De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NA HET EINDEXAMEN STUDEREN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NA HET EINDEXAMEN STUDEREN

11 minuten leestijd

Nu op de middelbare scholen het eindexamen in volle gang is, is de aandacht van de jongelui die eindexamen doen uiteraard geheel toegespitst op deze laatste etappe van hun middelbare schooltijd. En hoewel de meesten al hebben bepaald wat ze na het eindexamen gaan doen, is de aandacht daarvan toch momenteel wat afgeleid door de drukte en spanningen van deze dagen. Ongetwijfeld hebben velen besloten met ingang van de nieuwe cursus aan een universiteit of hogeschool te gaan studeren. En daarover willen we in dit artikeltje graag wat zeggen. Want met de overgang van de middelbare school naar de universiteit wordt een bepaalde periode afgesloten en breekt een geheel ander leven aan. Dat geldt uiteraard in de eerste plaats voor hen die gaan studeren, maar ook voor hun ouders.

Keuze van de studierichting.

De factoren die bij het kiezen van een studierichting bepalend zijn, zijn velerlei. Elke beslissing in deze is een strikt persoonlijke, al kunnen andere personen van betekenis zijn geweest bij het medebepalen van de studierichting.

Belangrijk is evenwel of het vak dat bestudeerd wordt een zodanige interesse vindt bij degene die het studeren gaat, dat hij er gedurende zijn hele leven de nodige bevrediging in zal vinden, zodat hij er met plezier zijn werk in zal kunnen doen. Al moeten we dit niet idealiseren, want elk vak en elke studierichting heeft zijn mooie momenten maar ook zijn eentonigheden en schaduwkanten.

Onder „ons" heeft gelukkig de theologische studierichting nog grote betekenis. Het wordt door velen gelukkig nog als een voorrecht gezien wanneer God jonge mensen roept om Zijn Woord te verkondigen en die de opleiding gaan volgen die nodig is om als toekomstig dienaar des Woords in de gemeenten werkzaam te mogen zijn. Temidden van de devaluatie die er aan de gang is ten aanzien van het ambt, ook ten aanzien van het ambt van dienaar des Woords is het heilzaam als toch het besef levend blijft van het grote belang dat de kerk toegerust wordt met predikanten die de begeerte hebben het evangelie te prediken in een maatschappij waarin het materiële het geestelijke welhaast overspoelt.

Anderzijds mogen we niet vergeten dat het huwelijksformulier spreekt van het goddelijk beroep, zodat we niet al te gemakkelijk gradaties mogen aanbrengen in de waardering der diverse studierichtingen, al ontveins ik me niet dat er beroepen zijn waarvan je je af mag vragen of je er met een zuiver geweten in bezig kunt zijn. Hiermee wil alleen maar gezegd zijn dat we niet alleen behoefte hebben aan goede predikanten, maar ook aan goede artsen, economen, technici en juristen, om slechts een kleine greep te doen.

Gelukkig is er in onze kringen in dit opzicht de laatste vijftien jaren een duidelijke kentering gekomen. Vroeger was verdere studie hoofdzakelijk weggelegd voor aanstaande dominees. Momenteel is verdere studie in een andere studierichting dan de theologie een normale zaak geworden.

Het is dan ook te hopen dat diegenen die nu studeren of gaan studeren zodanig toegerust mogen worden dat ze in staat zullen zijn op verantwoorde wijze mede leiding te geven aan de maatschappelijke verbanden waarin ze zullen staan. Want dat staat voorop, studeren is gevormd worden voor de taken die er in het leven wachten. En die vorming komt niet alleen tot stand bij de vakstudie.

Crisisperiode.

Het kan niet ontkend worden dat veel studerenden vroeg of laat in een crisisperiode terecht komen, soms onbewust, soms bewust.

Wat dat onbewuste betreft, daarmee doel ik op diegenen die zo in beslag genomen worden door hun studie of door het vaak verwereldlijkte studentenleven dat ze er langzaam maar zeker in ten onder gaan. Als het beschermde milieu van het ouderlijk huis verlaten is vindt een zekere losweking plaats van de kerk en van de geestelijke achtergrond van het ouderlijk milieu. Hoeveel ouders hebben dit niet met leedwezen moeten constateren, al is dit niet alleen van toepassing op studerende jeugd, maar geldt dit evenzeer van jongeren die niet gingen studeren en eveneens in een onverschillige levenshouding terecht kwamen wat betreft de geestelijke dingen.

Maar er zijn ook studerenden die bewust in een crisis terecht komen. Ze komen in een situatie waarin heel wat wordt losgewoeld van wat ze van-huis-uit als vertrouwd meekregen. Dat begon vaak al op de middelbare school, maar aan de universiteit komt dat extra aan omdat men voor het eerst gedwongen is geheel op eigen benen te staan. Je moet je eigen weg vinden in het universitaire leven en de contacten die gelegd worden betreffen niet alleen gelijkgezinden.

