De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Aannemelijke vragen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Aannemelijke vragen

5 minuten leestijd

GELOVEN EN ZIEN.

Welke betekenis heeft het zien in het geestelijk leven? Bijvoorbeeld het zien op Jezus en „Als ik Hem zag viel ik als dood aan Zijne voeten". Is dit het zien des geloofs?

De vrager zet in de formulering volgens mij tweeërlei zien op ene noemer. Derhalve is het niet mogelijk op zijn laatste vraag bevestigend te antwoorden. Het zien op Jezus in de trant van het overbekende boekwerk van Isaac Ambrosius, dat deze titel draagt, is een omschrijving van het geloof. Hier mag men spreken van het zien des geloofs, Lees ik vervolgens aan het slot de vraag hoe dit dan moet worden verstaan dan zou ik alvast willen opmerken, dat we voor zien des geloofs ook mogen schrijven: zien namelijk geloven.

Het zien gevolgd door het als dood vallen aan Jezus voeten is een waarnemen met de lichamelijke ogen subs. visionair schouwen. Ik gebruikte het woord subsidiair omdat ik niet beslissen wil. Ik volg een gezaghebbend getuige, die in soortgelijke situatie zowel het ene als het andere mogelijk acht. Paulus immers schrijft in 2 Cor. 12, waar hij gezichten en openbaringen aan de orde stelt: „of het geschied zij in het lichaam weet ik niet, of buiten het lichaam weet ik niet”.

Ik ben de vrager zeer dankbaar dat hij de kwestie op deze manier traceert. Hij stimuleerde of inspireerde me tot de volgende korte uiteenzetting, die nu bestaat.

Allereerst verdedig ik de stelling, dat geloven is niet-zien. Het geloof toch is een bewijs der zaken, die men niet ziet. (Hebr. 11 : 1). Het zichtbare is geworden uit dingen, die men niet ziet. Hoewel de duivel beloofde, dat de ogen van de mens zouden worden geopend, is het tegenovergestelde gebeurd. Terecht heet satan de leugenaar, de vader der leugenen, die in de waarheid niet is staande bleef. Geestelijk en lichamelijk is het waarnemingsvermogen van de mens geheel en ten zeerste verzwakt. Slechts wanneer de ogen van Godswege worden geopend, is het mogelijk geestelijke feitelijkheden waar te nemen Daarvan staan voorbeelden genoeg in de Bijbel.

Geloven is zien. Dat is het volgende stellinkje. Er zitten vele kanten aan het geloof. Vandaar dat we met Comrie een arsenaal van woorden kunnen bezigen om het geloof naar zijn veelzijdigheid te omschrijven en te verduidelijken. In het natuurlijke leven zeggen we ook wel eens, wanneer het abstracte dingen betreft: Ja, nu zie ik het. Het gaat daarbij om geestelijk inzicht, om geestelijk onderscheidingsvermogen. Het is geen pure willekeur, dat het woord zien wordt aangegrepen om bepaalde eigenschappen van het geloof te definiëren, Want wanneer geloof het bewijs is van zaken, die niet gezien worden stuiten we op een toestand, die eigenlijk niet zo zou moeten zijn. In feite behoorden we te zien. Vandaar krijgt geloven de functie van zien, omdat in elk geval van geestelijke waarneming sprake is.

Tenslotte is geloven gaan zien. Het geloof beweegt zich op de grens van de zichtbaarheid. Het geloof wil zien. Daarom komt de Heere het geloof te hulp met zichtbare waartekenen. We wandelen door geloof naar aanschouwen. Als we lezen, dat de gelovigen Christus zien met eer en heerlijkheid gekroond is dit bijkans een waarneming met lichamelijke ogen. Stefanus overschreed de uiterst smalle grens, toen hij met blinkend aangezicht beleed dat hij de Heere zag ter rechterhand Gods. Zolang een volgroeid kuiken pikt tegen de schaal, dringt het geloof naar de zichtbaarheid. Het geloof heeft de belofte daarvoor. Blinden tasten naar de zichtbare wereld. Weldra gaan hun ogen open. Nu zien we door een spiegel in een duistere rede maar spoedig zullen we zien van aangezicht tot aangezicht. De engelen der kleinen zien het aangezicht des Vaders en dat houdt de belofte in dat zij ook welhaast desgelijks zullen zien. Er komt voor al de gelovigen een gelukkig ogenblik dat ze belijden: Met het gehoor des oors (wandelend door het geloof) heb ik U gehoord, maar nu ziet U mijn oog. Denk u in: mijn oog! Als ooit een oog zalig is te zien dan zeker op die dag, die stellig aanbreekt.

U hebt begrepen, dat we geen absoluut verschil hebben gemaakt tussen geestelijk en lichamelijk waarnemen. Ge moogt wel onderscheiden, maar echt niet scheiden. Het geloof is een goddelijk kunstoog, dat slechts even dienen moet om weldra plaats te maken voor het volmaakte zien naar ziel en lichaam. Het pad van de rechtvaardige is mede in dit opzicht een schijnend licht, voortgaande en lichtende tot de volle dag toe. Het zien des geloofs is zien wat hij nog niet en toch van verre en voorts weldra dichtbij geheel en al ziet.

Is er Bijbels gezien plaats voor gezichten en visioenen in het geestelijk leven aangezien dit met name in het N.T. voorkomt? Paulus werd opgetrokken in de derde hemel; hij kende een mens die daar onuitsprekelijke dingen mocht zien. Van zodanigen wilde hij roemen. Of de profeet Joel: jongelingen zullen gezichten zien.

Inderdaad. Na wat als antwoord is gesteld op de vorige vraag is het gemakkelijk dit bijzondere in te passen. Van Paulus zouden meer voorbeelden aan te halen zijn, terwijl ook anderen dan Paulus deze zegen ontvingen. Wel meen ik, dat bepaalde volkeren en personen een speciale aanleg hebben meegekregen voor deze vorm van mededeling. Op de Pinksterdag sprak de Heilige Geest in diverse talen, waarin de eerste hoorders geboren waren. Op die wijze behaagt het de Heere via gezichten en visioenen mensen te benaderen, die daarvoor een bijzonder zintuig hebben ontvangen. We moeten wel bedenken, dat deze openbaringen niet noodzakelijk zijn voor het waarachtig heil. Voorts moeten we ten zeerste op onze hoede zijn voor de toverkunsten van de duivel. Als deze in staat is zichzelf als een engel des lichts te vertonen, zal het hem niet moeilijk vallen lichttaferelen te projecteren. Vanwege de zeldzaamheid is de namaak groot. De Bijbel zegt, dat er vals gezicht is. In het gezicht moet het Woord des Heeren tot ons komen.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Aannemelijke vragen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's