De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

OVER DE NADERE VERKLARING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OVER DE NADERE VERKLARING

8 minuten leestijd

II.

Hoe groot en breed is de Kerk? In de stellingen van Bijlsma wordt gewaarschuwd — en terecht — dat de gemeente bij het staan voor de bevrijding door Christus niet op bijval van de massa (hoeft te rekenen (toelichting st. 5), maar toch (toel. st. 4) strijdt zij met allen die het goede zoeken voor de mensen, voor de bewoonbaarheid van de aarde en honoreert zij „een vorm van buitenkerkelijke gelovigheid, die zich wil voegen naar het Woord van God" (misschien radio-en t.v.-pastoraat?) en zelfs het streven van velen in andere godsdiensten en buiten elke vorm van godsdienstigheid naar een betere wereld. Ik kan dat niet volgen en zie geen lijn tussen: de verzoening van Christus voor de wereld — de Kerk levend uit die verzoening door het geloof en werkend zelfs op de verlossing aan, enerzijds, en anderzijds: anderen buiten de Kerk zonder herkomst in het geloof in die verzoening, ook werkend op dezelfde verlossing aan. Dat kan men zelfs met de andere verhouding der dingen in makro- t.g.o. mikrostrukturen m.i. niet volhouden. Volgens mij bereikt men met zo'n schema een oncontroleerbaar apostolaat en wanneer dan Kerk en Wereld door de synode op de vingers getikt wordt, dat dit werk niet te ver van het belijden af mag koersen, dan mag toch de synode wel bedenken, dat deze verwijdering in de aard der zaken zelf ligt. Waar zulk apostolaat vanuit zulk een verbondenheid in het koningschap van Messias Jezus met allen die het goede zoeken, erkend wordt, daar moet men een van beide: of zulk apostolaat terugbrengen tot zendingsafmetingen, die controleerbaar zijn vanuit de confessie, of de verkondiging van de heilsnoodzakelijke basis der verzoening door Christus Jezus nivelleren. Zulks gebeurt tot afbraak toe in de God-isdood-theologie.

Ook de ‘Nadere Verklaring' geeft een visie op het apostolaat, de zending der Kerk en alles wat eraan vastzit — want dat zoeken de 24 onder apostolaat te verstaan. Zulk apostolaat is niet anders dan het levende belijden der gemeente (art. III), een teken van geloof en een profetisch getuigenis van hoop, geen bewijs door daden en leven. En dan het allerbelangrijkste naar mijn smaak: ook in het apostolaat predikt de gemeente (art. IV) Christus en Zijn gerechtigheid alleen. Daar hebt u de verticale heilswerkelijkheid Gods in het apostolaat opnieuw. Is niet het wezenlijk verschil dat die theologen, die erg druk zijn met het apostolaat en het staan der gemeente in de eigen tijd, in structuren en verbanden, zich zo dood staren op wat de samenleving van hen vraagt, dat zij de gerechtigheid van Christus van bovenaf menen te herkennen in wat beneden, horizontaal, als gerechtigheid geldt? In de ‘Nadere Verklaring' nu hoor ik, dat de gerechtigheid die de Kerk in het apostolaat bedoelt, geen andere is dan die van Jezus Christus en Dien gekruisigd en opgewekt tot onze rechtvaardiging. Daar hoor ik dat bij élk ondernemen niet de Kerk bij voorbaat aan de kant van ontrechten en geknechten staat, maar daar waar de gerechtigheid van Christus afdaalt en zich openbaart. Daar hoor ik dat .de Kerk dan maar wat minder grote stappen door wereld en samenleving moet doen, mits zij bij elke stap die vreemde gerechtigheid, voor ons doch buiten ons, in haar eigen apostolaat herkent ten goede van wie voorwerp van zulk apostolaat is. Al zou het stuk „Gemeente van Christus nu" ditzelfde bedoelen, — ik hoor en lees het er niet uit. De Kerk gaat in st. 5 zo duidelijk haar weg, dat ik mij afvraag, of het wel de weg van Christus is: „Het is de gemeente van Christus, die de hoop op het Rijk van God in de harten mag wekken". Waar staat dat in de Bijbel? De Heilige Geest wekt via de uitstorting van de liefde Gods in onze harten de hoop die niet beschaamt, maar dat is wat anders dan wat hier staat. Verder: „zij roept op tot bekering en sterkt het geloof". Het eerste zij waar, het tweede alleen wanneer hier bijvoorbeeld de sacramenten zouden bedoeld zijn. „Zij is de mens tot steun in de aanvechtingen van het geloof en in de zorgen van het hart". Hoe? Krachtens welke volmacht? Waarmee? Bedreigt het gevaar van menselijke eigenwaan (st. 2) de Kerk dan niet? Weten wij, zelfs ethisch, bij voorbaat wat het goede is? Is dat niet allen op te maken uit de overvloediger gerechtigheid van Jezus Christus? Deze Kerk gaat mij te eigengereid te werk. Zij is te veel vrucht van het Koningschap en te weinig vrucht van de borgtocht van Christus.

