De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

CONFERENTIE MET DE 24

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

CONFERENTIE MET DE 24

3 Apostolaat en belijden

7 minuten leestijd

(III.)

Apostolaat en Belijden.

Op deze conferentie is een oude zaak weer met brandende actualiteit op tafel gekomen. Rondom de opstelling en aanvaarding van de nieuwe kerkorde is uitvoerig gediscussieerd over de vraag: Wat heeft de voorrang, het apostolaat of het belijden? Art. 8 (over het apostolaat) of art. 10 (over het belijden) ? Het is het apostolaat geworden, maar niet zonder kritiek en waarschuwing van de zijde van sommige leden van de synode van 1950/1951 (zie de Handelingen).

Opgemerkt wordt, dat het woord apostolaat een grote opgang heeft gemaakt in de na-oorlogse theologie. Is dit woord een waardige vervanger van zending en evangelisatie? Zie het artikel van drs. Exalto in de Waarheidsvriend.

Dr. O. Jager meent, dat de vraag naar een genadige God, naar de vergeving der zonden, niet actueel is. Wedergeboorte en bekering zouden tot een voorbijgegane piëtistische periode behoren. Maar hoe is het Evangelie in Europa gekomen? Zijn het de impulsen van het Evangelie geweest, waardoor het romeinse rijk geworden is, wat het geworden is? (Klare Wijn, blz. 245). Idem Europa via de hervorming en Indonesië en de Congo via de zending.

Deze „bewijzen" in Klare Wijn worden in zoverre onwaarachtig genoemd, omdat in al deze gevallen het Evangelie is gepredikt met als centrum: vergeving der zonden, geloof en bekering. Deze woorden worden in de huidige apostolaatstheologie zo goed als geheel gemist. Maar H. C. Butterfield wijst er in „Christianity and History" op, dat het evangelie daar ingang vond en de kerk daar bloeide, waar het om de zielen ging.

Vraagt men naar bewijzen van deze verkeerde apostolaatstheologie? Dan leze men de documentatie van drs. Exalto en het rapport: Schaalverandering. Dan denke men aan de vier uitzendingen voor de V.P.R.O. in sept. '67, waarin spraken dra. M. A. Thung, sociologisch studiesecretaresse van de Zen­dingsraad; dr. de Lange en de heer Eichholtz, socioloog voor de Raad van Kerk en samenleving.

Vooral de gedachten van mej. Thung, die zoveel als mevr. Sölle vertegenwoordigde deden als leidraad aan de hand: de kerk moet zich ontledigen en in de botten van de wereld kruipen, de wereld incarneren, tekenen van de sjaloom oprichten. Het gaat volgens mej. Thung niet om de vergeving der zonden, maar om een leefbare wereld. Dit is de humanisering van het Evangelie. In dit streven kan men samen optrekken met marxisten en humanisten. De sociologen moeten de zaak veranderen en de kerk is hun slachtoffer, zo wordt opgemerkt.

Hierbij kan de synode niet vrijuit gaan. Want de eerste aanzet tot deze fatale ontwikkeling is gegeven in het Herderlijk schrijven „Christen zijn in de Nederlandse samenleving", van 1955. Dit geschrift ging wel degelijk van de synode uit.

Wil men nu de conclusies zien, dan sla men op „Klare Wijn", blz. 243 (solidariteit met de moderne mens en geschiedenis), 248, 251 en men vergete vooral niet, dat de wederkomst volgens „Klare Wijn" (blz. 250) niet bijbels is. In „Klare Wijn" valt veel meer de nadruk op het aan de gang zijn van de „komst des Heren" door middel van de prediking der apostelen dan op het ineens komen van dat Rijk.

Berkhof meent, dat de komst van dit Rijk nauwelijks enige kerving in de geschiedenis zal aanbrengen.

Dit optimisme is een typische herhaling van het 19de eeuwse vooruitgangsgeloof van Opzoomer. De vernietigende kritiek van K. H. Roessingh over Opzoomer werd geciteerd. Roessingh oordeelde, dat Opzoomer behebd was met een verheffend, bevrijdend en verblijdend geloof van de 19de eeuw. Dat lijkt op de apostolaatshoop van nu. Deze veranderingen zijn indertijd scherp aangeduid door dr. Noordmans in „Zoeklichten" tegen dr. Kraemer aan de hand van het woord „geloofsgehoorzaamheid".

Er is een verschuiving gaande in het gebruik van de woorden. Met „geloofsgehoorzaamheid" bij de theologen van het apostolaat komen wij weer in het diensthuis. Deze verschuiving in het gebruik van de woorden is merkbaar in „Klare Wijn". De haard van al deze verschuivingen is het revolutionaire humanisme.

Helaas is ook het profetisch getuigenis van Barth uit 1934 (zie Eltheto '35) verdwenen.

