De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WAARTOE HET OUDE TESTAMENT? ¹)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WAARTOE HET OUDE TESTAMENT? ¹)

9 minuten leestijd

II.

In het eerste artikel zagen wij, dat Kohlbrugge in 1846 een onderzoek instelde naar wat de Joden, die de Heere Jezus niet aannamen, in de boeken van Mozes en de Profeten gevonden hebben.

Hij wijst er dan op, dat de Joden de Bijbel geheel en al voor Gods Woord hielden en dat zij niet — zoals vele christenen in zijn dagen wel deden — beweerden, dat Gods Woord in de Bijbel staat.

Op deze Schriften bouwden zij hun verwachtingen voor de eeuwigheid. Jezus zegt: gij meent in deze Schriften het eeuwige leven te hebben (Joh. 5 : 39, Luc. 10 : 25-28).

Dit valt op, omdat wij vaak menen, dat de Joden de Schriften lazen met als enig doel: aan de heerschappij van de Romeinen te ontkomen. Dat is niet zonder meer waar. Zij hebben de Schriften — evenals wij — als de enige wegwijzer gezien om tot God te komen, als de enige grond en bevestiging van hun geloof.

In de synagogen werd evenals bij ons deze Schrift gelezen en verklaard. Zij beschouwden het als een godslastering daarvan in het minste af te wijken en hielden zichzelf voor godvrezende mensen. Het doel was: het eeuwige leven bij God te hebben.

Zij hebben uit de Schriften weet gehad van de Messias. Wat wisten zij van de Messias?

1. Dat Hij in Bethlehem zou geboren worden (Matth. 2 : 5, 6). Geboren. Dat wil zeggen: de Messias moest een moeder hebben, dus een mens zijn.

2. Dat Hij Davids Zoon zou zijn (Joh. 7 : 42; Matt. 22 : 42). 2 Sam. 7 moet hen op de scholen messiaans zijn uitgelegd. Vandaar, dat de kinderen roepen: Hosanna! de Zoon van David!", toen de Heere Zijn intocht hield.

3. Dat de Messias op komst was (vergelijk Deut. 18 : 15 met Joh. 1 : 21; Joh. 6:14 en Luc. 3 : 15).

4. Dat de Messias een voorloper zou hebben (Joh. 1 : 21 en Matt. 17 : 10).

5. Dat in de dagen van de Messias alles weer opgericht zou worden en Hij alle zonde der dwaling zou wegnemen.

Onder dit weer oprichten wordt verstaan: alle dingen verkondigen (Joh. 4 : 25) en het doorbreken van het rijk van waarheid en licht.

6. De Messias zou de Koning zijn. Messias en Koning der Joden betekenden hetzelfde. Anders was Herodes en geheel Jeruzalem niet zo ontroerd geweest over het bericht, dat de Koning der Joden geboren was.

Dit hebben de Joden uit de Schriften geweten, het is hen op de scholen geleerd en zij hebben Jezus in Zijn optreden daaraan voortdurend gemeten. Dit blijkt uit hun pogingen Jezus Koning te maken, vooral uit Matt. 27 : 42, waarin zij tot Jezus aan het kruis zeggen: indien Hij de Koning Israëls is, dat Hij nu afkome van het kruis en wij zullen Hem geloven.

Hier wordt duidelijk, dat zij onder de Koning van Israël èn de Messias dezelfde Persoon verstonden. Immers een Koning gehoorzaamt men en een Messias gelooft men.

Verder wijst Kohlbrugge er op, dat de Joden wisten, dat met de komst van de Messias ook het Godsrijk er zou zijn; dat de Messias vele tekenen zou doen; dat de Messias de Zaligmaker der wereld zou zijn (Joh. 4 : 42); dat de Messias de Zoon van God zou zijn (Matt. 26 : 63 e.a.); dat de Messias zou verworpen worden (Luc. 20 : 16); dat de Messias eeuwig zou blijven (Joh. 12 : 34).

