De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKING

8 minuten leestijd

  1. G. Barkey Wolf, VENSTERS IN DE PREEK, 120 blz., ƒ 6, 90. T. Wever, Franeker.

Van de hand van Ds. Barkey Wolf zijn verscheidene boeken verschenen over het vraagstuk van de prediking. Hier voert hij „een pleidooi voor het gebruik van illustraties in de prediking". Er is, zegt hij, geen volmaakt type preken en daarom moet ook aan het type van de beeldvormige verkondiging een plaats worden gelaten. Door middel van een beeld kan een bepaalde boodschap indirect ingang vinden in het hart van de hoorders. Dat wil niet zeggen, dat hij propaganda maakt voor een boek met klaargemaakte verhalen; integendeel, daar heeft hij m? er dan één bezwaar tegen. Hij beveelt een woordverkondiger aan veel te lezen, waarbij hij o.a. wijst op een woord van Descartes: „Het lezen van goede boeken is als een gesprek met grote geesten uit vervlogen eeuwen, waarin zij ons het beste van hun gedachten tonen". Ook van illustraties geldt: overdaad schaadt en daarvoor waarschuwt de auteur in een apart hoofdstukje. In de laatste hoofdstukken geeft de auteur verscheidene voorbeelden.

Het is van grote betekenis, dat er een goede voorbereiding is voor de preek, maar niet minder noodzakelijk is het over preek en prediking te studeren. Ook dit boekje, dat slechts een enkel facet belicht, kan ons helpen tot de zware taak, die ons is opgedragen.

Utrecht  H. Bout.

  1. Troost: KERKELIJKE VERANTWOOR­DELIJKHEID VOOR DE POLITIEK; Uitgave J. H. Kok, Kampen; 1967; 99 pagina's; ƒ 6,90.

Professor Troost heeft in dit boekje een kritische beschouwing gegeven op het geschrift dat in 1964 namens het moderamen van de generale synode van de Ned. Herv. Kerk werd uitgegeven onder de titel „De politieke verantwoordelijkheid van de Kerk”.

Het verschil in uitgangspunt is al in de titels te vinden. Troost ontkent dat de kerk politieke verantwoordelijkheid heeft. Wel erkent hij dat er een kerkelijke verantwoordelijkheid voor de politiek bestaat. Maar met concrete politieke zaken dient de kerk zich niet in te laten. De kerk heeft volgens hem alleen een concentrerende en integrerende taak in de opbouw van het geloof van de gemeente en de leden hebben een divergerende taak naar alle terreinen van het leven. Daarom dient christelijke politiek van de gemeenteleden uit te gaan en niet van de kerk. Houdt de kerk zich toch met concrete politieke problemen bezig dan krijgt zij totalitaire trekken, waarbij zij de mondigheid van haar leden tot in de wortel aantast. Bovendien is het zo dat zodra de kerk concreet wordt er sprake is van een politiek-tendentieuze selectie uit een onnoemelijke hoeveelheid brandende kwesties. Er blijven tal van problemen onaangeroerd waar een deel van de gemeenteleden even zwaar of zwaarder aan tilt dan aan de problemen die de kerk wel in haar beschouwingen en voorbede betrekt. Tegenover verzakelijking van de politiek stelt de schrijver derhalve geen verkerkelijkte politiek maar christelijke politiek uitgevoerd door gemeenteleden vanuit de geloofsgehoorzaamheid aan Christus.

In de visie die Troost zelf op deze materie heeft klinkt duidelijk door zijn verwantschap aan Kuyper en aan de Wijsbegeerte der Wetsidee. Hij zegt dit ook zelf en het blijkt met name als hij, zij het met reserve, onderscheid maakt tussen de kerk als instituut en - de kerk als organisme. In feite heeft hij vanuit de kerk dus geen direct zicht op de staat omdat hij een strikte scheiding tussen die twee aanbrengt. Wat dit betreft moet het dan ook als een versmalling in dit boek worden aangemerkt dat het gereformeerde bij de schrijver naar het schijnt begint bij Kuyper en eindigt bij de W.d.W. In de beginperiode van de gereformeerde kerk hier te lande liggen echter andere lijnen dan Troost trekt. Bovendien zou het nuttig geweest zijn wanneer de nieuw-testamentische gegevens over de overheid etc. een duidelijker plaats gekregen hadden, d.w.z. meer de achtergrond van dit hele boekje hadden bepaald.

Dit alles neemt echter niet weg dat het een knap geschreven boekje is waarin we een duidelijk omlijnde visie aantreffen. Het bevat ongetwijfeld elementen waaraan de Ned. Herv. Kerk bij haar spreken inzake de politiek niet kan voorbijgaan. De politiek-tendentieuze selectie van politieke kwesties noemden we al. Daarnaast kan nog gewezen worden de uitspraak die we in dit boekje tegenkomen dat met normen uit de persoonlijke naastenliefde geen politieke problemen kunnen worden opgelost. Maar bovendien is de stelling van de schrijver dat de visie van de Ned. Herv. Kerk inzake de politieke verantwoordelijkheid van de kerk in wezen terug gaat op de Lutherse twee-rijken leer en het Roomse natuur-genade schema te belangrijk dan dat men er zonder meer aan kan voorbijgaan. Vooral omdat Troost ertegenover stolt dat kerk en staat beide behoren tot het terrein van het geschapen — zondige leven, waarbij de kerk in dit opzicht geen streep voor heeft op de staat, hetgeen op zijn minst dubieus genoemd moet worden.