Als student krijg je vaak theorieën te verwerken die dwingen tot een bewuste confrontatie met wat je van thuis mee­ kreeg. Degenen die studeren worden voor vragen gesteld waarvan ze voordien niet wisten! Ze worden geconfronteerd met levensbeschouwingen van hoogleraren of mede studenten die hen vaak overrompelen en waartegen ze vaak geen verweer hebben.

Daar komt nog iets anders bij. Iemand die serieus studeert krijgt een min of meer kritische instelling ten aanzien van de verschijnselen waarmee hij in aanraking komt. In zijn vakstudie zoekt hij naar motieven en achtergronden en hij wordt als het ware getraind in een genuanceerd aftasten van de dingen. En deze houding heeft vaak ook zijn terugslag op de geestelijke bagage die hij meekreeg. Nu is het alleen maar heilzaam wanneer de dingen die eerst klakkeloos werden overgenomen in de smeltkroes komen om er zo gelouterd uit te komen, maar anderzijds is het gevaar niet denkbeeldig dat een zekere intellectualistische levenshouding ontstaat, waar de eenvoud uit is en die contact met minder gecompliceerd denkenden onmogelijk maakt.

Begeleiding gewenst.

In een situatie waarin, zoals ik stelde, de dingen in de smeltkroes komen is het niet uitgesloten dat misverstanden ontstaan tussen de studerende jongeren en het ouderlijk huis. En dan denk ik niet zozeer aan die studenten die niet geheel ontbloot zijn van een zekere eigenwijsheid en zelfingenomenheid waardoor ze zich boven het „bekrompene" van hun omgeving verheven achten en waardoor ze zelf de oorzaak zijn van conflictsituaties. Neen het gaat me om diegenen die werkelijk met allerlei dingen in de knoop komen en daardoor vaak behoefte hebben aan contact met iemand met wie ze vrijuit over die dingen kunnen spreken.

Velen die studeren of gestudeerd hebben bewaren dankbare herinneringen aan predikanten bij wie ze terecht konden om over bepaalde dingen te praten, maar ook vaak aan eenvoudige mensen die begrip hadden voor hun situatie, die er ook begrip voor hadden dat alle tonen niet altijd even zuiver klonken en die soms iets meegaven dat ontwapenend werkte, zodat ze zich niet lieten verleiden om zich te vertillen aan de dingen.

Van belang is dan ook dat diegenen die studeren het contact met hun gemeenten bewaren en dat ze er niet van vervreemden doordat ze zichzelf wijs maken dat ze geen open oor vinden, al zal dit laatste bepaald ook wel voorkomen.

Anderzijds behoeven ouders niet direct het ergste te denken wanneer ze constateren dat de dingen bij hun studerende kinderen in de schifting komen. Velen die nu predikant zijn of een andere leidende positie hebben in het maatschappelijk leven zijn vaak door dezelfde schifting heengegaan. Als daardoor echter maar het hechte fundament gevonden wordt dat de koers van het latere leven bepalen zal.

De keerzijde is namelijk dat er bepaald ook studerende jongeren zijn die de reformatorische lijn verlaten en terecht komen in kringen waarin ze zich beter thuis voelen dan in de gereformeerde gezindte.

En dan moet niet gedacht worden dat b.v. een christelijke universiteit hiertegen bescherming biedt. En evenmin dat de studie in de theologie garanties biedt dat het anders zal zijn. Misschien is het wel zo dat in de huidige theologische stroomversnellingen wel het sterkst aan het boompje van de theologie-student wordt geschud, al blijft dit theologisch denken niet alleen beperkt tot de theologische faculteit. Het dringt om zo te zeggen door de ramen en de deuren van ons allen.

De enige weg is het gebed dat studerenden vastgehouden worden en de bereidheid om zelf vast te houden, ondanks hebbelijkheden en onhebbelijkheden van welke kant dan ook.

Beginselstudie.

Ik geloof dat wel gezegd mag worden dat wanneer iemand een aantal jaren nauwgezet zijn vak heeft bestudeerd en niets heeft gedaan aan beginselstudie, zo iemand in feite onvruchtbaar heeft gestudeerd. Hij moge zijn vak dan perfect beheersen en derhalve in staat zijn later vaktechnisch uitstekend leiding te geven, zodra het over principiële zaken gaat is zijn oordeel eigenlijk weinig belangrijk. Een misvatting die telkens weer geconstateerd kan worden is dat van allerlei academisch gevormden voetstoots wordt aangenomen dat zij buiten hun vak ook tot oordelen bevoegd zijn wanneer het over allerlei principiële zaken gaat op het terrein van de kerk en de maatschappij. Allerlei professorale of andere intellectuele exclamaties die soms in de pers doordringen of soms ook op andere wijze te vernemen zijn, logenstraffen deze opvatting volkomen. Wanneer een student tijdens zijn studie niet grondig aan beginselstudie doet heeft hij bepaald geen enkel streepje voor, waardoor hij in principieel opzicht beter leiding zou kunnen geven.

