KRONIEK
Nationaal niveau.
Misschien is er reden om op de komende synode terug te komen schreef ik in de vorige kroniek. De hoge kerkelijke vergadering is alweer uiteen. Vermoedelijk hebt u — ook in de Waarheidsvriend — van het besprokene kennis genomen. Het lijkt me teveel nogmaals op alles in te gaan. Het meest interesseerde de discussie over het ambt. Het „eenmans-rapport" van prof. Berkhof werd niet zonder meer en als alleenzaligmakend aanvaard, terwijl het overjarige rapport van prof. van Ruler, waarop een embargo in slaap was gevallen, nog niet werd terzijde gelegd, doch zelfs het imprimatur verkreeg.
We hebben begrepen, dat het rapport Berkhof iets meer ruimte bood voor de bisschop en iets minder armslag voor de ouderling. Het presbyteriaal karakter van onze kerk is in geding. Voorts hebben we gemerkt, dat het dik aan is met de sociologie. En waar kijken de sociologen op hun beurt naar? Dat is wel een zeer interessante vraag momenteel. We kunnen de discussie over het ambt niet los zien van het grote forum van deze tijd, dat het gezag in alle mogelijke geaardheden discutabel stelt en dat storm loopt tegen wat men noemt de „establishment", de bestaande toestand, die nodig moet veranderen.
Internationaal niveau.
Met veel verwachting zagen althans de geïnteresseerden uit naar de vergadering van de Wereldraad van kerken te Uppsala. Als we op de klank van de naam van de stad van vergadering af-.gaan, krijgen we eerst een kort afgebeten op jager aan onze oren. Tenslotte deint het in twee trage lettergrepen, zodat we de suggestie opdoen, dat het uiteindelijk zo'n vaart niet liep.
Prof. Berkhof, wiens rapport op de laatste synode in het middelpunt stond van het debat over het ambt, versloeg op de assemblee te Uppsala ook zijn velen met een indrukwekkende rede over de „finaliteit" van Christus. Hij besprak het beslissend karakter en de universele betekenis van de verschijning van Christus. Voorts betoogde hij, dat God geen God is van bevroren statische situaties, maar van vernieuwing daarmee verwijzend naar het thema van de hoge vergadering: „Zie Ik maak alle dingen nieuw". Een andere Nederlander, die zijn leven gaf in dienst van de Wereldraad, dr. W. A. Visser 't Hooft, betoogde dat gebrek in handreiking even ernstige ketterij is als een afwijking in de leer.
Hieruit volgt dat de samenkomst niet angstvallig het terrein van politiek, ontwikkelingshulp en aanverwante problematiek zou mijden. Te vrezen was dat de resoluties toch wel wat een compromis-karakter zouden krijgen, zodat er weinig reden zou bestaan om vanuit de hoogte van Uppsala bijvoorbeeld de resultaten van een Unctadconferentie te bekritiseren. Waar velen van velerlei denominatie bijeen zijn is het moeilijk en moeizaam om enerlei geluid te produceren.
Dit bleek. Sprak men over het vluchtelingen-vraagstuk dan moest men rekenen met het bestaan van Arabische vluchtelingen in het midden-oosten en verdrevenen uit de oost-zone van Duitsland. Biafranen en Nigerianen waren allebei aanwezig. Het ging om een formule die de Biafranen niet ontmoedigde en de Nigerianen niet krenkte. Zou men de Vietnamese oorlog en het conflict in het midden-oosten over één kam kunnen scheren? De Wereldraad zal alle zeilen moeten bijzetten om niet terecht te komen in de boezem van een kerkelijke pendant van de Verenigde Naties.
Duidelijkheid.
De inzet van het streven van een Wereldraad is de eenheid. Hoe kan men christelijke kerken zijn en ver uiteenlopen? Niet elkeen was zonder meer gelukkig met de activiteiten. Meer dan een duchtte, dat tenslotte een eenheid zou worden bereikt ten koste van de waarheid. Doch het waren met name toen de jongeren, die enthousiast als voorhoede de banier voor de eenheid ontplooiden.
