VOORLOPIG NIET? STRAKS WEL?
In „Trouw" d.d. 20 mei en in het Rotterdammer-Kwartet d.d. 18 mei troffen wij een verslag aan van een rede, die ds. F. H. Landsman op 18 mei in Hilversum hield op de jaarvergadering van de vereniging van kerkvoogdijen der Herv. Kerk, gehouden in Hilversum. Ds. Landsman handelde over „Kernvragen van kerkelijk beleid”.
Onder andere hield ds. Landsman zich bezig met de kerkstructuur. Aan hem was de vraag gesteld, of, gezien de ingrijpende wijzigingen, die buiten (en in) de kerk hadden plaatsgevonden, deze structurele wijzigingen ook in het kerk-zijn niet moesten worden aangebracht.
Ds. Landsman vond, dat een revisie tot in de grondstructuren zeker aan de orde zal moeten komen. Maar — zo liet hij er op volgen —dat is alleen verantwoord, als het een laatste fase is van een geestelijk rijpingsproces. Dit proces is thans volop aan de gang. Wij moeten ons niet laten leiden door vrees, maar de drie lijnen: de gereformeerd-katholieke, de eschatologisch-apostolaire en de mystiek-spirituele van de kerkorde met elkander vervlochten houden. De gereformeerd-katholieke lijn sluit de noodzaak van het zoeken naar nieuwe vormen van het belijden, van nieuwe vormen van gemeenteopbouw, naar herziening van de ambtelijke structuren, naar het ten volle meewerken aan de opbouw van een gemeenschap van kerken in een evangelisch-katholieke kerkstructuur niet uit.
De eschatologisch-apostolaire lijn mag de aanbidding Gods in Geest en waarheid niet uitsluiten. De kerk mag nooit een stukje „wereld" worden. Zij moet anders-zijn en blijven.
De mystiek-bevindelijke lijn mag de solidariteit in verlorenheid en schuld met andere mensen niet buiten sluiten.
Ds. Landsman wil in deze tijd een nieuwe synthese van deze drie legitiem evangelische elementen.
Wat van al deze dingen te zeggen? Dat het moeilijk is om alleen op een persverslag af te gaan. Aangenomen, dat dit juist is, mogen wij de volgende kanttekeningen plaatsen:
- Ds. Landsman is secretaris-generaal van onze kerk. Hij is in de keuken van de synode, van de raden enz. thuis als geen ander. Hij weet wat er omgaat en wat er op til is.
De vraag is: Spreekt ds. Landsman voor eigen verantwoordelijkheid? Dat nemen wij aan. Wij kunnen moeilijk het breed-moderamen of de synode voor zijn rede verantwoordelijk stellen.
Toch is ds. Landsman nooit van zijn functie als secretaris-generaal los te maken. Zijn woorden hebben een ietwat dubbelwaardig karakter: èn persoonlijk en... ? Ik vind dit moeilijk, zoals de gehele figuur van een vrijgestelde als secretaris-generaal, die bij alle wisselingen in het moderamen van de synode aanblijft, moeilijk is.
Maar goed, ds. Landsman spreekt over diepingrijpende wijzigingen.
- Ds. Landsman spreekt over drie lijnen in onze kerkorde. Ik begrijp dit niet. Al weet ik, dat de kerkorde uit een (compromis) visie is voortgekomen, al ken ik art. 10 van de Kerkorde en weet ik van de spanningsvolle verhouding tussen art. 8 en art. 10, ik dacht dat de kerk beleed en belijdt in haar confessie, ook ten aanzien van het ambt, de kerk, de opdracht, enz.
Gaan wij nu de kerkorde niet tot een apparaat voor het hedendaags belijden maken? Is het niet beter de kerkorde vanuit de confessie te doorlichten in plaats van omgekeerd?
Niemand ontkent, dat onze kerk in de gereformeerde traditie staat. Eveneens staat voor ieder vast, dat de ware eredienst is: de aanbidding Gods in Geest en waarheid. Tenslotte zal niemand ontkennen, dat de kerk een opdracht heeft in deze wereld.
Waarom wordt dan de discussie over nieuwe vormen, herziening van de ambtelijke structuren, enz. veiplaatst tot in het raam van de kerkorde?
Is het niet tijd zich opnieuw te bezinnen op de verhouding van confessie en kerkorde?
- Ds. Landsman spreekt over een rijpingsproces inzake de revisie van de grondstructuren van de kerkorde. Wij zouden de laatste fase zijn binnen gegaan.
Weer rijzen vragen. Waar is dit proces ingezet en op gang gebracht? Tot voor pl.m. 10 jaren was de wijziging van onze kerkorde in de episcopaalse zin een academische kwestie zonder consequenties voor de praktijk. Nu is deze vanuit de raden de kerk binnengekomen. Vele publicaties, vooral uit de hoek van de sociologen, verschijnen.