Anderzijds is ook het gevaar niet denkbeeldig dat uitsluitend kennis genomen wordt van eigentijdse publicaties, vaak uit niet-gereformeerde hoek omdat daar nu eenmaal het meeste wordt gepubliceerd, terwijl men zich geen moeite heeft gegeven zich de klassieke reformatorische gedachten eigen te maken door de werken van de Reformatoren Luther en Calvijn of van andere gereformeerde theologen uit 4e loop van onze kerkgeschiedenis eigen te maken, zodat de eigentijdse publicaties eigenlijk niet op hun juiste merites kunnen worden beoordeeld.

Dan is het eigenlijk geen wonder dat men door de knieën gaat voor het eigentijdse moderne denken, omdat men geïmponeerd is door publicaties waartegen men eigenlijk geen verweer heeft. En men ontgroeit aan de kern van het gereformeerde belijden en zoekt het in de dynamiek van hedendaagse bewegingen en theorieën.

Velen echter hebben juist in hun studietijd, wanneer de dingen in de schifting kwamen, de kracht van het Woord ervaren en hebben steun gevonden in de rijkdom die de gereformeerde theologen in de loop van de tijd tiit de Schrift hebben geput.

Van groot belang is in dit opzicht nog een verenigingsleven waar studenten gezamenlijk zich wijden aan beginselstudie. En waar dan niet alleen kennis genomen wordt van wat in vorige eeuwen is gepubliceerd, maar waar ook kennis genomen wordt van en de confrontatie wordt aangedurfd met het eigentijdse. Om de schijn van bevooroordeeldheid te vermijden wil ik hier liever geen namen noemen van verenigingen die in dit opzicht nuttige functies vervullen. Maar ze kunnen veel betekenen voor diegenen die studeren. De contacten die worden gelegd, de gesprekken die worden gevoerd, de lezingen die worden aangehoord, de studiekringen die worden bezocht, ze dienen vaak om de koers te mogen behouden in de universitaire wereld en om een vorming te geven die voor de toekomst van belang is. Zulke verenigingen bieden daar overigens ook geen garanties voor. Bovendien is er ook genoeg reden tot kritiek. Maar uiteindelijk dient wel bedacht te worden dat in feite de jongeren de vereniging maken en niet uitsluitend de vereniging de jongeren, al is hier wel een wisselwerking.

In ieder geval dienen we het belang van zulke verenigingen wel in het oog te houden, omdat bundeling van gereformeerde studenten uit welke kerk dan ook een bewarende en stimulerende kracht kan hebben.

Eén ding gemeenschappelijk.

Tenslotte is nog van belang om op te merken dat door alles heen studerende jongeren en niet-studerende jongeren of ouderen één ding gemeenschappelijk hebben. Ten aanzien van de geestelijke dingen staan allen voor dezelfde zaak. Dan hebben studerenden geen streepje voor en ook geen streepje achter op anderen. Door verstandelijk, intellectualistisch redeneren zijn we geen streep dichter bij het koninkrijk Gods. Maar het bestudeerd zijn is ook geen stap achteruit in dit opzicht, zoals ongetwijfeld ook wel eens wordt gesuggereerd, b.v. in de prediking als al te ongenuanceerd bestudeerden met hun kennis worden uitgespeeld tegen de eenvoudigen.

Wel kan de context waarin het geestelijk leven komt te staan bij de één wel eens anders zijn dan bij de ander, waardoor ook de aanvechtingen die er in het geloofsleven zijn anders gericht zijn. Bavinck zei eens dat hij wel eens jaloers was op een eenvoudige vrouw die des morgens aan de wastobbe stond en die zich niet bezig behoefde te houden met problemen waarmee hij zich vermoeien moest. En de Spreukendichter wist het al, dat wie wetenschap vermeerdert ook smart vermeerdert. Maar ten diepste staat elk leven, van bestudeerden of niet bestudeerden, voor Gods Aangezicht schuldig en is vrijspraak in het oordeel voor allen alleen mogelijk in Christus.

Dat te beseffen doet veel krampachtigheid, ook in de onderlinge verhoudingen wijken.

Huizen  J.v.d.Graaf

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

NA HET EINDEXAMEN STUDEREN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's