FATAAL MISVERSTAND?
Te Leiden hield de afdeling van de Ger. Bond haar jaarvergadering.
Op deze vergadering hield de secretaris van de afdeling Ds. A. J. Kret een rede over „De Kerk in de grote stad”.
Daarover maakte Ds. Kret verschillende opmerkingen. Hij wees op de moeilijkheden voor de stadsgemeente, die kostbare oude kerken moet onderhouden. Dit geeft inderdaad grote zorgen.
Waar het ons nu om gaat, is dat Ds. Kret een vurig voorstander van de herstructurering van de Hervormde Kerk bleek te zijn. De taak en de plaats van predikant, ouderling en diaken moet worden herzien.
Het werk, dat de Hervormde Kerk besteedt om via een grondige reorganisatie tot een totaal nieuwe structurering te komen, noemde Ds. Kret één van de beste geestelijke investeringen, die de kerk kan doen.
Wanneer bij de voorbereidingen van deze veranderingen ernstige methodische fouten zouden worden gemaakt, dan is dat een kwalijke zaak, maar dat laat de inhoud van de materie staan.
In dat verband noemt Ds. Kret mijn uitdrukking in mijn openingswoord op de Jaarvergadering van de Ger. Bond: „gemeenteverwoestend werk" een fataal misverstand.
Hij vindt, dat de maatschappij zo in gewikkeld is geworden, dat een predikant, die meent dat hij alles moet kunnen, onherroepelijk vastloopt.
De ambtsbezigheden van de predikant zijn eenvoudig achterhaald door de tijd. Wie kan tegelijk organisator, pastor, prediker, catecheet, teamleider, enz. zijn?
De kerk moet met haar verleden durven breken en ook met alles wat van de bijbel is afgeleid.
Doet de kerk dit niet, dan verliest zij de plaats in de samenleving niet alleen tengevolge van de ontkerstening, maar ook door eigen schuld.
Er volgde op deze rede — aldus het verslag in de Nieuwe Leidse Courant van 10-5-1968 — een levendige discussie. Ds. Kret, die als secretaris van de afdeling aftrad, kon de vergadering voor de herstructurering niet winnen.
Waarom ik dit vermeld? Omdat uit deze rede blijkt, dat Ds. Kret nalaat duidelijk te maken het onderscheid tussen het Nieuwe Testament en de traditie. Dat er tradities zijn, ontkent niemand. Dat er zeer goede en zeer kwade tradities zijn, evenmin. Maar weet Ds. Kret wat hij doet, wanneer hij beweert, dat de z.i. gewenste herstructurering van de Hervormde Kerk deze de plaats in de samenleving doet behouden?
Waarmee maakt hij dat waar? Is de gemeente een wereldse grootheid, die haar gemeentevormen niet meer ontleent aan de Schrift en — in onderschikking daaraan — aan de belijdenis?
Moet de gemeente haar structuren laten bepalen door de snel wisselende vormen van de moderne samenleving of aan de Schrift?
Daarop zal Ds. Exalto in een aparte nota ingaan in ons blad, een nota, die tezamen met mijn openingswoord in een afzonderlijk geschrift zal worden uitgegeven.
Moet een predikant alles weten? Gelukkig niet. De man zou overspannen raken. Natuurlijk moet deze man een grondige opleiding gehad hebben en dagelijks blijven studeren.
Wij hebben geen behoefte aan duizendpoten, maar aan herders en leraars, die hart hebben voor de gemeenten.
De eerste en meest indringende vraag, die Jezus aan Petrus stelt is niet of hij èn organisator èn pastor èn prediker èn catecheet èn teamleider is, maar of hij Hem liefheeft. Deze zielsdoorborende vraag stelt Jezus nog aan alle herders en leraars.
Is die liefde er — en zij wordt beproefd! — dan volgt het woord: Weid Mijn lammeren, en: Hoed Mijn schapen.
Dan is er liefde voor de gemeente, voor de prediking, voor de catechese, voor het pastoraat, voor de zielen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 mei 1968
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 mei 1968
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's