DOCUMENTATIE
In het geschil met de Prov. Kerkvergadering van Zuid-Holland gaat het vooral over enkele rapporten en de beoordeling van de aard van deze rapporten. Volgens sommigen zat er niets achter. Zij waren zo maar praatstof.
Hier volgen enkele stukken uit jaarverslagen, notulen, persberichten, die een andere kant uitwijzen.
Allereerst een stuk uit het Jaarverslag 1966-1967 van de Prov. Kerkvergadering van Gelderland. Daar lezen wij op blz. 14:
„Een voorlopig gesprek van het moderamen met de landelijke Commissie voor gemeentevorming en - opbouw (ds. Kaptein en drs. de Loor) had plaats op 26 april 1966.
Het moderamen stond op sommige punten nogal aarzelend tegenover de zienswijze van de bezoekers. Het was van mening, dat wij slechts het recht hebben ons te bemoeien met het gemeentebeleid als er een centrale gemeente moet worden gevormd. De commissie echter acht het bestaan van de Kerk in het geding en drong er op aan, de vraag naar de (re)organisatie aan alle gemeenten te stellen.
Praktisch is er al iets gaande in de richting van wat de commissie voorstaat: differentiatie, centrale planning. Wij doelen op de gemeente Arnhem, die een experimentele wijkgemeente met drie predikanten, ieder met een speciale taak, gaat vormen; aan de plannen voor streekgemeenten in de Boven-Betuwe en Maas en Waal. Overigens zij verwezen naar wat onder het hoofd „een provinciale functionaris" wordt vermeld.”
Een leerzaam stukje.
- Reeds op 26 april 1966 bezochten ds. Kaptein (secretaris van de Commissie voor gemeentevormen en - opbouw) en drs. de Loor (socioloog) het Moderamen van de P.K.V. van Gelderland.
- Het moderamen staat aarzelend tegenover de zienswijze van de bezoekers. Uit het verband blijkt, dat het moderamen binnen de kerkordelijke taak wil blijven. Het wil wel wat doen, maar dan alleen bij de vorming van centrale gemeenten.
- De bezoekers achten het bestaan van de Kerk in het geding en dringen er op aan de vraag naar de (re)organisatie aan alle gemeenten te stellen.
Het bestaan van de Kerk is in het geding, zeggen ds. Kaptein en drs. de Loor. Daarom aandrang op dit Moderamen de vraag van (re)organisatie aan alle gemeenten te stellen.
Waar halen ds. Kaptein en drs. de Loor het recht vandaan hier aandrang uit te oefenen?
Wat willen zij dan?
- Differentiatie. Dit betekent waarschijnlijk: alle predikanten een bijzondere taak geven.
Centrale planning. Voorbereiding voor de invoering van de streekgemeenten in de Boven-Betuwe en Maas en Waal.
Ook het zaad in het Moderamen van de Prov. Kerkvergadering van Gelderland gestrooid, begint te ontkiemen.
In het Weekbulletin (24ste jaargang, no. 20, 18 mei 1968) uitgegeven door het Persbureau van de Herv. Kerk lezen wij het volgend bericht.
Socioloog of theoloog gevraagd.
De Prov. Kerkvergadering van Gelderland heeft het plan, dankzij financiële steun van de Ned. Gustaaf Adolfvereniging, in de streek „De Liemers" (t.z.v. de Oude IJssel) een functionaris met een 2-jarige opdracht aan te stellen, die de functie van de hervormde kerk in deze streek gaat verkennen met het oog op de mogelijke ontwikkeling van nieuwe initiatieven. Verder wordt bericht, dat op deze beperkte, regionale opdracht een bredere, provinciale volgt. (Cursiveringen zijn van mij).
Uit andere berichten blijkt, dat de Ned. Gustaaf Adolf vereniging gedurende twee jaren ƒ 30.000, — per jaar beschikbaar stelt en dat, wanneer dit regionaal plan (2 jaar) is afgewerkt, zij dit werk in beperkte mate blijft steunen.
