De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

12 minuten leestijd

christelijke politiek in beweging.

Onder deze titel verscheen er in „Protestants Nederland" (juli 1968) een artikel van ir. L. v. d. Waal, waar we u graag een gedeelte uit doorgeven. De schrijver wijst erop dat de politiek bij uitstek een zaak is van het christelijk geloof. God de Here is Schepper en Regeerder van alle dingen. Wij zijn als zijn rentmeesters geroepen Zijn Naam te belijden en te eren. Dat raakt ook het openbare leven.

Welke plaats nemen nu de christelijke politieke partijen in tegen deze achtergrond. Is er plaats voor een christelijke politieke partij? Wat is het typisch christelijke van ide christelijke politiek. V. d. Waal wijst op het heroriënteringsproces in de christelijke partijen. Er is allerwege kritische bezinning. Met name de „christen-radicalen" hebben in dit proces van bezinning en heroriëntatie van zich laten spreken.

Wat willen de ohristen-radicalen?

Zeer algemeen gezegd: een consequente vooruitstrevende politiek. Om deze te bereiken willen ze zo nauw mogelijk samenwerken met anderen die een soortgelijke politiek willen. In de praktijk zijn dat de P.v.d.A. en mogelijk D'66. Uit het programma van de christen-radicalen is vermeldenswaard, het streven naar een ruimere inspraak van de burgers bij bepaalde politieke beleidslijnen, de democratisering van de gezags- en inkomensverhoudingen en sterke nadruk op de ontwikkelingshulp.

Voor wat betreft de principiële fundering van de politiek is er in feite alleen nog maar sprake van het beginsel van de naastenliefde als onaantastbaar principe. Wat eens beginselen waren, antithese, overheidsgezag, Bijbelse normen voor het openbare leven, wordt in sterke mate relatief gesteld. In het algemeen leeft trouwens het besef, dat principes weinig meer aanspreken. De secularisatie heeft in dit opzicht de vroegere situatie grondig veranderd.

De schrijver van het artikel in „Protestants Nederland" vreest toch dat op deze wijze het eigenlijke van de christelijke politiek wordt prijsgegeven. Zeker, het is goed op de bres te staan voor de armen en verdrukten. Dat is door en door bijbels, maar dreigt niet de versmalling tot een medemenselijkheid en een horizontalisme? En hoe zit het bij deze christen-radicalen met de visie op de overheid.

De Bijbelse grondslag voor politiek handelen is geworteld in de beide tafelen van de Wet Gods. De liefde tot de medemens is van de bron, de liefde tot God, niet te scheiden, zonder het evangelie tekort te doen. Waar dit toch gebeurt wordt in feite het uitgangspunt voor christelijke politiek verlegd van de sprekende God naar de „christelijk-geïnspireerde" mens. Het evangelie dreigt dan te worden verstaan als een program om de wereld leefbaar te maken.

Wij ontkennen uiteraard niet, dat het Woord van God betekenis heeft voor de structuren van de samenleving. Juist omdat dit wel het geval is, is er de roeping tot christelijke politiek. Maar de sociale verhoudingen zijn in de bijbel nooit doel in zichzelf. De sociale boodschap staat altijd in de context van het alles omvattende heil dat God laat verkondigen.

Ook het reformatorisch zicht op de overheid ondergaat bij de christen-radicalen verandering.

In het voetspoor van de Reformatie belijden we de overheid dienaresse Gods te zijn. Niet dat ze dat behoort te zijn, maar dat ze dat is als goddelijke instelling. Dat wil niet zeggen, dat de overheid haar wil eenvoudig aan het volk oplegt. Ze zal haar beleid vormen in overleg met het volk en zijn vertegenwoordigers. Maar het volk is niet de opdrachtgever van de regering en de overheid is niet de dienaresse van het volk. De overheid is geroepen de gerechtigheid te bestellen en zij doet dit, omdat zij daartoe door God met gezag is bekleed. Het gezag is daarom niet zuiver functioneel te zien en niet voor vergaande democratisering vatbaar.

