CONFERENTIE MET DE 24
V De stellingen van Dr. Bijlsma en van de 24.
V.
De stellingen van Dr. Bijlsma en van de 24.
Bij het begin van de conferentie is er van de zijde van het Breed-Moderamen opgemerkt, dat de leden geen gelegenheid hadden gehad de stellingen van de 24 te lezen en te bestuderen wegens tijdsgebrek. Niemand kon daar iets aan doen, omdat de 24 in allerijl na de publicatie van de stellingen van Dr. Bijlsma nog eigen stellingen moesten opstellen.
Desniettemin zijn er allerlei opmerkingen gemaakt, die de moeite van het doorgeven waard zijn.
Van de zijde van de 24 wordt opgemerkt, dat zij in de stellingen van Dr. Bijlsma missen wat Groen van Prinsterer noemde: „het belijden wat de tijd vraagt". Juist die zijde van de waarheid, die — volgens Groen — of doodgezwegen of tegengesproken wordt, dient met grote duidelijkheid in het belijden en dus ook in het lijden van de tijd betrokken te worden.
Als illustratie dient dan het voorbeeld van de vernietigende kritiek van Roessingh op Opzoomer's vooruitgangsgeloof. Een dergelijk verweer tegen het neo-modernisme en een dergelijk profetisch getuigenis past de kerk ook nu. En dit wordt gemist in deze stellingen.
Een ander mist in deze stellingen de krachtige oproep tot geloof en bekering. Vooral de solidariteitsgedachte (stelling 3 en 4) en de samenwerking met allen, die het goede zoeken, ontmoeten bezwaren. Heeft Christus de verworpenen der aarde Zijn broeders genoemd? Ook de nieuwe vrijheid in de toelichting op stelling 4 roept bedenkingen op. Het dient een vrijheid te zijn uit de verzoening door de bekering.
Bijlsma wil een nieuwe gemeente-opbouw. Bieden de stellingen 3 en 4 hiervoor voldoende fundament?
Een ander wijst op stelling I. Bijlsma zegt daar, dat het „hoe" van het heil Gods in de historie niet verder te benaderen is. Maar juist door dergelijke uitdrukkingen worden opvattingen als mythe, novelle, legende van bepaalde Schriftgedeelten mogelijk. Daarom is een nadere uitleg van het „hoe" noodzakelijk.
In stelling II wordt gesproken over het Woord van God in de bijbel. Kan Bijlsma met ons belijden: de Heilige Schrift is het goddelijk Woord, door de Heilige Geest ingegeven en verklaard?
Ook over de titel Messias in stelling I wordt een nadere uitleg verlangd, omdat er interpretaties van Messias zijn, die buiten de Bijbelse verbanden staan.
Dr. Bijlsma stelt de vraag: Hebben wij niet het gevoel aan één front en voor één zaak te staan! Ook wat betreft het ene reveil? Is dit niet passend woord: in de wereld, niet van de wereld? Wij moeten proberen de rechte prediking te dienen. Het ene fundament is gelegd, waarvan wij eenvoudig hebben uit te gaan.
In de Open Brief zit iets legitiems, waarop wij moeten ingaan. Bijlsma onderkent een sfeer van wantrouwen bij de 24. Zijn stellingen zijn niet anders bedoeld dan zoals zij er staan.
In stelling I over het „hoe" God Zijn heil in deze wereld realiseert houdt hij vol, dat dit niet historisch benaderbaar is. Dit betekent niet, dat het „hoe" in mindering mag gebracht worden op het „dat" van de heilsfeiten. In stelling III mag men het woord solidariteit niet losmaken van wat er op volgt: , dat de gemeente het Woord Gods in de macrostructuren moet zeggen. Solidariteit moet vertaald worden met medeverantwoordelijkheid.
In stelling IV staat, dat de kerk de heerlijkheid van Gods Rijk verwacht door het laatste gericht heen. Er is verbondenheid met allen, die de Heer verwachten. En die zijn er ook buiten de kerk, volgens Dr. Bijlsma. Maar tezamen met alle anderen, die het goede zoeken, enz. Hier is het woord verbondenheid bewust vermeden.
Van Christus uit kan een christen met anderen zich inzetten voor gemeenschappelijke doeleinden. Het gaat om het „recht der armen" in de volkerenwereld. Dit alles moet functioneren. Daarvoor is een weg. Dan moeten wij zijn op de classicale vergaderingen en de ringvergaderingen. Dan moeten wij een soort werkgroep zijn, die met een goed gegeven aan het werk gaan ten bate van de predikanten. Dit praktische voorstel legt hij, aangevuld met een voorstel, dat dit ook doordringt in de raden, enz., aan de synode en de 24 voor.
Over de stellingen van de 24 wordt door een lid van het Breed-Moderamen gezegd, dat het een voortreffelijk stuk is en van hoog niveau.
Hij vindt dat wij allen stelling I van de 24 over de christologie (Christus vóór ons en Christus buiten ons) ons ernstig hebben aan te trekken. De reformatorische christologie mag niet verdoezelen.
Ook inzake de leer van de Heilige Geest en de pietas, in het stuk van de 24 aan de orde gesteld, hebben wij de hand diep in eigen boezem te steken. Hij vraagt: Is het stuk van Bijlsma onverstaanbaar?