De conclusie kan geen andere zijn dan dat de Joden een veel breder inzicht gehad hebben in de Messiasverwachting dan wij vaak in onze oppervlakkigheid menen.

Zij zagen in Hem meer dan een Man, die hen van de Romeinen moest verlossen. Zo simpel liggen de dingen niet.

De Joden geloofden in de „hoop der belofte", ook wel „hoop Israëls" genoemd (Hand. 26 : 7 en Hand. 28 : 10). Zij geloofden — uitgezonderd de Sadduceën — dat door deze beloofde Messias er leven uit de dood zou voortkomen en wel in de dubbele zin: geestelijk èn lichamelijk. Wat de Joden in het algemeen beleden van de Messias, dat pasten de apostelen toe op Jezus van Nazareth.

Twee dingen zijn duidelijk:

1. De Joden hielden de Schrift voor Gods Woord en zochten daarin het eeuwige leven.

2. Zij verwachtten dit leven in en door de Messias.

Maar er is nog meer!

Ook de wedergeboorte was hen niet onbekend. Zij meenden, dat zij de wedergeboorte in de belofte, aan Abraham gegeven, bij hun geboorte ontvangen hadden. Hij, die uit het heidendom tot het Jodendom overkwam, moest gedoopt worden en kwam als een wedergeborene uit het doopwater op.

Kohlbrugge wijst er op, dat de verwondering van Nicodemus over de noodzakelijkheid van de wedergeboorte niet voortkwam uit zijn onbekendheid met de wedergeboorte, maar uit het feit, dat dit in zijn leven nog gebeuren moest. Hij meende, dat dit reeds bij zijn geboorte gebeurd was. Vandaar zijn vraag: „Hoe kan een mens geboren worden, nu oud zijnde? Kan hij ook andermaal in zijn moeders schoot ingaan en geboren worden? "

Dit is een exegese om over na te denken!

Nadat Kohlbrugge in het eerste hoofdstuk heeft nagegaan wat de tijdgenoten van Jezus en de apostelen in Mozes en de Profeten gevonden hebben, gaat hij in het tweede hoofdstuk na wat zij getuigd hebben, die niet alleen in de Messias geloofd hebben, maar uitdrukkelijk beleden, dat Jezus de Messias was.

Voordat deze mensen met Jezus in aanraking kwamen, werden zij reeds aangeduid als mensen, die op de Vertroosting Israëls wachtende waren (Luc. 2 : 25); die de verlossing in Jeruzalem verwachtten; die het Koninkrijk Gods verwachtten.

Dit hebben zij geweten uit Mozes en de Profeten. Denk aan Simeon. Toen hij het Kind in zijn armen hield, waren de boeken van Mozes en de Profeten, in hun verband om zo te spreken, in vlees en bloed overgegaan als het Woord van de levende God.

Ook Anna, Zacharias, Elizabeth, Maria spreken de taal der Schrift.

In tal van treffende verklaringen geeft Kohlbrugge aan, dat er ook vóór de openbaring van Christus aan Zijn volk, reeds velen waren, die in de Schriften hetzelfde vonden wat de Bereërs, volgens de prediking van Paulus daarin vonden.

Wat vonden zij? Dat de Christus lijden moest en van de doden opstaan; dat de Jezus, die Paulus predikte, de beloofde Messias was. Dit geloofden ook Nathanaël, Andreas, Filippus, Johannes de Doper, enz.

Het was dus geen nieuw geloof en geen nieuwe taal, maar een herhaling van wat zij in Mozes en de Profeten gelezen hadden en wat zij zo weergaven, als hadden zij het zelf geschreven.

Het grote verschil tussen hen en de andere Joden lag daarin, dat zij de uitspraken der Schriften in een kind en in een mens vervuld zagen, maar de overige Joden zagen niets bijzonders in Hem. Maar ook dit was naar de Schriften.

Want Mozes had gezegd: „Een profeet als mij" en Jesaja: „Als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben".

