OVERHEID EN ZONDAGSRUST
Zo op het eerste gezicht lijkt het moeilijk enig verband te leggen tussen de begrippen overheid en zondagsrust. Wellicht kan deze bijdrage eraan meewerken dat dit verband door de geregelde lezer van ons blad wat dichterbij wordt gebracht en ook wordt opgemerkt. We mogen veronderstellen dat toch zeker de zondagsrust een belangrijke zaak mag worden genoemd in onze lezerskring. Immers zondagsrust moet toch meer inhouden dan alleen het vrij zijn van de dagelijkse arbeid. Het overgrote deel van ons volk heeft wel vrij op zondag, maar aan de rust komen de meeste mensen niet toe, getuige de overbezette wegen en recreatiecentra op zondag en bij uitstek in de zomermaanden. Hetgeen voor velen weer een dagtaak op zondag met zich meebrengt. Wie dit alles overziet en meemaakt stelt zich de vraag, of er in ons vaderland geen bepalingen bestaan die de zondagsrust waarborgen. Dit is inderdaad het geval, doch laten we hierbij direct aantekenen dat deze bepalingen in onze tijd nauwelijks gehanteerd worden.
We kennen in Nederland een kleine wet die luistert naar de wat eigenaardige naam van „Zondagswet". Deze wet (in 1953 ingrijpend gewijzigd) vond zijn bestaan in 1815. Eigenlijk is het zo dat in 1953 een gehele nieuwe (aan de tijd aangepaste, waarover later) wet het licht zag. Het doel van de oude Zondagswet was: „voorschriften te geven ter viering der dagen aan de openbare Christelijke godsdienst toegewijd". De overweging die had geleid tot het instellen van een Zondagswet getuigde van het feit dat onze overheid in 1815 zich liet leiden door het leven van het oude voorgeslacht, een deugd die we in 1968 niet meer vinden. Deze bovengenoemde overweging luidde als volgt: „Wij (hiermede werd bedoeld Koning Willem I) hebben in overweging genomen de noodzakelijkheid om op het voetspoor der godsdienstige voorvaderen, die daarop steeds de hoogste prijs stelden, de plichtmatige viering van de dag des Heren, en andere dagen, de openbare Christelijke godsdienst toegewijd, door eenparige en voor het gehele gebied van de Verenigde Nederlanden algemene maatregelen te verzekeren." Een mond vol om te lezen, maar aan duidelijkheid liet het niets te wensen over. Het zou in dit bestek te ver voeren om deze maatregelen, die toen van kracht werden, in details te bekijken. In grote lijnen kwam het hierop neer dat het verboden was op zondag en „zodanige godsdienstige feestdagen" beroepsbezigheden te verrichten, uitgezonderd de noodzakelijke werkzaamheden, hetgeen vanzelfsprekend is. Indien de arbeid de godsdienst zou kunnen storen was zij in het geheel verboden. Straatverkoop, spel en sport (tijdens kerkdiensten) was niet toegestaan. De plaatselijke overheden (gemeentebesturen) moesten ar voor zorgen dat alle „hinderlijke gerucht" in de nabijheid van kerkgebouwen op zondag werd voorkomen. Tegen de overtreding van al deze bepalingen was een straf bedreigd die voor de jaren 1815-1850 als hoog moest worden aangemerkt. Opmerkelijk is hierbij dat voor het zuidelijk deel van het toenmalig Koninkrijk (België en Limburg) een afzonderlijke wet tot stand kwam, aangezien de volksaard daar geheel anders was.
