De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE VOORTGANG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE VOORTGANG

9 minuten leestijd

...en hij werd terstond gedoopt en al de zijnen, ... en verheugde zich, dat hij met geheel zijn huis aan God gelovig geworden was. (Hand. 16 : 33b, 34b).

Het eerst uitgestrooide zaad van het Evangelie had in Filippi vrucht gedragen. De vorige keer hebben wij overdacht hoe de Heere het hart van Lydia geopend heeft, zodat zij acht gaf op hetgeen van Paulus gesproken werd. De roeping om naar Europa over te komen was niet tevergeefs geweest. Als God Z'n dienstknechten ergens heen zendt, heeft Hij daar zéker Z'n heilige bedoeling mee. Zijn Woord zal niet ledig weerkeren, het zal doen wat Hem behaagt en het zal voorspoedig zijn in hetgeen waartoe Hij het zendt.

De omstandigheden waarin het Woord gebracht wordt en de wijze, waarop een mens tot het geloof komt, kunnen echter zeer verschillend zijn. Dat zien wij duidelijk in Filippi. In één stad worden twee mensen op zeer verschillende manier tot Christus gebracht en dat nog door dezelfde evangeliedienaar. Lydia had zich naar de gebedsplaats bij de rivier begeven. De Sabbath had in haar hart reeds een grote plaats ingenomen. En al luisterende naar het Woord werd haar hart voor de Heere ingewonnen.

Hoe geheel anders ging het bij de cipier van de gevangenis in Filippi. Hier horen we achtereenvolgens van een aardbeving, opengesprongen gevangenisdeuren en een mens, die de punt van z'n zwaard op de borst wil zetten om een eind aan z'n leven te maken. Alles is even schokkend en overweldigend! Zo was het met Paulus zelf óók gegaan. En met heel veel méér van Gods kinderen. Ook nu gebeurt het nog wel, dat een mens ineens met een schok in een andere wereld geplaatst wordt. In alle opzichten hebben wij de wegen des Heeren te eerbiedigen. Dit staat echter vast: zovelen er verordineerd zijn tot het eeuwige leven, zullen tot het geloof gebracht worden. Dit staat echter ook vast, dat zij allen dezelfde boodschap te horen krijgen en tot dezelfde Christus geleid worden. De zaligheid is in geen ander, want er is ook onder de hemel geen andere Naam, Die onder de men­ sen gegeven is, door Welke wij zalig moeten worden.

De stokbewaarder had gevraagd: Lieve heren, wat moet ik doen opdat ik zalig worde? De man was in diepe nood. Hij was een heiden en kende de enige Naam tot zaligheid niet. Maar hij beseft, dat hier een bovenaardse macht in het spel is. Het dringt tot hem door, dat hier iets aan de hand is, 'dat niet door mensen tot stand gekomen is. De gebeurtenissen van deze nacht raken hem tot in de diepten van z'n gehele bestaan. Hij is totaal uit z'n evenwicht en weet zich alleen maar verloren. Ik kan het dan ook niet met die verklaarders eens zijn, dié in de vraag om behouden te worden alleen maar horen: „hoe kan ik uit de precaire situatie komen en aan het zwaard van de overheid ontkomen? " Paulus had gezegd: doe u zelf geen kwaad, want wij zijn allen hier. En toen begon hij juist te beven. Alles gaat voor hem tegen de gewone gang van zaken in. Een goddelijke macht zit hierachter en als Romein wist hij wel, dat een mens tegen de goden nooit op kon. Maar, welke God was hier aan de gang? Dat konden alleen déze gevangenen weten en vandaar, dat hij voor hen neervalt en z'n hartekreet uit. Is het niet duidelijk, dat God Zelf met deze man aan het werk is? Hij laat middelen en wegen samenvallen. Dat was zo bij Lydia en nu weer (zij het op geheel andere manier) bij de stokbewaarder.

Wanneer Gods Geest een mens levend maakt, komen de diepste levensvragen naar boven. Dan is heel onze levenssituatie één stuk nood. Er moet immers plaats komen voor het Evangelie? Daarom is het niet slechts een zaak van het verstand, maar van ons hart. We worden geraakt tot in de diepste vezelen van ons bestaan. Het wordt radicaal anders, het moet ook anders worden. Het moet worden: Ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij liefgehad heeft en Zichzelf voor mij heeft overgegeven. De stokbewaarder krijgt uit de mond van Paulus en Silas te horen: „Geloof in de Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden, gij en uw huis”.

Dat is de cardinale inhoud van de boodschap. Lydia zal geen andere gehoord hebben. Waar ter wereld het Woord des Heeren gebracht wordt, het gaat om de overgave aan Christus. Het gaat om de mystieke geloofsband met Hem. Het is waar, die band kunnen wij zelf niet leggen. Maar waar de Geest deze band legt, doet Hij dat door het Woord. Dan klinkt zelfs het bevel: Geloof in de Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden". Daarom wordt het geloof in de nood geboren en zó als gave Gods beleefd. Geloven is rusten op het Woord. Maar dat Woord horen we dan inderdaad als Gods Woord, waarachtig en betrouwbaar, gemeend en gegund.