Terecht schrijft v. d. Waal dat een open houding ten opzichte van de situatie geen aanpassing mag betekenen. Wij hebben de Bijbelse grondlijnen voluit ernstig te nemen. En 'in de heroriëntatie van de christelijke politiek zal het goed zijn zich opnieuw op de Reformatie te oriënteren.

Uppsala 1968.

De assemblee van de Wereldraad van Kerken in de zweedse stad Uppsala behoort weer tot het verleden. Ook daar kwamen de politieke en de sociale vragen nogal naar voren. De krantenverslagen gaven soms de indruk dat men een vergadering van de Verenigde Naties bijwoonde. Maar dit zware accent op de politieke en economische vragen kan natuurlijk aangebracht zijn door de desbetreffende journalist. Een oordeel hierover kan pas geveld worden, wanneer de rapporten verschenen zijn.

We zijn tot dusver dus aangewezen op wat de pers ons aan informatie biedt. Nu is het evident dat de kerken niet onverschillig mogen staan tegenover de geweldige vragen van deze tijd. De schreiende nood in Vietnam, in Nigeria-Biafra en elders mag ons niet onbewogen laten. En we zagen uit het artikel van ir. v. d. Waal al hoezeer het christelijk geloof betrokken is bij de politieke en sociale vragen. Maar de vraag die dan direct boven komt is deze: Komt daarbij ook inderdaad de Schrift ter sprake? Er is in Uppsala veel gesproken over vernieuwing vanuit het Evangelie, maar de vraag is: Wat verstaat men onder het Evangelie? En hoe wordt de prediking van de komst van Gods Koninkrijk betrokken op de verhoudingen van deze wereld?

Heeft Uppsala inderdaad gesproken vanuit de volheid van het bijbels getuigenis? Wij vrezen, afgaande op de berichten in de pers dat de horizontale relaties, de verhoudingen tussen rassen en volkeren, de verhoudingen van mens tot mens een dusdanige aandacht gekregen hebben dat de verticale lijn, de relatie tot God, de bekering tot Hem en het geloof in de Christus der Schriften nagenoeg uit de gezichtskring verdwenen is.

Ter informatie geven we hier uit „Hervormd Nederland" van 27 juli de slotboodschap van Uppsala door.

Opzienbarende nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen, het protest van opstandige studenten, de schok over politieke moorden, militaire botsingen en oorlogen — dat zijn de kenmerken van het jaar 1968.

In dit klimaat ontmoetten de afgevaardigden elkaar op de vergadering in Uppsala, voor alles om te meesteren.

Wij hoorden de schreeuw van hen die verlangen naar vrede; van de hongerenden en uitgebuitenen, die vragen om brood en gerechtigheid; van de slachtoffers van discriminatie, die een beroep doen op menswaardigheid, en van de miljoenen die zoeken naar de azn van het leven.

God hoort deze schreeuw en oordeelt ons. Hij spreekt echter ook het bevrijdende woord. Wij horen Hem zeggen: „Ik ga u voor. Omdat Christus uw zondig verleden wegdraagt maakt de Hei­lige Geest u vrij om voor anderen te leven. Grijpt in blijde aanbidding èn gedurfde daden op Mijn komend Koninkrijk vooruit."

De Heer zegt: „Zie, Ik maak alle dingen nieuw!"

Wij vragen u, vertrouwend op Gods vernieuwende macht: doet met ons mede in dit „vooruitgrijpen" op Gods Koninkrijk, toont nu reeds iets van de nieuwe schepping die Christus zal voltooien.

  1. Alle mensen zijn buren van elkaar geworden. Verscheurd door onze verschillen en spanningen weten wij nog niet hoe wij met elkander zullen leven.

MAAR GOD VERNIEUWT.

Christus wil dat zijn kerk een teken en voorafschaduwing zal zijn van een vernieuwde mensheid.

Daarom willen wij, christenen, daardoor onze éénheid in Christus tonen, dat wij, ieder op zijn plaats, in gemeenschap treden met mensen van andere rassen, klassen, leeftijdsgroepen, godsdienstige en politieke overtuigingen. In het bijzonder willen wij naar wegen zoeken om overal rassendiscriminatie te overwinnen.

