De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE DIENST VAN GOD IN DE KRISIS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE DIENST VAN GOD IN DE KRISIS

HET EERSTE GEBOD

8 minuten leestijd

De houding van de kerk tegenover het bijgeloof.

De verantwoordelijkheid van de kerk is in deze tijd bijzonder zwaar. Vele kerkelijke ambtsdragers gevoelen echter nog onvoldoende het enorme gewicht van de ontkerstening. Wat kan men dan van de gemeenteleden verwachten? Uit de kerkelijk-sociologische literatuur blijkt dat de grote achtergronden van de West-Europese ontkerstening veel te weinig worden doorzien. De opleiding van theologen is tot nog toe onvoldoende om de moeilijkheden baas te kunnen. Velen zijn in de praktijk tegen de steeds goddelozer wordende wereld niet opgewassen en treden uit het ambt.

Nog te weinig is de oorzaak van de ineenstorting van de volksvroomheid Wetenschappelijk onderzocht. Intussen schiet de kerk te kort, zoals blijkt uit het falen van alle programma's die tot herstel van het godsdienstige leven worden opgesteld. De Ned. Herv. Kerk worstelt met het probleem wat te doen met de duizenden die slechts nominaal tot de kerk behoren. In tal van gemeenten laat men de „buitenkerkelijken" aan hun lot over, omdat men tijd, arbeiders en bewerktuiging om hen te benaderen mist, soms ontbreekt het zelfs aan bewogenheid. Elders verwaarloost men de kudde van Christus in zijn ijver om de ongelovigen te bearbeiden, waardoor de gemeente in verval geraakt. Kortom, de kerk mist de veerkracht om de toestand het hoofd te kunnen bieden.

De latente kerk.

Er is, in de laatste jaren een discussie ontstaan over het bestaan van een latente (= verborgen) kerk. Men wil daarmee zeggen dat er een vroomheid kan bestaan zonder dat men ter kerk gaat. Nog een stap verder: dat er een vroomheid kan bestaan die zich niet veel om de God van de bijbel bekommert. Dat de kerk over deze theorie serieus kan spreken, is opnieuw een teken van haar verlegenheid en een bewijs van haar onmacht tegenover de opdringende macht van het ongeloof ''). De toestand is zeer ernstig. Stichtelijke lectuur is weinig gezocht, toverboeken vinden gretig aftrek. Christelijke weekbladen worden meestal slechts gelezen in burgerlijke, ontwikkelde gezinnen van een kerkelijk stempel.

Geloof en wetenschap.

Het trok reeds eerder onze aandacht dat er ondanks de hoge vlucht die de natuurwetenschappen in onze tijd hebben genomen, een „merkwaardige", enorme toename van het bijgeloof te constateren valt. Men bestrijdt het bijgeloof niet afdoende door er het „onredelijke" van aan te tonen *). Inmiddels zou het voor het herstel van de volksvroomheid wel van groot belang zijn, als er een verzoening tot stand gebracht kon worden tussen de beoefening van de natuurwetenschap en het praktische geloofsleven. Men verdenke en veroordele niet te snel de gereformeerde theologen die op dit terrein pionieren, ook al wijken hun resultaten af van aloude gevestigde ideeën. Vele christenen gevoelen zich door de resultaten van het natuuronderzoek geschokt in het beleven van het geloof in God als Schepper van hemel en aarde. Het is de taak der geleerden op dit terrein aan de gelovigen leiding te geven. Zowel in de openbare voorbede tijdens de samenkomsten van de gemeente als in de particuliere gebeden behoren wij hen te gedenken. Zij zoeken immers naar wegen om intellectuelen en studerende jongeren voor de kerk en het geloof te behouden.

De vraag die èn de theologen èn de eenvoudige gelovigen zich moeten stellen, luidt: Hoe kan de kerk de toenemende ontkerstening een halt toeroepen? Dit kan zij alleen door in deze tijd van secularisatie een godvruchtig getuigenis te doen horen. De kortsluiting die er tussen het getuigenis van de eenvoudige gelovige en de wetenschappelijke denkarbeid van de theologen dreigt te ontstaan, brengt de kerk in een zeer gevaarlijke crisis. Als iemand van God getuigt zonder rekening te houden met de bijzondere problemen van zijn tijdgenoten, klinkt zijn oproep naïef en niet geloofwaardig. Als iemand de hedendaagse problematiek van het geloof beredeneert zonder van zijn persoonlijk vertrouwen op God te gewagen, blijft zijn betoog steriel en is het evenmin geloof-waardig.

Uitzicht.

Wat kan de kerk verder in de praktijk verrichten? Het oplaaien van bijgelovige praktijken is een gevolg van de levensangst waardoor de mens van heden wordt gekweld. Daartegenover dient de kerk te verkondigen dat deze angst slechts kan worden overwonnen door God in liefde te dienen en op Hem te vertrouwen. De apostolische leer dat Christus alle machten en demonen heeft overwonnen '), krijgt voor de huidige generatie eensklaps weer een verrassende betekenis. Een bijgelovige voelt zich eenzaam. Daarom heeft de verkondiging van de gemeenschap met Christus en met de medechristenen voor hem grote betekenis. Hiermede moet de kerk in haar prediking en zielszorg rekening houden °).