Het ziet er echter naar uit, dat de jongeren nu, die zich te Uppsala nogal terdege maar niet verstorend geweerd hebben, het station van de eenheid gepasseerd zijn.
Ze ergeren zich aan de remmende halfslachtigheid van het onvermijdelijke compromis. Op die manier ontstaat een spanning tussen duidelijkheid en eenheid. Het is de vraag of ze terwille van de concreetheid een breuk willen riskeren.
Geen eenheid ten koste van de waarheid.
Geen eenheid ten koste van de duidelijkheid.
Vermoedelijk verstaat de een onder waarheid weer wat anders dan de ander onder duidelijkheid.
De ambitie van de oecumene grijpt hoog. We mogen ons echter niet net zo verheven terzijde stellen in Farizese hooghartigheid. Ook in dit opzicht is het goed werkelijk te verstaan, dat we onrein van lippen wonen in het midden van een volk, dat onrein van lippen is.
Ik voel allerwegen een hunkering. Ondiep en oppervlakkig vaak, naar de stromen levend water, die volgens de profetie van Christus, zullen vloeien uit de buik. Meeslepende stromen, daadwerkelijke christendom, effectief liefdesbetoon. Een beweging in lengte-en breedte-graden. Maar bepaalde dimensies krijgen naar mijn bescheiden opvatting onvoldoende nadruk. De dieptedimensie, het besef van verlorenheid, verdorvenheid en val. De hoogtedimensie van de wezenlijke geloofsverbondenheid met Christus, die mij krachten geeft.
Die in mij gelooft, stromen van levend water zullen uit zijn buik vloeien. Op straffe van frustratie mogen we de conditie niet verzwijgen: Die in mij gelooft! Maar menigeen ervaart deze verwijzing zelf als frustrerend. Zonder geloof in Christus geen praktisch christendom.
Partners.
Opvallend was de deelname van rooms-katholieke zijde aan de assemblee van Uppsala. De eis van onvoorwaardelijke terugkeer tot de Una Sancta van Rome klinkt vandaag minder resoluut en triomfaal. De Petrus-rots trilt zelfs, nu stormachtige winden aanvallen. Maar de rooms-katholieke kerk is vanouds de kerk van vele orden. Met drieduizend woorden heeft de paus onlangs in het „Credo van het volk Gods" alle r.k. kerkelijke dogma's onwrikbaar gesteld. En voorts heeft de paus zich bezig gehouden met weggeborgen botgedeelten van de apostel Petrus, die tien jaren achteloos waren opgeborgen in een schoenendoos. Vlees en bloed en evenmin botgedeelten beërven het Koninkrijk.
Protest.
Studenten heten de scherpe speerpunt van de samenleving. De punt van de speer raakt het eerst. Hervormde studentenpastores hebben zich uitgesproken over het allerwegen waarneembaar studentenprotest. In één van hun conclusies dringen de predikanten er op aan, dat we de „messiaanse hunkering", die in het protest tot uiting komt, moeten begrijpen, herkennen en waar mogelijk voeden. Ik geloof, dat we niemand, ook geen hunkeringen, haastig de handen moeten opleggen. Het is niet alles messiaans wat messiaans heet. Voorts, zo zeggen de studentenpredikanten, moeten de kerken, onrust en ontevredenheid scheppen waar dodelijke ernst en tevredenheid heersen. Doch niet alle verkondiging en „theologie der verontrusting" zal naar ik aanneem hiertoe kunnen dienen. Want men kan ook ten onrechte verontrust zijn volgens dr. mr. Ozinga, die schreef: „Ik ben bang voor mijn eventuele ongerustheid over een ander. Want als ik ongerust ben voel ik me verheven boven een ander en dan kan ik christelijk gezien niets meer aanvangen. Ik kan veroordelen, niet behouden". En L. H. R. van Hervormd Nederland voegt daaraan toe: „Luister naar dit pastorale woord!". Verontrusting is dus Farizeeërachtig. Maar de kerken moeten in onrust brengen. Ik begrijp dat alles goed is, mits zo opgevat als ik het opvat.
Ik vrees, dat we in eindeloze woordspelen verzeild raken, zolang we spelen met het Woord van God.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's