De conclusie kan geen ander zijn dan deze: Met de huidige apostolaatsopvattingen kunnen wij niet meer mee, omdat zij boordevol met gevaren zijn.

Wat de solidariteit betreft: er is solidariteit in de zonde (Kohlbrügge) maar niet met allerlei wind van leer. Deze vervlakte apostolaatsopvattingen banen de weg naar een vervlakt oecumenisme, naar een samenwerking met het humanisme en marxisme, gaan meestal uit van een alverzoening, benaderen de wereldgodsdiensten op een andere wijze dan het evangelie dit doet. In vele gevallen nemen in dit apostolaat de daad en de methodiek de plaats in van Christus, die werkt door Zijn Woord en Geest.

De roeping der kerk naar buiten kan alleen vervuld worden, wanneer wij van de Heere zijn, d.w.z. van binnenuit.

Wij hebben de mens te hoog óp de kaart, wanneer wij spreken over de goedwillendheid van de mensen en van hen, die het goede zoeken. De antithese in de Bijbelse zin ontbreekt.

Van een andere zijde wordt opgemerkt, dat de Bijbelse antithese ontstaat in de beslissing voor, met of tegen Christus. Over deze antithese moet je niet praten, maar je moet getuigen. Dan zal ook de antithese zichtbaar worden. De solidariteit met anderen (humanisten e.a.) is alleen mogelijk in de grote en wijde taken (macro-structuren) niet in de persoonlijke verhouding met God (micro-structuren). Maar hoe moet dat dan zonder te verongelukken? De verontrusting over dit punt is bijna algemeen.

Is de solidariteit een gegeven of een opdracht? Het antwoord luidt: Spreek liever over medeverantwoordelijkheid. Van Christus uit kunnen wij aan veel werk meedoen, terwijl anderen vanuit een andere overtuiging naar hetzelfde streven.

Dan doen wij dat: tezamen met...

In dit laatste is een stuk van de discussie vertolkt over stelling 4 van dr. Bijlsma.

In de verdere discussie wordt gezegd, dat de hantering van het woord solida­riteit voor de kerkgangers gevaarlijk is. Wanneer de Heilige Geest ons de wedergeboorte leert, is er als vrucht: inspringen waar nood is. Wij moeten de vrucht niet aan het waarachtig belijden van Christus laten voorafgaan (art. 8 K.O.) maar er op laten volgen (zie Heid. Cat. Zo. 32 e.v.).

Weer een ander wil het apostolaat van God uit zien als het ene werk over de gehele wereld. Ook bij de 24 functioneert de prediking van de verzoening niet, omdat er geen gebied voor is.

Waarschijnlijk bedoelde deze spreker met gebied: de wereld. Het werd niet duidelijk, wat hij bedoelde. Hij vroeg zich af, of de 24 zioh niet stoten aan de vleeswording des Woords.

Over de verhouding van apostolaat en belijden komt volgens een andere spreker de oude spanning tussen Kraemer en Gravemeyer bloot. Deze bui moet zich gedurig ontlasten. Het zijn twee brandpunten in de ene ellips. Het apostolaat is tweezijdig: èn prediking èn kerstening. Dit staat nog in de kerkorde. Vanwege de polariteit is de bespreking van vandaag niet tragisch.

Weer een ander merkt op, dat wij ondanks alle besprekingen over apostolaat, kerstening enz., verder van huis zijn dan ooit. De ontkerstening is niet gestuit, maar voortgegaan. In 1950 waren de dingen intens aan de orde. Men stond er mee op en men ging er mee naar bed. De reorganisatie is te vroeg er door gegaan, de reformatie is uitgebleven. Hadden wij een belofte van de Heilige Geest voor deze aanpak? Nu is de interesse veel geringer. Men gaat van de nood een deugd maken en waardeert de verschrikkelijke ontkerstening van ons volk positief als de mondig-wording van de mens, terwijl de moderne mens noch God noch zichzelf kent.

Een ander gaat hierop door en acht het dringend nodig, dat het wezen van de secularisatie en het wezen van de techniek zonder naïviteit en provinciaals denken, wordt doordacht. Het wezen van de secularisatie hangt samen met de heerschappij van de Antichrist. De kerk weet niet welk paard van Troje zij heeft binnengehaald. De positieve waardering van de secularisatie is een aanzien van de duivel voor een engel des lichts. Het is óf naïef of boosaardig, maar het is allebei even erg.

Een van de adviseurs vindt de stellingen van de 24 niet Bijbelse, niet gereformeerde en doperse trekken vertonen. Daarover wil hij een nader gesprek.

Ziedaar een zo duidelijk mogelijke weergave. Niemand van ons kan zeggen: Dit gaat mij niet aan. Moge ook door dit artikel de geest gescherpt, de geesten onderscheiden en de Heilige Geest tot een nieuwe reformatie ontvangen worden.

Katwijk aan Zee  G.Boer

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

CONFERENTIE MET DE 24

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's