Gemeente - Ambtsdragers
„Zijt uw voorgangers gehoorzaam en zijt hun onderdanig, want zij waken voor uw zielen, als die rekenschap geven zullen; opdat zij dat doen mogen met vreugde en niet al zuchtende, want dat is u niet nuttig. Hebr. 13 : 17.
Nu dan de andere kant van de medaille! Dat wil zeggen: nadat we ons de vorige week bezonnen hebben op de vraag hoe de ambtsdragers hebben te staan tegenover de gemeente, willen we nu letten op de vraag hoe de gemeente heeft te staan tegenover haar ambtsdragers. Want zoals uit het Schriftwoord hierboven blijkt, is dat niet overgelaten aan ieders goeddunken. Integendeel: zoals de ambtsdragers van Godswege een roeping hebben tegenover de gemeente, zo ook de gemeente tegenover haar ambtsdragers; en dat niet minder van Godswege! De apostel vermaant zijn lezers immers met te zeggen: „Zijt uw voorgangers gehoorzaam en zijt hun onderdanig."
Het door de Heere, de Overste Herder der schapen, tot het dragen en vervullen van het ambt geroepen zijn, heeft ook consequenties naar de kant van de gemeente. Daar wijst ook het bevestigingsformulier voor ouderlingen en diakenen op, o.a. als het zegt: „Aan de andere zijde, geliefde christenen, ontvangt deze mannen als dienstknechten Gods." De gemeente heeft de ambtsdragers dus te zien en te erkennen als mensen, van wie de Heere in Zijn wijsheid gebruik wil maken om Zijn kudde te verzorgen. Door de Koning der Kerk zijn ze tot dienst in de gemeente geroepen, maar dat mag door de gemeenteleden nu ook niet worden vergeten.
Helaas kan niet gezegd worden dat dit nooit ergens gebeurt. Maar al te veel wordt het ambtsdrager-zijn door (gewone) gemeenteleden beschouwd als een liefhebberij van de betrokkenen: ze hebben er blijkbaar zin in om ouderling of diaken te zijn; nu, laten ze er plezier van hebben!
Wie zo denkt en redeneert, vergeet echter dat de ambten zijn ingesteld, opdat de dragers er van de gemeente namens Christus zouden onderwijzen, leiden en dienen. Achter de ambtsdragers moet steeds de grote Ambtsdrager gezien worden. Die er behagen in heeft mede door middel van deze mensen over het tijdelijke en eeuwige welzijn van Zijn gemeente te waken.
Dat moet dan echter ook zijn weerslag vinden in de houding van de gemeente tegenover haar ambtsdragers. Dat benadrukt de apostel, als hij in onze tekst schrijft: „Zijt uw voorgangers gehoorzaam en zijt hun onderdanig." Neen, dat moet niet omdat de ambtsdragers in zichzelf meer of beter zijn, want dat zijn ze niet. Iemand, die eens schreef over de persoon en het werk van een ouderling, begon de vraag: „Wat is een ouderling? " te beantwoorden met: „Een gewoon mens, dus geen on-mens, maar ook geen super-mens." Waarom de gemeente de ambtsdragers dan toch moet hoogachten? Wel, om der wille van het ambt! Om het ambt moet de gemeente de ambtsdragers gehoorzaam en onderdanig zijn. Om met het laatste te beginnen: dat onderdanig zijn wil zeggen: erkennen dat ze over de gemeente gesteld zijn om leiding te geven èn die ook accepteren. En dat sluit dan meteen de plicht tot gehoorzaamheid in. Dat wil niet zeggen dat de ambtsdragers dictatoriale bevoegdheid hebben en dat de gemeente alles blindelings heeft te aanvaarden; maar wel dat men zich b.v. — zoals het formulier het zegt — „aan de goede vermaning van de ouderlingen gaarne onderwerpt en hen in ere houdt om huns ambts wil". Een houding van: „wat zou die man mij nu willen vertellen!" is dan ook beslist onbijbels, evenals het om allerlei wissewasjes zogenaamd verhinderd zijn om bezoek te ontvangen en het tijdens het bezoek saboteren van het gesprek, doordat men stelselmatig alle pogingen afsnijdt om „ter zake" te komen. Ja, nog eens, dat is onbijbels, want dat „ter zake" heeft te maken met het waken voor de zielen, waartoe de ambtsdragers — ieder in zijn eigen ambt — zijn geroepen en dus met de opdracht, die hen door Christus is opgelegd. En daar dient nu elk gemeentelid van doordrongen te zijn en dienovereenkomstig heeft hij zijn houding tegenover de ambtsdragers te bepalen. Dat is het wat de Hebreeënbrief ons op het hart drukt.