De bijzondere roepingen in art. 5 bleken ook een bron van misverstand te zijn. Het is de bedoeling dat hier door de 24 een positieve bijdrage wordt geleverd aan mogelijkheid van apostolaat. Enkelingen kunnen op bijzondere en bijzonder lastige posten geroepen zijn Christus' gerechtigheid van verticale orde te verkondigen. Maar dit apostolaat staat onder directe controle van de gemeente en de belijdenis der gemeente. Wanneer gezegd wordt dat deze bijzondere roepingen alleen waar gemaakt kunnen worden in de kracht van bijzondere genade, dan wordt hier uiteraard niet het vooral Kuiperiaanse schema van algemene en bijzondere genade bedoeld, maar de genade die God toepast in de bijzondere situatie waarin Zijn kinderen door het getuigenis vaïi Jezus Christus kunnen geraken. Aalders noemt hier niet het martelaarschap, maar de terminologie van dit artikel is zo duidelijk, dat men gerust aan Wurmbrnid e.a. kan denken!

Bijlsma vroeg zich af in de discussie over deze zaken, of wij moeten streven naar een algemeen en door ieder aanvaard theologisch inzicht. Natuurlijk moet er wel een concentratie zijn op de kern van het belijden, maar wij moeten oppassen voor wetticisme in het belijden. Hij haalde de term van Haitjema aan: een Getto-theologie t.g.o. het ideaal van Hoedemaker: heel de Kerk voor heel het volk. Laat ik zeggen, dat het heel moeilijk is om in deze gecompliceerde zaak de kern van de bast, het centrum van de periferie van het belijden los te maken. Reeds in „Over de belijdenis der Kerk en haar handhaving" (blz. 11 wordt gezegd: „Zo kan het in het belijden van de kerk ook alleen maar gaan om de gehele belijdenis der vaderen. Zij bestrijkt een breed veld. Zij vertoont vele zijden. Zij wordt gekenmerkt door talloze inwendige samenhangen en betrekkingen. Daar kan men niet willekeurig een aantal onderdelen uit kiezen. Het is zelfs gevaarlijk, zich uitsluitend te richten op de hoofdzaken ..." Bovendien speelt bij de Open Brief de moeilijkheid dat er wel onderscheid is tussen leerstellig en praktisch, maar dat het allemaal cirkelt om de prediking van Jezus Christus en Dien gekruisigd om onze zonden en opgewekt tot onze rechtvaardigmaking. Men behoeft niet te goochelen om dat uit de Open Brief en uit de Nadere Verklaring met de stukken aan te tonen. Het is een vreemde zaak, wanneer men elkaar viermaal de vraag van de gerechtigheid van Christus èn de gerechtigheid van het apostolaat en hun verhouding heeft voorgelegd, daar geen antwoord op heeft gekregen en dan te horen krijgt: Er zijn bij-en hoofdzaken in het belijden. Moeten wij nu naar uniformiteit streven? Of — zoals een collega het onder woorden bracht — om deze zaken (van Open Brief en Nadere Verklaring) gaat het niet in de Kerk. Nu, dan zou ik graag van hem en allen 'die een betere wereld zoeken op te richten, horen waar het dan wel om gaat in de Kerk. Toen deze man dit zei, hoorde ik opnieuw de woorden van collega Van Moorssel over de tucht en aan de praeses van de synode gericht, in mijn oren: .Jan, doe er eens wat an.”

Ook was een collega verontrust dat de verontrusten een soort van sektariërs zijn, die een nieuwe Geestesuitstorting verwachten en te weinig ernst maken met het heilsfeit dat de Geest uitgestort is. Wat is erger, een reformering verwachten van de nieuwe doorwerking van de Geest — overeenkomstig Nicea: ‘Die van de Vader en de Zoon uitgaat", niet: uitging.' — of een inkapseling van de Geest in de Kerk, hetzij in haar organisatie, hetzij in haar depositi fidei? Dat laatste hoor ik een beetje in stelling 5: de Gemeente wekt de hoop en sterkt het geloof. Laat de betreffende collega kiezen. Maar ik ga niet met hem mee naar Rome, zelfs al zouden deze vragen naar zijn mening moeten worden doorgesproken in gesprek met Rome, in oecumenisch perspectief. Wij zitten zo ver in de oecumene, dat wanneer in de Hervormde Kerk enig onkruid gewied moet worden, men eerst dient te vragen aan Romes hovenier, wat en hoe en wat niet gewied zal worden.

Het gist in de Hervormde Kerk. Rond of buiten de Open Brief is de mentale begeleiding van de herverkaveling van gemeenten en gebieden in het geding, de structuur van een nieuw type gemeente is voorwerp van studie en expe­riment, het diaconaat ondergaat met het kerkelijk maatschappelijk werk in recente voorstellen tot kerkordewijziging een verschuiving en de raad voor kerkelijke medewerkers heeft de kerkelijke full-timers vaster in het zadel geholpen. Bovendien staan de ambten op de helling, wanneer de classicale vergaderingen in meerderheid positief op komende voorstellen zullen reageren. Meer dan ooit mag onze aandacht gevraagd, geëist worden, opdat de gereformeerde inspraak in de Kerk ook duidelijker zal zijn dan ooit.

Kinderdijk.  C.A. Tukker

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

OVER DE NADERE VERKLARING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's