De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKING

7 minuten leestijd

Dr. S. Rosenberg, ANTWOORD VAN EEN RABBIJN, 144 blz., ƒ 6,90 (paperback). Uitg. G. F. Callenbach, Nijkerk.

In kort bestek geeft de schrijver — rabbijn van de Beth-Tsedek-synagoge te Toronto — een uiteenzetting van joodse instellingen en gebruiken, voorafgegaan door enige hoofdstukken over de ontwikkeling van het jodendom (bijbels jodendom, rabbinaal jodendom, modem jodendom). Vrij uitvoerig gaat hij in op het moderne jodendom dat wel wortelt in het rabbinale jodendom, maar meer direct product is van de moderne geest uit het begin van de 19e eeuw. Hij beschrijft de drie groeperingen: hervormd, orthodox en vrijzinnig. De drie groepen — aldus de schrijver — hebben meer gemeen dan hun „apartheid" laat raden.

Het - tweede deel beschrijft het joodse jaar en de eredienst (synagoge, sabbat, feesten) en daarna het joodse leven van de wieg tot het graf. De epiloog gaat over mens en God, enkele joodse overtuigingen (b.v. opstanding en onsterfelijkheid, zonde, Messias).

Het is een zeer leerzaam en leesbaar geschrift. Menigmaal, als wij in de Bijbel over Joodse gebruiken en feesten lezen, vragen wij ons onwillekeurig af: Hoe doet men dat nu? Hoe denkt men daar tegenwoordig over? — Het werk toont ook, hoe in menig opzicht er een brede afstand is tussen het orthodoxe christendom en het moderne jodendom. In deze aankondiging ga ik daar vanzelfsprekend niet op in. Slechts op enige — niet centrale — dingen, die mij troffen wijs ik, b.v. een stelling als deze: Uit bezorgdheid voor het individu en diens levensverantwoording opperden de rabbijnen het idee van het hiernamaals. Elders zegt de auteur: Omtrent het begin van de christelijke jaartelling deden begrippen als opstanding en onsterfelijkheid in het rabbinale jodendom hun lintrede. Evenmin ben ik het eens met de stelling, dat de rabbi's van de talmoed soekkoth van een zuiver landbouwfeest tot een historische en godsdienstige viering hebben gemaakt.

Het is een mooi deel van de Rotonde-reeks.

  1. Wilk, OP WEG IN DE BIJBEL, 128 blz., geb. ƒ 0,00. Gebr. Zomer en Keunings Uitgeversmaatschappij, Wageningen, 1968.

Dit uit het Duits vertaalde boek is een eenvoudige inleiding tot de Bijbelse geschiedenis van het Nieuwe Testament.

Het vangt aan met Bethlehem, volgt in grote trekken de Evangeliën en de Handelingen der Apostelen en eindigt met de marteldood van Petrus en Paulus. De schrijver zoekt een indruk te geven van het leven van de oude tijd, beschrijft b.v. wat er over is van het oude Kapernaum, de oude kademuren en de resten van de oude synagoge, hoe op menige plaats de herders nog leven als in vroegere dagen; hij geeft een beeld van het oude Damascus, waaraan de huidige Pauluspoort herinnert.

Vele moderne tekeningen en kaartjes zorgen ervoor, dat de stof zeer gemakkelijk te verwerken is, ik denk aan de reizen van Paulus, die zeer duidelijk en overzichtelijk zijn uitgebeeld.

Hier en daar vond ik onjuistheden. Ik noem slechts: Nazareth is volgens de schrijver een plaats met zo'n 12.000 inwoners. De officiële gegevens van 1 januari 1966 vermeldden als getal inwoners 29.100. Van Jericho las ik, dat het nauwelijks 35 meter in het vierkant is; hier is waarschijnlijk een nul uitgevallen. Dan klopt het ongeveer. Niet de Syriërs, maar de Assyriërs ver­overden het noordelijke rijk. Een apart werk, dat spelenderwijs de kennis van het Nieuwe Testament bij ban brengen en ophalen.

Dr. H. F. Kohlbrugge, TWAALF TWAALF­TALLEN LEERREDENEN, deel II, 555 blz., geb. ƒ 24,50, 2de druk. T. Wever, Franeker.

Dit tweede deel van leerredenen van Kohlbrugge bevat het derde en vierde twaalftal preken, door Kohlbrugge in 1846 en '47 gehouden. De uitgave, in samenwerking met de Vereniging tot uitgave van Gereformeerde Geschriften tot stand gekomen, is een fotomechanische herdruk van die van 1910 en volgende jaren.

Kohlbrugge verkondigde een rijke Christus. Hij predikte het geloof en de gerechtigheid, die voor God geldt. Uit een preek over Jozua 24 : 14 haal ik enige woorden aan: Ik en mijn huis, wil dus Jozua zeggen, willen alleenlijk de gerechtigheid uit God roemen, daarin alleen willen wij onze troost, onze toevlucht en zaligheid hebben; want alleen in zulke gerechtigheid is een mens heilig en vroom, al is en blijft hij een arm zondaar; in zulke gerechtigheid heeft hij ook waarachtige verlossing van zonde, nood en dood; en zulke gerechtigheid alleen geeft ook een gerust en blijmoedig geweten.

