HET FUNDAMENT
„Want niemand kan een ander fundament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus. 1 Corinthe 3 vs 11.
II.
Worden wij tot bouwen geroepen, dan uitsluitend op Jezus Christus. Dat is van verstrekkende betekenis, omdat het fundament beslissend is voor de bouw, en wel in tweeërlei opzicht. Het fundament bepaalt de bouw. Het ligt in de grondslag vast, hoe het wordt. Niet tot in onderdelen nauwkeurig, maar wel als geheel genomen. Het fundament wordt als het ware uitgewerkt in de bouw: het krijgt hoogte en breedte, vorm en maat. Straks, als het klaar is staan we er van te kijken. Maar het fundament gaf er ons al een indruk van: zo wordt het. Zo is het nu ook met Gods gebouw. De gemeente mag het beeld van Christus vertonen. Paulus spreekt elders over een opbouw, tot de maat van de grootte der volheid van Christus. Het fundament geeft aan, wat en hoe er gebouwd wordt; aan Christus gelijkvormig dat is conform het fundament. Wij dien als mede-arbeiders alles af te meten aan het fundament. Zo zal Christus gestalte in de gemeente krijgen en verheerlijkt worden. Niet onze maten zijn bepalend bij de opbouw, maar déze maat. En die prediking mag opbouwend genoemd worden, waarin de waarheid die in Christus Jezus is maatgevend is.
En, dat is het tweede, het fundament draagt de bouw. Hoe diep ligt het fundament ingegraven in de raad Gods. Ziet, Ik leg. Zullen onze bouwsels niet als kaartenhuizen in elkaar storten, als de aarde gaat beven? Zullen kerkelijke bouwsels niet bezwijken onder de druk der tijden? Zien we het niet voor onze ogen gebeuren? Wat dan, wanneer de poorten der hel, de machten van duivel en leugen en dood, zich als een alles verslindende muil zullen opensperren? Toegegeven, veel valt in puin. Maar dan nog zullen deze poorten der hel, Christus gemeente niet overweldigen. Geen stormwind, geen stortvloed zal daarin slagen. Dat is aan het fundament te danken. Hij, Jezus Christus, doorstond immers de heftigste aanvallen; Hij is dood geweest, de hel nam Hem in haar wrede kaken. Hij leeft, omdat Hij hel en dood overwon. Wat een fundament! De macht van de hel, is in de draagkracht van dit fundament verrekend. Wat op Hem gebouwd wordt verzakt niet. Daarom mogen wij moedig Jezus Christus ten grondslag leggen aan zijn christelijke gemeente. Hij leeft, zij blijft!
Dan zijn wij Gods medearbeiders. Wat een onderscheiding. Met God mee arbeiden, op zijn bouwplaats, aan zijn gebouw, bezig zijn. De Heilige Geest bedient zich van mensen, om de gemeente te bouwen door het Woord. Hij verheerlijkt Christus. Hij geeft Hem de eer van zijn naam: het fundament, het eeuwige, het enige. Wij doen dat niet. U doet het niet, wanneer u ergens anders, of op iemand anders bouwt. Misschien wel op uzelf. Wat een revolutiebouw, zo maar in elkaar gemetseld en getimmerd, zonder een deugdelijk fundament. Of noemt u uw gezondheid, uw geld, uw goed soms een deugdelijk fundament? Toch bouwt een mens erop. Waar bouwen we al niet op? Het is te dwaas om van te praten. De Here Jezus zegt, dat wij dwaze bouwers zijn, als wij ons niet afvragen: wat is het fundament. U weet hoe het afliep met de man die op zandgrond bouwde. Het zou hem een zorg zijn, waar hij op bouwde, als het maar ergens naar leek, als hij maar een onderkomen had! Hij had geen onderkomen, hij werd onder de puinhopen van zijn woning begraven.
Reformatiebouw is bouw, gereformeerd aan het fundament! Christus aanwijzen en aanprijzen, dat is de prediking. Ze is tegelijk waarschuwend, omdat ze telkens de proef op de som neemt: wat is het fundament. Bij deze arbeid heeft de Heilige Geest de leiding, hoe zouden wij anders Gods medearbeiders kunnen zijn. Hij wrocht mee.
De gemeente is, naar de schriften, geen gemeente op papier, geen gemeente in bedrijf. Het is ten diepste een gemeenschap van geloof, hoop en liefde. Jezus Christus is het fundament van het geloof. Het echte geloof zoekt het hechte fundament. Het kan niet steunen op eigen deugden, het kan niet rusten in eigen verdiensten. De Geest des geloofs laat het niet toe. Hij gebruikt de hamer van het woord, om stuk te slaan, wat wij klaar maken. Hij ontdekt ons aan het fundamentele. Dat gaat niet een, twee, drie. Maar daarbij gaat alles er aan, wat wij als grondslag willen leggen. Hij maakt ons de enige grondsteen bekend. Tot welke komende, worden wij als levende stenen gebouwd. Het geloof kent een levensverbinding met Christus. Buiten Hem kan het geen vaste grond meer vinden. Wie in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden. Het leven des geloofs is een zinken op, een vastgemaakt worden aan dit fundament. Hij is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid.
