De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

IN GESPREK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

IN GESPREK

7 minuten leestijd

Op de agenda van de synode, die deze week vergaderde, komen punten voor, die een diepgaande behandeling vereisen. Om de drie voornaamste te noemen: mens en natuur; de revolutie; het ambt. Uiteraard ligt over deze onderwerpen een rapport ter tafel en heeft de synode een commissie van rapport benoemd. Dat is een verantwoorde werkwijze, die de gedachtenwisseling ter vergadering ten goede komt.

Mits de genoemde commissie de stukken vroeg genoeg krijgt toegestuurd om er over te beraadslagen. Dat is een hele opgave! Voor de synodeleden, die er zich op moeten bezinnen, willen zij er iets zinnigs over kunnen zeggen. En voor de commissie van rapport, die het rapport moet beoordelen, bezwaren kan opperen en wijzigingen voorstellen, om zodoende leiding te geven aan de discussie ter synode. Men moet zon opdracht niet onderschatten. Het rapport komt na langdurige studie tot stand, het heeft daardoor een voorsprong. Daarom is het van het grootste belang dat er ruim de tijd voor toetsing gegeven wordt.

Nu doet zich een eigenaardig feit voor. In „Hervormd Nederland" vinden we de rapporten reeds afgedrukt, zij het in een verkorte weergave. Dit blad is geen officieel kerkelijk orgaan, zoals ons nadrukkelijk verzekerd werd. Toch krijgt de redactie rapporten die aan de synode werden geadresseerd! En de redacteur kan door zijn verkorte weergave, de meningen reeds beïnvloeden, voordat de zaak ter sprake is gekomen.

Mag dat eigenlijk wel? Mag een rapport voor de pers vrijgegeven worden, dat uitgangspunt voor een bespreking bedoelt te zijn? En waarom dan alleen voor Hervormd Nederland? Of is het vrijgegeven aan ieder, die het ontving, zodat het hier en daar reeds besproken wordt? Stel u voor dat het in een beraad met de Rooms Katholieke Kerk, die met dezelfde vragen bezig is, als hervormde handreiking dienst doet, vóór de hervormde synode er over beraadslaagd heeft! De mogelijkheid is echt niet uitgesloten.

Natuurlijk, meedenken en meeleven met de synode is een prijzenswaardige opzet. Maar die synode heeft de opdracht gegeven, het rapport is voorlopig althans, haar rapport. Daarom is het niet aan te bevelen, wat deze keer gebeurd is. De vergadering moet haar eigen stukken niet in de krant lezen, zonder dat zij daarin gekend is. Zij lette op haar zaak. Want de discussie gaat over het hoofd der synode heen, als zij niet oppast. Het wordt dan geen kerkelijk beraad, terwijl er bij uitstek kerkelijke zaken aan de orde zijn. Ik dacht dat een dergelijke bepaling niet in de kerkorde behoeft te worden opgenomen, zij spreekt eigenlijk vanzelf, en geldt toch bij alle beraad dat nog niet begonnen is, laat staan afgesloten.

Mag ik mij beperken tot het rapport over het ambt. Een geschiedenis op zichzelf, zoals de redacteur terecht opmerkt. In 1952 gaf de synode opdracht aan de raad voor de zaken van Kerk en theologie om een rapport over het ambt samen te stellen. Deze raad zette toen een studiecommissie aan het werk, die pas na dertien jaar tot een resultaat kwam. Het resultaat van die commissie beviel de raad niet, het werd door haar in 1965 afgewezen. Dat is een vreemde geschiedenis. De raad was toch in die commissie wel vertegenwoordigd? Zij had bedoeld rapport kunnen amenderen, en er desnoods een minderheidsnota aan toe kunnen voegen. Dat heeft zij blijkbaar niet gedaan. Het resultaat van dertien jaar studie, werd zo maar van de tafel geveegd. Het is een publiek geheim, dat prof. dr. A. A. van Ruler een belangrijke bijdrage aan dat rapport leverde. Mocht zijn visie, niet die van de raad geweest zijn, zij zal stellig de moeite waard geweest zijn, ter kennis van de synode te worden gebracht, om de gedachtenwisseling op gang te brengen. Het is zeer te betreuren en voor de betrokken hoogleraar ook wat beledigend, dat dit niet het geval was.

Wat nu verder? Wijzigt de raad de samenstelling der commissie, of geeft ze haar opdracht terug, omdat ze meent niet tot een resultaat, in casu een rapport te kunnen komen? Dat laatste is toch wel bevreemdend: de raad verleent geen bijstand!”