Getuige haar geboortejaar (1815) kunnen we stellen dat de Zondagswet het lang uithield, maar reeds in het begin van 1900 werd in de Tweede Kamer de opmerking gemaakt dat de Zondagswet moeilijk na te leven was. Van het in de wet genoemde ontheffingsrecht werd door vele gemeenten een gretig gebruik gemaakt. En dit alles bij elkaar genomen leidde ertoe dat in 1953 een nieuw wetsvoorstel het daglicht kreeg te zien. Dit wetsvoorstel droeg (het lag in de lijn der verwachtingen) duidelijke sporen van een compromis. De beweegredenen waren geheel anders en diverse bepalingen waren ontdaan van de scherpe kanten. De regering meende in 1953 dat het niet haar taak was de plichtmatige viering van de zondag te verzekeren, d.w.z. door middel van wettelijke bepalingen de heiliging van de zondag af te dwingen. Zij meende dat haar bevoegdheid niet verder kon gaan dan het wegnemen van de beletselen voor de viering van de zondag als de dag des Heren. Hierin kunnen we een eind meegaan, maar de vraag mag toch worden gesteld of dat wegnemen van die beletselen in de loop van 15 jaar een fictie is gebleken. Velen (gelukkig lang niet allen) hebben de zondag een eigen bestemming gegeven en de regering stelt zich thans op het standpunt dat het onmogelijk is deze ontwikkeling van het gemeenschapsleven te negeren. Dat klinkt wel democratisch, maar het is onbijbels en de plicht van onze overheid om als „dienaresse Gods", ook in deze belangrijke zaak, te werken wordt nagenoeg verzaakt.
De zondagswet van 1953 kent nog wel strafbepalingen, doch het aantal ontheffingsmogelijkheden is zo groot, dat deze wet in de praktijk van vandaag nauwelijks kan functioneren. Anderzijds mag toch nog worden gesteld dat het Christendom zijn stempel op ons volksleven nog steeds drukt en dat onze kerkdiensten op zondag daarvan het beste bewijs zijn. En met name onze kerkdiensten genieten in ons vaderland een goede bescherming, waarvoor we ook dankbaar zijn. En ook de (zij het minder strenge) Zondagswet draagt hierin haar steen bij. Als we b.v. lezen dat het op zondag verboden is (en ook de andere Christelijke feestdagen) in de nabijheid van kerken of andere gebouwen voor de openbare eredienst in gebruik, zonder strikte noodzaak gerucht te verwekken, waardoor de godsdienstoefening wordt gehinderd. Verder kennen we nog de bepaling dat er maatregelen moeten worden getroffen dat het verkeer niet meer gerucht veroorzaakt (in de nabijheid van kerken en gebouwen voor de openbare eredienst in gebruik) dan noodzakelijk is.
U voelt wel dat déze bepaling inmiddels achterhaald is door de feiten. Menig predikant en kerkganger zal hierover mee kunnen spreken als hij zich bevindt in een kerkgebouw nabij een drukke verkeersweg. Op dit punt is ook geen verbetering te verwachten, hoe pessimistisch dit ook klinkt. Sport, spel en recreatie op zondag wordt door onze huidige overheid beschouwd als een levensbehoefte, gezien haar Memorie van Toelichting op het wetsvoorstel. Daartussen is als het ware gedrukt de bescherming van de openbare godsdienstoefening. Er is ruimte overgelaten om dit van gemeente tot gemeente te laten verschillen, hetgeen een winstpunt is. Het zou te ver voeren dit uiteen te zetten, doch het komt hierop neer dat in een gemeente met een sterke godsdienstige inslag de gemeenteraad regels kan stellen omtrent een verbod tot sport-en spelbeoefening op zondag.
Het zijn dikwijls de plaatselijke gewoonten die een stempel drukken op het doorbrengen van de zondag.
Onze overheid heeft hiervoor de ruimte overgelaten, hetgeen voor veel godsdienstige gemeenten toe te juichen is. Nu kon onze overheid moeilijk anders want het feit deed zich voor dat gewoonten die indruisten tegen de zondagswet, zij het bij ontheffing, werden toegelaten. De sporen van het compromis zijn toch wel duidelijk zichtbaar. En we zijn geneigd te stellen dat de schaal doorslaat ten gunste Van de bescherming van de openbare erediensten. Immers een grondregel blijft ook in deze wet dat de openbare godsdienstoefening geen hinder mag ondervinden. Onlosmakelijk zit hieraan vast de „vrijheid van godsdienst". Een grondrecht dat onvervreemdbaar is. Op welke wijze ook velen de zondag „vieren" het staat vast in ons land dat niemand enig hinder mag ondervinden bij het belijden van zijn godsdienst en het bezoeken van de godsdienstoefeningen. Moge dit in ons volksleven zijn plaats blijven behouden tot meerdere glorie van de Koning der Kerk, Die zelf deze Kerk in stand houdt niet alleen in 1968, maar tot de jongste dag.
Huizen (N.H.).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's