De bede van de gemeente stijge voortdurend op, dat God, aan wiens bestaan en bestuur de mens van heden niet meer herinnerd wenst te worden, de ontkerstende massa's niet aan hun lot moge overlaten, maar tot de kennis van de waarheid brengen en ons en onze kinderen de kracht geven om te volharden bij zijn genadige openbaring.

Samenvatting.

1. De geweldige opbloei van bijgelovige praktijken in de twintigste eeuw vindt haar wortel in het atheïsme.

2. Het bijgeloof is niet te overwinnen door wetenschappelijke redenering, slechts onder Gods zegen door een geloofsgetuigenis.

3. Astrologie dient door christenen gemeden te worden; het is een waardeloze namaakreligie.

4. Het vertrouwen op het bezit van christelijke instellingen en het vervullen van kerkelijke en godsdienstige plichten is eveneens een vorm van bijgeloof.

5. Vroomheid zonder geloof in God is bijgeloof.

6. De prediking van Christus, die sterker is dan alle machten en met wie de christenen gemeenschap oefenen, is één van de voornaamste middelen waarmee de kerk het bijgeloof te lijf moet gaan.

H. GOEDHART.

Reacties worden gaarne ingewacht; ook voorbeelden zijn welkom; adres: Mathenesserlaan 244c te Rotterdam.

1) Hierop wijst G. Holtz, „Volksfrömimigkeit" in Religion in Geschichte und Gegenwart, VI, S. 1457.

•2) Zie Woord en Dienst XV (1966), no. 17 en 25. Vier artikelen - werden gewijd aan „geboorteleden", terwijl ds. R. Kaptein later reacties op de door de Raad voor de Herderlijke Zorg geplaatste artikelen beantwoordde.

3) Zo ook G. Holtz, als boven. De reacties op het werk van dr. D. Sölle, Stellvertretung, zijn over het algemeen beneden de maat van gelovig enthousiasme voor de goddelijke openbaring gebleven.

4) Op de vraag in hoeverre toverij en dergelijke op werkelijke gebeurtenissen betrekking heeft, willen we later ingaan.

5) Col. 2 : 15.

6) Zie P. Bauer, Aberglaube V, Die gegenwartige Aufgabe der Kirche, Religion in Geschichte und Gegenwart, I, 62v. Hij raadt aan kleine gebedsgroepen te vormen waarin men bijgelovige christenen opneemt; verder wil hij hen niet te zware kerkelijke opdrachten geven; hij waarschuwt tegen handoplegging en exorcisme. In dit verband zou men de vraag kunnen stellen, of de voorliefde voor gebedsgenezing en handoplegging, zoals die in sommige groepen voorkomt ook niet, althans gedeeltelijk, samenhangt met de neiging tot bijgeloof in de hedendaagse mens.

CORRESPONDENTIE.

Algemeen: Uw belangstelling die zich in vragen, aanwijzingen, opmerkingen en correcties uit, verheugt mij zeer en geeft moed om verder te werken. De kortheid van de antwoorden op uw brieven is omgekeerd evenredig aan mijn aandacht ervoor. de K. te D. Gelukkig mens die een ontmoeting met God, zoals u beschrijft, in zijn leven kent. Uit een persoonlijke beleving van een gelovige mag men echter geen regels voor de gehele gemeente afleiden, ook niet wat betreft de uitspraak van de naam des Heren. Immers tegenover een ervaring aldus, kan een andere ervaring alzo worden gesteld.

B. te A. Hartelijk dank voor de correctie van het citaat van Marx. Ik zal deze veelgemaakte fout in het vervolg vermijden.

S. te U. Dank voor de correctie als hierboven genoemd en voor de opgave van literatuur, 'k Zal er — voorzover mij nog onbekend — aandacht aan schenken.

H. te N. Dank voor de gegevens uit de praktijk. Het is merkwaardig dat psychometristen zo vaak worden geraadpleegd door mensen uit kerkse streken en met een „gereformeerde" inslag. Zou er op dit punt aan de gereformeerde prediking iets ontbreken?

S. te Z. Ongetwijfeld hoop ik voor aanvulling van verdere publicaties over bijgeloof gebruik te maken van uw waardevolle aanwijzing om inlichtingen te krijgen over dit onderwerp met betrekking tot ons eigen land.

t. B. te N. U stelt vele moeilijke vragen aan de orde, waarover ik liever eerst nog eens wil nadenken dan er dadelijk een antwoord op geven. Ik hoop ze t.z.t. zeker te zullen verwerken. Op de vraag of de wet der tien geboden belofte of voorschrift is, hoop ik in een volgend hoofdstuk in te gaan. Hierop vooruitgrijpend kan ik reeds zeggen, dat m.i. de decaloog niet als belofte doch als voorschrift binnen het verbond is bedoeld.

V. d. P. te U. Zonder kennis van allerlei bijzonderheden kan ik onmogelijk over het geval oordelen. Bespreekt u het liever eens met de predikant bij wie u ge­regeld ter kerk gaat.

H. Goedhart

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1967

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

DE DIENST VAN GOD IN DE KRISIS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1967

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's