Van harte aanbevolen voor verdere doordenking.

  1. van der Schoot en C. F. Wieringa: GROEPSWERK IN EN VANUIT DE KERK; uitgave C. F. Callenbach N.V., Nijkerk; 19 pagina's; ƒ 4,90.

Nu overal in de kerk het groepswerk een rol gaat spelen hebben de schrijvers een bijdrage willen leveren tot bezinning voor de praktijk van het groepswerk. In dit boekje hebben ze daarom een flinke dosis informatie en ook praktische adviezen gegeven, waarbij ze o.a. gebruik hebben gemaakt van een scriptie die Jkvr. de Ranitz als studente van de academie de Horst heeft gemaakt over het kringwerk in de kerkelijke gemeente.

Zo vinden we in dit boekje een aantal indrukken van mensen die aan een bepaalde kring hebben deelgenomen, hetzij aan een bijbelkring, een Wendingkring, een kring van academici of een oecumenische kring.

Naast de eigentijdse vormen van groepswerk komen ook de vormen aan de orde die er in het verleden ook altijd al zijn geweest, zoals cate­chese, de kerkelijke verenigingen, de kerkelijke vergaderingen en zelfs de conventikels, maar de nadruk ligt toch vooral op de nieuwere vormen, waarbij ook aandacht wordt besteed aan de achtergronden die tot het ontstaan van allerlei kringwerk hebben geleid. Daarbij wordt ook steeds gewezen op de mondigheid van de gemeenteleden, wat soms nogal wat vragen oproept, b.v. als gesteld wordt dat in het licht van die mondigheid het mogelijk moeit zijn dat binnen kleine groepen het avondmaal wordt gehouden ook zonder aanwezigheid van officiële ambtsdragers.

Naast het vele goede dat dit boekje in praktisch opzicht geeft, b.v. ten aanzien van het opzetten, het continueren en het beëindigen van de kring, alsook ten aanzien van de houding van de groepsleider en de positie van de pastores in deze, is todh een manco van dit boekje dat het gemeentelijk kader waarin de kring functioneren moet onvoldoende uit de verf komt. Eerder blijft de indruk achter dat de gemeente versmald is tot een verzameling van kringen of een samenstel van activiteiten, terwijl het eigenlijke, geestelijk bepaalde, gemeentezijn, waarop alle activiteiten toch min of meer gericht dienen te zijn, onbesproken blijft. Als dat laatste gebeurd zou zijn zou het werkje dacht ik aan diepte gewonnen hebben.

Huizen J. v. d. Graaf

Th. Delleman, ALLES NIEUW, 240 blz., gekart. ƒ 12,50. T. Wever, Franeker, 1968.

Uitputtend kan de schrijver de vragen over „sterven, begraven en opstandingsleven" in het kader van dit boek niet bespreken. Drie dingen komen wij telkens tegen: de visie op de mens, die op de verhouding tijd-eeuwigheid en de verklaringen van de apocalyptische visioenen en uitdrukkingen.

De schrijver meent, dat direct na de dood de verrijzenis aanvangt; ook in de nieuwe catechismus van de r.k. kerk komt deze gedachte als een vermoeden voor. Hij wil voor de gestorvenen liever niet meer het woord zielen of geesten gebruiken, omdat deze woorden te zwaar belast zijn met verkeerde of onbijbelse voorstellingen. Toch moet hij het woord wel eens gebruiken. Hij wil ook het oude spraakgebruik niet uitbannen. De schrijver aanvaardt niet — zoals b.v. Bavinck en velen met hem — een continuïteit en identiteit van het oude lichaam met het U-ehaam der opstanding. Vooralsnog meen ik, deze gedachte op grond van 1 Cor. 15 en in verband m.et de opstanding van de Here Christus niet te kunnen aanvaarden.

In een aparte paragraaf bespreekt de schrijver vragen als: Wat betekent nederdaling ter helle? Verdwijnt de hel of blijft zij tot in alle eeuwigheid als een open wond in het lichaam, van die verheerlijkte schepping bloeden? Op dit laatste gaat de schrijver wel tamelijk uitvoerig in, maar wat het antwoord van de schrijver is, is mij niet duidelijk.

In het tweede deel (ongeveer 60 bladzijden) schrijft de auteur over de begrafenis en de voorbereiding op dit afscheid. Hier heeft de schrijver veel zorg besteed aan de vraag naar een bijbels verantwoorde begrafenisliturgie; hij geeft enige voorbeelden o.a. van de Oosters-orthodoxe kerk en van de Broedergemeente. Menigeen zal met mij weinig behoefte hebben aan een formulier of er geheel tegen zijn, maar ook dit deel bevat naast praktische raadgevingen goede bezinning, b.v. over de vraag: kerkelijke begrafenis of niet?

De schrijver heeft in zijn boek enige meditatieve uiteenzettingen, menig passend gedicht en vele treffende citaten opgenomen.

Al lezende moest ik meer dan eens denken aan het gevaar, dat ons bedreigt als wij over de eeuwige dingen schrijven; wij gaan zo gemakkelijk buiten de perken, die de Schrift ons stelt en laten daarbij onze fantasie vrij spel. Zonder twijfel zullen velen van dit populaire weric wUlen kennis nemen. Het onderwerp is waard, dat men er ernstig mee bezag is.

Utrecht  H. Bout.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1968

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

BOEKBESPREKING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1968

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's