  1. Wetenschappelijke ontdekkingen en revolutionaire bewegingen openen voor ons nieuwe mogelijkheden en gevaren. De mens gaat verloren omdat hij niet meer weet wie hij is.

MAAR GOD VERNIEUWT.

De bijbel boodschapt ons dat de mens Gods Rentmeester is over de schepping en dat in Christus de „nieuwe mens" verschijnt en om een beslissing vraagt. Daarom aanvaarden wij mèt onze medemensen ons rentmeesterschap over de schepping, door haar schatten te bewaken, te ontwikkelen en samen te delen. Als christenen verkondigen wij Jezus als Heer en Heiland.

God kan ons omvormen tot dat nieuwe menszijn dat ons in Christus is gegeven.

  1. De steeds groeiende kloof tussen rijken en armen, nog dieper wordend door de uitgaven voor bewapening, vormt het kritische punt waarop heden de beslissingen vallen.

MAAR GOD VERNIEUWT.

Hij heeft ons laten zien dat christenen die in hun daden de waardigheid van hun medemensen negeren Jezus Christus zélf verloochenen, ondanks het feit dat zij belijden in Hem te geloven.

Daarom willen wij christenen, samen met anderen, van welke overtuiging zij ook mogen zijn, ons inzetten voor de rechten van de mens en voor een rechtvaardige wereldgemeenschap.

Wij willen werken voor ontwapening en voor handelsovereenkomsten die gunstig zijn voor

allen. Wij zijn bereid onszelf een belasting op te leggen om daarmee een wereldomvattend belastingsysteem voor te bereiden.

  1. Deze beloften vragen gebed, discipline en wederzijdse correctie van een wereldwijde gemeenschap. In de Wereldraad van Kerken en zijn regionale, nationale en plaatselijke organen werd ons nog slechts een begin van zulk een gemeenschap gegeven.

MAAR GOD VERNIEUWT.

De oecumenische beweging moet moediger en representatiever worden. Onze kerken moeten erkennen dat deze beweging ons verplicht tot vernieuwing.

Daarom bevestigen wij opnieuw ons verbond om elkander bij te staan en te corrigeren. Bestaande plannen voor éénwording van kerken vragen om een beslissing en wij zoeken een diepere gemeenschap met die kerken die nog niet in onze broederschap delen. Wij weten dat wij met ons leven nooit de volheid kunnen uitdrukken van wat we belijden. Wij hxmkeren ernaar dat God die volheid openbaart. Toch verheugen wij er ons over dat wij in gebed en eredienst vooruit mogen grijpen op de tijd dat God ons zelf, alle mensen en alle dingen zal vernieuwen.

Hoezeer men waardering kan hebben voor het feit om ten aanzien van de brandende vragen van wereld en samenleving een getuigenis te laten horen, men mist in dit alles de diepte van de Bijbelse prediking aangaande de komst van Gods Koninkrijk. Het is alles solidariteit, vernieuwing, waardigheid van de mens, broederschap wat de klok slaat. Dat het evangelie een crisis teweeg brengt en dat ide komst van Gods Koninkrijk niet alleen heil brengt, maar ook het oordeel is een element dat in deze slotboodschap nauwelijks of in höt geheel niet doorklinkt. Men krijgt de indruk dat de ontwikkeling van de samenleving naar een leefbaar bestaan, naar meer vrijheid, rechtvaardigheid en menselijkheid gezien wordt als de realisering van het Koninkrijk van God. Dat is in overeenstemming met een bepaalde trend in het huidig theologisch denken, waarbij de futurologie en de eschatologie in elkaars verlengde liggen. Maar we menen dat dit in tegenspraak is tot de Schriftuurlijke prediking van Gods Rijk.

