De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HEILZAME VERONTRUSTING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HEILZAME VERONTRUSTING

6 minuten leestijd

II.

In het vorig artikel gaf ik een weergave van het door dr. W. Aalders geschreven „Theologie der verontrusting", die uiteraard gebrekkig is: u leze het boekje zelf, want het is meer dan de moeite waard. Wanneer ik enkele dingen apart noem en een enkele vraag stel, dan is dat niet omdat hier kritiek zou passen, maar dan is dit om Aalders' werk recht te doen wedervaren.

Wanneer Aalders stelt dat het oude niet de moeite waard is om gerestaureerd te worden, omdat het een verleden is, dat wij door een gemeenschappelijke afvalligheid onder het oordeel hebben gebracht en verspeeld, dan kan ik het met hem daarover eens zijn, dat natuurlijk een zestiende-en zeventiende-eeuws leven als rekonstructie in het heden geen zoden aan de dijk zet tegen de stormvloed van de sekularisatie en de apostolaatsvernieuwing. Echter, wanneer ook hij het stelt, dat de Confessie zich in onze dagen moet vernieuwen tot heil van de Kerk en alle moedelozen in en buiten haar —een reveil van het oude — dan lijkt me toch de eenheid van belijden tussen vroege Kerk en Reformatie bijvoorbeeld zich te moeten voortzetten in het heden, en dan moeten we voor de inhoud van de belijdenissen staan, zeker in hoofdzaak blijven staan. Doch zelfs in bijzaken, waarvan de Dordte synode zei, dat ze „revisabel ende reformabel" moesten zijn, heeft men vandaag de dag geen recht te veranderen of te schipperen. Zeker nu niet. Immers, de Dordtse vaderen dachten dan aan een herziening der belijdenis door de Kerk. Dat is vandaag de dag uitgesloten door de modaliteiten, ook door het feit dat onze Generale Synocie niet een nationale Generale Synode in afmetingen en omvang is als in 1618-'19. Bijgevolg verheugen wij ons over de uitspraken van Aalders over de uiPverkiezing, waarbij alle nadruk valt op het handelen Gods in de tijd en waardoor de gemeente is uit-geleid en wordt uitgeleid, dodh wij houden vast — juist in een episode, waarin via aanvallen op de kinderdoop aan de „voorkomende Genade Gods" getwijfeld wordt en men God niet toegeeft dat Hij ons een eeuwigheid voor is — aan de predestinatie van eeuwigheid. Wij houden vast — en dat wil vooral Aalders — aan de Traditie der Kerk, ook waar die over Dordt loopt, omdat het aan enig besef voor deze leertraditie in de Hervormde Kerk zo schort. Men zie het zeer slechte geschrift „Enige aspecten van de leer der uitverkiezing", door een kommissie van de Hervormde Kerk en de Remonstrantse Broederschap opgesteld.

Van de Kerk in weduwe-gestalte geldt: „Wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, alsdan zullen zij vasten, in die dagen". Wat Aalders over dat vasten zegt, mogen wij allen ter harte nemen en, meer dan dat, navolgen. In dit licht is ook te begrijpen dat hij als enige bestaansgrond der Gemeente in de wereld ziet: trouw te blijven in haar verdriet aan Hem Die zij mist. Ik heb lang over dat woordje „missen" gedacht. Dat de Kerk in vreze heeft te wandelen in de tijd van haar vreemdelingschap, moet vooropstaan. Dat zij niet dan te roemen heeft in het kruis en evengoed de theologie der voortijdige glorie (Rome) als die van het revolutionaire messianisme en de humanisering heeft af te wijzen, is mij duidelijk. Evenwel moest ik denken aan Christus' Woord: „En ziet, Ik ben met ulieden alle de dagen", en aan de zin van de Heidelberger Catechismus antw. 47: „Naar Zijn Godheid, majesteit, genade en Geest wijkt Hij nimmermeer van ons". Hebreeën wijst sterk de theologie van de glorie af: „Wij zien nu nog niet, dat Hem alle dingen onderworpen zijn". En toch is daar dje mystieke schoonheid der Kerk, die Aalders kenmerkt als de schoonheid van de toekomst van haar Bruidegom: „Maar wij zien Jezus, met eer en heerlijkheid gekroond". Daarin is meer dan trouw aan de Bruidegom. Daarin is meer dan het missen. Het is de weg van het Hooglied: missen, zoeken, vinden. Opnieuw: dit is geen punt van verschil tussen Aalders en ons, maar het zou de sterke positie van de „weduwe" kunnen onderstrepen: tenslotte werd haar dan toch recht gedaan. En is dat iets anders dan: Sion zal door recht verlost worden? Dan ook reeds hier!