Kohlbrugge spreekt nog nadat hij gestorven is en het is een goed ding naar deze getuige, die om de wille van heit getuigenis der waarheid zóveel heeft moeten meemaken, te luisteren.

Daarom, ben ik blij over de voortgang van deze verzorgde uitgave. Duidelijke druk en een prachtige band.

Utrecht  H. Bout.

Ernst lange, DIE VERBESSERLICHE WELT, 93 S, kt, DM. ƒ 5,80. Kreuz-Verlag, Stuttgart-Berlin.

Dit boekje bevalt preken over het boek Jona en Luc. 2 : 25-32. Ook staat er een preekbespreking in Dietrich Rössler.

Het besluit met een beschouwing over de tot standkoming van de preek in Berlijn-Spandau. De preken worden voorbereid door een kring uit de gemeente. Zij zijn voor en van de gemeente. Dat is een experiment. U kunt de vrucht daarvan vinden in dit boekje.

Het boek Jona krijgt voor allen een ongekende actualiteit.

DEUTSCHER EVANGELISCHER KIRCHENTAG HANNOVER 1967, Dokumente, 836 S., Leinen. DM 30, —. Kreuz-Verlag G.M. B.H., 7000 Stuttgart I, Lange Strasze 51, Postfach 891.

In dit werk zijn alle lezingen, documenten, rapporten, besprekingen van de Hannoverse Kirchentag samengebracht. De onderwerpen?

Politiek, Joden en Christenen, Bijbel en Gemeente, hervorming der kerken, de wereldvrede, de oecumenische kerk en de predikingen, die op de zondagen zijn gehouden.

Het is een indrukwekkend document, waarbij vooral de aandacht gevraagd mag worden voor de gesprekken tussen Joden en Christenen. Bijzonder boeiend! Er is hier een schat aan materiaal samengebracht.

EVANGELISCHE KOMMENTARE, Monatschrift zum Zeitgeschehen in Kirche und Gesellschaft. Kreuz-Verlag, Stuttgart.

Een nieuw tijdschrift ligt voor ons. Het is de opvolger van „Kirche in der Zeit", van „Evangelischen Literaturbeobaohter" en van „Evangelischen Welt”.

Het is een omvangrijk tijdschrift, dat onder redactie staat van Günter Heidemann, Sigurd Daecke en Hans-Norbeit Janowski.

Dit nummer bevat een artikel van Karl Stürmer, een gesprek met dr. W. A. Visser 't Hooft, een uitgebreide beschouwing over de reformatie viering 1967.

Jürgen Moltmann schrijft over: „Existenzgesdhichte und Weltgeschichte"; H. M. Walz over Neuer Nationalismen? ; Chr. Schütze over: „Auszer parlamentarische Opposition in der Bundesrepublik”, enz.

Daarna krijgt u een brede informatie over allerlei actuele vragen en een uitgebreide recensierubriek.

Het is een forse start, die veel belooft. Gaarne brengen wij het verschijnen van dit boek onder uw aandacht.

ZONDAG EN ZONDAGSARBEID, publicatie van de Generale Synode der Gereformeerde Kerken, ing., 48 blz., prijs ƒ 1,75. 20-40 ex. a ƒ 1,60, 50 of meer ƒ 1,50. Uitg. Kok-Kampen.

De voorgeschiedenis van deze publicatie ligt in een op het verzoek van het C.N.V. samengesteld rapport van deputaten over de principiële betekenis van de zondag.

Aan de hand van dit rapport is deze publicatie geschreven tot voorlichting aan de gemeente.

De hoofdvraag is de verhouding tussen sabbat en zondag. Het uitgangspunt is zondag 38 van de Heid. Catechismus.

Van daaruit bespreken de opstellers eerst de sabbat en het sabbatsgebod in het Oude Testament.

De sabbat wordt gezien als een teken van het verbond en is ingesteld ter navolging Gods.

De sabbat is geen scheppingsordinantie, zeggen de opstellers. Zij nemen aan, dat de sabbat na de uittocht door God is ingesteld en dat het „Gedenk aan de sabbatdag" uit het vierde gebod daarop terugslaat en niet op Gen. 2 : 3 dat spreekt van een goddelijk rusten.

Ik vind deze argumentatie zwak. Want Gen. 2 : 3 spreekt wel over de sabbat terwijl na de uittocht nooit over de sabbat gesproken wordt totdat de Wet wordt afgekondigd, 'k Dacht dat het verband tussen Gen. 2 : 3 èn Ex. 20 minder speculatief is dan het vermoeden van de instelling van de sabbat na de uittocht.

Aan het einde van het eerste hoofdstuk worden over het verschil en de overeenkomst van Ex. 20 en Deut. 5 veel ware dingen gezegd.

Dit werkje, dat te lang op bespreking wachtte, is waard bestudeerd te worden, ook al bent u het met alle conclusies beslist niet eens.

Katwijk aan Zee  G. Boer

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

BOEKBESPREKING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's