PINKSTERWONDER
„En er zal een fontein uit het huis des Heeren uitgaan en zal het dal van Sittim drenken." Joel 3 vs 18a.
Het kan verkeren! Het bergland van Juda, geteisterd door de hitte, uitgedroogd en onvruchtbaar, wordt herschapen in een paradijs. De vruchtbaarheid wordt spreekwoordelijk: Bergen druipen van wijn, heuvelen vlieten van melk, de beken stuwen een overvloed van water door hun beddingen. Pinksteren is zo'n keerpunt, u kunt het nalezen in de Handelingen. Waar de Heilige Geest werkt, daar treden dergelijke veranderingen in, nu nog. Hoe is het mogelijk. Wij hadden medelijden met de mensen, die in schamele tenten wonend, de grond met veel moeite, wat voedsel ontworstelen. Met het vee, dat hier een stronk en daar een pol wist te ontdekken, om in leven te blijven. Nu heerst er een weelde, een uitbundige weelde. Uw eer klinkt uit het stof. Zij zingen. Uw naam ten prijze. Uw goedheid en Uw lof.
Waar komt al dat water vandaan? Het heet met recht hemelwater, het water is een Gods geschenk voor mens en dier en land. Het komt langs wonderlijke wegen, en daar, waar men het allerminst verwacht. Hoort u maar: En er zal een fontein uit het huis des Heeren uitgaan. De profeet heeft het ene beeld nauwelijks uitgewerkt of hij maakt van een ander gebruik, om ons de wonderen Gods aan te duiden. Een fontein uit het huis des Heeren. Dat is het heiligdom, de tempel. Bij mijn weten treft u daar geen fontein aan, en daarvandaan wordt geen water naar de woestijn gevoerd. Dat weet Joel heus wel. Maar toch is het zo! In dit beeld flitst het licht aan, en schijnt over de oorsprong van het water. Hier in het heiligdom ontspringt het.
Daar hebben de profeten het wel vaker over. Ik denk vooral aan Ezechiël, en zijn visioen van de tempelstroom. Door hem wordt het breder behandeld; hij volgt deze stroom in haar loop en komt steeds dieper onder de indruk van de heilswonderen Gods. Zacharia stipt het even aan: Dat er levende wateren uit Jeruzalem vlieten zullen. Zoekt u de bron van dat levende water, dat de wildernis doet bloeien als een roos. Ga dan mee naar het heiligdom. Daar woont de Heere in het midden van Zijn volk. Dat is de kernbelofte voor de toekomst: Dat Ik de Heere, uw God ben. Wonende op Sion. Daar eindigt Ezechiël mee: De Heere is aldaar. Daar gaat het 3aar om: God in het midden, een oorzaak van vreugde en vrede, een bron van leven. Dat is te danken aan de verzoening, anders kon het niet. Hoe kan de Heere onder een zondig volk wonen. Hij moet zich wel terugtrekken. Maar Hij keert tot hen weder. Hij trekt bij hen in, omdat Hij het heiligdom heiligt door Zijn genaderijke tegenwoordigheid, omdat Hij stad en land, omdat Hij het volk heiligt. Hij delgt de overtredingen uit. Hij houdt grote schoonmaak, met het bloed van Christus. Hij is een verzoening voor onze zonden. En daarna en daarom vestigt Hij Zich, midden onder hen. Dat is Pinksteren! God neemt Zijn intrek in de gemeente, die door Christus gereinigd en geheiligd is. Zij is een tempel Gods, een woonstede Gods in de Geest. Na de grote schoonmaak, — o dat dierbare bloed is zo onmisbaar — wordt het huis weer bewoond, het huis des Heeren.
Zo is de tegenwoordigheid Gods, als een fontein, die water geeft, levend water. Geen verzamelplaats van water, dat opgevangen en bewaard wordt. Geen poel, geen put. Een bron! Het water welt op in de tempel, het loopt over de drempel. Ezechiël leert ons: langs het altaar. De Heilige Geest neemt Christus' verdiensten mee, de verzoening en de vernieuwing door Hem. Die tempelstroom, waarvan ook hier sprake is, maakt de wildernis tot een land van overvloed. De Geest maakt levend. Hij doet dat niet buiten de Vader en de Zoon om. Hij gaat uit het huis des Heeren, waar het altaar staat. Waar Hij komt, wordt het leven van kracht, en draagt het leven vrucht. Het Pinksterwonder, is het wonder van de oorsprong. Genade en vrede van God, door Christus Jezus. Zo worden we gezegend, en zegen doet leven. Dat is geen beschouwing, dat wordt in de bevinding bevestigd. De Geest getuigt, dat de Geest de waarheid is. De Geest des levens geeft getuigenis aan de fontein van het leven: Bij U, Heer' is de levensbron. Daar verwonderen we ons.