Verder vindt hij dat in stelling V van de 24 de belijdenis van de Naam van Christus en de strijd tegen de chaotische machten teveel uit elkander getrokken zijn.
Een ander heeft bezwaar tegen stelling VII van de 24, waarin de 24 kritiek hebben op het reeds nu solidair zijn met allen, die het goede zoeken. Wat betekent dit „reeds"? Komt er een tijd, waarin men wel solidair zal zijn? Moeten wij het eerst eens zijn over de belijdenis? De belijdenis van: „Jezus Christus, Heer der wereld", die zich na de oorlog baanbrak, is niet alleen eretitel, maar ook: Hij is nog steeds in doodsstrijd in het wereldgebeuren (Pascal).
Bij deze notities over dit punt moeten wij het laten. Zij zijn belangrijk genoeg om er diepgaand mee bezig te zijn.
Hoe nu verder?
Ook daarover is gesproken. Er is gewaarschuwd tegen het vormen van pressiegroep, tegen partijvorming, tegen de gedachte, dat de 24 de alleenzaligmakende-kerk vertegenwoordigen, tegen een te spiritueel zijn en teveel een spirituele aanvat te hebben en te houden. Het wantrouwen moet verdwijnen. Er was bij vele leden van het Breed-Moderamen weerklank voor de bedoelingen van de 24.
Besloten werd, dat het gesprek met de 24 binnen korte tijd wordt voortgezet en dat er met het oog op de agenda een commissie komt, die een en ander voorbereidt.
Er was aan 't eind van de vergadering een meningsverschil over het al of niet toelaatbare van publiceren uit deze samenspreking. De 24 hadden gevraagd om een open bespreking. Een van de leden van het moderamen verstond daaronder: openhartig, waarop één van de 24 repliceerde: Dat is vanzelfsprekend, want wij zijn nette mensen!
Van het breed-moderamen wordt nog gezegd, dat men met opzet de eigen pers erbuiten had gehouden. Het antwoord van de 24 luidde: er is verschil tussen het kennen van de pers in deze zaak en de mogelijkheid van publicering. Wat ons (de 24) betreft, wij achten ons niet tot geheimhouding verplicht. Het is juist de bedoeling de gehele kerk te betrekken bij deze bespreking.
Dr. W. Aalders sprak een slotwoord. Hij achtte het gesprek van de morgen hoopvoller dan van de middag. Vanmorgen brak de verontrusting sterker door. Daarheen wil hij terug. Er is ook vandaag een scheiding der geesten gebleken. Telkens wanneer iemand — van welke kant ook — het gevaar van het evangelie van de humaniteit onderkende, gevoelde hij zich verblijd en met deze spreker verbonden. Deze blijdschap verdween, wanneer iemand dit verdedigde, vergoelijkte en verdoezelde. Dan werd de zaak verduisterd. Hij miste bij bepaalde personen deze diepe verontrusting.
Er is de dreiging van een opdringend anti-evangelie, dat zich uit in wetenschap, literatuur, de bandeloosheid en perversiteit van de sex, de politieke anarchie, de godslastering, enz.
Het gaat ons niet om het signaleren van uitglijdingen, maar om de aanwijzing van het evangelie van het revolutionair humanisme. Dat is het evangelie van de vrijheid, dat is de ongebondenheid. Dit evangelie omspoelt ons allen, onze kinderen, onze kerk, onze gemeenten. De nood van Kerk en wereld brengt ons door de Heilige Geest alleen persoonlijk bij het Kruis.
Wat is nu onze verontrusting? Waar blijft het woord van de Kerk? Waar horen wij over deze zaak één woord? Onze verontrusting is, dat vele leidinggevende figuren in de kei^k dit niet zien en het zelfs in de kaart spelen.
Onze verontrusting is, dat Kerk en Wereld als geheel daarvoor verantwoordelijk is. Men ziet er een bondgenoot in, men wil solidariteit. De kerk heeft er nooit tegen getuigd.
Wat betekent kerstening, wanneer hiertegenover het evangelie niet ad rem beleden wordt, daar „waar de tijd het behoeft? " De kerk spreekt over dingen ver weg, maar daar waar wij, onze kinderen, de jeugd in nood en gevaar is, zwijgt zij. Zij doet mee, terwijl onze kinderen er aan gaan. Tegenover dit evangelie van de mens past maar één antwoord: het evangelie van Jez.us Christus in zijn volheid en rijkdom. Het gaat ons om een confessioneel reveil. Men mag van ons zeggen wat men wil, wij weten dat wij mensen vol zonden en gebreken zijn, dat in ons de wet der zonde werkt. Maar men wete, dat onze verontrusting alleen wordt weggenomen wanneer het u gaat om dit ene Evangelie, dat niet is naar de mens, wanneer dit besef er is, wanneer daar naar gehandeld wordt en wanneer daarheen bekering is. Voor de prediking èn de prediker is o.a. het gezag van de kerk nodig. Daartoe roept ons God!
Na dit indrukwekkend woord, ziet de praeses van een slotwoord af. Hij leest uit 2 Petr. en de assessor Ds. v. d. Bank eindigt met gebed.
Katwijk aan Zee G.Boer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 mei 1968
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 mei 1968
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's