Bij een citaat uit een herderlijk schrijven 1966, waarin de verbondenheid met het zuchtende schepsel, dat verbeten strijdt tegen haar lot in ziekte, leed, honger e.d. en strijdt voor een gelukkiger bestaan, gesteld wordt in het licht van de verwachting der nieuwe aarde, moest ik denken aan de oude strijd tegen de natuurlijke theologie. Is dit optimisme, waarvan Aalders scherp ontkent dat het van bijbelse oorsprong is, niet één grote herhaling van liberalisme, mensverheerlijking, aanknopingspunt voor Gods heil in de mens uit de vorige eeuw? Is hier Christus méér dan een middel om tot humanisering te geraken? En hebben wij dan niet dezelfde onschriftuurlijke gang der Kerk opnieuw te vrezen? 't Maakt voor mij niets uit of de natuurlijke theologie en de mensmiddelpuntigheid van de godsdienst worden uitgespeeld via de „bedaardheid" van de vorige eeuw of via solidariteit en sekularisatie van deze eeuw. Ook wanneer volgens Kuitert in zijn inaugurele oratie aan de Vrije Universiteit het onderpand des Geestes en het leven uit dit onderpand kunnen worden ingevoegd in de strukturen van de samenleving, dan is dat natuurlijke theologie, en een van kwalijk soort! Want toen in de vorige eeuw dit soort mensmiddelpuntigheid centraal stond, beleefde men tenminste nog een tijdsgewricht Xvaarin het dankzij het trekschuittempo lijden kon. Maar wanneer ons dit vandaag opnieuw gepresenteerd wordt in een atoomtijdperk, als het nieuwste van het nieuwste, dan vraagt men zich af, of een van deze apostolaatstheologeh wel iets verstaat van de demonic der sekularisatie en van wat er op het spel staat. Ouderwetser dan iemand zijn deze futuristisch-ingestelde lieden. De Graaff vroeg op de konferentie met de synode, wat nu deze misleiding drijft: naïeveteit of boosaardigheid. Aalders heeft het toen, en nu in dit boek in alle toonaarden herhaald. Zullen we er antwoord op krijgen? De Gemeente betaalt het gelag. Kan dat, mag dat?

Maar dan ben ik ook niet meer zo erg overtuigd van de persoonlijke zuiverheid van theologische verdoezelaars in deze sfeer. Dat Aalders dat wél is, kunnen wij slechts met hoogachting eerbiedigen. Maar het gaat toch niet aan om als predikanten, die de duisternis boven Christus' kruis hebben zien hangen.

Vervolg pag. 204 (onderaan)

Heflzame verontrusting.

mee te huilen met de wolven in het bos? Dan is zelfs Petrus door Paulus bestraft. Of zien zij die duisternis niet? Dan ben ik het met De Graaff en Boer eens, dat men als kerkelijke leiders ook om reden van naïeveteit en delegering der verantwoordelijkheid niet te verontschuldigen is, en ook dan staat men persoonlijk niet zuiver. Want men kon beter weten!

Wij danken Aalders voor dit boek, dat in zijn kleine omvang meer biedt dan kisten vol sekularisatietheologie. En wij bidden zijn werk en hem een grote zegen toe, raede voor de Kerk en ons allen.

Kinderdijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HEILZAME VERONTRUSTING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's