De stokbewaarder kende Christus niet. Maar hij was er diep van overtuigd, dat in de boodschap, die de apostelen hem brachten, Christus Zelf tot hem kwam. En zo werd de band gelegd. Zo kon hij ook niet anders dan „Amen" op het Woord zeggen. Eerst had hij gevraagd: Wat moet ik doen? Maar: geloof! betekent: doe het niet, gij kunt niets doen, gij behoeft ook niets te doen, want er is Eén, die alléén alles heeft gedaan, in uw plaats en voor u! Wat ge doen moet? Afzien van uzelf, door uzelf een streep halen en smekend opzien tot Hem, Die de eeuwige Getrouwe is. Geloven is zich laten zalig maken door Hem, Die het alleen kan. Dan blijft er geen enkele verwachting van onszelf meer over. Geloven betekent: de arme zondaar wordt met de rijke Christus verbonden, hij leeft van Zijn Woord.

En het sacrament van de H. Doop dient om dit alles zichtbaar te bevestigen. De Doop wordt bij de stokbewaarder niet uitgesteld totdat hij wat meer kennis opgedaan had. Nee, er staat: hij werd terstond gedoopt. De Heilige Geest werkt hier zó krachtig, dat er niets uitgesteld behoefde te worden. Door de Doop was er een breuk gekomen met het oude verleden. De heidense goden worden niet meer aangeroepen in het huis van de stokbewaarder. Al de zijnen worden met hem gedoopt. Wij weten niet of die „zijnen" groot of klein waren. Wij weten wél, dat er in dat huis zaligheid is geschied, zodat daar nieuwe mensen woonden, al hun heil en redding verwachtende van Jezus Christus. Deze stokbewaarder is schatbewaarder geworden. O, zeker hij droeg deze schat ook in een aarden vat. En het vat zou straks breken, maar de schat bleef bewaard. Wie in Mij gelooft, zal leven, al ware hij gestorven, sprak Christus. Hoe groot is het goed, dat Hij weggelegd heeft voor degenen, die Hem liefhebben. De mot en de roest kunnen het niet bederven en de dieven kunnen het niet roven. Zelfs satan kan het niet onteigenen, al probeert hij het steeds heftig. Maar met al z'n aanvallen bereikt hij precies het tegenovergestelde. Hij dacht de apostelen de mond te snoeren door hen in de gevangenis van Filippi op te sluiten. Nu zou de Naam van Jezus doodgezwegen worden. Maar dan gaat God in de gevangenis werken. Hij laat alles beven, werpt de deuren van de gevangenis open om open harten te maken bij de stokbewaarder en zijn gezin. God is een God van wonderen. Als Hij werkt, zal niemand het keren. Wel gaat zijn werk in Filippi, via gevangenis, geselslagen en aardbeving, maar het gaat door! Zijn werk gaat verder in harten van mensen.

En wat is het gevolg? Dat er blijdschap komt. De toon van de blijdschap vinden wij telkens in de Handelingen. In Hand. 8 : 8 „En er werd grote blijdschap in die stad". Van de kamerling staat: Hij reisde z'n weg met blijdschap". Ook in Hand. 13: En de discipelen werden vervuld met blijdschap en met de Heilige Geest". Zo ook hier in Hand. 16: hij verheugde zich, dat hij met geheel z'n huis God gelovig geworden was". Welk een overgang was er in z'n leven gekomen. Na een verbrijzelende angst komt er de vreugde in God. Het is een overgang van de hel naar de hemel. Welk mens, die deze overgang ervaart zal dan niet verheugd zijn?

Het waarachtig geloof brengt altijd blijdschap. Want het bezit immers het hoogste goed? Hoe komt het dan dat er in onze gemeenten vaak zo weinig blijdschap is? Is de geloofsband bij velen erg slap geworden? Is men bang om te jubelen omdat men ziet, dat het bij anderen op zo'n oppervlakkige wijze gebeurt? Maar, wie mag weten wat hij (zij) aan z'n God heeft, heeft toch reden om verheugd te zijn? Of weten wij dat niet? Is het Woord der genade dan altijd over ons hoofd en hart heengegaan? Dan wordt het een aanklacht! Toch wordt Christus u nog voor ogen geschilderd als de enige Zaligmaker. Hij zal Zich vrij maken. Moogt u door Hem vrij worden! Dan zal dat onuit­sprekelijke blijdschap in uw leven brengen, maar ook bij Hém en bij de engelen Gods.

Zijn werk, eenmaal in Filippi (als eerste stad in Europa) begonnen, gaat door. Tot de jongste dag zal Hij dat werk voortzetten. Draagt uw gezin (zoals dat van de stokbewaarder) er de sporen van? Of buigt u beschaamd het hoofd als u naar uw kinderen kijkt? Moge dan een innig gebed oprijzen of uw kinderen aan u mogen zien wat u aan uw God hebt, dus wat de ware vreugde in houdt. Er zijn nog wel gezinnen waar deze vreugde is, maar ze zijn schaars.

Het gebed moge oprijzen om de krachtige doorwerking van Gods Geest in onze gezinnen, opdat beleefd mag worden wat geen schijn, maar ware vreugde is. Wat zou het verkwikkend voor vele jongeren zijn de vreugde in God te kennen in plaats van mee te doen aan al het moderne holle lawaai om hun ontstellende leegheid en snakken naar waarachtige levensvreugde te verbergen. Kom, Schepper, Geest!

Omdat wij mogen weten, dat Gods werk voortgaat, laten we steeds weer en meer de hand aan de ploeg slaan. Zijn belofte blijft staan: Het zaad zal Hem dienen; het zal de Heere aangeschreven worden, tot in de geslachten.

IJsselstein  J. Vos

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE VOORTGANG

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's