. dr A. J. Bronkhorst een tijdelijke kerkelijke leeropdracht verleend voor het onderwijzen in het Ned. Herv. Kerkrecht.

In deze vergadering kwam ook aan de orde de behandeling van het jaarverslag van de Stichting Kerk en Wereld te Driebergen. Als belangrijk punt kwam daarbij aan de orde, dat er zich een nieuw verschijnsel gaat voordoen, dat er n.l. een steeds toenemende groep ongeorganiseerde christenen ontstaat, waarvoor de Stichting Kerk en Wereld een bijzondere functie blijkt te hebben en die ook geregeld deel nemen aan de veelvuldige conferenties. Dit is een verschijnsel dat in de komende jaren wel meer onze aandacht zal gaan vragen, omdat er steeds meer kritiek komt op de geïnstitueerde kerk in zijn ambtelijke gestalte en er al meer behoefte gevoeld wordt aan z.g.n. huisgemeenten. De bespreking van dit jaarverslag was daarom al vruchtbaar, omdat deze stichting nu gelegenheid kreeg verantwoording af te leggen tegenover de kerk, van waaruit dit werk geschiedt.

Verschillende synodeleden staken hun kritiek niet onder stoelen en banken en brachten het een en ander in verband met de zorg en de verontrusting die bleek uit de „open brief". Van de zijde van de directie werd een dringend beroep op de synode gedaan de mythe uit de wereld te helpen, alsof „Kerk en Wereld" niet ook evangelisch bezig was, en zich alleen zou bezig houden met maatschappelijke vragen e.d. Bezinning op de opdracht van Gods Woord kwam vele malen aan de orde op verschillende conferenties. In hoofdzaak bestaat het werk van Kerk en Wereld evenwel uit het conferentiewerk. De opleiding tot Wika behoort tot het verleden. De Academie De Horst voor de opleiding tot maatschappelijk werker is een geheel aparte stichting, los van Kerk en Wereld. Er werd op aangedrongen dat het hoog tijd wordt, dat ook het jaarverslag van deze kerkelijke stichting eens in de synode aan de orde gesteld wordt.

Ook werd behandeld het jaarverslag van de commissie kerk overzee van de Nederlandse zendingsraad. Het gaat hier om het pastorale werk onder de Nederlanders die in het buitenland woonachtig zijn, d.w.z. in Azië, Afrika en Latijns Amerika. Men denkt er echter niet aan om Nederlandse gemeenten op te richten in die landen. Het gaat steeds om de „kerk overzee".

Een belangrijk besluit was ook de vorming van een orgaan van overleg en samenwerking betreffende praktische hulpverlening. Dit orgaan zal bestaan uit vertegenwoordigers van de Raad voor de zending te Oegstgeest, de Gereformeerde Zendingsbond en de Generale Diaconale Raad, sectie hulpverlening. Dit is een uitbreiding van wat men tot nu toe de medische zending noemde.

Gouda. L. Roetman

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1967

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

UIT DE SYNODE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1967

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's