Met het oog daarop wordt overwogen of het plan „De Liemers" misschien zou kunnen dienen als proefpolder voor een ander, breder, provinciaal project.
U ziet: de socioloog krijgt perspectief in Gelderland. Dat kan op zichzelf nuttig zijn. Maar gezien het feit, dat veel theologen leentjebuur spelen bij de sociologen en gezien de publicaties^ van sociologen als drs. M. Thung e.a. is het duidelijk welke kant het op gaat.
Ook „Hervormd Nederland" doet mee. Ds. Ruitenberg schrijft, dat in een aantal gevallen de structuur van de gemeente kennelijk om een nieuwe doorlichting roept.
Let op de woorden: kennelijk roept: en namens wie en wat verklaart ds. Ruitenberg dit?
Dr. E. J. Beker, conrector van het Theol. Seminarie van onze kerk schrijft: „De kerk moet haar structuren voortdurend, kritisch bezien in het besef, dat zij geen boven-historische grootheid is, maar ten volle deel heeft aan het proces van de geschiedenis en dus van verandering.”
„Het is een wezenskenmerk van God, dat Hij in de continuïteit van de liefde bereid is tot diep ingrijpende veranderingen om der wille van de ander. Zo dient ook de kerk te zijn in haar structuren.”
Even verder:
„Men mag de plaatselijke gemeente niet als grondvorm van het kerk-zijn zien, waar dan andere, z.g. para-parochiale vormen van het kerk-zijn aanvullend bijkomen.”
Zie eens hoe onverdraagzaam deze vernieuwers zijn. De plaatselijke gemeente is geen grondvorm, hoogstens een functie in het grote geheel.
Nog een citaat:
„De plaatselijke gemeente is een bijzonder zinvol werkterrein inzoverre men tot schaalvergroting overgaat en recht doet aan specialismen.
Men kan menen, dat de kerk door organen voor wat men noemt bijzondere, bepaalde en buitengewone werkzaamheden te creëren, het nodige gedaan heeft. Maar dan vergist men zich. Want de plaatselijke gemeenten zijn nu maar al te dikwijls gesloten naar deze organen, al liggen er op papier wel samenwerkingsmogelijkheden. En dat is niet te verwonderen. Zolang men van de veronderstelling uitgaat, dat de plaatselijke gemeente in het woongebied in principe het hele leven omvat, wordt het gericht zijn op deze organen onwillekeurig als van secundaire betekenis beschouwd.
Pas in een hecht samenwerkingsverband, dat ook ruimtelijk bepaald is, zal blijken, dat de plaatselijke gemeente haar handen vrij krijgt om in beweeglijke, gedifferentieerde en samenhangende kaders te werken.”
Tot troost voor de in hun gemeentewerk gefrustreerden schrijft dr. Beker tenslotte, dat deze frustratie kan liggen aan bepaalde gemeentestructuren!
Dit alles vindt ge in „Rondom het Woord", Theol. Etherleergang van de N.C.R.V., 10de jaargang, no. 2, blz. 148-160.
Enkele korte opmerkingen:
- Men voelt zich gefrustreerd. Het gaat niet. Er moet wat gebeuren, want er is onbehagen over de gang van zaken.
- Wat is de oplossing? Aanpassing aan de veranderingen in onze maatschappij: specialisatie, centrale planning, terzijdestelling van de presbyteriale kerkvorm.
- Bijzonder leerzaam is de opmerking van dr. Beker, dat de plaatselijke gemeenten zo gesloten zijn voor de organen. Die zijn secundair. Hier komt een aap uit de mouw: men gunt de plaatselijke'gemeente haar zelfbeschikking niet. Zij is gesloten voor de organen. Dat moet anders worden.
- Wat hier over een wezenskenmerk van God gezegd wordt: Zich veranderen terwille van de ander en de conclusie daaruit voor de kerkstructuren, is hoogst aanvechtbaar.
Doel van deze documentatie? Informatie aan leden van de synode, provinciale kerkvergaderingen, classicale vergaderingen, kerkeraden en gemeenteleden. Er staat veel op het spel!
Katwijk aan Zee G.Boer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's