Hoe komt het nu, aangezien de gemeenten niet naar deze episcopaalse strevingen gevraagd hebben en er grotendeels een afkeer van hebben, dat opnieuw vanuit de raden een dergelijke zaak wordt voorbereid? En hoe komt het, dat ds. Landsman durft te zeggen, dat wij nu de rijpingsfase zijn binnengegaan? Zijn dan de gemeenten, de kerkeraden, de classes, de provinciale kerkvergaderingen en de synode er alleen om de zaak te beoordelen, wanneer alles panklaar is? Natuurlijk zijn deze ambtelijke vergaderingen er zelf bij om ja of neen te zeggen. Maar de bezwaren tegen deze methode zijn voor het oprapen.
Allereerst krijgen de ambtelijke vergaderingen er pas mee te maken, wanneer het „in de top" (afschuwelijk woord!) is uitgedacht en doordacht. Sommige vrijgestelden hebben er alle tijd voor. Men wikt en weegt, men vergadert en stelt rapporten op, maar er is geen enkel of bijzonder weinig contact met de gemeenten.
Het gaat voorshands over haar, zonder haar. Het zou voor menig vrijgestelde niet minder dan een openbaring zijn, wanneer zij eens wisten, wat er in de gemeenten omging en omga: at. Menig vrijgestelde is volkomen vervreemd van het leven der gemeenten en daarom hebben zij (voor een groot deel) ook geen, oog voor de wezenlijke behoeften en noden van de gemeenten. Daarom is deze weg van voorbereiding en doordenking „aan de top" een heilloze weg.
Natuurlijk zijn de gemeenten niet vrij te pleiten. Zij hebben weinig verweer, omdat zij soms slecht gevoed worden uit de bijbel en de confessie, soms ondervoed en door hun kerkeraden niet worden opgevoed in de grote vragen van deze tijd. Velen slapen en „geloven" het wel.
Maar ook wanneer de gemeente wel meeleeft, wel meeworstelt in de gebeden (en dat gebeurt) heeft zij (de kerkeraad en de predikant vaak niet buiten gesloten) te weinig inzicht in de zaken. Rijpingsproces? Laatste fase? Betekent dit, dat de grond bouwrijp wordt gemaakt?
De gemeente heeft iets anders nodig! Zij zucht — voorzover zij meeleeft — onder de last „van de top”.
Het leger vrijgestelden wordt steeds groter, de lasten steeds zwaarder, de weerstanden van de gemeenten worden minder. Allerlei werk in de gemeenten blijft liggen, omdat grote bedragen via de quota gevraagd worden. Waar dit op uitloopt? Een kind kan het weten.
Inplaats, dat nu de meest centrale zaken bijbels en indringend aan de orde worden gesteld, krijgen wij weer een „fase", weer een „rijpingsfase" in de richting van een verandering van de kerkvorm.
- Ook spreekt ds. Landsman over de opbouw van een gemeenschap van kerken in een evangelisch-katholieke kerkstructuur.
Dit betekent waarschijnlijk, dat de Hervormde Kerk zich wat in de episcopaalse richting gaat ontwikkelen, dat Rome wat minder Paaps (pauselijk) wordt.
Mogen wij nu weten, of de hele voorbereiding van wijzigingen in de kerkstructuren bedoeld is als een fase in de richting van een éénheidskerk in Nederland? Dit is toch de eenheid van de Ned. Herv. Kerk, de Geref. Kerken en de R. Katholieke Kerk en andere kerken?
Hierover dient toch klare wijn geschonken te worden! Dan weten wij, waaraan wij toe zijn. Misschien is deze vraag geen vraag meer, gezien de aankondiging van ds. Landsman, dat de raad van het verband met andere kerkgemeenschappen (alweer een raad!) straks aan de synode een ontwerpwijziging zal voorleggen van art. 20 van de kerkorde.
Dan kunnen — als de synode daarmee instemt — interdenominationele gemeenten worden gevormd.
Dat zijn dan gemeenten, waarin de denominaties (R.K., N.H., Geref. Kerk enz.) reeds één gemeentevorm (plaatselijk) kunnen gaan zoeken. Ook dat staat dus op de lijst. De lijn van het „beleid" wordt zo wel duidelijk.
Laat de synode waken! Straks hebben de raden, organen, moderamina praktisch alles in handen en zijn wij verder van huis dan wij onder het Algemeen Reglement ooit geweest zijn.
De situatie is gevaarlijker dan in 1816! Daarop komen wij terug na het onderhoud met het Moderamen van de Prov. Kerkvergadering van D.V. 14 juni a.s.
Wij kunnen onze lezers nog meedelen, dat drs. K. Exalto en dr. C. Tukker artikelen gaan schrijven over de samenhang van de reformatorische prediking en de presbyteriale kerkvorm.
Uit alles blijkt, dat waakzaamheid aan alle kanten geboden is.
Katwijk aan Zee G. Boer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's