En die verwondering neemt nog toe, als we erop letten, waar het water heenstroomt. Ook hier mag ik naar Ezechiël verwijzen. Joel zegt eigenlijk hetzelfde: Er zal een fontein uit het huis des Heeren uitgaan en zal het dal van Sittim bevochtigen, door en door, drenken. Nee, u behoeft de kaart niet te raadplegen, dan klopt er niets van. Ik zei het reeds: Op het tempelplein zoekt u tevergeefs naar een beek, en deze kant gaat 't water zeker niet uit. Joel brengt het Pinksterwonder in kaart! Stel u voor: Het dal van Sittim, ligt aan de overzijde van de Jordaan, in het land van Moab. Deze stroom kruist dus de Jordaan in de buurt van de Dode Zee, en gaat dat verre dal met water vullen. Vergeet het maar. Onthoud het echter goed: Het water uit het huis des Heeren gaat wonderlijke wegen. Het baant zich een weg, waar niemand dat mogelijk acht.
Hoe verrassend, hoe vertroostend. Het dal van Sittim ligt buiten de grenzen van het heilige land. Israël heeft er gezondigd. God heeft er het volk gestraft. Het is bovendien een droog gebied, alweer woestijnachtig.
Het water zal toch niet in dat dal verspild worden. Verspild, want het is er niet aan besteed, dat is duidelijk. Van het heiligdom naar het dal? Dat is ongehoord! Toch horen wij er van. De H. Geest gaat nieuwe beddingen graven, dwars door de bestaande. Met Pinksteren breekt Hij door de grenzen van Israël heen; waar het niet was komt het nu. De heidenen mogen delen in het heil. Christus wordt hen verkondigd: Ik ben het levende water. Ik weet het dal van Sittim te liggen. Het ligt overal, waar het Pinksterwonder zich voltrekt. Wat geen volk was wordt Gods volk genoemd. En de Heilige Geest gebruikt mensen en mensenwerk, om de wateren daarheen te doen stromen. Pinksteren en zendingswerk behoren bij elkaar. Wij moeten het dal van Sittim niet mooier maken dan het is, de boze geesten huizen er, zij huilen in de wildernis. Maar de Heere staat voor niets, en het water stroomt waarheen Hij wil.
Zou het soms dichter bij huis liggen? Een dal, dat geen verbinding heeft met het heiligdom, waar de fontein ontspringt. Geen bedding, die het water zijn loop bijna gebiedt. Bij u, bij mij? In onze gemeente, in mijn gezin? Mijn van God vervreemde leven, zo ver van Hem, en zo dor. Kan Pinksteren daar wat aan veranderen? En zal het dal van Sittim drenken.
Want het was een dorre streek! Sittim betekent: accacia's. Nu, die groeiden in een dorre streek. Meer groeide er eigenlijk niet, bij gebrek aan water. Een struikachtig gewas, van het hout stoken de zwervende stammen een vuur, de takken zijn voorzien van sterke en scherpe stekels. Het lijkt, als rust de vloek op dat dal! Nu, zegen en genade vinden daarheen hun weg. Christus wordt verheerlijkt, waar wij dood en oordeel ontwaren. Waar wij niets kunnen kweken en telen, daar doet Hij het leven. Waar alles ons aanklaagt en niets God behaagt, daar wordt Zijn Naam groot gemaakt. Het Pinksterevangelie is voluit Evangelie! En het zal te dien dage geschieden. Wij kunnen de Heilige Geest geen weg voorschrijven, wij mogen Hem ook de wet niet voorschrijven. Het is naar de aard van het heiligdom, dat de wateren uitgaan naar het dal van Sittim, en als het anders was, viel alles er buiten.
Te dien dage. Verborgenheid, die wordt geopenbaard, deze tijdsbepaling. Dat was toen, op de eerste Pinksterdag. De dag gaat de geschiedenis in. Het is nu en hier. Het is straks. De tijd strekt zich ook uit naar de toekomst! Ondertussen mogen wij ons aan zon woord te goed doen. Wat zeggen wij? Beter een vogel in de hand, dan tien in de lucht. Die ene vogel, die u stevig in de hand houdt, vliegt er van door. Wat dan? Het leven dat wij ons dromen, blijkt bij het ontwaken het ware leven niet. Maar dit leven, overal waar dat water stroomt, is het ware leven. Het leven in overvloed. Eens wordt heel de schepping een paradijs, ook het dal van Sittim. Want God zal al Zijn woorden vervullen. Wie er vat aan heeft, wie ervan leeft, hoopt er standvastig op. En Hij toonde mij een zuivere rivier van het water des levens, klaar als kristal, voortkomende uit de troon van God en van het Lam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's