Hij is het fundament van de hoop. De wereld is vol verwachting van het nieuwe. Alles staat in het teken van de toekomst. Wat geweest is, is geweest, dat heeft voor ons geen boodschap
meer. Wat is, daar hebben wij geen bevrediging in. Wij bouwen aan de toekomst, met allen die van goede wille zijn. Zullen wij ons niet in laten schakelen om voor die toekomst te werken? Ik denk, dat men ons niet gebruiken kan, wanneer wij de toekomst, als de toekomst van Jezus Christus verkondigen. Hedendaagse verwachtingen zijn evenzoveel luchtkastelen, omdat ze op de mens gebouwd worden. Op de mens van de toekomst, op zijn wetenschap en zijn techniek, zijn ontwikkeling en ontplooiing. Het fundament! Ondertussen bouwt God zijn gemeente op in de hoop. Hoop volkomen op de genade, die u toegebracht wordt in Jezus Christus. Zijn verschijning in het vooruitzicht! Op Hem richt zich de hoop naar een nieuwe schepping en een nieuwe mensheid, naar de toekomst Gods.
Het fundament der liefde. Wat schieten wij tekort in de medemenselijkheid, het zij ons aanbevolen, het wordt ons geboden, de naaste lief te hebben als ons zelf. De goede werken mogen niet ontbreken, want het geloof is in de liefde werkzaam. Toch is hier de vraag naar het fundament even dringend: Want zonder Mij kunt gij niets doen. Jezus Christus, het fundament van de liefde. Geen menselijke opwelling, die spoedig overstag gaat, maar Zijn opwekking, die ons staande en gaande houdt, zodat wij in goede werken wandelen. Elkanders opbouw in de liefde, is bouwen op dit fundament
Kortom, het leven der gemeente — en dat slaat op ieder gelovige, heel persoonlijk — als leven des geloofs, der hoop en der liefde, belijdt Jezus Christus als het fundament. Vraagt het u eens af: als Jezus Christus wegvalt, wat zou er dan van uw leven overblijven? Moet u, eerlijkheidshalve zeggen: Dat zou voor mij niet veel veranderen, dan hebt u het oordeel over uw eigen leven geveld. Dan zit u er naast, dwaze bouwer. Of zegt u, naar waarheid: Neem Hem weg, dan neemt u het fundament weg, dan blijft er niets van over. Dat heeft God u geleerd. Wel u, wijze bouwer, het huis is niet gevallen.
Het fundament ligt er; wij mogen het aan zijn plaats laten, ons door God gewezen: Jezus Christus de gekruisigde, de opgestane Heer. Zo alleen krijgen wij de handen vrij om te bouwen. Bij alle bedrijvigheid, is daar zorgvuldigheid voor nodig. Bouwen óp Hem. Daarna bouwen met. De apostel gaat daar in het vervolg even over door. Hij somt allerlei op; met goud of met hout, met steen of met stro. Dat maakt nogal verschil. Wie bouwt er nu met stro, met hooi, met stoppels? Wees gewaarschuwd, want dat komt voor. Het vuur gaat er over, het verteert alles wat ondeugdelijk is. Ligt het fundament goed, dan heeft het vuur daarop geen vat, dan vindt het daarin geen voedsel. Wie op mensen bouwt, op Apollos of op Paulus, op heilige mensen, op voorgangers en voorbeelden, hij ziet alles in rook en as verdwijnen. Dat is niet het geval wanneer we op Jezus Christus bouwen. Een ieder zie echter toe, hoe hij daarop bouwt. Het beste is blijkbaar nog niet goed genoeg. Het moet beantwoorden aan de voortreffelijkheid van het fundament. Mij dunkt, hoe meer we daarvan getuigen, hoe nauwgezetter wij bezig zijn. Dan zal ik herhaaldelijk aan het vuur denken. Tegelijk mag ik danken: Wat er van mijn werk moge verbranden, Jezus Christus staat voor de bouw in.
Dankbaar nemen wij kennis van dit sterke woord. In alle wanorde schept het orde, in alle onrust schenkt het rust. Het roept ons tot inspanning, het klinkt tegelijk ontspannend: Hetwelk is Jezus Christus.
Met deze tekst mocht ik ds. A. J. de Jong, aan de gemeente van Leiden verbinden, in de Pieterskerk op 31 maart j-1.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's