In dit verband willen we nog even het woord geven aan Prof. Dr. B. J. Oosterhof die in „De Wekker" van 19 juli een kritische beschouwing geeft op de besprekingen in Uppsala. Hij schrijft onder meer:

Wanneer in de Wereldraad de vraag gesteld wordt: wat dunkt u van de Christus? worden vele antwoorden gegeven. De een houdt Hem voor de Zoon van God, de Redder van zondaren, de ander — en dat getal is veel groter — ziet in Hem slechts een mens, een godsdienststichter, een wereldvernieuwer, een sociaal hervormer. En als men vraagt naar het evangelie ontstaat een Babylonische spraakverwarring. Want wat gelooft men in werkelijkheid nog van het evangelie? De een misschien iets meer dan de ander. Maar velen hebben er al zo veel uit weggesneden, dat wat er nu van overblijft weinig meer is dan een program van medemenselijkheid en sociale hervorming.

Het is een medemenselijkheid zonder waarachtige bekering tot God. Van zonde en genade is geen sprake meer. Dat Christus gekomen Is om zondaren te behouden en dat we aan de behoudenis door Christus alleen door wedergeboorte en geloof hunnen deel ontvangen, dat hoort men niet. Men wil vernieuwing, sociale hervorming, vrede en gerechtigheid zonder bekering tot God en zonder vernieuwing van het hart van de mens.

God zegt: k maak alle dingen nieuw. Dat is Zijn belofte. Maar alleen Zijn kinderen zullen aan die nieuwe wereld deel ontvangen. En niet allen zijn Zijn kinderen. Dat zijn alleen zij, die door Zijn Geest geleid worden (Rom. 8 : 14). Het zijn zij, die in Zijn Zoon geloven (Joh. 1 : 12).

God maakt scheiding in deze wereld. Maar daarvan wil men in onze tijd niet weten. Het woord antithese heeft een slechte klank.

Men citeert wel de belofte van God, dat Hij eenmaal alles nieuw zal maken, maar niet het vervolg. Daar staat, dat de ongelovigen eeuwig buiten zullen staan. Hun deel zal zijn de tweede dood.

Het is de schuld van de Wereldraad daarop niet te wijzen. Men kan beweren ieder vrij te willen laten in zijn interpretatie van het evangelie. Maar dat is de verkrachting van het ware evangelie. En alle vernieuwing, die niet geschiedt naar het Bijbelse evangelie is tot mislukking gedoemd. Geen menselijk evangelie kan de wereld redden of vernieuwen.

De vernieuwing, zoals de Wereldraad die ziet, verschilt niet van een humanistische wereldhervorming. Zij is louter horizontaal, de verticale dimensie is er uit. Anders zou de Wereldraad de wereld moeten oproepen tot waarachtige bekering, tot geloof in de Christus der Schriften, tot gehoorzaamheid aan het bijbels evangelie.

Nu wordt het evangelie van zijn kracht beroofd, de zendingsopdracht wordt tot ontwikkelingshulp, wat van Christus overblijft is een sociale hervormer, die slechts medemenselijkheid gepredikt heeft en de beloften Gods worden tot opdracht in de zin van: help uzelf, zo helpt u God, als er tenminste nog zo iets als een God overblijft.

Zeker, er is een opdracht voor de kerk. En het is de schuld der kerk in die opdracht zo-vaak en zo veel te zijn tekortgeschoten.

En terecht heeft Dr. Blake gezegd, dat de kerken zullen moeten worden vernieuwd. Maar deze vernieuwing komt niet slechts tot stand door te leven uit de Bijbelse beloften en in gehoorzaamheid aan de Bijbelse opdracht. Gods beloften worden slechts gerealiseerd in de weg van waarachtige bekering en de Bijbelse opdracht is meer dan sociale hervorming en medemenselijkheid, hoe waar en evangelisch ook. Zij houdt in gehoorzaamheid aan het Bijbelse evangelie en aan die Christus, die ons daarin is geopenbaard: Het gaat om dat evangelie en geen ander. En er is geen ander evangelie, dat waarlijk vernieuwend in de wereld werken kan. En als dat niet duidelijk door de Wereldraad gesteld wordt, kan daar onze plaats niet zijn.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's