KRONIEK
Tekst en contekst.
Schoten ooit zoveel vraagstukken op de gemeente en de gelovige af als thans?
Zulke vragen zijn moeilijk te beantwoorden, want onze ouders zullen wel meer aan hun hoofd gehad hebben en wellicht ook onze grootouders, om enkele voorbeelden te noemen, dan wij in onze jeugdige onbezorgdheid en onervarenheid verondersteld hebben. Ook moeten we er rekening mee houden dat het incasseringsvermogen, zonder nog direct de capaciteit om de problemen op te lossen te bedoelen, groeit naar de mate en het aantal van de vragen die op ons afkomen. Mogelijk hebben vroegere geslachten met wat wij misschien vrij eenvoudige kwesties vinden diepgaand en hooggaand geworsteld. Zeker hebben voorgaande generaties met vragen van het geestelijke leven meer te doen gehad dan de meesten onzer heden. Alles bijeen genomen weet ik dus niet of ik zonder meer beweren mag, dat wij het zoveel moeilijker hebben dan die ons voorafgingen, al ben ik wel geneigd het gauw aan te nemen.
Een groot gevaar is, dat sommigen zich vastbijten in één of ander „brandend" probleem, met het gevolg dat ze de hele wereld rondom vergeten. Ze worden door het vraagstuk gebiologeerd alsof er verder niets anders bestaat. Men wikt voor en tegen, vergelijkt vroeger standpunt en huidig gevoelen, peilt noden en conflicten, vraagt zich af of de Schriften die tot een opinie leidden wel juist zijn begrepen en komt tot een oplossing, die afwijkt van wat tot dusver gold.
Ik zou tal van problemen met name kunnen noemen. Vooral tal van vragen op ethisch gebied. Mag dit en kan dat? Vaders en moeders haren hebben er zelfs niet aan gedacht, maar het dringt zich nu aan ons op en wanneer wij er niet zo meer door aangegrepen worden dan zijn het de kinderen, die het ons dan toch nog weer lastig maken ermee.
Het gevaar bestaat, dat we het probleem te absoluut stellen. We zien het niet in een hele samenhang van ontwikkelingen die gaande zijn. Terecht staat in de Bijbel: Beproeft de geesten of ze uit God zijn. De geesten. Meervoud. Ze komen legio, doch het is een staal van boze strategie, dat ze vaak net doen of ze heel alleen komen en met al die andere niks te maken hebben. Wanneer we argeloos hier en daar en op nog enkele puntjes hebben toegegeven, zitten we ineens verstrikt in de massa.
Gunt uw God niet eens een kleinigheid zus of het geringste zo? Maar straks hebt ge u gebonden aan handen en voeten. We moeten de kwesties niet isoleren en abstraheren (afzonderen) van het geheel. Zo min als we een tekst mogen uitleggen zonder acht te geven op het verband waarin die voorkomt.
Immers heerst niet in onze tijd het hedonisme, de leer dat zinnelijk genot het richtsnoer van 's mensen handelen moet zijn en ook het hoogste goed is. Bij elke „mag-vraag" past het onderzoek: Wilt ge dat en waarom wilt ge dat? Niet de bekeringsbede: Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal? beheerst de situatie maar het verzoek of de Heere zo enigszins mogelijk akkoord gaat met wat wij believen te doen.
Specialist.
De veelheid van de problemen en het allesbehalve oppervlakkige ervan noopt tot specialisering. De specialist echter kiest en verliest derhalve. Het gaat hem als de figuur, die we zojuist hebben ontmoet, toen hij zich vastbeet in zijn probleem, dat hem helemaal opslorpte. Onwillekeurig maakt zich een soort bedrijfsblindlieid meester van de specialist. De contacten gaan, wanneer hij niet op zijn hoede is, lijden aan eenzijdigheid. Zijn bronnen liggen ook menigmaal te zeer in één gebied. Hij daalt al dieper in zijn schacht als een mijnwerker. In zijn ingewikkeld stelsel van gangen weet hij blindelings het pad, maar in het daglicht kan hij soms de weg in de stad, die hij bewoont, niet vinden.
Uitkijkpost.
Er moeten ook mensen op de uitkijkpost staan. De stad heeft wachters nodig al moet niettemin de Heere zelf de stad bewaken. De psalm zegt: Zo de Heere de stad niet bewaart, te vergeefs waakt de wachter. Er staat niet: De Heere bewaart, dus hebben we geen wachter nodig. Zo is het ook weer niet. Het bewaken van de Heere maakt de wachter niet overbodig. Hij moet wel zijn taak in afhankelijkheid en opzien verrichten.
Zo is het nodig dat terwille van de stad Gods mannen de wachtpost beklimmen en acht geven op de troepenbeweging van de vijand. Wat als detail en als geïsoleerd vraagpuntje vrij onschuldig leek, krijgt nu soms een veel zorgwekkender aanzien. We zien het pionnetje op een dreigende positie, omdat er andere stukken op een afstand staan die toch het veld beheersen.
We ontwaren dat bepaalde ontwikkelingen elkaar naderen en in combinatie een omstrengeling tot stand kunnen brengen. De man onder de grond, de mijnwerker, is onontbeerlijk, maar ook de man op de post.
Team.
Graag spreken we van team-werk. Want alles is zo ingewikkeld en omvattend, dat één alleen bezwaarlijk zich ontplooien kan als een meester op alle wapens.
Doch twee paarden zijn nog niet een span en enkele lieden met capaciteiten voor een en ander zijn nog niet het gewenste team.
Men moet één zijn van geest. De enigheid van het geloof moet voorzitten en de liefde samenbinden.
De leden van het team moeten wezen broeders van hetzelfde huis. Van groot belang is het of er ook een Daniël is in de kring. God gaf de jongelingen wetenschap en verstand, maar Daniël gaf hij verstand en gezicht in allerlei gezichten en dromen. De geest der profetie moet leiding geven, anders krijgt het resultaat van de gezamenlijke onderzoeking en overweging gauw het vlakke en bijgeschaafde van een verklaring die het karakter draagt van een compromis.
Profetische school.
Moderne progressieven ijveren vandaag voor de zogenaamde profetische universiteit. De bestaande hogeschool heet de priesterlijke. Die dient immers de maatschappij. Maar de profetische vraagt fakkeldragers, die opmarcheren naar de vrijheid en naar de toekomst. Wanneer het echter heet dat op zulk een profetische universiteit mannen als Castro en Che Guevara, dé onlangs gedode guerillastrijder, de weg moeten wijzen, begrijpen we dat hier niet het getuigenis van Jezus de geest der profetie is. Doch wanneer we vernemen dat een profetische school vereist wordt in deze tijd dan begrijpen we dat het gaat aankomen op het getuigenis van Jezus ook al vergrimt de oorlogszuchtige draak.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 mei 1968
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 mei 1968
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's