Het moderamen besluit nu — het moderamen! — één man opdracht te geven n.l. prof. dr. H. Berkhof, een rapport samen te stellen dat zijn stempel zou dragen. Een interessante ontwikkeling in ons met commissie's rijk gezegend land, schrijft de redacteur. Inderdaad. Een bedenkelijke ontwikkeling, waar de synode (?) haar orgaan van bijstand vervangt door één adviseur. Prof. dr. H. Berkhof heeft brede schouders, hij nam het op zich. Uiteraard met gebruikmaking van adviezen van velerlei zijde, wordt erbij vermeld. Was er dan toch een soort commissie, die hem terzijde stond? En zo ja, door wie benoemd? Heeft die vergaderd? Of werd prof. Berkhof de vrije hand gelaten om hier en daar adviezen in te winnen? Wij tasten in het duister. Als de bedoeling was dat dit rapport het stempel van één man zou dragen, dan moet ik mijn ogen wel even uitwrijven. Het betreft het ambt! De orde van de kerk — ook onze kerkorde — is daarbij in het geding.

Bij de totstandkoming van de kerkorde oefende het inzicht van prof. van Ruler een sterke invloed uit. Nu treedt prof. Berkhof in zijn plaats, stellig niet in zijn voetstappen, anders zou Maar toentertijd was het niet het werk van één man, dat de synode als leidraad diende. Deze versmalling is daarom zo te versmaden, omdat er wijzigingen van de kerkorde in de lucht hangen, die nu waarschijnlijk voeten krijgen om te gaan. En waarheen gaan we dan? Het is natuurlijk niet waar, dat we niet weten wat het ambt eigenlijk is. Dat is te gek om van te praten! Het wordt beleden in de confessie, geregeld in de kerkorde en bediend in de gemeente!

Het komt mij voor, dat de synode er goed aan deed — en heel misschien deed ze dat — deze gang van zaken ongedaan te maken, en in ieder geval de zaak die aan de orde is, ter nadere bestudering uit te stellen. Dertien jaar is een hele tijd! Maar deze haastige spoed, is zeker niet goed.

De inhoud van het rapport te bespreken, zou betekenen, dat ik vooruitgreep op een behandeling, die inmiddels heeft plaats gevonden. Er waren vier uur voor uitgetrokken. Een eerste kennisname van de mening van prof. Berkhof, meer niet. Beslissingen kunnen er niet genomen zijn. Maar te zijner tijd zullen wij ons op dit rapport moeten beraden.

Het zal een goed en helder stuk werk zijn, daar ben ik zeker van. Het zal de dingen echter zo vereenvoudigen, dat het lijkt alsof wij ons eigenlijk druk maken om niets. Dat is namelijk mijn bescheiden kritiek op de methode van deze hoogleraar.

Ik lees: Wij moeten op eigen wijze naam en inhoud geven aan de ambtelijke Christus-representatie. Het Schriftgezag dient te worden verstaan als een uitnodiging en gebod om vanuit hetzelfde Evangelie, in onze situatie, in de vrijheid van de Geest te zoeken naar die ambtelijke uitdrukking, die de voortgang van het Woord en de opbouw der gemeente het best kunnen dienen. Calvijn deed dat voor zijn tijd wij doen het voor de onze. Het ambt is louter dienst! De lucht is schoongeveegd door een helder betoog, maar….. de wolken drijven niet over: in onze situatie in de vrijheid van de Geest, het Schriftgezag, de belijdenis. Want Calvijn geeft wel de toon aan, maar in confessie en formulieren is het een en ander neergelegd, dat uit de Heilige Schrift werd gelezen en gezegd! Is het ambt louter dienst? Daarover zal het gaan: De theologie die zich hier toch laat gelden! Dat reeds een praktische toepassing wordt aangeboden door de „kerkelijke socioloog" drs. R. G. Scholten, zal ongetwijfeld verhelderend werken. Wij kunnen dan zien, wat de gewenste veranderingen in de ambtsstructuur zijn. De preek is belangrijk, maar bij de toepassing ontdekt men soms wat de preek eigenlijk inhield en bedoelde. De vergaderingen der kerk zijn mondige vergaderingen, als zij spreken naar het Woord. Daaraan zullen wij preek en toepassing dus moeten toetsen.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

IN GESPREK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's