Wanneer dat meer, of nog liever: steeds meer in praktijk werd gebracht, dan zou dat het werk van de ambtsdragers zeer verlichten; dan zouden ze het inderdaad met vreugde kunnen doen en niet al zuchtende. En het zou de gemeente zelf ten goede komen! Dat laatste spreekt bijna vanzelf. Want waar onder een bepaalde tegenwerking gewerkt wordt, wordt de prestatie (als ik het zo even mag noemen) onwillekeurig ongunstig beïnvloed. Maar waar bij het werk geen belemmeringen worden ondervonden, daar zal dat aan de prestatie, zowel kwalitatief als kwantitief, ten goede komen. Dat bedoelt onze tekst als hij zegt dat het voor de gemeente niet nuttig is, wanneer de voorgangers hun werk al zuchtende moeten doen. En op deze wijze worden de noodzaak en de ernst van de vermaning, waarmee de tekst begint, nog eens onderstreept: „Zijt uw voorgangers gehoorzaam en zijt hun onderdanig." Het waarachtig welzijn van de gemeente in haar geheel en van de gemeenteleden afzonderlijk is er mee gemoeid! Maar juist daarom moet er mee gerekend worden en naar gedaan!
Nog eens: at betekent niet dat de ambtsdragers dictatoriale macht hebben en dat de gemeente alles zonder meer heeft te aanvaarden. De kerkeraad bestaat uit „gewone" mensen, elk met zijn zonden en gebreken, en het is onvermijdelijk dat dat in het werk telkens blijkt. Er zou al heel wat gewonnen zijn, als dit door alle gemeenteleden steeds werd beseft. Ik ben er van overtuigd dat dit het oordeel van velen over de ambtsdragers en hun werk direct al milder, menselijker zou maken. En als daarbij dan ook nog werd bedacht dat de ambtsdragers nooit mogen handelen volgens het principe „Wat wij willen, moet gebeuren" of „Wat broeder X en zuster Y willen, moet gebeuren", maar zich steeds voor Gods aangezicht moeten afvragen hoe zij in gehoorzaamheid aan het Woord des Heeren de gehele gemeente op de beste wijze kunnen dienen, dan zou er nog veel meer onnodige en onbillijke kritiek achterwege blijven. Mag ik in dit verband ook even wijzen op de vermaning van Paulus in 1 Timotheus 5 : 19? Daar staat: Neem tegen een ouderling geen beschuldiging aan, anders dan onder twee of drie getuigen." Dit om lichtvaardig oordelen en veroordelen te voorkomen!
Toch kan er soms voor kritiek reden zijn. Het is mogelijk dat iemand tegen een ambtsdrager of tegen de kerkeraad gegronde, d.w.z. op Gods Woord gefundeerde, bezwaren meent te moeten hebben. Maar dan is het christenplicht dat daar ook christelijk mee wordt gehandeld. D.w.z. dan mag daar niet achter de rug van de betrokkene(n) om over worden gepraat (om niet te zeggen: geroddeld!), maar dan, moet men daar met de betrokken ambtsdrager of kerkeraad over gaan spreken. Zo heeft, Christus het ons geleerd. Leest u Mattheus 18 : 15-17 maar! En dit is zeker: aar van beide zijden in door de Geest geheiligde liefde geluisterd wordt naar het Woord, mag op z'n minst verwacht worden dat men elkaar leert begrijpen en waarderen.
Overigens: wat zou de bloei van de gemeente en van de kerk er door bevorderd worden, als er veel minder gepraat, maar veel meer gebeden werd! Immers, zou de Heere die zwakke, zondige schepselen, die de ambtsdragers in zichzelf zijn, niet bekwamen en tot zegen stellen, als de gemeente Hem daar voortdurend in vurig gebed om aanriep? Een predikant moet eens gezegd hebben: „Gemeente, als u mij vol bidt, zal ik u vol preken." En zo is het, maar dan voor alle ambtsdragers. Waar de gemeente haar ambtsdragers gedurig opdraagt aan de troon der genade en de ambtsdragers zelf biddend hun werk doen, zullen de vruchten zeker niet uitblijven. Want:
„Waar liefde woont, (en waar zo gebeden en gewerkt wordt, woont liefde!) gebiedt de Heer de zegen. Daar woont Hij Zelf, daar wordt Zijn heil verkregen. En 't leven tot in eeuwigheid."
Ridderkerk-Slikkerveer. J. Noltes
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's