Zo was en is Christus een ergernis óók voor velen, die de Schriften voor het onbedrieglijk Woord van God hielden en houden.

Zij zijn er zeker van, dat Jezus gezaghebbend leert, zij vragen Hem telkens of Hij de Messias is, maar zonder geloof en verbrokenheid van het hart.

In het derde hoofdstuk komt aan de orde: Wat Mozes en de Profeten voor Christus in de dagen van Zijn vlees geweest zijn.

In het vierde hoofdstuk de vraag: Waarvoor hebben de Evangelisten de boeken van Mozes en de Profeten gehouden?

In het vijfde hoofdstuk de vraag: Hoe hebben de apostelen en hun medegenoten zich van de boeken van Mozes en de Profeten bediend?

Op deze hoofdstukken gaan wij nu niet nader in. Dit blijft bewaard voor een reeks artikelen over het zelfgetuigenis 'der Schrift, waarmee wij de volgende week hopen te beginnen.

Deze twee artikelen wilden uw aandacht vestigen op een boekje van Kohlbrugge, dat zijn gewicht in goud waard is, omdat het de Schrift zelf laat spreken en niet van allerlei theorieën uitgaat, die met het zelfgetuigenis van de Schrift in strijd zijn.

In Kohlbrugge's tijd wisten veel mensen geen raad met het Oude Testament. Bij sommigen is dit helaas nog zo. Ook onder studenten is een merkbare verlegenheid met het Oude Testament. Laten zij dit boek lezen en herlezen. Het is nog niet verouderd.

Ik eindig met een citaat uit dit boekje: „De opgeblazenheid, waarmee men uit boeken van veelomvattende kennis, als vrucht van eigen nadenken, uitkraamt en twijfel tegen de eeuwige waarheid opwerpt, alleen om zich een nieuwe en grote naam te maken, terwijl men Gods Wet overtreedt en zich aan verborgen lusten overgeeft, is slechts consequent in de inconsequentie. Voorzeker stijgen er duizend geleerde bedenkingen op, welke alleen opgelost kunnen worden, wanneer men waarheid zoekt en gerechtigheid wil: Wie deze eerlijk zoekt, zal vanzelf alle twijfel langzamerhand zien verdwijnen, wanneer hij eerst de hoofdzaak, waarom het te doen is, aanneemt, namelijk: Dat de schone wetenschap daartoe gegeven is, dat men in eenvoudigheid der ziel en met een eerlijk hart, zich en anderen over de vooroordelen heen helpe, welke zolang tegen de boeken van Mozes en de Profeten bestaan hebben en dat men voor de Schriftuitleg weer op het standpunt van de apostelen en der eerste Christengemeenten plaatst.

Hier is geen middenweg: Of de Heere, Zijn apostelen en de eerste Christenen hebben de Schriften van Mozes en de Profeten verkeerd uitgelegd, hetzij dan dat zij zelf die niet verstaan, hetzij dat zij anderen bedrogen hebben — of wij hebben eenvoudig deze Schriften zó te verstaan en uit te leggen als zij, zonder er af en bij te doen .

Ook al kunt ge hierbij bezwaren hebben tegen sommige woorden in dit citaat, de probleemstelling lijkt ons volkomen juist: Wat zegt de Schrift over zichzelf?

Mogen wij zo in de komende tijd leerlingen van Mozes en de Profeten, Jezus en de Apostelen zijn. Zij er daartoe veel gebed om de voorlichting met de Heilige Geest.

Katwijk aan Zee G. Boer

  1) „Waartoe het Oude Testament" is te verkrijgen hij de Vereniging tot verspreiding van Gereformeerde Geschriften. Adres: ds. D. van Heyst, Ommen (Ov.). Het boekje is erg goedkoop: gekartonneerd ƒ 3, —, gebonden ƒ 4, —.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

WAARTOE HET OUDE TESTAMENT? ¹)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's